Donderdag 24/06/2021

'Al die vernieuwing mondde uit in bedrog en overloperij'

e regio's moeten naar eigen inzicht hun inkomensbeleid, fiscaliteit, arbeidsrecht en werkgelegenheidsbeleid kunnen invullen om er uit te geraken. Het standpunt van CD&V is duidelijk: we treden niet toe tot een federale regering zonder dat die instrumenten worden overgeheveldk heb toch opnieuw het gevoel dat mijn inbreng wordt gewaardeerd. Als ik voel dat dat niet meer zo zou zijn dan ben ik in 2009 geen kandidaat meer. Ik ga niet vechten voor mijn politiek overleven, geen grote veldslag organiseren als mijn partij mij niet meer nodig heeft

Walter Pauli en Filip Rogiers / Foto Tim Dirven

Schijn bedriegt. Wie met Eric Van Rompuy praat, heeft voortdurend de indruk dat een veertiger aan het woord is, terwijl de 'jongste' van de Van Rompuy-broers ook al 56 is. Ongetwijfeld is ook Eric Van Rompuy gelouterd door het harde leven van de Wetstraat - sadder, older, wiser, weet u wel, al gaat dat bij hem nog altijd gepaard met begrippen als snel en snedig. De laatste weken is zijn website trouwens het lezen waard. Naar aanleiding van de benoeming van zijn oud-partijgenoot Karel Pinxten als Belgische vertegenwoordiger bij de Europese Rekenkamer kroop Van Rompuy achter zijn pc voor een meesterlijk stukje politieke geschiedschrijving: het relaas en gedeeltelijke failliet van 'zijn' generatie, van wat ooit de veelbelovende Falstaff-groep was. Laten we beginnen waar het toen begon: in café Falstaff, hartje Brussel.

Eric Van Rompuy: "Bij de vorming van de eerste regering-Dehaene, in het voorjaar van 1992, nam de CVP afscheid van de generatie van Wilfried Martens, van Gaston Geens, Daniel Coens, Jan Lenssens en Marc Eyskens. Herman was ondanks de striemende verkiezingsnederlaag van 1991 partijvoorzitter gebleven. Samen met Dehaene had hij in moeilijke omstandigheden de regering gevormd en de Sint-Michielsakkoorden onderhandeld. Maar voor de CVP waren de peilingen desastreus. En de VLD begon als een komeet te stijgen. Toen zijn we met zes CVP-parlementsleden samengekomen: John Taylor, Johan Van Hecke, Karel Pinxten, Stefaan De Clerck, Marc Van Peel en ikzelf. Waarom wij? Omdat we generatiegenoten waren, zes jonge veertigers die zich niet echt herkenden in de regering-Dehaene. Leo Delcroix (Landsverdediging) kwam uit de partij, niet uit de fractie. André Bourgeois (Landbouw en Middenstand) was minister geworden, omdat het ACW een veto had uitgesproken over Stefaan De Clerck. Mieke Offeciers (Begroting) was binnengehaald als vernieuwster. Wij vonden deze regering niet representatief. En Herman was partijvoorzitter, maar velen vonden dat hij geen antwoord had op het renouveau van Verhofstadt, al durfde men dat nog niet hardop zeggen. Ik had Herman al een paar keer gezegd: 'Het wordt moeilijk om voorzitter te blijven."

Hoe reageerde hij toen zijn broer hem die boodschap bracht?

"Hij antwoordde: 'In juni 1993 organiseer ik een vernieuwingscongres, men moet dan maar zeggen wat men inhoudelijk wil.' Wij kwamen dus bijeen in de Falstaff, een café-restaurant naast de Beurs in Brussel, en hebben gesproken over de partij. Op het einde heb ikzelf - ik, nota bene - de vraag gesteld naar de voorzitter. De anderen zeiden: 'Daar gaat het niet om, we praten hier over de inhoudelijke vernieuwing.' Willy Buijs - kent u Willy Buijs nog? (algemene hilariteit) - was toen de vertrouwensman van Van Hecke en heeft een basisnota gemaakt. We zijn een tweede keer samengekomen in The Royal Denmark, op een zaterdagnamiddag. We hebben toen heel lang gediscussieerd. Maar ik voelde aan dat de groep niet meer geloofde in Herman. En de maandag nadien stond alles in de pers, gelekt door Willy Buijs. Herman belde mij op: 'Ben jij ook bij mijn moordenaars?'"

Tu quoque, Brutus?

