Dinsdag 02/03/2021

Al het licht van de wereld

Het hoge Noorden is in onze verbeelding synoniem met zowel de helderheid van sneeuw, ijs en licht als de zwartheid van wanhoop en melancholie. Een cliché-voorstelling, maar daarom niet helemaal onwaar, zo blijkt op Lumière du monde. Lumière du ciel, een tentoonstelling in Parijs over Scandinavische kunst uit de twintigste eeuw met werk van, onder meer, grote namen als August Strindberg en Edvard Munch - en Björk.

Het Museé d'Art Moderne van Parijs programmeert sinds het begin van de jaren negentig geregeld tentoonstellingen over het modernisme in Europa. België, Duitsland en Nederland waren eerder al aan de beurt, en nu gaat alle aandacht naar Scandinavië. Het historische, tevens omvangrijkste gedeelte van Lumière du monde. Lumière du ciel overspant de periode 1890-1945 en is gewijd aan vijf kunstenaars met een voet in de romantiek van het fin de siècle: Edvard Munch, Akseli Gallen-Kallela, Carl Fredrik Hill, Helene Schjerfbeck en August Strindberg. Op de eerste verdieping van het museum loopt terzelfder tijd Nuit Blanche, een overzicht van recent werk van jonge kunstenaars. En dan is er nog een bescheiden keuze uit het oeuvre van Per Kirkeby.

De titel Lumière du monde. Lumière du ciel komt uit het oeuvre van 'de profeet van het Noorden' Emanuel Swedenborg, de visionaire Zeedse natuurfilosoof en mysticus die zijn invloed deed gelden op kunstenaars als Strindberg en Munch, maar ook op de jonge Brit Jeremy Deller, die met Björk heeft samengewerkt voor Nuit Blanche. De historische tentoonstelling opent met het werk van een grote Finse schilder, Akseli Gallen-Kallela (1865-1931), die graag teruggreep op de Kalevala, het nationale Finse heldendicht. Gallen-Kallela sloeg een brug tussen zijn tijdperk, het begin van de twintigste eeuw, en het verleden. Hij mengde kosmopolitisme en nationalisme tegen de achtergrond van de Finse onafhankelijkheidsstrijd, die in 1917 met succes bekroond werd. De kunstenaar was een fervent reiziger, die zijn tijd verdeelde tussen Parijs, Afrika en zijn thans tot Rusland behorende geboortestreek Karelië, destijds het uiterste zuidoosten van Finland.

De eerste werken op de tentoonstelling ademen art nouveau en symbolisme. Andere schilderijen zijn moderner. Het Keitele-meer, uit 1904, stelt bijvoorbeeld een winters meer voor, in niet meer dan enkele horizontale strepen. De werken, veelal klein van formaat, werden geselecteerd volgens Gallen-Kallela's dubbele benadering van het landschap. Aan de linkerkant: koude, Scandinavische sneeuwlandschappen, met bevroren meren en dennenbomen, daterend van 1902-1908. Aan de rechterkant: warme, vurige woestijnlandschappen, geschilderd in Kenia tussen 1909 en 1911. Het licht is anders, maar van een soortgelijke intensiteit.

Het contrast tussen de majestueuze landschappen van Gallen-Kallela en de reeks zelfportretten van zijn landgenote Helene Schjerfbeck (1862-1946) is groot. Schjerfbeck was nooit geïnteresseerd in de natie en het volk, maar trok zich terug in haar eigen, intieme wereld. Haar eerste zelfportretten, gemaakt tussen 1885 en 1895, tonen een lucide, ietwat strenge vrouw met roodgeschilderde wangen en enorme pupillen. Naderhand schilderde ze zichzelf steeds eerlijker, en afstandelijker, en agressiever. Make-up, kapsel en accessoires verdwenen, en uiteindelijk bleef alleen een blik over, diep weggezonken in de beenderige structuur van een moe gezicht. De zelfportretten uit de periode 1935-1945 zijn bijna ondraaglijk. Uiteindelijk verdwijnen zelfs de ogen, en wat overblijft is een weergave van de zich aankondigende dood: een skelet waaruit het leven nog niet helemaal, maar wel bijna verdwenen is. Een aangrijpende tekening, uit 1945, draagt als titel Laatste zelfportret. Je vraagt je af wanneer en hoe een kunstenaar besluit niet meer verder te kunnen.

