Maandag 12/04/2021

Ergens onderweg

"Al verlies je er vrienden mee, je moet durven kiezen"

null Beeld Diego Franssens
Beeld Diego Franssens

Durven springen en toch harmonie hebben. Zo woont Stefan Hertmans (65) al jaren goed in Monieux. Daar, waar ook De bekeerlinge woonde en waar hij over deze vluchtelinge uit de 11de eeuw schreef, zegt hij: "Ik heb geen tweede huis gekocht, maar een ander leven."

In januari spraken we al eens af in Dworp. Er lag nog sneeuw, even voorbij zijn huis stond een paard in een witte wei, de foto ervan deed het goed op Instagram. Nu staan we duizend kilometer dieper en ook duizend jaar terug in de tijd.

We lezen: 'Het is vroeg in de ochtend, de eerste zonnestralen komen net boven de heuvelkam uit. Van bij het raam waar ik uitkijk over de vallei, zie ik in de verte twee mensen naderen.'

Na de laatste zin uit Oorlog en terpentijn zijn dit de eerste zinnen van De bekeerlinge, de opvolger. We staan hoog in Monieux en in de rit hierheen, langs Lioux en door Le Javon, was het niet zo moeilijk het landschap van toen te zien. Er is niet zoveel veranderd. Middeleeuwers zagen ongeveer hetzelfde van wat wij zien. We lezen nog wat: 'Ik stel de verrekijker bij en merk nu ook dat ze hoogzwanger is. De man draagt een ruime boezeroen en hij heeft een primitief soort hoed op zijn hoofd.'

Van hier zag de schrijver Hamoutal en haar man David Todros komen aanwandelen uit 1091. De tijd wordt gemengd, nu rijdt een auto de middeleeuwers voorbij en het mededogen dat je bladzijde na bladzijde voor deze mensen krijgt, wens je de mens van nu toe. "Als dit boek een oefening in empathie is, vind ik dat goed", zegt Hertmans. "Vandaag worden mensen door de Dienst Vreemdelingenzaken geweigerd om een leugen over een detail in hun leven. Deze vrouw was christen en werd Joodse en moest herhaaldelijk liegen om te kunnen overleven. Vandaag zou zij door de Dienst Vreemdelingen-zaken teruggestuurd worden."

Voor dit verhaal verder gaat, een paar puntjes.

- In De bekeerlinge valt niet één woord over vluchtelingen in 2016, over IS, rechts of links. Toch is het misschien het meest actuele politieke boek van dit jaar.

- De bekeerlinge is helemaal anders dan Oorlog en terpentijn, het is alleen ook prachtig.

- En prachtig, dat is ook Monieux.

► Hertmans: 'De streek rond Monieux is prachtig, maar ook arm en hard. Geschiedenis ligt nog onaangetast in de landschappen.' Beeld Diego Franssens
► Hertmans: 'De streek rond Monieux is prachtig, maar ook arm en hard. Geschiedenis ligt nog onaangetast in de landschappen.'Beeld Diego Franssens

"In 1994 bracht mijn vrouw me voor het eerst naar hier. Ik kende de Dordogne en de Ardèche, maar Sigrid wilde me de plekken in de Vaucluse laten zien waar ze met haar ouders was geweest. Ze herinnerde zich een rotskapelletje van Sint-Michel, diep in de Gorges de la Nesque. We vonden het niet en gingen koffie drinken op een terras in Sault.Ik voelde meteen de heel bijzondere energie van die hoogvlakte. Een week later, terug thuis, zat ik in een jury op de Academie en een collega zei me: 'Ik weet een huis in die streek te koop staan.' Grote beslissingen in mijn leven zijn altijd naar me toegekomen. We wonen hier 22 jaar nu. Eigenlijk koop je geen tweede huis, maar een ander leven."

Door de Portail Meunier en langs een deur die waarschuwt voor een chien en psychoanalyse wandelen we door het dorp. Klein is het, in de winter hooguit 50 mensen, in de rug beschermt een rotswand ze, fietsers op weg naar de Ventoux passeren beneden. Dat hier een jodenvervolging plaatsvond? "Monsieur, le Ventoux m'attend." Niemand stopt.