"Onze groep heeft nog wel een communiqué verspreid - 'Het ging niet over Herman, maar over de inhoud' - maar nadien zijn we nooit meer bij elkaar gekomen. Behalve de naam, die toen ineens bekend was, bleef er niets over. 'Falstaff' was alleen de uiting van een generatiewissel binnen de CVP. Ikzelf, Pinxten en De Clerck werden minister; Van Hecke, Van Peel en weer De Clerck partijvoorzitter.

Dat lijkt een aanzet voor grote politieke biografieën, maar de carrières van geen enkele van de Falstaff-leden is geworden wat ze had kunnen zijn.

"Van Hecke is om privé-redenen gevallen, Pinxten, ikzelf en Van Peel zagen een knak in hun carrière na de dioxinecrisis, De Clerck was de enige CVP'er die de verkiezing van 1999 overleefde, maar hij faalde nadien als voorzitter. En dan was er de overstap van Van Hecke, Pinxten en Taylor naar de VLD.

"Er is rancune bij te pas gekozen. Neem Karel Pinxten. Hij werd minister van Landsverdediging bij gratie van Van Hecke, al diezelfde dag dat zijn voorganger Delcroix moest opstappen na dat interview in Humo over zijn villa in Zuid-Frankrijk. Ik zat die voormiddag met Pinxten in de kamercommissie Financiën, in de internationale zaal van het parlement. Pinxten had dat interview voor zich liggen en zei: 'Dat kan toch niet dat Delcroix dit overleeft.' Hij was er zeker niet rouwig om dat Delcroix dit overkomen was, hij zag Leo als een concurrent in Limburg. Pinxten is toen uit de commissiezaal gestapt, en om twee uur in de namiddag kwam hij als minister van Landsverdediging in de Kamer binnen. Intussen was hij al naar de koning geweest om de eed af te leggen. Van Hecke heeft Delcroix erg vlug laten vallen voor Pinxten, en Dehaene is akkoord gegaan.

"Maar tussen Dehaene en Pinxten klikte het niet. Toen Van Hecke zijn ontslag indiende als voorzitter zou Van Peel hem opvolgen. Pinxten wilde echter kandidaat zijn tégen Van Peel. Hij heeft toen een aantal mensen gebeld om steun. Hij had al de steun van een aantal journalisten van De Standaard. Zij wilden hem een forum geven omdat zij anti-Dehaene waren: 'De greep van Dehaene op de partij is te groot'. Ongetwijfeld stuurde ook Van Hecke hem in die richting. Pinxten stelde zich uiteindelijk toch geen kandidaat, maar Dehaene nam het hem zeer kwalijk dat hij zo lang voor onrust zorgde binnen de partij. Nadien, bij de dioxinecrisis, heeft Dehaene Pinxten gedwongen tot ontslag, wat die helemaal niet wilde. Pinxten heeft hem dat altijd kwalijk genomen. Ook de ministercarrières van Herman en mezelf eindigden toen en politiek lagen we plots minder goed in de markt."

U hoort bij 'de Van Rompuys', in de brede zin van het woord.

"Wat dat impliceert, laat ik aan anderen over. (gelach) Maar na de verkiezingsnederlaag van 1999 stond ineens De Clerck daar, als enige overblijver van onze generatie. Intussen zaten die andere mannen doodongelukkig in het partijbureau. Pinxten was to-taal gefrustreerd omdat hij geen minister meer was. Van Hecke zat in het Europees Parlement met een gezicht tot tegen de grond. Zelfs Reginald Moreels voelde zich mateloos te kort gedaan dat hij geen staatssecretaris meer was. Ik zei: 'Jongens, we gaan toch terugvechten, hé?' Maar zij waren mentaal bezig met hun eigen situatie."

Misschien komt dat omdat uw carrière 'natuurlijker' was: eerst jarenlang jongerenvoorzitter, dan tien jaar lang parlementslid, dan pas minister. Reginald Moreels werd vanuit het niets de regering in geparachuteerd. En die laatste vorm van carrièreplanning heeft wind in de zeilen: het parlement als roetsjbaan naar een ministerieel kabinet.

"Dat is ook bij andere partijen zo. Men krijgt de kans niet meer om het politieke metier te leren. Het talent dat er vaak ongetwijfeld is, wordt te snel aangesproken als minister. Bart Somers is het schrijnendste voorbeeld. Patrick Dewael moet in 2003 zo nodig naar de federale regering, en ineens krijg je een Vlaamse regering met Bart Somers, Patricia Ceysens en Marino Keulen. Allemaal mensen met geen of weinig parlementaire ervaring. Maar ze moeten zich wel onmiddellijk waarmaken. En dus lanceert Somers zo snel hij kan de Olympische Spelen, en eist mevrouw Ceysens meteen een minimumloon voor starters.