Het ongedateerde oeuvre van de Zweed Carl Fredrik Hill (1849-1911) is al even morbide en fascinerend. Hij wilde de grootste landschapsschilder van zijn tijd worden, en schilderde in Normandië en de omgeving van Fontainebleau verschillende impressionistische doeken, die in 1875 werden aanvaard voor de Parijse schilderssalon. Maar zijn twee volgende inzendingen, in 1876 en 1877, werden geweigerd. In dezelfde periode stierven zijn lievelingszus en zijn vader. Hill zat aan de grond. Zijn vrienden, tevens collega's, lieten hem in een ziekenhuis opnemen, en vernietigden al zijn werk. Eén schilderij blijft over, Les derniers hommes: twee naakte, schijnbaar verloren mannen op een rots in de woestenij. Later, terug in Scandinavië, kreeg hij van zijn familie en dokters het verbod om nog te schilderen, dus maakte hij potloodtekeningen: landschappen met disneyeske bomen, portretten van vreemde wezens en dieren, watervallen, bijbelse taferelen, erotische scènes, helse nachtmerries, hoofdstukken uit de avonturenboeken van Jules Verne, en veel onheilspellende krabbels. Die tekeningen hangen nu aan de muren van het Musée d'Art Moderne. Je wordt er stil van.

Na Hills grafische wanhoop kunnen de schilderijen van de veel beroemdere August Strindberg (1849-1912), in een belendende zaal, alleen teleurstellen. De schrijver begon te schilderen in de zomer van 1892, op de archipel van Stockholm, waar hij een zwak toonde voor wilde, woeste stormtaferelen. Twee jaar later maakte hij een reeks schilderijen in Dornach, aan de oevers van de Donau, op Oostenrijks grondgebied: meer landschappen, opnieuw van water, maar nu ook van rotsen. In de herfst van hetzelfde jaar vestigde Strindberg zich opnieuw in Parijs, in Passy. Hij maakte er commerciëler werk, maar slaagde er niet in veel kopers te vinden. Terzelfder tijd voerde hij wetenschappelijke en alchemische experimenten uit, die hij soms fotografeerde. De foto's worden ook tentoongesteld in Parijs, en zijn interessanter dan de doeken.

Met het werk van Edvard Munch (1863-1944) voert de tentoonstelling nog dieper in de afgronden van de menselijke ziel. Munch wou graag iets anders dan simpelweg de natuur te fotograferen. Hij zocht een kunst die werd geboren uit hartebloed, wat natuurlijk bijzonder romantisch klinkt. De titels van zijn doeken passen perfect bij het fin de siècle: De schreeuw, De dood in de kamer van de zieke, De vampier, Wanhoop, Angst, Puberteit, Jaloezie. Net zoals Strindberg, Gallen-Kallela, Schjerfbeck en Hill verbleef Munch lange tijd in Parijs. Hij maakte daar verschillende versies van zijn Madonna en van De kus, beide succeswerken. Hij transformeerde zijn onderwerpen in motieven en bedacht een aantal vernieuwende technieken, zoals het rechtstreeks aanbrengen van kleuren uit de verftube of het afkrabben van de geschilderde, droge of half-droge oppervlakte. Ook Munch verbleef lang in een ziekenhuis, in Kopenhagen, waar hij een jaar lang zijn depressie bestreed, die hij had overgehouden aan te veel reizen, en vooral te veel alcohol. Nuit Blanche, wat zoveel betekent als slapeloze nacht, toont de verre nakomelingen van Munch en Strindberg aan het werk. De tentoonstelling, mede samengesteld door de toonaangevende Hans-Ulrich Obrist, is een intrigerende potpourri van jong talent waar je moeilijk je weg in vindt. Björk werkte samen met de Japanse fotograaf Nobuyoshi Araki en de trendy Britse kunstenaar Jeremy Deller, die een aantal uitspraken van Swedeborg illustreerde.

De tentoonstelling bevestigt het grote talent van Henrik Plenge Jakobsen, wiens gekke installaties de voorbije maanden al op verschillende plaatsen in Parijs te zien waren. Hier exposeert hij Best of Denmark, een video met fragmenten uit Deense pornofilms, alsook Nuit Blanche, een kamer bekleed met spiegels, verlicht door stroboscopen. Een ander soort licht.

Jesse Brouns

Visions du nord: Lumière du monde. Lumière du ciel, Cristallisation en Nuit Blanche, tot 17 mei in het Musée d'Art Moderne de la Ville de Paris, 11 avenue du Président Wilson, Parijs (tel. 0033/1/53.67.40.00).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234