De vestingmuren zijn oud, later soms opgemetseld, versterkt na vernieling, de gewelven van Monieux als getuigen van de geschiedenis. Maar in zijn huis, in een lade van het tafeltje waaraan zijn grootvader zijn memories schreef en waarin Hertmans diens geschriften nog steeds bewaart (we doorbladeren ze, de schrijver kan dat alleen met emotie) lag ook een artikel uit april 1968. De Amerikaanse geleerde Norman Golb schreef het, de titel is 'Monieux'. Later schreef Andy Cosyn, nog een Belg in dit dorp, een boek dat Le trésor de Monieux heet.

Eigenlijk draait alles rond een jonge vrouw die verliefd werd op een Joodse jongen uit Narbonne, met wie ze op de vlucht ging voor de vergelding van haar christelijke vader in Rouen. Zo kwamen ze in dit dorp terecht. Ze vonden er zes jaar rust, tot de kruisvaarders de Joodse gemeenschap van het dorp vernielden en haar kinderen meesleurden. Nadien kwam een nieuwe vlucht tot in Caïro, waar het document over haar leven werd teruggevonden. Haar levensverhaal is tragisch: ze moest blijven vluchten. Schrijft Hertmans op pagina 74: 'Maar ze wagen het erop - zoals vluchtelingen altijd doen: omdat er geen andere leefbare mogelijkheid is.'

► Hertmans leest in de schriftjes van zijn grootvader die tot Oorlog en terpentijn leidden. 'Je kunt niet loyaal zijn tegenover wat je niet meer voelt.' Beeld Diego Franssens
► Hertmans leest in de schriftjes van zijn grootvader die tot Oorlog en terpentijn leidden. 'Je kunt niet loyaal zijn tegenover wat je niet meer voelt.'Beeld Diego Franssens

Dat boek lag op Hertmans te wachten, in dit dorp."Dit is een prachtige, maar armoedige en harde streek, geschiedenis ligt nog onaangetast in de landschappen.Er is weinig veranderd en het was niet zo moeilijk voor te stellen hoe deze mensen duizend jaar geleden van de hoogten van St-Hubert kwamen. Ik las veel over de periode en stilaan kreeg het vorm. Non-fictie raakte vermengd met autobiografie en fictie om het verhaal voelbaar te maken. (glimlacht) In die zin is het een beetje zoals Oorlog en terpentijn, ja."

Een gesprek bij een boek is verraderlijk, létterlijk: soms hoef je nadien het boek niet meer te lezen. We praten er dus bedachtzaam over. De trapjes nemend naar boven ("dit moet de Joodse wijk geweest zijn"), komen we op een veldje waar Hertmans al twintig jaar rust vindt en boeken leest. Links toont hij wat wij als een waterput zien. "Maar kijk, hier is een soort stenen bankje. Dat is niet zomaar. Dit moet het mikwe geweest zijn, het Joodse bad. Met een laddertje daalde men erin af. Ook het veldje is opmerkelijk groot voor een middeleeuwse woning. Wellicht stond hier de synagoge,je ziet in het gras ook nog de treden naar wat misschien de vrouwengalerij is geweest.

"Jarenlang kwam ik hier lezen zonder te beseffen wat dit allemaal betekende. Pas toen ik anderhalf jaar over die periode had zitten lezen, begon ik het te begrijpen. Nu bewerkt iemand uit het dorpje het veldje, en als ik hem vertel wat ik denk dat het was, kijkt hij maar sceptisch."

Stilaan hoger geklommen naar de Chapelle St-André tot bij een laatste muur van de Tour de Guet klimmen we mee in het hoofd van de schrijver. Hij toont wilde tijm, elke steen herinnert aan de vlucht voor de moorddadige christenen die Vigdis - die als Joodse dan Hamoutal geworden is - op dit kronkelende pad naar boven nam. "Ik heb de grootste stommiteit begaan door mijn dorp prijs te geven", glimlacht Hertmans, die wéét hoe de Brit Peter Mayle na Een jaar in de Provence overspoeld werd door toeristen en uiteindelijk Ménerbes moest verlaten. "Maar ik had geen keuze. Dit boek leent zijn waarachtigheid aan dit dorp."

