Zondag 21/04/2019

Etienne Davignon

“Albert moet Delphine erkennen als zijn dochter. Het is niet langer een schandaal”

Beeld Saskia Vanderstichele

Graaf Étienne Davignon (86) heeft drie levens geleid: in de diplomatie, de politiek en het zakenleven. Zo komt het dat je het met hem, tijdens één en hetzelfde interview, kunt hebben over een voetbalmatch met Henry Kissinger, het afschakelplan, Delphine Boël én ons koloniale verleden. Intussen balanceert hij tussen Brusselse bonhomie en Engelse flair. “Macht is geen pretje, tenzij voor types als Mussolini.”

In het glazen kantoor van energieproducent Engie, dertien hoog in de Brusselse Noordwijk, lijkt Étienne Davignon al ontstegen aan aardse beslommeringen. Maar dat is een verkeerde indruk: de arrangeur van de Belgische haute finance is niet onthecht. Hij is ongrijpbaar. En hij weet verdomd goed wat hij zegt. Graaf Davignon is nog altijd een diplomaat.

Meneer Davignon, haast niemand heeft zo'n goed gevuld adressenboekje als u.

Etienne Davignon: “Ik heb de kans gekregen veel mensen te leren kennen. Van jongs af aan heb ik de overtuiging gekoesterd: de persoon maakt het verschil. Ik heb ook contact gehouden als ik een andere weg insloeg. Maar dat kan natuurlijk alleen als je op dezelfde lijn zit, anders zeggen mensen algauw: (met een plat Brussels accent) 'Wie is dein pee?’” (lacht)

U kunt zowel Jean-Claude Juncker als Emmanuel Macron even opbellen. De oude én de nieuwe macht, u staat er nog altijd middenin.

“Dat zijn de kansen van het leven.”

Of u bent makkelijk in de omgang?

“Ik ben in mensen geïnteresseerd, niet uitsluitend in hun beroep. En ik heb geluk gehad. Met Henry Kissinger had ik bijvoorbeeld al een uitstekende band toen ik zelf niets voorstelde.”

U ging samen naar het voetbal.

“Normaal gesproken zou hij in 1985 naar Liverpool–Juventus komen kijken: het Heizeldrama. Ik had hem uitgenodigd met Gianni Agnelli, de topman van Fiat – ik zat er toen in de raad van bestuur. Gelukkig was ik vroeg genoeg ter plaatse om Kissinger te waarschuwen: 'Blijf hier weg!'

“U weet, ik heb een tijdlang veel te maken gehad met Carlo De Benedetti (Italiaans industrieel die de Generale Maatschappij wilde overnemen, red.). Op een dag liet mijn secretaresse weten dat Agnelli aan de lijn hing. Het was geen geheim dat hij De Benedetti niet lustte. 'Wéér dat gezeur!' zei ik. Maar het was voor iets anders. 'Men zegt dat ik Marc Degryse naar Juventus moet halen’, zei Agnelli. 'Is dat een goed idee?' (lacht) Op dat ogenblik speelde hij bij Brugge.”

En, wat hebt u geantwoord?

“Ik weet het niet meer.”

Degryse is toen naar uw club gegaan, Anderlecht.

(knikt)

Hebt u Kissinger bij de Bilderbergconferentie leren kennen?

“Kissinger was lid van de Amerikaanse tak van de organisatie, maar ik had hem al vroeger ontmoet, als professor aan de universiteit van Harvard.”

Macron is wel een kennis van Bilderberg.

“Hij is daar twee keer geweest, ja.”

En David Rockefeller?

“Rockefeller was één van de stichters.”

Bilderberg is een groep van mythische allure en staat bekend als 'de schaduwregering van de wereld'.

“Als dat waar was, zouden we allemaal moeten opstappen: je kunt onmogelijk trots zijn op de huidige toestand van de wereld (lacht).

