Dinsdag 01/12/2020

Alain Gerlache Heeft Wallonië een Bart De Wever nodig?

De klok tikt voor Wallonië. De nieuwe staatshervorming geeft nog tien jaar respijt om weer op koers te geraken en het eigen lot in handen te nemen. Een halve eeuw na het begin van de neergang, na Europese steun en wederopbouwprojecten zoals het Marshallplan, staat Wallonië voor het blok. Achter het halsstarrig verzet van de politieke klasse in het zuiden tegen elke staatshervorming, schuilde de angst om een reusachtige uitdaging in de ogen te kijken. Van daar het punt waarop alle Franstalige partijen bleven hameren bij de laatste onderhandelingen: een hervorming is alleen mogelijk als dat niet leidt tot een verarming van Wallonië. De kwadratuur van de cirkel...

Is dat de reden waarom nu plotseling een debat ontstaat onder de mysterieuze codenaam Plan W? Laat me eerst dit zeggen: de institutionele structuur in het zuiden van het land is complex, of wordt minstens zo ervaren. De recente rebranding van de Franse Gemeenschap tot Fédération Wallonie-Bruxelles (Federatie Wallonië-Brussel) had niet alleen tot doel Vlaanderen onder druk te zetten toen de onderhandelingen vastzaten. Het was ook een poging om de instelling enigszins begrijpelijk te maken voor Franstaligen - wat tot nader order niet gelukt is. Naamswijzigingen of nieuwe logo's zullen niets veranderen aan de onverschilligheid tegenover het politieke kluwen.

Na zo veel jaren lijkt de kans op heropleving verkeken. Deze weinig geliefde instelling is niet veel meer waard dan de boodschap die ze in zich draagt: de banden tussen de Franstaligen in België bestaan wel degelijk. Fédération Wallonie-Bruxelles: het klinkt tegelijk reëel en vaag, en dat is de ambiguïteit waarmee het politieke landschap in het zuiden evolueert sinds de eerste hervormingen in de jaren zeventig.

Het institutionele debat is niet nieuw. Het duikt regelmatig op in de Parti Socialiste. Het loopt dwars door de partij, verscheurt ze soms. In andere partijen leeft die discussie veel minder, en de publieke opinie maalt er al helemaal niet om. De Mouvement Wallon, die van in het begin altijd heel links was, is een factor waarmee alle PS-voorzitters rekening hebben moeten houden, zoals blijkt uit de politieke carrière van José Happart. Zelfs Elio Di Rupo, die er persoonlijk ver van af staat, had de regionalisten in gedachten toen hij Jean-Claude Van Cauwenberghe aanstelde als hoofd van het Waals Gewest - dat is: tot de omstandigheden Van Cau tot ontslag dwongen.

Vandaag neemt Jean-Claude Marcourt, minister in de Waalse regering, de fakkel over, met zijn aangekondigde 'deconstructie' van de Federatie Wallonië-Brussel. Hij doet dat uit overtuiging, jazeker, maar het is ook een tactische zet. De Luikenaar maakt zich immers zorgen over zijn banden met de bijzonder regionalistische FGTB in Wallonië. Marcourt wordt geconfronteerd met de problemen bij Arcelor Mittal in Luik en met de spanningen tussen de PS en de socialistische vakbond als gevolg van de besparingsmaatregelen van de federale regering. En dan laten we de rivaliteit met minister-president Rudy Demotte nog buiten beschouwing.

Het debat werpt interessante vragen op, zoals de rol die het onderwijs kan spelen op het vlak van tewerkstelling en vorming, als het meer rekening kan houden met de regionale eigenheden. Of over het gebrek aan erkenning van een nieuwe generatie intellectuelen, creatievelingen en ondernemers die kunnen helpen om Wallonië bij de tijd te brengen, maar nu het nadeel ondervinden geen Brusselaars te zijn. Maar zal een nieuw institutioneel debat gevoerd in een ivoren toren Wallonië redden?

De Walen hebben momenteel vooral nood aan dynamiek, aan voluntarisme, aan initiatieven en vooral aan zelfvertrouwen. Die waarden zaten al in het Marshallplan, dat bemoedigende maar nog bescheiden tekenen van succes vertoont.

Maar de echte mentaliteitswijziging laat op zich wachten. Om de zaken scherp te stellen: hebben we in Wallonië een Bart De Wever nodig die tegen heilige huisjes schopt en de gevestigde orde overhoop haalt? In de recente geschiedenis had één man die beschikte over het nodige gezag en erkenning over de partijgrenzen heen die mobiliserende rol kunnen spelen die Wallonië zo hard nodig heeft: Elio Di Rupo, toen hij in 1999 Waals minister-president werd. Die sleutelrol gaf hij een paar maanden later op, veel te vroeg om zijn missie te voltooien. Maar dat was de prijs om het voorzitterschap van de PS te behouden en de sterke man te zijn in de partij, een obsessie die hem tot op heden achtervolgt. Na een korte terugkeer in 2005 maakte hij opnieuw plaats voor een ander, huidig minister-president Rudy Demotte, die door vriend en vijand als bekwaam wordt beschouwd maar die toch niet over hetzelfde aura beschikt.

Het mag politiek incorrect klinken, maar je kunt niet naast de rol kijken die Bart De Wever de voorbije maanden gespeeld heeft voor een bewustwording in Wallonië. Uitgerekend zijn schier onophoudelijke reeks aanvallen zouden wel eens kunnen leiden tot de opflakkering die het zuiden van het land zo hard nodig heeft.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234