Vrijdag 07/05/2021

Aleksandr Sergejevitsj Poesjkin(1799-1837)'De Zon van Rusland'

De tsaar benoemde zichzelf tot persoonlijke censor, wat in de praktijk betekende dat alles wat Poesjkin schreef eerst de geheime politie moest passeren

Na zijn dood in 1837 werd Aleksandr Poesjkin, 'de Zon van de Russische literatuur', heilig verklaard. Zijn roem oversteeg zelfs de ideologische tegenstellingen. Ook het communistische bewind prees hem als de allergrootste, wiens genie nooit kon worden overtroffen. Nu nog kunnen vele Russen moeiteloos verzen van hem uit het hoofd citeren en de Poesjkinstandbeelden in het land zijn niet te tellen.

Poesjkin werd op 26 mei 1799 in Moskou geboren als telg van een verarmd maar roemrijk geslacht. Zoals gebruikelijk in adellijke kringen werd hij in het Frans opgevoed, Russisch leerde hij van het huispersoneel. Hij interesseerde zich al vroeg voor literatuur. Op zijn twaalfde, aldus de hagiografie, had hij al de hele bibliotheek van zijn vader gelezen.

Tijdens zijn opleiding aan een eliteschool, waar adellijke jongens klaargestoomd werden voor hoge overheidsfuncties, begon hij gedichten te publiceren. Zijn eindrapport in 1817 vermeldde niet alleen vorderingen in de literatuur maar ook in de schermkunst.

Na zijn schooltijd kreeg Poesjkin een onduidelijke functie bij Buitenlandse Zaken. De levenslustige en tactloze jongeling hield zich vooral bezig met feesten, vrouwen en poëzie. Hij bekwaamde zich in de liefde, liep allerlei ziektes op en duelleerde om de haverklap. In 1820 werd hij op slag beroemd met zijn debuut, Roeslan en Ljoedmila, een in verzen geschreven liefdessprookje. Naast zijn officiële werk liet hij manuscripten circuleren, vrijmoedige verzen of hekeldichten over hoogwaardigheidsbekleders, waarvan hij besefte dat ze moeilijk zouden vallen bij de censuur. Wegens een gedicht, 'Ode aan de vrijheid', werd hij verbannen naar Zuid-Rusland.

Tijdens deze exiljaren schreef hij enkele succesrijke 'versvertellingen'. Poesjkin maakte het genre van de versvertelling, poëma in het Russisch, weer populair. Verder bekwaamde hij zich in allerlei genres, van frivole, erotische poëzie tot politieke gedichten, die hij later steeds meer vermomde als allegorieën.

Ook in zijn ballingsoord Odessa bleef Poesjkin roekeloos, getuige daarvan een venijnig epigram over de gouverneur-generaal, met wiens vrouw Poesjkin een affaire had. In 1824 werd hij ontslagen. Aanleiding was een door de geheime politie onderschepte brief waarin hij beweerde dat de ziel sterfelijk was en bekende dat hij liever Goethe en Shakespeare las dan de Bijbel.

Poesjkin werd weerom verbannen, ditmaal naar het afgelegen familielandgoed in Michajlovskoje, waar hij zich onder politietoezicht ongestoord kon wijden aan de literatuur. Tijdens deze periode mislukte in de hoofdstad de opstand van de 'dekabristen', een groep progressieve officieren met wie Poesjkin bevriend was. Dankzij de verbanning werd hij niet bij de opstand betrokken, hij zou er later nog een allegorisch gedicht aan wijden.

De nieuwe tsaar Nicolaas I nodigde Poesjkin in 1826 uit naar de hoofdstad terug te keren, zij het onder restricties. De tsaar benoemde zichzelf tot persoonlijke censor, wat in de praktijk betekende dat alles wat Poesjkin schreef eerst de geheime politie moest passeren. Tot aan zijn dood werden er werken gecensureerd of verboden.

Literair stond Poesjkin op het toppunt van zijn roem. In 1830 verscheen zijn beroemdste werk, de roman-in-verzen Jevgeni Onegin. Hij maakte gretig grote sier in het uitgaansleven. Nadat hij naar eigen zeggen meer dan honderd vrouwen had bemind, trouwde de eenendertigjarige dichter in 1831 de achttienjarige schoonheid Natalja Gontsjarova. De jonge echtelieden leefden echter boven hun stand, en Poesjkin zag zich gedwongen schulden te maken. Ook bleef de tsaar hem koeioneren. In 1834 benoemde Nicolaas I de intussen beroemde dichter tot kamerjonker. Een blamage, want die functie ging meestal naar beginnende adellijke jonkers. Poesjkin kon niet weigeren, hij was met handen en voeten aan de tsaar gebonden.

Met zijn mooie vrouw moest Poesjkin steevast verschijnen op de bals van de tsaar. Natalja genoot veel meer dan hij van die feesten en de flirtende edellieden behaagden haar. Ze werd opzichtig het hof gemaakt door Georges d'Anthès, een Franse officier in Russische dienst. De jaloerse Poesjkin daagde de officier uit tot een duel, dat eerst nog vermeden werd door een gearrangeerd huwelijk tussen d'Anthès en een schoonzus, maar uiteindelijk onontkoombaar bleek.

De rivalen troffen elkaar in de ochtend van 27 januari 1837. Volgens de Poesjkinhagiografie loste d'Anthès het eerste schot nog voor de voorgeschreven tien passen waren afgelegd. De kogel raakte Poesjkin in de buik, vanop de grond vuurde hij nog op zijn rivaal.

Poesjkin overleed twee dagen later aan zijn verwondingen. Voor zijn huis was een grote menigte samengeschoold. Uit angst voor een volksopstand werd het stoffelijk overschot 's nachts overgebracht naar Michajlovskoje, waar Poesjkin in stilte werd begraven. Dit op bevel van de tsaar, die vervolgens wel Poesjkins schulden afbetaalde.

Na zijn dood verkreeg Poesjkin de status van nationaal symbool. Tijdens de vieringen van zijn honderdste verjaardag in 1899 vonden er overal door de overheid gestimuleerde herdenkingen plaats: standbeelden verrezen, straten en bibliotheken werden naar hem genoemd. De Romanovs benadrukten zijn goede relaties met de tsaar. Na de communistische revolutie werd Poesjkin evengoed gebruikt door het regime, nu echter opgevoerd als slachtoffer van de tsaar. Het stalinisme annexeerde hem als 'onze grote volksschrijver': Poesjkin als wegbereider van de revolutie en schrijver van én voor het volk. In schoolboeken én museumgidsen bleef dat beeld van 'onze Poesjkin' bestaan tot na de val van het communisme. Terwijl, vreemd genoeg, ook de gevluchte tegenstanders van het regime in hun ballingschap hem bleven koesteren als hun laatste vaderlandse icoon. Ook nu nog wordt Poesjkin door nationalisten geclaimd als 'de meest Russische van alle dichters'. Het droeve lot van een nationaal symbool, maar wel ironisch voor een schrijver die heel zijn leven leed onder politieke inmenging, censuur en intriges.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234