Vrijdag 24/05/2019

Portret

Albert Frère, de vleesgeworden mythe van de macht, is niet meer

Bernard Arnault en Albert Frère in Château Cheval Blanc. Beeld Photo News

Albert Frère is maandag op 92-jarige leeftijd overleden. Dat meldt de holding Groep Brussel Lambert. Frère geldt als de belangrijkste industrieel in het naoorlogse België. De man was de vleesgeworden mythe van de macht.

Het persbericht was summier, zoals het hoort bij de holding Groep Brussel Lambert, en de familie Frère. “Gedurende meer dan drie decennia is GBL, onder zijn leiding, één van de grootste holdingbedrijven in Europa geworden. Zijn professionele en menselijke kwaliteiten hebben onze groep diep getekend. De begrafenis zal in strikte familiale kring plaatsvinden.”

Het typeert de man die al bij leven een heuse mythe was geworden. In de lijst van rijkste mensen op aarde, van het tijdschrift Forbes, prijkt Frère al jaren als rijkste Belg. Forbes schatte zijn vermogen in 2018 op 5,8 miljard dollar. Frère was een groot liefhebber van kunst. Hij heeft enkele belangrijke kunstwerken in zijn collectie hangen en is een bewonderaar van Dalí, Breughel, Magritte en Delvaux.

Zijn leven lang zocht onze eigen Warren Buffett twee dingen: geld en respect. De man die nooit op pensioen zou gaan, zoals hij in een zeldzaam interview liet optekenen, ging het pas op z’n 89ste wat rustiger aan doen. In 2015 legde hij officieel zijn mandaat neer als topman van GBL (de investeringsholding waarmee Frère zijn strategische belangen aanhoudt).

Ambitie en neus voor zaken

Amper 23 kilometer ligt er tussen Albert Frères geboortedorp Fontaine-l’Evêque en zijn laatste woonplaats Gerpinnes, even ten zuiden van Charleroi. Dat, plus een opgebouwd vermogen van zo’n 5,8 miljard euro. Wat een contrast met Alberts jonge jaren. Amper vier was hij, toen hij zijn vader Oscar verloor. Zijn moeder Madeleine Bourgeois moest van dan af in haar eentje de ijzergroothandel Frère-Bourgeois Commerciale beredderen. Het waren moeilijke jaren voor Madeleine en de drie kinderen. Geld verdienen zou een belangrijke drijfveer worden in zijn leven, naast ‘respect krijgen’.

Veel ambitie heeft Albert Frère wanneer hij op zijn 18de in de ouderlijke zaak stapt. Met enkel een humanioradiploma Latijn-wiskunde op zak. “De enige universiteit waar ik naartoe ben gegaan, is die van het gezond verstand, het nadenken en de flair”, zei hij ooit.

Al vlug blijkt dat hij een ongelooflijke neus voor zaken en timing heeft. Vanuit de staalhandel van zijn ouders begint hij met export. De staalprijs explodeert door de oorlog in Korea, en Frère doet er zijn voordeel mee. Les Laminoirs du Ruau is het eerste bedrijf dat hij koopt. Het is 1954, Albert Frère is 27 jaar en gaat nu ook zelf staal produceren. Als een gretige haan pikt hij in op het wijdverbreide Waalse staalbekken met zijn vele fabrieken. Tegen 1968 staat hij aan het hoofd van het consortium Hainaut-Sambre, de nummer twee van het land. Als in 1975 de staalcrisis uitbreekt, gaat Hainaut-Sambre een fusie aan met de toenmalige nummer één, Cockerill. Een reus is geboren: Cockerill-Sambre.

Een van de drijvende krachten achter het samengaan was toenmalig PS-boegbeeld André Cools. Die wilde de sector en de banen redden, en zette het zogeheten Staalplan in de steigers.

Afscheid van Albert Frère Beeld Photo News

Albert Frère toont zich in de periode die volgt, een uiterst geslepen zakenman. Hij zonderde de handelsactiviteiten af van de productie, die in overheidshanden komt. Gevolg: de verlieslatende productie soupeert enorme overheidsbudgetten op, terwijl Frère met de verkoop van het staal handenvol geld blijft verdienen. Pas in 1983 komt een einde aan die toestand, wanneer Frère eindelijk ook de handelsactiviteiten verkoopt aan de overheid. Hij strijkt er 47 miljoen euro voor op. Die restanten kennen we vandaag als ArcelorMittal.

In die bewogen staaljaren legt Frère ook de kiemen voor een tweede carrière, door zich in te kopen bij de Franse bank Paribas en Cobepa. Hij wordt financier. Samen met de Canadees Paul Desmarais, wiens familie tot vandaag een belangrijke partner is, verwerft hij een ‘controlebelang’ over de holding Groep Brussel Lambert, die op haar beurt een participatie in de Generale Maatschappij van België heeft, de moeder van letterlijk duizend bedrijven in ons land. Het zijn de gouden jaren van het ‘Belgique à papa’, van de Franstalige elite, de achterkamertjespolitiek en de holdings die voornamelijk zichzelf en hun aandeelhouders verrijkten.