"Natuurlijk heeft de pers dat soort stunts een tijd ondersteund. Noël Slangen heeft daarvan zijn waarmerk gemaakt: puur communiceren om de communicatie. Maar het was nefast, de ideeënfabriek lanceren in een tijd dat fabrieken sloten, uitnodigen om ideetjes te spuien in een periode dat we achterstand opliepen in de kenniseconomie. Als de verkiezingen van 2004 ergens een einde aan maakten, dan niet zozeer aan de paarse meerderheid, maar, veel fundamenteler, aan de communicatiehype. Alleen zo kun je de opgang van Yves Leterme begrijpen. Waarom was hij geloofwaardig? Door het wegvallen van de VLD? Neen, wegens zijn eigen degelijkheid. Zijn campagne was gebouwd rond inhoud en sérieux."

CD&V doet toch hetzelfde als andere partijen. U levert zelfs de jongste minister ooit af, al krijgt zij als kabinetschef wel een ervaren rot als Wim Coumans.

"Dat Inge Vervotte zo snel minister werd, is aan de kiezer te danken. Als 130.000 Vlamingen voor Vervotte stemmen, niet één, maar twee keer, dan desavoueer je die kiezers als je haar geen uitvoerend mandaat geeft. De mensen hebben Vervotte zelf gewild, hé. Of dat op termijn een goede zaak is, vooral voor haarzelf, dat moet Vervotte zelf weten.

"Wat ik de partij kwalijk genomen heb, al ga ik er geen hete tranen meer over plengen, is de ondankbaarheid. We kwamen uit een harde oppositieperiode, met een aantal mensen die de partij verliet, de CD&V die zelfs ten dode was opgeschreven. Toen hebben een paar mensen tijdens de zwaarste oppositiejaren al het vuile werk opgeknapt."

U hebt dus moeilijke jaren gekend in de oppositie?

"In het begin was het zelfs bijna onmogelijk. Ik moest oppositie voeren tegen de regering-Dewael: tegen Dewael zelf dus, tegen Stevaert, tegen Anciaux, tegen de groenen die er voor het eerst bij waren, Vogels en Dua. Wij waren CVP'ers, ex-ministers, versleten paarden. Wat kon daar nog van komen? Voor de media was de tijd van de CVP voorbij: 'Paars-groen is er, geef het een kans'. Nu begrijp ik wel dat jullie tegen de CVP zeiden: 'Laat die typen toch eens bewijzen wat ze kunnen, zwijg even.' Het gevolg was, ik beken het eerlijk, dat ik de eerste twee, drie jaar eigenlijk geen grond heb geraakt in de oppositie. Maar in 2003 is Dewael opgestapt naar de federale regering en toen kraakte paars. De werkloosheid bleef stijgen, Vanderpoorten kon het onderwijs niet aan. Met de CD&V-fractie toonden we aan dat de Vlaamse kas leeg was."

Intussen zat men wel te praten over de implosie van de christen-democratie.

"De crisis in de partij was enorm. In de zomer van 2001 was er binnen de partij een beweging om de christen-democratie te liquideren. Van Hecke zat toen met De Gucht, Verhofstadt, Dirk Achten en jullie Yves Desmet in Toscane een boek te schrijven over het einde van de CVP.

"Tegelijk had Stefaan De Clerck een programmacommissie benoemd met niemand - niémand - van onze generatie erin. Hij koos alleen voor twintigers. Dat was een kapitale fout. Herman, ikzelf, Luc Van den Brande, wij werden gewoon opzij gezet. De Clerck zei dat de oude generatie de vernieuwing niet wilde steunen. Hij koos voor de nieuwe generatie, tegen ons. Maar vanuit die commissie op het partijhoofdkwartier lekte alles - álles - uit naar de pers. Zelfs die naamsverandering, Ceder. De 'C' moest daar immers uit.

"Kort voor dat congres krijg je in De Morgen dat fameuze artikel 'Met de V van Verraad'. Daarin waren Herman en ik en de paar anderen die vochten voor de christen-democratie dus de verraders. En Van Hecke en co., die toen de linkse toer opgingen - zij hadden zelfs een resolutie klaar tegen de paus (gniffelt) - waren zogenaamd de behoeders van de CVP. Door hun actie werden wij bijna buitengezet. De 'V van verraad' stond niet voor de V van Van Hecke, maar de V van Van Rompuy of Van den Berghe. Uiteindelijk is dat congres wel 'op zijn poten gevallen'. Wij hebben de zaak kunnen bijsturen."

De Clerck had wel gelijk: díé vernieuwing wilde u niet.

