Woensdag 20/01/2021

interview

Albrecht Wauters (Radio 2) over zijn obsessief-compulsieve stoornis: "Je leert het verbergen"

Radio 2-presentator Albrecht Wauters.Beeld Damon De Backer

Ontelbare keren controleren of je toch echt niemand hebt omver gereden tijdens dat korte autoritje. Of niet kunnen werken omdat je collega je een zwarte balpen heeft toegestopt in plaats van een blauwe. Voor het eerst getuigt Radio 2-presentator Albrecht Wauters over zijn obsessief-compulsieve stoornis. "Je leert het te verbergen."

"Nee, ik durf het niet vertellen." Albrecht Wauters (51) lacht en slaat zijn handen voor zijn ogen. "Waarom niet? Omdat het zo irrationeel is. Omdat ik wéét dat het nergens op slaat, maar ik kan er niks aan doen. Beloof me dat je niet lacht."

We zitten in zijn nieuwbouwappartement op Linkeroever in Antwerpen, in een bonte ribfluwelen zetel. De leefruimte matcht met de Wauters die iedereen kent van op de radio: licht, kleurrijk en extravert. Vragen staat vrij, Koffers en co, Twee dansant: de vijftiger stond de voorbije 25 jaar garant voor feelgood in de huiskamer. "Dat ben ik ook", benadrukt hij. "Maar de muizenissen in mijn hoofd, daar heeft niemand weet van."

In september ging bij hem het licht uit. Slapen lukte niet meer, angsten hielden hem in de ban. Een burn-out, zo luidde de diagnose, maar ondanks rust en therapie verdwenen de klachten niet. Integendeel zelfs. Pas vorige week kwam nog een andere diagnose: obsessief-compulsieve stoornis (OCS).

"Ik had al een vermoeden", geeft Wauters toe. "Online had ik er al het een en ander over gevonden en ik herkende me wel in de verhalen van lotgenoten. Maar nu het echt officieel is, vallen de puzzelstukjes in elkaar. Het verklaart veel."

Bang

Iemand met een obsessief-compulsieve stoornis (OCS) – ook gekend als OCD, van het Engels ‘obsessive compulsive disorder’ – heeft last van steeds terugkerende dwanggedachten. "Dat zijn de obsessies", vertelt Marieke Impens, klinisch psycholoog van The Human Link, een centrum dat gespecialiseerd is in stress en angsten. Ze was ook een van de vier therapeuten in het VIER-programma Dwangers"Die dwanggedachten kunnen enorm verscheiden zijn: 'ik ga besmet raken, ik ben immoreel omdat ik bepaalde gedachten heb, mijn huis gaat afbranden...' Het gaat om obsessies die angst inboezemen. Heel vaak vertrekken die gedachten vanuit een groot verantwoordelijkheidsgevoel. 'Het is mijn schuld als...'"

Dus gaan patiënten die obsessies proberen te controleren. "Met compulsies of dwanghandelingen", gaat Impens verder. "Zoals je handen tientallen keren per dag wassen, twintig keer controleren of het fornuis af staat, lades symmetrisch ordenen... Dat zijn 'overte compulsies', die zichtbaar zijn voor anderen. Maar je hebt ook 'coverte compulsies', die zich puur in het hoofd van iemand afspelen. Dan gaat iemand tellen, of moet die bepaalde dingen opzeggen, aan iets 'goeds' denken... Dat ziet de buitenwereld niet. En hoe meer je zo'n gedrag stelt, hoe banger je op termijn wordt om ze niet te stellen. Zo neemt dwanggedrag vaak toe."

'Laat het los'

Je stappen tellen, niet op de voegen van de tegels lopen, bij examens altijd je favoriete shirt aantrekken... Iedereen herkent dat. "Tijdens de kindertijd heeft iedereen zo'n periode", zegt Impens. "Meestal is dat tussen de 7 en 10 jaar, als het 'concretistische denken' ontstaat. Dan ga je kijken onder je bed of er niemand onder zit. Of je kunt niet slapen als mama en papa niet naar boven komen voor een kusje."

Beeld Damon De Backer

Het probleem zit hem er vooral in als die gedachten je hele leven gaan verstoren. Per se dat lichtblauwe truitje van de Rode Duivels dragen tijdens het WK omdat je ervan overtuigd bent dat het een zege zal opleveren, is niet noodzakelijk problematisch. Veel mensen hebben dwanggedachten en dwanghandelingen, maar niet in die mate dat ze het huis niet meer uit durven, of dat ze helemaal leeggezogen worden door die allesverterende, vermoeiende gedachten. Je favoriete ondergoed dragen voor een belangrijke voetbalmatch? Voor de een is dat gewoon bijgeloof in de hoop de match te winnen, voor iemand met een vorm van OCS kan die onderbroek een reden zijn om al dan niet dat veld op te gaan. Het is pas als het je leven beperkt, dat het een stoornis wordt genoemd.

