Zaterdag 03/12/2022

InterviewVoorbij het verlies

Aleksandr Skorobogatov over de moord op zijn zoon: ‘Rusland had mijn zoon vermoord. Ik wil er nooit meer zijn’

‘De rechter vertelde me dat ze nooit eerder zo’n extreem gewelddadige moord had meegemaakt. Ze had er nachtenlang niet van kunnen slapen.’ Beeld Wouter Van Vooren
‘De rechter vertelde me dat ze nooit eerder zo’n extreem gewelddadige moord had meegemaakt. Ze had er nachtenlang niet van kunnen slapen.’Beeld Wouter Van Vooren

Na tien jaar stilte nam Vladimir contact op met zijn vader. De 15-jarige jongen wilde naar België komen. Maar voor het zover was, werd Vladimir vermoord, op een landweg bij Moskou. Zijn vader, de Russisch-Vlaamse schrijver Aleksandr Skorobogatov (59), schrijft twintig jaar later een boek over hem: ‘Zo kan ik hem onsterfelijk maken.’

Joanie de Rijke

‘Ladoshka noemden we hem, handpalmpje. Zijn moeder en ik waren allebei student toen hij geboren werd, we waren getrouwd en woonden in een studentenhuis in Moskou. Ik was 23, zij 18.”

Het is vroeg in de avond als Aleksandr Skorobogatov aan tafel in zijn Antwerps appartementje over zijn zoon begint te vertellen. Deze maand is het twintig jaar geleden dat de jongen overleed. Zijn vader voelt zich er nog altijd schuldig over. “Ik heb heel lang een enorme zelfhaat gehad.” Maar stilaan zijn er ook lichtpuntjes klinkt het uren later, als de zon achter de Antwerpse skyline is verdwenen en de schrijver nog altijd verder praat terwijl de kamer langzaam in het donker opgaat. “Ik ben een beschadigd mens. Maar sinds kort heb ik hoop dat ik ooit weer met mezelf zal kunnen leven.”

Hij heeft zijn zoon tijdens die eerste vijf jaar in Rusland veel minder gezien dan hem lief was. En dat doet nog altijd pijn. “Als baby is Ladoshka naar mijn schoonouders gegaan. Ze hadden ons ervan overtuigd dat zij beter voor het kind zouden kunnen zorgen dan wij studenten op een klein kot. Ze woonden in Georgië, in een ruim huis aan de Zwarte Zee. Daar heb ik Ladoshka achtergelaten, samen met zijn moeder die ruim een jaar zwangerschapsverlof had. In die tijd was het in Rusland absoluut niet ongebruikelijk dat grootouders de zorg voor het kind op zich namen als de ouders nog studenten waren.

“Al ging ik dikwijls naar hen toe, toch had ik er grote moeite mee dat mijn zoon niet door mij werd grootgebracht. Hij was míjn kind, ík wilde bij hem zijn. Maar telkens overtuigden mijn schoonouders me ervan dat het zo beter was. Ze bedoelden het goed, ze waren dol op het kind. Hij was zo mooi, hij leek op een engel met zijn lange gouden haren en verfijnde trekken. En zo keerde ik maar weer terug naar Moskou, zonder mijn zoon.

“Na drie jaar heeft mijn schoonvader Ladoshka eindelijk naar Moskou teruggebracht. Helaas ging het in die periode al niet goed meer tussen mij en mijn vrouw; ik wil er liever niet over uitweiden maar ze heeft me niet netjes behandeld. Op de begrafenis van Ladoshka heeft ze me vergiffenis gevraagd voor haar gedrag destijds.”

Vladimir als kind. ‘Rusland had mijn zoon vermoord. Ik wil er nooit meer zijn.’ Beeld RV
Vladimir als kind. ‘Rusland had mijn zoon vermoord. Ik wil er nooit meer zijn.’Beeld RV

“Om een lang verhaal kort te maken: we gingen uit elkaar, ik leerde een Vlaamse kennen en ben in 1992 naar België verhuisd. Mijn zoon was toen vijf jaar. Het was de laatste keer dat ik hem zag. Ik herinner me nog dat ik tegen hem zei dat ik over een paar uur zou terugkomen en hem dan zou meenemen naar de dierentuin. Maar ik keerde niet terug. De volgende keer dat ik hem zag, lag hij in een doodskist.