"Omdat dat het einde van de partij geweest zou zijn. Daarom ook heeft Van Hecke het niet gehaald. Ik heb hem toen gezegd: 'Gij zijt hier afgegaan', wat hij mij bijzonder kwalijk genomen heeft. Nadien is hij begonnen met zijn NCD, en sprak Pinxten ineens over zijn grote volkspartij. Stefaan De Clerck is bedrogen door Johan Van Hecke. Nota bene De Clerck, die hem altijd de hand boven het hoofd had gehouden, tegen ons advies in. 'Smijt die typ toch buiten', hadden we hem gezegd. 'Hij is ons aan het bedriegen'."

Had u daar toen dan aanwijzingen voor?

"Maar hij werkte toch openlijk samen met De Gucht en Verhofstadt? Die twee mikten op de vernietiging van CD&V, omdat dat de levensverzekering was van de VLD als grote volkspartij. Johan Van Hecke speelde dubbelspel. Dat vonden de meeste leden van het directiecomité van de partij. Hugo Van den Berghe had dat door. Yves Leterme had dat eerder en beter door dan ik. 'Smijt die buiten', zei ook hij. Maar De Clerck antwoordde: 'Ik ga tot het uiterste om die groep erbij te houden'. Ik kan begrijpen dat hij dat wilde als partijvoorzitter. Het duurde tot er te veel signalen kwamen van het tegendeel. Op de gemeenteraad van Berlare slingerden toevallig geprinte mails van Annemie Turtelboom, een van de mollen binnen CD&V, rond: 'Ik heb ze ne keer goed gepakt'. Uiteindelijk is Van Hecke buitengezet. Pinxten volgde hem wegens weer een frustratie, nu omdat Stefaan De Clerck Jo Vandeurzen had aangewezen als partijsecretaris. Pinxten beschouwde dat als de zoveelste desavouering van zijn boegbeeldpositie in Limburg. Daarop volgde Pinxtens boezemvriend Taylor. In de jaren tachtig hadden die twee samen op het Rekenhof gewerkt, ze deelden daar een bureau. En Luc Willems was partijsecretaris toen Johan Van Hecke voorzitter was."

Pieter De Crem zegt dat hij weken heeft ingepraat op Luc Willems, een vriend en generatiegenoot.

"Bij mij was dat niet anders. Ik heb zowel Pinxten als Van Hecke in de politiek gebracht. In 1979 sprak ik tijdens de Europese campagne in Oosterzele. Van Hecke was daar ook, en die man viel enorm mee. Ik heb hem overtuigd om in de nationale politiek te gaan, tegen zijn eigen Gentse afdeling in, want die vond hem te jong was en te links. In 1983 heb ik Van Hecke zelfs aangeduid als mijn opvolger bij de CVP-Jongeren, al was ook daarvoor geen consensus. Maar ik vond hem veruit de beste.

"Pinxten was assistent aan het Centrum voor Economische studiën aan de universiteit te Leuven. Ik kende hem door mijn vader, die daar prof economie was. 'Dat is nog eens een knappe econoom', zei mijn vader, 'en hij heeft goesting in politiek'. Ik ben toen naar Pinxten thuis gegaan in Leuven. Ook die aarzelde, want hij moest nog naar Cambridge. Ik heb hem snel in het Jongeren-bureau laten verkiezen, zodat hij het eerste half jaar afwezig kon zijn."

Kwetste hun vertrek u persoonlijk of kon u dat rationeel analyseren?

"Het vertrek van Van Hecke en Pinxten heeft mij diep gegriefd. Niet alleen mij, maar iedereen die de afsplitsing van de NCD van dichtbij meemaakte. Al die 'vernieuwing' die uitmondde in overloperij, bedrog en persoonlijke deloyauteit, vooral tegenover kiezers en militanten, dat blijft een dieptepunt uit de Belgische politiek. Achteraf bekeken heeft de partij zich goed hersteld. Die mannen zijn snel in de trechter van de VLD terechtgekomen, zij hebben er geen rol van betekenis gespeeld. En wij waren intussen van hen af.

"Trouwens, Van Hecke deed bij ons niets anders, toen ook hij begon te 'vernieuwen'. Ineens haalde hij deed Paul Staes van Agalev binnen. Ik heb hem dat vanaf het eerste moment kwalijk genomen: 'Wij gaan zo toch ook niet beginnen?' Staes stond haaks op de CVP. Wat kwam die bij ons doen? Achteraf kun je zeggen dat ook Van Hecke is begonnen met zijn vernieuwing door opportunisten te overlopen."

Maar had Van Hecke een alternatief? De CVP moest vernieuwen: er was de hete adem van Verhofstadt, er waren de analyses over een historisch verder afkalvende christen-democratie.