Bij Wauters woedt het gevecht vooral in zijn hoofd. "Al zijn er zeker ook kleine handelingen die ik stel. Het getal zes bijvoorbeeld zal ik altijd mijden. Ga ik zwemmen en krijg ik een locker met het nummer zes? Geen sprake van. Dat moet een ander nummer zijn. Toen ik op het Volksfestival van Schoten nog snel iets wou noteren vooraleer ik mijn presentatie begon, dan moest ik een blauwe balpen hebben. Geen rode of zwarte, maar een blauwe. Anders ging het niet. Het mengpaneel regelen? Dat deed ik met mijn rechterhand, want rechts bracht geluk en links was slecht. Bij thuiskomst moest ik mijn deur vier keer open en dicht doen. 'Wil je daar eens mee ophouden', vroeg de buurman zelfs. Maar dan wuifde ik dat weg. 'Mijn deur is kapot.' Als je betrapt wordt, probeer je dat weg te stoppen. En je weet dat het op niks slaat, maar je kunt het niet helpen."

Toch bepaalden deze handelingen zijn leven niet. "Daar kon ik mee leven. Het was vooral tijdens periodes dat ik heel erg moe was, dat het zich heel erg nadrukkelijk manifesteerde. Raakte ik de stoeprand tijdens het parkeren, dan was ik ervan overtuigd dat ik iemand had aangereden. Dus reed ik er nog eens langs, om zeker te zijn. Of ik bleef maar naar de verkeersinformatie luisteren, omdat ik zeker was dat ik op de autostrade iemand had omvergereden."

'Extreem vermoeiend'

Dan is er dus die ene anekdote die hij niet wil vertellen. "Omdat het zo belachelijk is." Pas na plechtig beloven dat er niet gelachen zal worden, steekt hij van wal. "Ik ben altijd bang dat mijn lichaam het zal laten afweten. Dus toen ik zo'n half jaar geleden pijn had in de onderbuik, ging ik meteen naar de huisarts. Ik was ervan overtuigd dat ik een ontsteking van de urinewegen had. 'Oké, we gaan u onderzoeken', zei de huisarts. Maar alles bleek in orde."

"Toch bleef het in mijn hoofd malen. 'Wat als er toch echt iets fout was? Wat als ze het hadden gemist?' Dus ging ik elders nog een second opinion vragen. Weer niks. Maar ik bleef zeker dat ik iets mankeerde.  Uiteindelijk ben ik op een bepaald moment zelfs op de spoed beland. Ik zie mezelf daar nog zitten, er heilig van overtuigd dat ik ziek was. Uiteindelijk ben ik bij een uroloog beland. 'Er is misschien een kleine kans dat het iets met uw blaas te maken heeft', zei die. Zoiets moet je tegen mij natuurlijk niet zeggen. Nu was ik zeker dat het mijn blaas was."

"Het is zelfs zo ver gegaan dat ik een prostaatonderzoek heb gehad. Gewoon 'kwestie van zeker te zijn'. Terwijl: er was niks. Geen enkele arts vond iets. Op een bepaald moment zei mijn huisarts: 'Laat het los. Ik ben stilaan bang om iets tegen je te zeggen, want je creëert telkens je eigen versie van de feiten.' Het was ook toen dat zij besefte dat er meer speelde en ze heeft me doorverwezen naar een psychiater. De grens was bereikt. Maar je ziet: ik moet dus eerst een paar checks door. Pas als iemand met voldoende autoriteit het mij zegt, geloof ik het. Om het daarna toch opnieuw in twijfel te trekken. Extreem vermoeiend is dat."

Schaamte

Die hang naar controle en geruststelling is typisch voor mensen met OCS. "Ze zoeken het op Google, gaan nog eens naar de huisarts... Hoe meer je die geruststelling extern gaat zoeken, hoe minder je gaat vertrouwen op je eigen gezond oordeel", zegt Impens. "Op korte termijn werkt die geruststelling. Maar op lange termijn word je afhankelijk."

Het vreemde is dat de patiënten perfect weten dat hun obsessieve gedachten irrationeel zijn. Maar de gedachten overvallen hen en veroorzaken zoveel spanning dat ze toch maar die handeling stellen. "Net daarom schamen ze zich er ook zo voor", zegt de klinisch psychologe. "Van alle angststoornissen speelt bij OCS schaamte het meest. Het verklaart waarom zo weinig mensen er hulp voor zoeken. Het zou naar schatting bij 7 procent van de studenten voorkomen, maar nog geen half procent stapt naar een arts."

Bij de algemene bevolking zou naar schatting 2 procent met een dwangstoornis kampen. Dat is veel, meer dan pakweg mensen met diabetes type 1. Het komt in alle vormen en soorten: teldwang, smetvrees, controledwang, magische gedachten, agressieve gedachten, symmetriedwang... Niet zelden gaat het na enige tijd gepaard met depressie of verslavingen, net omdat mensen vaak geen hulp durven te zoeken. In die zin vermoeden experts dat die 2 procent nog een grove onderschatting is en dat in realiteit veel meer mensen tellen, checken, tikken of poetsen.