“Bilderberg is ontstaan na de Tweede Wereldoorlog, toen de relatie tussen de VS en Europa slabakte en de Amerikanen weer toenadering zochten. We komen één keer per jaar enkele dagen samen, zonder vrouwen. Een honderdtal mensen van allerlei slag: politici, academici, mediamensen, vakbondsleiders, industriëlen. We praten over de betrekkingen tussen Europa en Amerika, maar ook over andere dingen. En aan het eind maken we geen besluiten op. Ieder trekt zijn eigen conclusies.”

Een uitzonderlijk netwerkevent?

“Dat is het zeker: je ontmoet mensen die je in andere omstandigheden niet te zien krijgt.”

Maar geen superloge, zegt u?

“Nee, het is ook niet geheim: elk jaar maken we de lijst van de bezoekers en de onderwerpen bekend. De inhoud van de discussie maken we niet publiek. Het is belangrijk dat mensen vrijuit kunnen spreken.”

Niemand weet beter wat macht is. Hoe zou u het begrip definiëren?

(blaast) “Dat is één van de grootste geheimen. Macht is voor iedereen anders. Als bedrijfs- of regeringsleider heb je een zekere macht, al hangt het natuurlijk af van welk bedrijf of welke regering.”

U komt uit een klein land. Toch beweegt u zich moeiteloos tussen de groten der aarde.

“Als je in de Europese Unie spreekt met een bordje van België voor je neus, zullen de grote landen alleen naar je luisteren als ze vermoeden dat je kunt bijdragen aan een oplossing. Je moet nuttig zijn. Heel wat Belgen zijn daarin geslaagd: Spaak, Harmel, Tindemans, Van Miert, Verhofstadt, Van Rompuy. Dat zijn geen mensen die een rol spélen. Ze hebben een rol gekrégen. Begrijpt u?”

Beeld Saskia Vanderstichele

Wanneer hebt u het meeste macht gehad?

“Tijdens de staalcrisis, toen ik Eurocommissaris was. Toen hebben we drie jaar lang de controle over de hele industrie overgenomen. Dát was macht. Maar daar hoorde ook verantwoordelijkheid bij, vergis u niet: je beseft heus wel wat de sociale gevolgen van je beslissingen zijn. Macht is geen pretje, tenzij voor types als Mussolini.”

U wekt anders de indruk dat het u Siberisch koud laat.

“Dat moet je doen, om anderen gerust te stellen. Als je laat zien dat je twijfelt, ben je op slag je autoriteit kwijt.”

U bent, tot twee keer toe, bijna voorzitter van de Europese Commissie geweest. Is die mislukking u zwaar gevallen?

“De tweede keer is het in extremis Jacques Delors geworden. Hij heeft het voortreffelijk gedaan. Dat stemde me blij: ik vind het succes van de Europese Unie belangrijker dan eigen glorie. Ik ben ook helemaal niet zeker dat ik het even goed zou hebben gedaan.”

U kent het groene monster van de jaloezie niet?

“Ik ben niet jaloers of rancuneus. Je mag ook niet vergeten dat ik al acht jaar lang het beste van mezelf had gegeven als Eurocommissaris. Onderschat de slijtage van de macht niet. Op een bepaald moment vinden anderen het welletjes geweest en is het tijd voor iets anders. In mijn geval: het bedrijfsleven, bij de Generale Maatschappij.”

U wordt weleens een arrangeur genoemd. Maar ik durf te wedden dat u het Engelse alternatief verkiest: dealmaker.

“Je moet weten waar je naartoe wilt, maar een doel bereik je niet alleen. Je hebt vrienden nodig, je moet allianties sluiten. Je moet dus praten en luisteren, en met die informatie een consensus bereiken.”

De Generale, Electrabel, Brussels Airlines: u hebt enkele van de grootste Belgische bedrijven – onze kroonjuwelen – aan het buitenland verkocht. En toch bent u nog altijd Belg par excellence. Hoe verklaart u dat?