"Er moest vernieuwd worden, heel zeker. Ook in de tweede helft van de jaren negentig en in de eerste jaren van Stefaan De Clerck was het zaak om niet stil te vallen. De christen-democratie leek haar plaats niet meer te hebben in de samenleving, niet enkel in Vlaanderen, ook in Nederland of Duitsland. En het geloof in de oppositie als middel ontbrak. Ik hoor het Jean-Luc Dehaene nog zeggen dat we twaalf jaar in de oppositie zouden zitten. Men geloofde niet meer in de snelle terugkeer van de christen-democratie, niet in het bestuur en niet in de stembus. Ik zie ons nog altijd samen zitten in Bornem, toen Johan Van Hecke de partij had verlaten. Het leek wel le dernier carré. Toen heeft een aantal mensen, en ik ben trots dat ik daarbij hoorde, dat doemdenken doorbroken: de partij zál haar plaats weer hebben, maar we moeten wel heel duidelijk positie kiezen en oppositie voeren. 'Tijd voor de aanval', zei ik, 'en nu die typen weg zijn, kunnen we dat ook opnieuw in eenheid doen.' Met De Clerck was dat in het begin moeilijk. We hebben de verkiezingen van 2003 uiteindelijk verloren, maar het is toch op die voedingsbodem dat we er bovenop geraakt zijn."

Er liep ook veel volk weg natuurlijk, niet omdat de ideologie hen niet meer aansprak maar omdat jullie niet meer aan de macht waren: de zaal van de nieuwjaarsreceptie bleef in de eerste jaren van de oppositie halfleeg, het volk zat bij de VLD.

"Dat is ongetwijfeld zo. Je komt in de oppositie, het netwerk van kabinetten valt weg, de standen hebben hun vrijheid nodig omdat ze nu eenmaal met paars moeten gaan onderhandelen. Het door Jos Geysels en Agalev opgevreeën ACW deed onder Theo Rombouts heel straffe uitspraken: 'We voelen ons niet thuis in CD&V', het economisch programma van De Clerck werd afgeschoten. Wij voelden het zand onder onze voeten wegstromen. Maar we zijn erbovenop gekomen, en dat hebben we mede te danken aan de zwakte en de fouten van de VLD. Dank u Karel De Gucht! Hij gaf ons opnieuw wat cement door zijn aanval op het katholiek onderwijs. En toen was er het migrantenstemrecht met de interne ruzies. Mensen begonnen zich de vraag te stellen wat die partij nog voorstelde, ook met de mislukte overloperij en vreemde vogels à la Jean-Marie Dedecker. Ze zijn mee ten onder gegaan aan hun interne verdeeldheid. Indien de VLD vrij rustig had bestuurd en de interne cohesie had kunnen bewaren dan hadden wij wellicht nooit zulke kansen gehad. We vonden op het juiste moment het juiste profiel: sérieux in de bestuursstijl, respect en degelijkheid. Alles waar Leterme nog altijd op doorgaat."

CD&V had op dat elan nog maar net de verkiezingen gewonnen of u klaagde al over de te snelle terugkeer van 'de beheersmentaliteit'. En u dreigde er prompt mee kandidaat te zullen zijn voor het voorzitterschap.

"Toen Yves Leterme met zijn regering begon, drong de vraag zich op welk profiel van voorzitter we nodig hadden. Moest dat een Pieter De Crem zijn, iemand die het gebeuk van de oppositie tegen Verhofstadt voort kon zetten, of moest dat iemand anders zijn. Leterme bedankte voor een rol als minister-president die zijn regering zou gebruiken om Verhofstadt zo snel mogelijk te doen vallen. Hij wilde bewijzen dat als CD&V opnieuw in het bestuur kwam, we het ook goed zouden doen. Heel legitiem, maar nog voor de vraag over het profiel van de voorzitter werd gesteld gaf de partij al het antwoord door Jo Vandeurzen naar voren te schuiven. Dat heb ik willen aanklagen. Bon, de militant heeft uiteindelijk gekozen voor een voorzitter die én scherpe oppositie mogelijk maakt én de Vlaamse machtsdeelname consolideert."

U bedoelt dat de partij vorig jaar een zo goed als onzichtbare voorzitter nodig had?

"Bah, zo goed als onzichtbaar... Ik denk dat de tijdgeest gekeerd is. Ik kreeg onlangs een mailtje van een mij onbekende man uit de communicatiesector, zeggende: CD&V dankt zijn succes aan minder communicatie, VLD zijn verlies aan een teveel. We zijn nu natuurlijk wel heel zichtbaar met Leterme in de Vlaamse regering."

