Zaterdag 28/03/2020

Albert Bontridder

Er zit poëzie in zijn architectuur

Albert Bontridder (84) beoefent de merkwaardige en uitzonderlijke combinatie van dichter en architect. Poëzie en architectuur worden meestal beschouwd als disciplines die op gespannen voet met elkaar staan. Toch zijn er nogal wat overeenkomsten tussen zijn gedichten en de woningen die hij ontwierp. In de Brusselse Fondation pour l'Architecture opent vandaag een tentoonstelling over Bontridder en zijn dubbele oeuvre.

Brussel

Eigen berichtgeving

Eric Rinckhout

'Architecten lezen niet veel, ze kijken vooral naar plaatjes. Dichters kijken op hun beurt vreemd tegen architectuur aan. Ze lijken er geen vat op te krijgen en zoeken te vaak naar een symboliek, tot grote ergernis van de architect." Met die woorden introduceerde Francis Strauven gisteren Albert Bontridder. Strauven is professor architectuur aan de Universiteit Gent en publiceerde zopas een boek over de dichter-architect.

Bontridder is ook uitzonderlijk, omdat hij zich zowel in het Nederlands als in het Frans goed thuis voelt en in beide talen publiceerde. Het merkwaardige daarbij is dat hij als architect voornamelijk erkenning kreeg in Franstalig België en als dichter in Vlaanderen. Na zijn Franstalig literair debuut schreef hij zijn poëzie uitsluitend nog in het Nederlands, terwijl hij over architectuur vooral in het Frans heeft gepubliceerd. Al even merkwaardig is dat Bontridders architectuur, op enkele uitzonderingen na, nauwelijks belangstelling heeft gewekt bij literatoren, terwijl zijn poëzie voor de meeste architecten een gesloten boek bleef. Nochtans hebben zijn poëzie en architectuur nogal wat gemeen.

Bontridder werd in 1921 in Anderlecht geboren. Van kindsbeen was hij sterk geïnteresseerd in kunst en literatuur, hoewel hij uit een niet bijzonder gecultiveerd gezin kwam. Op school leerde hij Jan Walravens kennen, de latere peetvader van het literaire modernisme in Vlaanderen. Het werd het begin van een lange en duurzame vriendschap. Bontridder en Walravens bezochten zoveel mogelijk avant-garde-expo's in Brussel en probeerden zoveel mogelijk modernistische literatuur te lezen. In 1951 debuteerde Bontridder met poëzie en oogstte bewondering bij Louis Paul Boon, die zijn gedichten oorspronkelijk hoger inschatte dan die van Hugo Claus.

Zowel voor Boon als voor Claus maakte Bontridder een architecturaal ontwerp. In 1952 tekende hij woning Isengrimus voor Louis Paul Boon in Erembodgem. "Het is nog geen rijp werk", zegt Strauven. Boon had aan Bontridder gevraagd een huis te ontwerpen dat zo goedkoop mogelijk was. Boon wou zich als schrijver niet alleen verplaatsen in de situatie van de bezitloze, hij wás dat toen ook. Uiteindelijk maakte Bontridder een bijzonder compact volume, waarover Boon zich later vaak vrolijk zou maken: volgens de schrijver had de architect zich vergist en het huis achterstevoren gebouwd. De voordeur stond immers aan de achterkant. "Dat was ook de bedoeling", zegt Strauven, "omdat Bontridder zo compact mogelijk wou werken en de hele zuidkant van een glazen wand en terras wou voorzien." Bontridder liet het geheel ook eenvoudig afwerken, zodat het huis van Boon een ruw, 'brutalistisch' karakter kreeg. Kort na de voltooiing begon Boon met de bouw van allerhande koterij.

Jaren later, in 1966, vroeg Hugo Claus aan Bontridder een hoeve in Nukerke om te bouwen tot schrijfkamer. Bontridder wou een soort schrijfkuil combineren met een huis waarin de vier elementen al dan niet symbolisch aanwezig waren. Het project werd nooit gerealiseerd maar de tekeningen, inclusief een literair programma van Bontridder én een onlangs gemaakte maquette, zijn wel te zien op de tentoonstelling in Brussel.

Intussen had Bontridder medio jaren vijftig de 'open' architectuur van Dupuis ontdekt: die was voor hem een schok, een openbaring. Tot dat moment was Bontridder erg pessimistisch gestemd over de toenmalige Belgische architectuur. Hij vond ze stijf, steriel en technocratisch. Samen met Dupuis realiseerde hij een veertigtal woningen waarin hij de opvattingen van Dupuis consequenter doortrok.

De huizen van Bontridder zelf mogen er aan de buitenkant vrij conventioneel uitzien, aan de binnenkant is dat niet het geval. "Bontridder past zich aan de concrete situatie aan", zegt Strauven. "Zijn huizen vallen in verkavelingen niet meteen op. Hij moest daar volgens de bouwvoorschriften steeds een schuin dak gebruiken. Voor de meeste modernisten was dat een groot probleem; Bontridder beschouwt het als een dynamisch element."

Aan de binnenkant zal hij een duplexverdieping maken waar het kan en zal hij vooral alle rechte hoeken openen onder het motto: "Er bestaat geen poëzie van de rechte hoek." Bontridder vermijdt de vierkante kamer, werkt zonder gangen en laat kamers zoveel mogelijk bij elkaar aansluiten en in elkaar overlopen. Zo ontstaat er één grote, dynamische ruimte. Door het gebruik van schuine en gebogen muren, trapjes, doorkijkjes en glaspartijen creëert Bontridder in een van zijn topwerken, zijn eigen huis in Sint-Genesius-Rode (1959), speelse perspectieven en gooit hij de ruimte helemaal open. Strauven noemt het "vrijheid in drie dimensies".

Bontridder is voornamelijk geïnteresseerd geweest in het ontwerpen van individuele woningen. Fundamenteel voor zijn oeuvre is de spanning tussen individu en maatschappij, tussen eenzaamheid en gemeenschap. In een van zijn beschouwende teksten schreef hij "dat de diepere zending van de architect erin bestaat een wereld te creëren waarin de mens zijn vrijheid kan beleven in de dubbele betekenis van sociaal wezen en eenzaam individu". Het is een thema dat ook in Bontridders poëzie manifest aanwezig is.

Op de expo in Brussel worden de poëziebundels en theoretische geschriften van Bontridder samen met flarden gedichten, plattegronden en maquettes gepresenteerd in een overzichtelijk, uitgebalanceerd geheel. Gevraagd naar de relatie tussen zijn architectuur en poëzie antwoordde Bontridder gisteren: "Het is mij al zo vaak gevraagd en ik heb er lang niet op kunnen antwoorden. Nu denk ik dat er een fundamenteel verband is. Rigiditeit en de rechte hoek sluiten poëzie uit. Door de hoeken te openen, wordt alles anders en ontstaat er vrijheid."

Albert Bontridder, architect en dichter, van 11 mei tot 25 september in Fondation pour l'Architecture, Kluisstraat 55 (nabij het Flageyplein), 1050 Brussel. Dagelijks van 10.30 tot 18.30 uur, 's maandags gesloten. Tel. 02/642.24.80 en www.fondationpourlarchitecture.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234