“Als je vaststelt dat een Belgisch bedrijf in tijden van globalisering niet groot genoeg meer is, moet je kiezen tussen de nationaliteit of de toekomst van een bedrijf. Engie (het voormalige Electrabel, red.) is nog altijd het grootste elektriciteitsbedrijf van dit land. De werknemers zijn niet het slachtoffer geworden omdat er een andere eigenaar is.

“Toen Carlo De Benedetti met zijn overnamebod voor de Generale kwam, heb ik de Belgische regering voorgesteld om 20 procent van het kapitaal te kopen. Ze hebben het niet gedaan. Oké, maar dan moet je niet boos zijn als het bedrijf wordt overgenomen door Suez.

“En in het geval van Brussels Airlines: iedereen wist dat Lufthansa vroeg of laat alle aandelen zou overnemen. Maar toen het gebeurde, was de verontwaardiging groot: 'We zijn onze nationale luchtvaartmaatschappij kwijt.' Op dat moment hadden we twee slechte jaren achter de rug. Lufthansa was de enige die een oplossing bood, vanuit de overheid kwam geen hulp. En dan ben ik de grote boosdoener?”

Wanneer wordt Brussels Airlines omgedoopt tot Eurowings?

“De naam zal behouden blijven zolang we ervan overtuigd zijn dat het alternatief niet méér oplevert.”

U had een garantie voor twee jaar, maar die is verstreken.

“Het is nog altijd Brussels Airlines.” (lachje)

Bent u daar trots op?

“Nee, tevreden. De anderen doen het werk, hè .” (lacht)

Groene stroom

U bent geboren in Boedapest, intussen het terrein van Viktor Orbán. Wat roept Hongarije bij u op?

“Ik maak me grote zorgen.”

Staat Orbán voor een ander Europa of is hij eenvoudigweg anti-Europa?

“Hij staat voor een Poetin-achtige vorm van regeren: 'Ik beslis voor de anderen.' Hij is belust op autoritaire macht: hij hecht geen belang aan de minderheid, terwijl die in een democratie ook haar rechten heeft.

“Ik ben bezorgd over de neiging tot autocratie in vele Europese landen. Het enige goede aan de brexit is dat de 27 andere leden van de EU inmiddels hebben begrepen dat een vertrek geen goed idee is .” (lacht)

Ziet u de jaren 30 terugkeren?

“Je ziet dingen waarvan je dacht dat je ze nooit meer zou zien: de antisemitische uitval van gele hesjes naar de joodse filosoof Alain Finkielkraut, populisme, Matteo Salvini in Italië.”

Bent u bang voor oorlog?

“Ik ben bang dat we het vermogen verliezen om zelf onze toekomst te bepalen. Als de wereld verandert, moeten wij mee. De wereld zal echt niet op ons wachten.”

Valt het tij nog te keren?

“Meneer, ik heb zovéél heures de la dernière chance meegemaakt.” (lacht)

U houdt kantoor bij Engie-Electrabel. Afgelopen winter dook de angst voor een stroomtekort weer op. Is dat een beschaafd land als België niet onwaardig?

“De Europese Commissie heeft enkele jaren geleden beslist dat je de productie en distributie van elektriciteit moet scheiden. In veel landen is dat gebeurd, in België niet. De staat is verantwoordelijk voor de capaciteit, maar dat hebben ze hier nog altijd niet begrepen: er was geen reserve aangelegd.

“Toen er plots extra capaciteit nodig was, hebben wij dat probleem opgelost: we hebben biocentrales opgestart, schepen met stroomgeneratoren laten komen, alle stroom opgekocht die we konden kopen, een kerncentrale vroeger dan gepland geopend... Zo hebben we ons erdoorheen geslagen. Maar het probleem blijft: de staat zal in de toekomst voldoende stroom moeten voorzien. Dat is haar verantwoordelijkheid, niet die van Engie of Elia.”

Kerncentrales vallen in België wel erg vaak uit. Is het tijd voor een kernuitstap?