We gaan eten in Les Lavandes, het enige restaurant van Monieux en dat is geen toeval. Burgemeester Alain Gabert is eigenaar, trakteert ook aperitief, hij vergunt geen concurrent. "In een klein dorp als dit gelden aparte regels. Praat je met de ene buurman, dan kan het gebeuren dat de andere niet met je praat. Je kunt niet alle geschiedenissen doorgronden." We kijken naar het uitzicht en hij citeert wat een Parisien uit een dorp verderop ironisch zei over het prachtige uitzicht vanaf zijn terras: "C'est tolérable."

"Dit overweldigende licht geneest je van depressieve gevoelens. Mensen zijn als planten: in sombere streken verpieteren ze."

Toen je in januari over Monieux praatte, zei je: 'In de Provence ligt alles nog open.' Is de afstand nodig om ongedwongen naar de wereld te kijken?"

Stefan Hertmans: "Als ik in Brussel in een brasserie zit, kan ik dat gevoel van rust en sereniteit ook wel ervaren. Schrijver zijn, betekent dat je op een specifieke manier naar de wereld kijkt; ik kan een knop omdraaien in mijn hoofd. Als je alleen bent, kun je in een soort tijdeloze sfeer terechtkomen. Maar natuurlijk is het hier allemaal intenser. Oorspronkelijk was mijn idee om een boek te schrijven over dorpen, omdat Robbert Ammerlaan (toen uitgever bij De Bezige Bij, RVP) me had gesuggereerd om een tweede luik bij mijn boek Steden te schrijven. Toen ik over dit dorp hier begon na te denken, nam het verhaal over de Joodse bekeerlinge het helemaal over. Maar het gaat dus wel over een dorp, al bestaan die niet meer in dezelfde afzondering als 100 jaar geleden. Iedereen heeft een iPhone."

Proeven we heimwee naar kinderjaren? Ook dat had hij in januari gezegd: in Monieux zijn de dingen van toen hij 10 was overal om hem heen te rapen. "Het gaat wellicht om een gevoel van vrijheid, van onbezwaard leven. Eindeloze zomerdagen, licht en ruimte, wellicht is dat de ervaring die Proust ook wilde oproepen: de vervormde utopie van een eindeloos lijkende kindertijd.

"Omdat het hier écht zes maanden per jaar prachtig weer is, zoals het in je kinderlijke illusie áltijd was tijdens de schoolvakanties. Neurologisch doet ons geheugen aan pijnvermijding: we herinneren ons vaak vooral de zomerdagen uit onze kinderjaren. Hier wordt die illusie gevoed." (lacht)

Dus moest schrijven hier.

"Ik heb geprobeerd de pogrom te beschrijven toen ik aan mijn schrijftafel in België zat. Dat ging niet. Hier heb ik die hele scène letterlijk in één nacht geschreven. Dit is eigenlijk geen vakantieplek, maar mijn aansluiting op een tijdeloze, oeroude context. Na duizend kilometer rijden wakker worden en aan tafel gaan zitten: hier kan wat in België niet kan. Ook de verandering van plaats doet me schrijven.

"Met Oorlog en terpentijn heb ik jaren geworsteld. Uiteindelijk vertrok ik op residentie naar Dubrovnik, nadien volgden nog twee weken in Split. In één maand heb ik daar in uiterste concentratie, zestien uur per dag, de definitieve versie geschreven. Je verplaatsen creëert nieuwe energie. Ik denk dat Stefan Brijs daarvoor naar Spanje moest en Tom Lanoye naar Zuid-Afrika. Je moet je losrukken van de evidenties van je leven om de essentie tevoorschijn te halen."

► Stefan Hertmans thuis in gesprek met journalist Rik Van Puymbroeck. 'Het geheime wapen van talent is dat je je er nooit op moet laten voorstaan. Je hebt nooit het recht om arrogant te worden.' Beeld Diego Franssens
► Stefan Hertmans thuis in gesprek met journalist Rik Van Puymbroeck. 'Het geheime wapen van talent is dat je je er nooit op moet laten voorstaan. Je hebt nooit het recht om arrogant te worden.'Beeld Diego Franssens

Maar hoe werkt talent dan? Voor Oorlog en terpentijn had Hertmans misschien al 35 boeken geschreven en het was gewoon wachten op dat grote succes. Maar schrijven lukte altijd toch al goed? "Ja, dat verandert ook niet, succes heeft daar niets mee te maken. Het geheime wapen van talent is dat je je er nooit op moet laten voorstaan. Je hebt nooit een vrijgeleide of het recht om arrogant te worden. Je moet altijd terugvallen op jezelf, op the simple bare necessities. Dat was de genezende kracht van Monieux voor mij: alles valt weg."