“Door moeizame contacten met de schoonfamilie kon ik mijn zoon tien jaar lang niet bezoeken. Ik miste hem enorm, elke dag opnieuw. Ook schaamde ik me diep omdat ik hem niet kon zien. Maar ik wist dat hij ooit zou komen. Wellicht als hij 18 was, misschien later. Ooit zou hij willen weten wie zijn vader was. Dus moest ik geduld hebben.

“Maar hij kwam eerder dan verwacht. In de zomer van 2002, hij was toen 15, stuurde hij plots een mail. Zomaar, alsof er geen tien jaren stilte tussen ons waren geweest. Hij schreef over heel gewone, alledaagse tienerdingen. Dat hij al goed kon autorijden maar dat achteruit parkeren nog moeilijk was. Net als bij mij vroeger.

“Wat ik niet wist, was dat zijn moeder en haar man – ze was hertrouwd en had nog drie kinderen – hem toestemming hadden gegeven om het jaar daarop voorgoed naar België te verhuizen. Zodat hij zijn legerdienst kon ontwijken. Misschien wist hij dat zelf op dat moment ook nog niet. Maar hij nam contact op alsof er niets gebeurd was. Voor mij was het een signaal dat hij me vergeven had dat ik hem al die tijd niet had gezien. Iets dat ik mezelf niet kan vergeven, tot op de dag van vandaag.

“Tien dagen hebben we contact gehad. Alleen via mail, ik heb nooit de kans gehad om hem aan de telefoon te horen.

“Op 10 augustus, een dag voor mijn verjaardag, stuurde hij een mail om me alvast te feliciteren. Hij kon me niet op de dag zelf gelukwensen omdat hij met vrienden voor een paar dagen naar een datsja (een buitenverblijf, red.) ergens buiten Moskou zou gaan en daar was geen internetverbinding. Het was zijn laatste bericht. Drie dagen later kreeg ik een korte mail van zijn stiefvader waarin stond dat Vladimir dood was en dat ik dringend moest overkomen voor de begrafenis.

“Ongeloof. Ontzetting. In shock. Wat kan ik erover zeggen? Drie dagen eerder had ik hem nog gehoord. Het bellen moest nog komen. En dan dit.”

Satanistenjagers

“Het is een verschrikkelijk verhaal. Een van de ouders van Vladimirs vrienden was mee op weekend om een oogje in het zeil te houden. Ze hadden ’s avonds met zijn allen gegeten en besloten nog een wandeling te maken, de vader lag te slapen op de bank.

“Onderweg stopte er plots een auto achter hen. Vladimir en zijn vriend liepen achteraan en stonden het dichtst bij de wagen. Eerst was het stil. Dan klonk een mannenstem die zei dat ze moesten stoppen. Vladimir en zijn vriend draaiden zich om maar ze werden verblind door de koplampen. Plots kreeg Vladimirs vriend een fles tegen zijn hoofd. De groep begreep meteen dat het helemaal mis was.

“Iedereen rende weg. Behalve mijn zoon. Niemand weet precies waarom hij is gebleven. Er kunnen zoveel redenen zijn maar als ik naar mezelf kijk in mijn tienerjaren, dan vluchtte ik ook niet in zo’n situatie. Ik kom uit een buurt waar veel geweld plaatsvond maar ik ben er nooit voor weggelopen. Omdat ik trots was; ik wilde niet vernederd worden. Ik bleef ook staan omdat het een manier van overleven was. Ik las Dostojevski en speelde viool, ik paste totaal niet in die gewelddadige omgeving. Dus moest ik me wel onverschrokken gedragen, dat dwong respect af.

‘Nu ik me bewust ben van mijn zelfhaat, hoop ik dat het een eerste stap is naar een bestaan waarin ik eindelijk weer met mezelf kan leven.’ Beeld Wouter Van Vooren
‘Nu ik me bewust ben van mijn zelfhaat, hoop ik dat het een eerste stap is naar een bestaan waarin ik eindelijk weer met mezelf kan leven.’Beeld Wouter Van Vooren

“Ik denk dat Vladimir ook zo heeft gereageerd. Ik mag tenslotte zelf invullen waarom hij niet wegrende, dat is mijn recht als vader en als schrijver.