(denkt lang na) “De beslissing om centrales op non-actief te zetten, heeft niets te maken met hun goede werking. Alleen met veiligheidsvoorschriften.”

Vindt u de kernuitstap vanaf 2025 een goed idee?

“België heeft verplichtingen tegenover de EU qua CO2-uitstoot. De vraag is: kunnen we die nakomen zonder kerncentrales?”

Antwoordt u maar.

(hoofdschuddend) “Als België de norm overschrijdt, zal het boetes moeten betalen. En wat met onze stroom als het weer tegenzit, terwijl we afhangen van windmolens en zonnepanelen?”

Moeten we nieuwe centrales bouwen?

“Centrales zoals we ze nu kennen? Nee. Maar we kunnen evolueren naar kleinere centrales en thoriumcentrales.”

Gelooft u in groene energie?

“Jazeker, maar slechts voor een deel: het is bijkomende productie. Groene energie biedt geen garanties.”

Hoe kijkt u naar de jongeren die onder de Engie-toren betogen voor een beter klimaat?

“Als jongeren zich inlaten met een maatschappelijke kwestie, tonen ze interesse in onze samenleving. Daar kun je niet anders dan opgetogen over zijn. Overdrijven ze? Dat hoort bij betogen. In mijn jeugd heb ik net hetzelfde gedaan. Als ik moet kiezen tussen 'I couldn't care less' en 'I care too much', kies ik voor het laatste.”

Standbeeld Leopold

Hebt u het vernieuwde AfricaMuseum al bezocht?

“Ik ga binnenkort.”

Begrijpt u de kritiek dat het museum te weinig aandacht zou schenken aan de negatieve aspecten van de kolonisatie?

“Die kritiek lijkt me overdreven. Feiten van vroeger mag je niet beoordelen aan de hand van de huidige waarden. Je moet het juiste evenwicht bewaren. David Van Reybrouck is daar met zijn boek Congo uitstekend in geslaagd: aan de hand van getuigenissen van gewone Congolezen heeft hij onze koloniale erfenis geschetst, met haar goede én slechte aspecten.

“Vorige week hebben ze in Katanga besloten een Tuin van het geheugen te bouwen. Weet u wie daar een standbeeld krijgt? Leopold II. Voor de Congolezen maakt hij ook deel uit van hun verleden, met zijn goede en slechte kanten. Ik weet dat er onder zijn regime verschrikkelijke dingen zijn gebeurd in Congo – en ik veroordeel die ten stelligste – maar je mag de tijdgeest niet vergeten: in diezelfde periode werkten in ons eigen land kinderen van 8 jaar in de koolmijnen.”

Voor u is Leopold II geen massamoordenaar zoals Hitler?

“Het zal u misschien verbazen, maar ik was er niet bij (lacht). Kijk, er is ooit een fictief proces tegen Leopold II gehouden: hij heeft dat gewonnen. Niemand weet hoeveel mensen door zijn toedoen zijn omgekomen, omdat niemand weet hoe groot de bevolking van Congo indertijd was.”

Sinds het boek Rood rubber (1985) van Daniël Vangroenweghe weten we wel met welke terreur Leopold II de orde handhaafde: arbeiders die op katoenplantages hun quota niet haalden, werden de handen afgehakt. Anderen werden geëxecuteerd, vrouwen werden verkracht.

“Nogmaals, er zijn onaanvaardbare dingen gebeurd. Elk Congolees slachtoffer was er één te veel. Maar is dat het hele verhaal? Eén voorbeeld: toen Congo in 1960 onafhankelijk werd, lag het gemiddelde opleidingsniveau hoger dan in Griekenland.”

De meeste Vlaamse politieke partijen pleiten, naar aanleiding van een VN-rapport, voor excuses. U bent daar niet voor gewonnen?