"Ik heb veel bewondering voor mensen die sterk zijn omdat ze zich niet pantseren. In Naar Merelbeke(zijn roman uit 1994, RVP) schreef ik een scène over mijn vader. Ik zat op de achterbank van zijn Citroën en plots vielen zijn handen me op. Zachte zorgzame handen, en voor het eerst in mijn leven besefte ik dat zachte mannen juist de sterkste mannen zijn."

Doorzie je schrijvers die anders zijn? Die wél uitgaan van het pantser van het verleden?

(knikt) "Ik denk het wel, maar het interesseert me niet om anderen hun proces te maken. Ook bij beeldend kunstenaars kun je dat merken: wanneer ze meer aandacht krijgen voor hun imago dan voor inhoud. De literatuur als rock-'n-roll, wat blijft er van die zorgeloze houding over in een wereld met de huidige geopolitieke spanningen? Eén van de grootsten van de popmuziek, David Bowie, begreep zelf het best dat we inmidddels belangrijker problemen te berde moeten brengen. De tijden zijn sterk aan het veranderen, anderzijds moet je een verhaal ook nooit willen schrijven om bij de tijd te horen. Zelf viel ik er gewoon middenin door op dat middeleeuws verhaal te stuiten.

"Vigdis Adelaïs vlucht, wordt Hamoutal en komt zo tussen twee stoelen terecht. In de elfde eeuw gaat het christendom door een soort fundamentalistische fase, vergelijkbaar met IS vandaag. In die context springt die jonge vrouw, gewoon uit liefde, in de totale onzekerheid. Amin Maalouf heeft ooit mooi omschreven waarom het zo vaak fout gaat met mensen die een dubbele identiteit hebben: omdat identiteit moorddadig wordt wanneer ze eenduidig is. Eigenlijk is Hamoutal het slachtoffer van dit soort denken."

Je legt haar wel een troostrijke zin in de mond: 'God, vergeef mij mijn zonde, maar ik kan niet anders.'

"God is altijd een tweesnijdend zwaard. Enerzijds vormt hij voor de gelovige een genadeloos zelf-oordeel, aan de andere kant is hij het ultieme aanspreekpunt. Hij veroordeelt en hij troost. Hij is Big Brother en anderzijds de enige die alles begrijpt - omdat mensen hem zelf construeren naar hun eigen beeld en gelijkenis. Dat is de schizofrenie van het geloof en tegelijk de sterke aantrekkingskracht ervan.

"Hamoutal vormt het voorbeeld van de mens die in onzekerheid durft te springen. Alain Badiou (Franse filosoof, RVP) noemt dit het ethisch moment: in je wereldbeeld, in je maatschappelijk besef en in de liefde komen er momenten waarop jij en jij alleen moet kiezen en durven te springen. Daardoor word je volgens Badiou een moreel wezen. Ik geloof dat dat klopt. Vooral wanneer je keuze ook verlies impliceert. Desnoods kies je met verlies van de helft van je vrienden of je familie. Wanneer die middeleeuwse vrouw zich bekeert tot het Joodse geloof, wordt ze pas echt een individu, met alle tragische implicaties van dien. Ze kan inderdaad niet anders."

null Beeld Diego Franssens
Beeld Diego Franssens

'Voor de vrouw die een huis kuste': zo draagt Hertmans De bekeerlinge op aan zijn vrouw Sigrid. Voor haar, zegt hij, had hij "al een paar levens gehad". "Sigrid voelde perfect aan dat we iets totaal nieuws en aparts moesten beginnen. Met dit huis begonnen we een nieuw leven samen. Het impliceerde ook dat ik op mijn 45ste nog een kind zou krijgen. Ik heb het niet zo begrepen op het woord 'project', maar hier een oud huis kopen en verbouwen was wel deel van die emotie, van die passie."