“In de auto zaten drie mannen. Ze zijn niet achter de anderen aangegaan, ze werden afgeleid door mijn zoon. Waardoor de andere zeven vrienden van de groep nu nog leven. Ik gun hen dat, ik ben blij dat ze er heelhuids vanaf gekomen zijn. Ze zijn die avond terug naar het buitenverblijf gekeerd en hebben nooit de politie gebeld. Het waren jonge gasten, kinderen nog eigenlijk. Ik kan het hen niet kwalijk nemen.

“De drie mannen waren satanistenjagers. Op een nabijgelegen kerkhof waren graven beschadigd en volgens de priester was dat het werk van satanisten. Hij had een aantal parochianen opgedragen om de daders te vinden en te straffen.

“Het drietal had al twee jongens ontvoerd. Ze waren 13 jaar en zaten in de auto. In de rechtbank, zeven maanden na Vladimirs dood, heb ik gehoord wat hen is overkomen. De twee jongens werden verschillende malen in elkaar geslagen, telkens als de auto stopte en de daders zeiden dat ze moesten uitstappen. De mannen lieten vervolgens een van de twee jongens bewust met rust. ‘Je kunt weglopen, maar dan schieten we je vriend dood’, zeiden ze. Waarop ze de ander extreem mishandelden.

“De jongens vluchtten niet, ze zijn al die tijd voor elkaar gebleven. Dat vind ik nog altijd ongelooflijk moedig. Twee extremen speelden een cruciale rol tijdens die gewelddadige nacht. Het sadisme en de wreedheid van de mens, en aan de andere kant de solidariteit van een vriendschap en de moed die daarmee samenhing.

“Op het proces vertelden de twee jongens dat mijn zoon in de koffer van de wagen lag als zijzelf in elkaar werden geslagen. Ze vermoedden dat de agressie tegen Vladimir voortkwam uit het feit dat de daders hem niet konden breken. Vladimir smeekte niet, huilde niet. Dat wakkerde het sadisme wellicht nog meer aan.

“Mijn zoon beet van zich af. Op zeker moment heeft hij tegen de daders gezegd: ‘Als jullie mij niet laten gaan, zal mijn papa jullie vinden en vermoorden.’ Of hij met papa mij bedoelde of zijn stiefvader weet ik niet, en dat is pijnlijk. Maar mijn zoon heeft zich dapper gedragen. Hij was een held, net als de twee dertienjarige jongens. Ze hebben zich verweerd tegen onmensen, tegen een extreem agressieve macht.

“Ik wil niet alles vertellen wat er is gebeurd die nacht. Omdat het te wreed is, te hard. Maar de rechter heeft me verteld dat ze nooit eerder zo’n extreem gewelddadige moord had meegemaakt. Ze had er nachtenlang niet van kunnen slapen, was er dagenlang door van slag geweest. En ze deed dit werk al een hele tijd, ze had al heel veel geweld meegemaakt.

“De vreselijke nacht eindigde toen mijn zoon ’s morgens werd gevonden. Door een boer in een tractor. Hij zag Vladimir liggen in een greppel, heeft hem opgepakt, in zijn tractor gelegd en naar het ziekenhuis gebracht. Hij leefde nog. In het ziekenhuis is hij gestorven. Hij was niet meer te redden.”

“Twee weken na zijn dood werden de daders opgepakt. Tijdens het proces zaten ze alle drie in een getraliede kooi. Ik keek naar hen en wist natuurlijk dat ze mijn zoon hadden vermoord. Maar ik voelde niets. Geen woede, geen afkeer. Niets. Want de enige die schuldig was aan de dood van mijn zoon, was ikzelf. Dat gevoel overheerste. Ik had mijn zoon verlaten. Ik had hem tien jaar niet gezien. En ik was er niet voor hem geweest die nacht van de moord. Ik had op alle vlakken gefaald.