Coming-outstress

Meestal manifesteert OCS zich in de vroege puberteit, rond 11, 12 jaar. Een tweede piek komt er rond de leeftijd van 20 jaar. Herkenbaar, vindt Wauters. Hij  herinnert zich hoe hij als 9-jarige al dwanggedachten had. "Onreine religieuze gedachten waren dat. Terwijl: ik was heel katholiek en zelfs misdienaar in de kerk. 'Maria is een hoer en Jezus is een homo', klonk een stem in mijn hoofd, waarop ik begon te huilen. 'Ik heb allemaal rare gedachten over Maria', zei ik aan mijn moeder toen die vroeg wat er scheelde. 'Dat gaat wel over', zei ze. Maar ik denk dat het dus al altijd in mij heeft gezeten."

Beeld Damon De Backer

Na zijn achttiende namen de symptomen toe. "Mijn coming-out heeft daartoe bijgedragen. Thuis hebben ze daar heel erg slecht op gereageerd. Mijn moeder wou me naar een psychiater sturen. Achteraf is ze bijgedraaid, maar op dat moment liep het ongelooflijk stroef. De stress die dat met zich meebracht, deed de dwanggedachten toenemen. En dan moest ik nog beginnen aan het Conservatorium van Antwerpen. (lacht) Een opleiding waar je je letterlijk bloot moest geven. Het is afzien geweest. Er waren dagen dat ik drie keer per dag van T-shirt moest wisselen, omdat ik door angstaanvallen nat was van het zweet."

Neurostimulatie

Zulke stressfactoren kunnen dwang uitlokken, zeggen specialisten. Pestgedrag, seksueel misbruik, een trauma: allemaal worden ze mogelijke triggers van OCS genoemd. Maar ze verklaren de dwangstoornis niet. Want niet iedereen die ooit gepest werd of slachtoffer was van seksueel misbruik, krijgt OCS. Waarom de ene wel en de andere niet? "Dat is de hamvraag in de psychiatrie natuurlijk", zegt psychiater Chris Bervoets (UPC KU Leuven), gespecialiseerd in OCS. "Dat weten we niet. Er lijkt een genetische component te spelen. Het komt vaker voor in dezelfde familie. Maar met genen alleen verklaar je het niet."

Ook dat herkent Wauters. Zijn moeder en grootmoeder hadden dezelfde zwaarmoedigheid en kampten met depressies. Al was dat niet iets waar thuis openlijk over werd gesproken. "Het bleef bedekt. Zelf ben ik ook heel erg goed geweest in het camoufleren van mijn dwanggedachten en -handelingen. In 2010, het jaar nadat mijn moeder was gestorven, had ik een gelijkaardige zware periode, met angsten, kronkelende gedachten en slaapproblemen. Toen had ik zelfs angstaanvallen. Maar ik had veel verlof, dus kon ik op die manier enigszins recupereren. Op het werk hebben ze nooit iets gemerkt. Je leert het te verbergen."

Vrienden, familie, tot voor kort wisten ze niet dat de immer vrolijke Wauters eigenlijk een dwangstoornis heeft. Toen hij bijna een jaar geleden met burn-out op non-actief werd gezet, viel zowat iedereen uit de lucht. "'Jij toch niet?', zeiden ze me. Ze begrepen niet dat het mij overkwam." Met deze 'coming-out' hoopt hij dat het andere mensen kan helpen. "Het heeft mij zoveel tijd gekost om te achterhalen wat er precies scheelde. Je denkt dat je gek bent en dat je de enige bent met zulke idiote gedachten. Wie zich hierin herkent, kan ik bij deze verzekeren dat ze niet alleen zijn."

Juiste diagnose, juiste hulp

Sinds kort slikt Wauters een heel licht antipsychoticum. Het hult de dwanggedachten in een nevel, waardoor ze minder nadrukkelijk aanwezig zijn. Ook gedragstherapie zou moeten helpen. "OCS is bovendien de enige psychiatrische stoornis waar neurochirurgie bij helpt", zegt psychiater Bervoets. "We weten dat de orbitofrontale kwab in de hersenen een grote rol speelt. Met neurostimulatie kun je in bepaalde gevallen de symptomen wegnemen. Maar de selectie is streng. In ons land worden maar acht patiënten toegelaten per jaar. En de selectie halen, staat evenmin garant voor succes."

De radiopresentator hoopt nu vooral dat de juiste diagnose hem nu naar de juiste hulp kan leiden. Dat er wat meer rust kan komen in zijn bovenkamer en dat niet alles tot in den treure gecheckt en gedubbelcheckt moet worden. "OCS heb je voor het leven. Er is hier geen magische oplossing voor en dat besef maakt het nog net iets zwaarder. Anderzijds moet het beter kunnen dan de voorbije jaren. Je verhaal doen, lucht sowieso al op."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234