Misschien is Hamoutal wel het alter ego van de schrijver? Hij zegt immers: "Je kunt alleen vanuit je eigen leven schrijven. Laat me György Konrád citeren toen hij die legendarische gesprekken had met Wim Kayzer in Van de schoonheid en de troost: 'Op de vraag naar de zin van de geschiedenis antwoordt iedereen wel met de vraag naar de zin van zijn eigen leven.'"

Was er dan sprake van een blikseminslag?

"Niet echt. Het gebeurt met elk boek opnieuw dat je plots ziet wat er moet gebeuren. Mijn eerste boek heette Ruimte, maar de werktitel daarvan was eigenlijk In vrije ruimten doordringen. Ik ben altijd weer op zoek naar nieuwe mentale ruimte. Mijn maatschappelijke overtuiging is voortgekomen uit de sfeer van openheid die mijn ouders me hebben bijgebracht. Vandaar misschien de illusie dat je op basis van humanistische waarden als empathie moet redeneren, en niet vanuit je ego. Vandaag noemt men dat blijkbaar gauchistisch, maar toch. Ik denk trouwens dat de huidige tegenstelling niet links/rechts is, maar open of gesloten. Angst is de grootste vijand van wie met een gesloten wereldbeeld leeft. In die zin is Hamoutal misschien een rolmodel. She had the guts."

Nog één keer terug naar januari. Hertmans zei toen dat schrijvers niet op álles moeten reageren en dat hij daarom geen opiniestukken schreef na de aanslagen van november 2015 op de Bataclan in Parijs. Toen kwam 22 maart 2016 in Zaventem en Maalbeek. En op 23 maart schreef hij dus toch in De Morgen: 'Dat is de ware clash: die tussen open en gesloten geesten.' "Het was la force des choses, maar het blijft een feit dat ik met ouder te worden de voorkeur geef iets te vertellen in de tijdloze vorm van een parabel. Een schrijver is ook een participerende burger, maar hij heeft andere mogelijkheden om die participatie te uiten."

Cees Nooteboom vertelde hier onlangs dat hij zich bewust niet had gemengd in de discussie over Dyab Abou Jahjah bij De Bezige Bij. Dat is ook uw uitgever.

"Ik heb toen een paar bladzijden geschreven, enkel om de gemoederen te helpen bedaren en de adrenaline te doen dalen. Overal in de wereld stijgt die: IS, Poetin, Erdogan, Trump, massa's opgehitste jongeren... Terwijl adrenaline een slechte raadgever is. Ook bij De Bezige Bij sloeg het plotseling tilt. Ik kon alleen maar herhalen: wees kalm, stigmatiseer niet, wacht gewoon af, geef dit een kans, reageer wanneer zijn boek er is. We lijden aan de ziekte van de impulsiviteit, die verward wordt met authenticiteit. Een impulsiviteit die levensbedreigende vormen kan aannemen voor de samenleving. Democratie gedijt pas als de burger zijn adrenaline beheerst.

Misschien hoort dit tot de fout uitgedraaide erfenis van mei '68. Een hele generatie dacht dat je hart op je tong moest liggen en dat er geen remmingen waren. Dat klonk toen revolutionair, maar in de handen van rancuneuze leiders en bange mensen- massa's dreigt het de hel te worden. Misschien moeten we opnieuw het recht op hoffelijkheid promoten in plaats van het recht op schelden."

null Beeld Diego Franssens
Beeld Diego Franssens

Komt die wijsheid met ouder worden? We eten hier mooi, drinken lekkere rosé en als je 65 bent, beschouw je de wereld misschien anders. Ook al ligt naast hem een gebarsten iPhone, uit zijn zak gevallen terwijl hij ferm aan het dansen was. "Afgunst op de jeugd heb ik wel", zegt hij. "Ik besef steeds meer de schoonheid van 25 zijn. Je ziet de schoonheid van de tijd als je er afscheid van neemt, maar je legt ook verbanden die je vroeger niet legde. Misschien klink ik simplistisch, maar ik verbaas me elk jaar meer over dingen die ik vroeger evident vond, bijvoorbeeld over die inherente timing in de natuur die we seizoenen noemen. Het is niet zomaar vanzelfsprekend dat het lente wordt, als je begrijpt wat ik bedoel. Wanneer ik zoiets zeg, bekijkt mijn zoon me wel een beetje schamper."