Vloek of zegen

“Ouders horen als eerste te gaan. Niet het kind. Ook dat besef deed erg veel pijn. En het onberekenbare. Als iemand terminaal ziek is, heb je nog enigszins tijd om je voor te bereiden op de dood. Maar door een plots, totaal onverwacht sterven word je overrompeld. Omvergegooid. Alle woorden om dat gevoel te beschrijven, schieten tekort. Het geweld. Ook dat kon ik niet vatten. Ik kan niet eens naar extreme geweldfilms kijken, die zet ik meteen uit. Maar dit gebeurde echt. En dan nog met mijn eigen zoon.

“De daders kregen 19, 20 en 21 jaar cel. De priester die had opgeroepen om de satanisten te zoeken en te straffen, bleef buiten schot. Zijn naam werd in het hele proces niet vermeld. Zijn rol moest nog bewezen worden, luidde de verklaring van de procureur. Terwijl hij daar natuurlijk had moeten zitten. Ik was het er helemaal niet mee eens maar ik heb het zo gelaten. Er kwam zoveel op me af, al die informatie, de feiten, de getuigenissen. Het was afschuwelijk. Ik ben daarna niet meer naar Rusland teruggekeerd. Rusland had mijn zoon vermoord. Ik wil er nooit meer zijn.

“Jarenlang heb ik me geen man gevoeld. Niet in de seksuele betekenis, maar in de zin van de mythe van de man waarmee ik ben opgegroeid. Een man beschermt zijn vrouw en kind. Maar ik was er niet toen mijn zoon mij nodig had. Ik vond dat ik niet het recht had om nog een man genoemd te worden.

“In die periode heb ik alle contacten met mijn omgeving verbroken. Ik verdween van de aardbol. Mijn vrouw en twee dochters in België waren er wel voor me, maar ik sloot me ook voor hen af. Eigenlijk weet ik nog altijd niet hoe ik contact met anderen moet maken. Ik ben het kwijt, vrees ik.

“Sinds kort besef ik dat ik in al die jaren een enorme zelfhaat heb ontwikkeld. Een zelfhaat die grenzeloos was en dat is nooit veranderd. Dat de drie daders en de priester eigenlijk verantwoordelijk waren voor de dood van mijn zoon, deed er niet toe. Ik was verantwoordelijk, ik was fout. Maar stilaan is er een voorzichtige kentering bezig. Nu ik me bewust ben van mijn zelfhaat, hoop ik dat het een eerste stap is naar zelfacceptatie, naar een bestaan waarin ik eindelijk weer met mezelf kan leven. Dat inzicht maakt me ontzettend blij. Ik heb hoop dat ik ooit weer gezond zal worden.

‘Het schrijven is zwaar. Telkens moet ik mijn tranen bedwingen. Ik laat ze niet toe. Nooit.' Beeld Wouter Van Vooren
‘Het schrijven is zwaar. Telkens moet ik mijn tranen bedwingen. Ik laat ze niet toe. Nooit.'Beeld Wouter Van Vooren

“We zijn twintig jaar later. De scherpe kanten van het verdriet zijn weg, het verdriet zelf is er altijd. De tijd is eindelijk rijp voor een roman over Vladimir. In het begin was dat onmogelijk, ik was te druk bezig met manieren te bedenken om het allemaal te ontlopen, om mezelf te vergeten. Maar het schrijven is zwaar. Telkens moet ik mijn tranen bedwingen. Ik laat ze niet toe. Nooit. Ik kom uit een cultuur waar mannen niet huilen, dat zal meespelen. Na een schrijfdag ben ik totaal kapot, een wrak. Ik beleef alles opnieuw: de destructie, de angst van mijn zoon, zijn pijn.

“Tijdens de voorstelling van Het Betere Boek in Gent vorig jaar vroeg collega-auteur Sulaiman Addonia of het een zegen dan wel een vloek was om schrijver en vader te zijn van een zoon die zoiets was overkomen. Eerst antwoordde ik dat het een vloek was. Maar ik besefte dat het mijn taak is om over mijn zoon te schrijven. Zodat de mensen kennis met hem kunnen maken en lezen wat een prachtige jongen hij was. Door over hem te schrijven kan ik hem een leven geven, hem onsterfelijk maken. Dus veranderde mijn antwoord aan Sulaiman. Het is geen vloek maar een zegen om schrijver en vader te zijn van een zoon die zoiets overkwam.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234