Hij is de baas. Het doet denken aan de periode dat Wilfried Martens premier was en Frank Swaelen partijvoorzitter.

"Je kunt maar één politieke leider hebben. Wat bij de VLD is gebeurd is voor de zoveelste keer het bewijs dat het anders niet functioneert. Het is voor CD&V natuurlijk wel belangrijk dat we oppositie blijven voeren. Pieter De Crem en Hendrik Bogaert doen dat en ik probeer dat ook nog altijd, welja... (lacht betrapt)"

Oppositie voeren tegen de federale regering vanuit het Vlaams Parlement?

"Van op mijn website hé. Daarnaast is het nu nodig om er ook inhoudelijk met een alternatief te staan om het debacle dat Verhofstadt heeft aangericht ongedaan te maken. Op de fractiedagen deze week is dan ook over het economisch programma van CD&V voor de komende twee jaar beslist. Het gaat niet zoals het nu gaat, ook in de Vlaamse regering beseffen Leterme en Frank Vandenbroucke dat zeer goed. Ze voelen als geen ander de beperkingen van het sociaal-economisch beleid in Vlaanderen. Ze proberen de economische instrumenten die er zijn maximaal te gebruiken. Maar het is niet genoeg.

"Ook Elio Di Rupo moet dat beseffen. Het is positief dat hij met zijn Marshallplan probeert om binnen de eigen bevoegdheden meer economisch te gaan denken, maar Wallonië zal geen renouveau kennen als het niet zelf over meer instrumenten kan beschikken. De lonen in Wallonië zijn te hoog, ook de vennootschapsbelasting is daar een dubbele handicap. Ierland is erbovenop gekomen door onder meer die belasting te verlagen tot 12,5 procent. De regio's moeten naar eigen inzicht hun inkomensbeleid, fiscaliteit, arbeidsrecht en werkgelegenheidsbeleid kunnen invullen om eruit te geraken. Het standpunt van CD&V is duidelijk: we treden niet toe tot een federale regering zonder dat die instrumenten worden overgeheveld."

CD&V wil een héél grote sociaal-economische staatshervorming?

"De klassieke discussie over de transfers heeft geen zin, als er niet meer hefbomen komen: regionalisering van de CAO's, eigen fiscaliteit, heel de werkloosheidsreglementering, responsabilisering van de budgetten van de RVA. De groei vertraagt in heel Europa, ook in Vlaanderen. Als je nagaat dat Wallonië bijna drie keer zoveel werkloosheid heeft, dat Vlaanderen daarentegen veeleer afstevent op een tekort op de arbeidsmarkt en na 2010 ook een vermindering van de actieve bevolking is het duidelijk dat we moeten regionaliseren. Responsabiliseer Wallonië inzake economische groei, gééf ze de instrumenten, als laatste middel eigenlijk om die economie te stimuleren, hun werkloosheid te doen verminderen en het draagvlak te creëren voor hogere sociale bijdragen."

Een totale regionalisering van de arbeidsmarkt, dat stond nog niet in de resoluties van het Vlaams Parlement van 1999. Daar ging het over kinderbijslagen en gezondheidszorgen.

"Die willen we nog altijd regionaliseren, maar ze vormen niet het probleem ten gronde tussen Vlaanderen en Wallonië. Economisch is de discrepantie groter en bijna onoverbrugbaar: kijk naar de werkloosheidscijfers. We hebben meer dan ooit nu een staatshervorming nodig, een kwalitatieve stap vooruit die niet meteen de transfers zal verminderen maar wel de Vlaamse groeicapaciteit zal vrijwaren en Wallonië kan stimuleren. Ik ben absoluut niet optimistisch over de toekomst van de Vlaamse economie, ook de Serv is dat niet. We hebben nood aan een arbeids- en kennisintensieve groei, sla er alle rankings maar op na: Lissabon buist ons, zonder doorbraak halen we in 2010 nooit de vereiste werkzaamheidsgraad. We moeten nu ingrijpen, de regio's responsabiliseren. Ja, er is meer nodig dan de resoluties van het Vlaams Parlement."

Dat is beslist op de fractiedagen? En ACV of ACW hebben niet geprotesteerd?

"Het is natuurlijk niet wat de vakbonden of het Verbond van Belgische Ondernemingen willen, want dat zijn unitaire organisaties die hun machtsbasis zullen verliezen met zo'n regionalisering. Maar het is niet het ACV of het VBO of Unizo of welke standenorganisatie ook die de inhoud van ons partijprogramma gaan bepalen. Dat is het nieuwe sinds de oppositie. De standen hebben niet met ons gebroken, maar afstand genomen. Als de partij vindt dat zus of zo nodig is om de problemen van morgen aan te pakken dan beslissen we dat ook.