Hold-up op Belgische economie

Op een koude januaridag in 1988 gaat er een siddering door die Belgische salons. De Italiaanse industrieel Carlo de Benedetti heeft in alle stilte een groot belang weten op te bouwen in de Generale Maatschappij en kondigt vrolijk aan dat hij een openbaar bod gaat uitbrengen op de rest van de Generale. Het is een soort van hold-up op de Belgische economie, zeg maar. De overnamepoging mislukt, door de mobilisering van de economische en financiële krachten in het land, tot het koningshuis toe. Maar uiteindelijk komt de Generale wel in buitenlandse handen: die van het Franse Suez.

Frère houdt zich gedurende de overnamestrijd op de achtergrond. Maar uit de geschiedschrijving weten we dat Carlo de Benedetti overleg heeft gepleegd met Frère voor hij zijn plannen publiek maakte. Op een bepaald moment is er zelfs gewerkt aan een alternatief mét Frère, maar uiteindelijk paste deze daarvoor. Via een ingewikkelde aandelenruil komt Albert Frère er wel beter uit. Hij zet een transactie op touw waardoor de Belgische energiesector, ondergebracht in Tractebel (voorloper van Electrabel) in handen komt van Suez (vandaag GDF Suez). In ruil voor de deal krijgt Frère de belangen van de Belgische petroleumgroep Petrofina, die hij later samenbrengt met de Franse groepen Elf Aquitaine en Total. “De gelegenheid maakt de dief, als ik het zo mag uitdrukken”, zei hij ooit laconiek.

Het zal Albert Frère het verwijt opleveren dat hij de Belgische kroonjuwelen verpatst heeft aan de Fransen, en zijn persoonlijk belang voorrang gaf op het algemeen belang. Instituten als Petrofina, Royale Belge, BBL, Tractebel en RTL verdwenen zo allemaal in buitenlandse, voornamelijk Franse handen. “Ik ben francofiel”, was de karige verklaring van Albert Frère. Zijn GBL heeft vandaag onder meer belangen in giganten als het Franse nutsbedrijf GDF Suez, de Franse oliereus Total, de Zwitserse dienstengroep SGS, de Belgische materialengroep Umicore, de Franse cementgroep Lafarge en het investeringsfonds Sagard.

Franse vrijage 

Albert Frère zou lange tijd met argwaan bekeken worden door de Belgische haute finance en door het Belgische hof. Hij verwierf op 19 juli 1994 toch een adellijke titel en mag zich sindsdien baron noemen. Van de weeromstuit richtte hij zich dan maar op Frankrijk, waar hij wel in de armen werd gesloten. In 2008 verleende de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy hem de Grande Croix de La Légion d’Honneur, de hoogst mogelijke onderscheiding bij onze zuiderburen.

Frères vrijage met Frankrijk, dat hij als zijn tweede vaderland ging beschouwen, verklaart voor een belangrijk deel de ambigue relatie die veel Belgen tot op de dag van vandaag hebben met de grootste zakenman uit de Belgische geschiedenis. Want groot is zijn imperium zeker. GBL heeft een vermogen van 19 miljard euro en is daarmee een van de grootste investeringsmaatschappijen van Europa. Voor Albert Frère was het verwerven van het wijndomein Cheval Blanc een vorm van ultieme bekroning. Hij aasde al langer op een prestigieus wijndomein in Frankrijk, maar het werd hem niet gegund. Hij zal geduld moeten oefenen tot 1998, wanneer zijn vriend Bernard Arnault (Louis Vuitton Moët Hennessy) hem er tijdens een vakantiediner in Saint-Tropez op attendeert. Samen slagen ze erin om Cheval Blanc te kopen. 124,5 miljoen euro is de onbevestigde som die het duo neertelt voor het domein. Maar vergis u niet: “Dit was geen emotionele oprisping, zoals velen zeggen. Dit is voor mij een investering vanuit het oogpunt van de rendabiliteit. Cheval Blanc bestaat al meer dan 150 jaar, en ik ben zeker dat het over 150 jaar nog bestaat.”

Beeld Photo News

Slechts één keer doet Albert Frère iets in zijn leven waar rendement of berekening geen voorrang krijgt. In mei 2000 richtte hij het Fonds Charles-Albert op. Een jaar na de dood van zijn gelijknamige zoon die op 19-jarige leeftijd het leven liet bij een auto-ongeval. Via dat fonds krijgen zwaar zieke kinderen paardentherapie, en is er ook een dagziekenhuis. Hij liet het Londense veilinghuis Sotheby’s al eens 3.000 exclusieve flessen wijn en champagne veilen. De opbrengst, 1,2 miljoen euro, ging naar het fonds. “Het is de verwezenlijking in mijn leven waar ik het meeste trots op ben”, zal Frère daar zelf over getuigen.

Met het overlijden van Albert Frère sluit economisch België een bladzijde om. De tijdsgeest is ook helemaal anders dan weleer. Frère was enorm veeleisend, voor zichzelf en zijn omgeving. Zijn woedeaanvallen zijn legendarisch. Toch heet het dat hij erg aimabel, zelfs humoristisch kon zijn. “En charmant, en gul,” zegt een insider. “Hij droeg zijn Waalse roots als kleine staalhandelaar altijd met zich mee.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.