“Dat is geen rapport van de Verenigde Naties, hè. Het is een verslag van een werkgroep van een subcommissie van de Verenigde Naties. Vier mensen hebben dat in vijf dagen gemaakt. U weet als journalist ook: in dat tijdsbestek voer je geen ingewikkeld onderzoek uit. Maar zo'n verslag komt naar buiten, de emoties lopen hoog op, en plotseling hebben politici het over excuses (zucht). Hebben de Engelsen zich geëxcuseerd voor wat zich in India heeft afgespeeld? De Fransen? De Portugezen? Soyons sérieux: een excuus is pas waardevol als een persoon oprecht spijt heeft van zijn daden. Belgisch Congo is ontstaan in 1908. Hoe kan de huidige regering zich excuseren voor wat anderen een eeuw geleden hebben gedaan? Als Congolees zou ik niets met de excuses van de Belgische regering kunnen aanvangen.”

N-VA-voorzitter Bart De Wever wijst in de richting van het koningshuis. De grootste misdrijven zijn gepleegd door Leopold II, zegt hij, daarom is een koninklijk pardon op zijn plaats. Moet Filip zich verontschuldigen?

“Een man als Bart De Wever zou moeten weten dat Congo-Vrijstaat van Leopold II in wettelijk opzicht niet meer bestond vanaf het moment dat België de schenking ervan aanvaardde.”

Kortom: Filip moet niks doen?

“De Belgische staat had de schenking kunnen weigeren, dat heeft ze niet gedaan. Mijn grootvader, die op dat moment minister van Buitenlandse Zaken was, heeft namens de Belgische regering zijn handtekening geplaatst. Bon, ben ik dan verantwoordelijk voor wat mijn grootvader heeft gedaan? Dat is een beetje scherp, hè.” (lacht)

Beeld Saskia Vanderstichele

Heeft uw grootvader geaarzeld voor hij tekende?

“Geen idee, hij is vroeg gestorven, ik heb hem nooit gekend. Vermoedelijk was er wel enige aarzeling mee gemoeid, maar die gaat verloren in de geschiedenis. Geschiedenis gaat over feiten.

(Denkt na) “Kijk, het is volkomen normaal dat premier Verhofstadt zijn excuses heeft aangeboden aan Rwanda. Het vertrek van de Belgische para's heeft mede geleid tot de genocide. Dat was een fout, die moet je erkennen tegenover de slachtoffers die nog leven. Maar een algemene verantwoordelijkheid opnemen voor slachtoffers van vier of vijf generaties geleden, wat voor zin heeft dat?”

Uw grootvader heeft de kolonisatie vanop de eerste rij meegemaakt, u de dekolonisatie. 'Een catastrofe,' noemde u het.

“Daar blijf ik bij. We hadden een project dat op lange termijn tot dekolonisatie zou leiden: we waren begonnen met het verstrekken van middelbaar onderwijs, het hoger onderwijs zou volgen. We voerden grote infrastructuurwerken uit. Eén ding hebben we verkeerd ingeschat: als de economische toestand van een volk verbetert, wil het ook deelnemen aan de macht. Dat hebben we niet toegestaan. En plotseling zijn we van het ene uiterste naar het andere gegaan: in een half jaar was Congo onafhankelijk.”

Hoe verklaart u die plotselinge ommekeer?

“Congolese politici kwamen in opstand omdat de macht te traag werd overgeheveld. Er braken rellen uit. En in ons land bestond geen politiek draagvlak – de kolonie was niet populair bij de Belgische bevolking. Wij dachten ook verkeerdelijk dat het na de onafhankelijkheid wel zou loslopen: 'Vandaag zijn we nog de beleidsvoerders, maar morgen zullen we de adviseurs zijn.' Zo werkt het natuurlijk niet: je hebt het alleen voor het zeggen als je de baas bent.

“Wij zijn verantwoordelijk voor de chaos die na juli 1960 is ontstaan. Daarom blijft het, tot vandaag, onze plicht de Congolese regering bij te staan als zij daarom vraagt.