"Ten tijde van De Clerck misten we nog dat zelfvertrouwen. We mochten bijvoorbeeld niet zeggen dat we tégen de afschaffing van het kijk- en luistergeld waren want dat was een voorstel van Stevaert en de mensen waren voor gratis en we zouden toch zeker niet de indruk willen wekken dat we de partij van de belastingverhoging waren? Dus je moest erover zwijgen. Nu kunnen we rustiger zeggen wat we zelf willen.

"De partij heeft vandaag een enorme interne cohesie, die jaren zoek was. Dat is ook de verdienste van Jo Vandeurzen. Er wordt nu meer inhoudelijk geargumenteerd, los van structuren en gezagsargumenten. De oppositie is het intellectuele discours in de partij ten goede gekomen. Het is mijn broer Herman die deze week op de fractiedagen de programmatorische inzichten naar voren heeft gebracht. Geen kat heeft toen gezegd: 'Ja maar, Herman is oud-minister, we willen een nieuw gezicht.' In die zin heb ik veel meer vertrouwen in de toekomst van de christen-democratie dan in de eerste oppositiejaren, toen we dachten: de macht is ons enig cement en als we de standen verliezen, bestaan we niet meer. Nu merk ik weer respect voor wat er gezegd wordt."

In een peiling deze week klom het kartel van CD&V en N-VA weer boven de 30 procent. Scherpt dat de ambitie aan? Het is van de jaren tachtig geleden dat er een drie voor stond.

"Het is een jojo. In 2003 zaten we in de peilingen nog onder de 20 procent. En al mag je dan nu hopen dat zowel bij ons als N-VA de groei structureler geworden is, het is geen vast gegeven. Als de VLD een beetje terugkomt, want ze zitten nu onder de 15 procent, dan is dat niet ten koste van het Vlaams Blok (sic), wel van ons. We moeten dus maken dat de oppositiebonus die we nu ongetwijfeld hebben ten aanzien van de VLD groot genoeg blijft."

Kortom, laat Verhofstadt nog maar even doorgaan?

"Nee, ik vind dat hij er best mee stopt, ook voor het land. Wat er nu bezig is met de state of the union heeft totaal geen uitstaans met de sociaal-economische werkelijkheid. En dat hindert dus ook de Vlaamse regering. Daarom wil CD&V ook voluit gaan voor het alternatief. In 2009 moeten ook wij de boter op tafel kunnen leggen hé. Kent u de wet van Gresham? Bad money drives out good money. Wel, de bad money van Verhofstadt drijft de good money van Vlaanderen weg. De Vlaamse regering kan geen goede resultaten boeken inzake het Pact van Vilvoorde of Lissabon als die impasse niet wordt doorbroken. Iederéén maakt toch die analyse, Verhofstadts gewezen kabinetschef Luc Coene incluis. België is collectief verarmd. Iedereen voelt aan dat deze regering er een van het fin de siècle is. Wij als CD&V hebben er alle belang bij, enfin, ik spreek als gewone staatsburger, om deze regering dood te verklaren.

"Trouwens, Elio Di Rupo zelf heeft ze al opgegeven en blaast nu warm en koud. Als hij zijn Marshallplan echt wil laten slagen, moet hij het status-quo van België opgeven. Ook Jean-Claude Van Cauwenberghe (PS) komt in Vlaanderen veel vertellen, maar niet wat hij zou moeten vertellen: geef ons de tools. Het is André Cools die op het einde van de jaren zeventig de gewestvorming gewild heeft, dat was een vraag van Wallonië, zij het om meer verstaatsing te realiseren in eigen regio. Het positieve is dat Di Rupo dat model heeft afgezworen en zegt dat Wallonië het van de economie moet hebben, maar hij denkt niet verder door. Ons antwoord daarop luidt: als wij ooit incontournable worden, want dat moet je dan ook zijn, zetten wij volop door op het economische."

Als CD&V onomkeerbaar groot wordt, is dat dan ook mede te danken aan de wind van het ethisch reveil die door de partij lijkt te waaien?