Pauwel, die zoon, leert van zijn nu 65-jarige vader. Hanna, zijn dochter van 40, werd door haar vader meegetroond naar de Gentse Feesten. Zijn leven was toen anders. Zijn dochter is zachtmoedig, spontaan, combineert "kracht en kwetsbaarheid". "Ze heeft mijn woelige periode meegemaakt en was 14 toen ik Sigrid leerde kennen. Die was toen 22, amper acht jaar ouder. Dat was een stormachtige tijd, maar er is tussen die twee vrouwen iets bijzonders ontstaan en dat geeft mij vandaag een erg mooie harmonie. Hanna, haar man (schrijver Marc Reugebrink, RVP) en hun dochter Emma vormen in mijn beleving deel van één gezin, dat we met ons zessen vormen."

Was er ooit iets van schuldgevoel? "Ik denk dat je daarom begint te schrijven. Je wilt uitleggen wat je gedaan hebt en waarom je loyauteit een andere definitie krijgt. Je kunt niet loyaal zijn tegenover wat je niet meer voelt. Misschien is schrijverschap wel het omstandig proberen afleggen van het schuldgevoel dat je hebt opgebouwd."

Stilaan is het terras verlaten. Het nieuws dat Kadir Balci zijn Harder dan sneeuw gaat verfilmen, mag niet in de krant van morgen, maar wel in deze 'Zeno' van tien dagen later. Hij telefoneert even over een Zweedse uitgave en is blij met een bericht uit Duitsland: De bekeerlinge wordt er vertaald.

"Duitsland was het enige land waar Oorlog en terpentijn eerst niet werd overgenomen. Het werd Der Himmel meines Großvaters. De discussie ging over de vraag of het woord 'Krieg' op de cover in Duitsland nog zou werken. De gevoeligheden liggen in elk taalgebied weer anders. In Slovenië en Kroatië legde men de link met de eigen grensoorlogen, in Italië werd het boek louter literair genomineerd voor de Premio Strega en in The New York Times benadrukten ze dan weer het verband met het werk van Sebald."

null Beeld RV
Beeld RV

Drie jaar en 200.000 boeken in het Nederlands taalgebied later, moet hij er lezingen blijven over geven. Tot in New York en Kuala Lumpur. "Ik denk dat David Van Reybrouck ook over Congo zal moeten blijven praten. David is overigens een goed voorbeeld van een nieuw type van auteur, schrijvers die ook een journalistieke drive hebben. Je ziet het ook bij auteurs als Lanoye en Grunberg. We worden misschien allemaal wat meer wereldburger."

We eindigen en lopen terug naar zijn huis. Daar toont hij zijn schrijfkamertje en het tafeltje, op een brocanterie in Sault gekocht, waaraan hij De bekeerlinge schreef. Omringd door boeken van onder meer Sophocles, Proust, Julien Gracq, Roberto Calasso, Paul Valéry en And the Weak Suffer What They Must? van Yanis Varoufakis. De wereld van toen en nu.

Aan de muur een schilderijtje van Jan Vanriet dat Hertmans, Le filou provençal, zelf voorstelt en een ets van Raveel die Hugo Claus voorstelt: "Als student gekocht voor 7.000 frank."Maar vooral ligt hier de kopie van een middeleeuws Hebreeuws document, gevonden in een synagoge in Caïro, nu deel van de archieven van de universiteit van Cambridge en de sleutel van De bekeerlinge. Deze brief, mijmert Hertmans, was ooit doordrenkt van het zweet van Hamoutal, zij droeg hem bij zich. Ergens in de tekst komen deze vier letters in het Hebreeuws voor: MNYW. Monieux. Daarom zijn we hier in dit dorp, daarom reisde hij haar achterna door Frankrijk en naar Caïro, en daarom kwam dit boek er.

MNYW? Lees dit boek.

Stefan Hertmans, De bekeerlinge, De Bezige Bij, 288 p., 19,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234