“Je kunt zo'n groot land niet blindelings toevertrouwen aan mensen zonder enige bestuurservaring.”

Als Félix Tshisekedi, de onwettig verkozen president van Congo, ons nodig heeft, moeten wij klaarstaan?

“Als zijn regering een minimum aan orde waarborgt, moeten wij helpen. Je moet werken met de regering die er is, of je dat nu prettig vindt of niet.”

Geen complot

Terug naar de eerste maanden na de onafhankelijkheid. Hoe belangrijk was de moord op Lumumba, de eerste premier van het onafhankelijke Congo?

“Het was geen goede zaak. Maar die moord is niet beraamd door België, het was een Congolees conflict. President Joseph Kasavubu had Lumumba ontslagen als eerste minister, Lumumba erkende die beslissing niet. Het gevolg was complete verlamming. De nieuwe regering trad niet in werking, de oude bestond niet meer. Daarop hebben VN-soldaten Lumumba gevangengenomen en overgebracht naar Katanga (dat zich, met Belgische steun, van Congo had afgescheurd, red.). Daar hebben ze hem vermoord.”

Er waren Belgen bij de moord betrokken.

“Enkele huurlingen, ja. Maar de parlementaire onderzoekscommissie heeft vastgesteld dat de Belgen de moord niet hebben georganiseerd.”

Ludo De Witte, de schrijver van De moord op Lumumba, wijst met een beschuldigende vinger in uw richting. Ook de familie van Lumumba heeft een klacht tegen twaalf Belgen ingediend voor betrokkenheid bij de moord. U bent één van die twaalf.

“Hoe oud is die klacht inmiddels? Daar zal niets uit voortkomen. In 1960 was ik diplomatiek stagiair bij Buitenlandse Zaken. Zou ik als 28-jarige stagiair zoiets kunnen organiseren?”

U hebt misschien geholpen.

“Alle schriftelijke adviezen van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan Moïse Tshombe, president van Katanga, waren eensluidend: 'Neem Lumumba niet gevangen!' Tshombe heeft het tóch gedaan. (Zwijgt) Het moeilijkste wat er is: bewijzen dat je iets níét hebt gedaan.”

De onderzoekscommissie heeft wel Belgische betrokkenheid vastgesteld: onze regering wist perfect wat er stond te gebeuren.

“Nee, daar vergist u zich: de Belgen, die geen voorstanders van Lumumba waren, hebben misschien niet geadviseerd Lumumba niet te vermoorden. Maar ze hebben zeker niet geadviseerd hem wél te vermoorden.”

Koning Boudewijn heeft een telegram in handen gehad waarin stond dat men Lumumba zou 'elimineren'.

“Elimineren, wat betekent dat? Wij hebben als land geen traditie in geheime diensten en operaties.”

De Amerikanen wel.

“De Amerikanen hebben het ook niet gedaan. Vergeet niet: president Kennedy heeft Lumumba in juli 1960 als een held in Washington ontvangen. Later heeft Lumumba Amerika ontgoocheld, en hebben ze hun houding veranderd. Maar een complot? Nee, dat is nonsens.”

Beeld Saskia Vanderstichele

Op bezoek bij Hitler

U werkte jaren als diplomaat in Congo. Was u achter de schermen de architect van het Belgische Afrikabeleid?

“Het is niet omdat je erbij bent, dat je de architect bent.”

U was piepjong, u was getalenteerd, maar uw achtergrond speelde ook in uw voordeel: de Davignons zíjn België.

“Wij zijn publieke dienstverleners van dit land: mijn betovergrootvader zetelde in het Nationaal Congres (de eerste wetgevende vergadering van het onafhankelijke België, red.), mijn grootvader was minister van Buitenlandse Zaken, mijn vader diplomaat.”

'Publieke dienstverlening', zegt u. Is dat de nederigheid van de adel?