"Ik voel me absoluut geen ethische conservatief. En ik zie dat ook niet in de jongere generatie, zoals Cathy Berx, die uitlegde waarom de partij tegen homoadoptie is, of Inge Vervotte over euthanasie. Die generatie denkt heel genuanceerd en positief over ethische kwesties. Ook dat is nieuw in CD&V: vroeger probeerde men iedereen in een hokje te duwen, nu wordt daar op een heel evenwichtige manier over gediscussieerd zonder dat het hoeft uit te monden in een kamp tussen conservatieven en progressieven. In die zin is de vernieuwing van CD&V heel goed geslaagd. Het onuitstaanbare van de eerste oppositiejaren, het jeunisme, is weg. Ook met de lijstvorming is die generatiestrijd geleverd. Van mijn fractie zijn er van de dertig maar twaalf teruggekomen. Mijn hart bloedt nog altijd als ik zie wie uit de politiek is gestapt of nu ergens op een kabinet zit. Dat is voorbij, na de goede verkiezingen van 2004 en de vorming van de Vlaamse regering beseffen nu ook jongere parlementsleden dat de politiek en de toekomst van de partij ook afhangen van de inhoud, en dat er meer bij komt kijken dan een mooi smoeltje."

Toch vreemd, als er iemand in de CVP synoniem heeft gestaan voor sturm und drang dan wel u.

"Dat was niet als parlementslid, maar als CVP-jongerenvoorzitter."

'Ik denk dat ik in de jaren tachtig toch wel op de limiet zat van wat binnen de partij aanvaardbaar was', zei u eens over die periode.

"Erop? Ik zat erover! Als ik herlees wat ik tegen de regering-Martens gezegd heb... Maar ik blijf erbij. Wat daar toen gebeurd is! Begrotingstekorten van 15 procent, in één jaar tijd 80.000 jobs verloren. Het wanbeleid in de nationale sectoren, waar 500 miljard Belgische frank werd in gestort. Ik zou er vandaag misschien nog feller tegen tekeergaan. Maar ik ben opgeklommen, werd pas minister na tien jaar parlement.

"In die eerste jaren was ik absoluut geen vedette. Ik speelde mijn rol. Ik had in 1979 een regering doen vallen en ik kwam pas in 1985 in het parlement. Ik had ervaring in de politiek. De jongerenbeweging was een reservoir van talent: Karel Pinxten kwam eruit voort, Johan Van Hecke. Ook Norbert De Batselier en Luc Van den Bossche kwamen als rijpe dertigers in het parlement, nadat ze bij de jongerenbeweging of de vakbond ervaring hadden opgedaan. Alles wat nu aan de top speelt in de VLD, Guy Verhofstadt of Patrick Dewael, hebben ook politieke scholing gekregen. Het deugt niet om op je 28ste in het parlement terecht te komen, als je amper een partijvergadering mee hebt gemaakt, nooit eens ten gronde hebt gediscussieerd met generatiegenoten, nota's en artikels geschreven.

"Met mijn weblog ontdekken sommigen nu dat ik niet kwaad schrijf, maar ik had in de jaren tachtig al een vrije tribune in De Nieuwe Gids. Die tribunes werden toen nog omgeroepen op het persoverzicht op de radio. Om de zoveel ochtenden hoorde je dus hoe Eric Van Rompuy weer eens een aanval inzette op de regering-Martens. Iemand uit de toenmalige beheerraad van de BRT, een ACW'er, is toen tussenbeide gekomen bij het hoofd van de nieuwsdienst om dat voorlezen van die vrije tribunes te schrappen. Dat is dan ook gebeurd."

Wat is uw persoonlijke ambitie nog?

"Ik zit tot 2009 in het parlement. Ik voel mij weer gerespecteerd. Mijn website telt mee en ook in het parlement heb ik opnieuw het gevoel dat mijn inbreng wordt gewaardeerd. Het geeft mij veel voldoening dat ook dat de media daar nog oog voor hebben. (grijns) Dat maakt dat je politiek toch nog altijd relevant bent. Als ik voel dat dat niet meer zo zou zijn dan ben ik in 2009 geen kandidaat meer. Ik ga niet vechten voor mijn politiek overleven, een grote veldslag gaan organiseren, als ik aanvoel dat mijn partij mij niet meer nodig heeft. Mijn vader zaliger zei altijd: 'Als je een goede economist bent, kunnen ze je in de politiek nooit opzij zetten'. (lacht) Ik voel dat ook aan.

"In het parlement zie ik te veel mensen die niet weten waarover het gaat. Het Vlaams Blok bakt er niets van. En met alle respect, maar ook Patricia Ceysens (VLD) en Caroline Gennez (SP.A) hebben geen enkele ervaring in die dossiers. Ik vind dat er altijd parlementsleden nodig zullen zijn die moeten kunnen zeggen (duikt denkbeeldig in papieren): 'In het sociaal-economisch rapport van Vlaanderen staat op pagina 8 dat je in de meerjarenbegroting eigenlijk 300 miljoen euro te veel hebt begroot en waarom hebt u dat gedaan?'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234