“Dat heeft met de aard van mijn familie te maken. Mijn vader wilde niet in de politiek, daarom is hij in de diplomatie gegaan. Ik wist niet of ik hem wel wilde volgen – ik hield niet van cocktails en diners – maar ik had diep respect voor mijn vader. Dus ik zei: 'Ik probeer het.' Ik slaagde voor mijn opleiding als diplomaat, en daarna hebben de gebeurtenissen in Congo me verder gestuwd. C'est la vie.

Uw ouders waren allebei nauw betrokken bij het koningshuis. Uw moeder was eredame van Elisabeth, de vrouw van Albert I.

A person in her own right (lacht). Mijn moeder hielp haar met culturele dingen, niet te vergelijken met de rol van mijn vader bij Leopold III.”

Uw vader was zijn adviseur tijdens de Tweede Wereldoorlog.

“Dat heeft hem zijn carrière gekost. Toen de oorlog in 1940 uitbrak, is hij vanuit zijn standplaats in Berlijn naar Brussel teruggekeerd. Hij heeft mijn broer en mij in Zwitserland ondergebracht met de boodschap: 'Als ik in België alles op orde heb, kom ik jullie halen.' Dat heeft hij uiteindelijk in 1944 gedaan – een beetje later (lacht).

“Leopold III heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog een beroep gedaan op mijn vader. De Belgische regering zat in Londen, maar Leopold III probeerde in Brussel een nieuwe regering te vormen, waarin mijn vader minister van Buitenlandse Zaken zou zijn. Mijn vader is ook met Leopold III op bezoek gegaan bij Adolf Hitler, in Berchtesgaden. Met als gevolg dat hij na de oorlog werd beschouwd als een soort collaborateur – het einde van zijn diplomatieke carrière. Hij was de jongste ambassadeur in de Belgische geschiedenis, maar na de oorlog was er geen enkele post meer voor hem.”

Heeft uw vader een fout begaan?

“Bij het uitbreken van de oorlog was hij beter naar Londen gegaan in plaats van naar Brussel.”

Op visite gaan bij Hitler was ook geen goed plan.

“De titel van mijn vader luidde: 'ambassadeur van de koning'. Indertijd betekende dat wat. Hij had sterk geadviseerd om niet naar Hitler te gaan, maar de wens van de koning was bevel. Ik heb er nog altijd spijt van dat ik toen niet oud genoeg was om mijn vader de raad te geven: 'To hell with het bevel!'”

Koesterde uw vader rancune tegenover de koning?

“Hij was teleurgesteld, maar hij sprak er nooit over. Achteraf heeft hij een serieuze depressie gehad.”

Toch bent u een intimus van de Coburgs geworden. U staat ongeveer iedereen in de koninklijke familie bij met raad en daad.

“Als jarenlange voorzitter van de Bilderbergconferentie heb ik voorgesteld om prins Filip te introduceren. Zo hebben we elkaar leren kennen. Toen Laurent in de rats zat, heeft men mij ook gevraagd een beetje te helpen.”

En dan doet u dat?

“Zo dom ben ik. Soms overschat ik mezelf. Na de gebeurtenissen met mijn vader had ik gezworen dat ik in mijn leven niets met het hof te maken wilde hebben. De gezondheid van mijn vader was geknakt omdat een ander verkeerde keuzes had gemaakt. Maar goed, hoe lopen die dingen?”

U hebt een band met de familie Boël.

“Mijn oudere zus is getrouwd met Paul Boël. Jacques Boël (de wettelijke vader van Delphine, red.) is een neef.”

Hoe beoordeelt u het proces van Delphine Boël tegen Albert II?

“Ik heb dezelfde opinie als 90 procent van de Belgische bevolking.”

Albert II moet Delphine erkennen als zijn dochter?

(knikt) “Het is niet langer een schandaal. Het is ook niet de eerste keer dat in de koninklijke familie een buitenechtelijk kind wordt geboren. Met mijn gezond verstand kan ik de houding van koning Albert niet bevatten.”

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.