Dinsdag 27/10/2020

'Al die opgeklopte verhalen, ik had er schoon genoeg van'

Kunstenaar Jan Van Imschoot (52) trok een streep onder België en woont al twee jaar in een Frans dorpje. Nog tot eind december toont een Parijse galerie zijn werk naast dat van Luc Tuymans en Michaël Borremans. 'Tentoonstellen is een noodzakelijk kwaad.'

"Hier is het. Hier wil ik begraven worden." Het is stil op het kerkhof van Noncourt-sur-le-Rongeant, een dorpje tussen Troyes en Nancy. De wind danst door de vallei. Rond de kerktoren cirkelt een kraai. De avondschemering zorgt voor een sombere, melancholische sfeer, passend bij de woorden van de kunstenaar. "Ik ga hier nooit meer weg", zegt hij. "Dit is definitief. De kans dat ik nog terugkeer, is zeer klein. Ik heb een streep onder België getrokken. Als alles goed gaat, ben ik over drie jaar zelfs geen Belg meer. Ik moet er nog even over nadenken, maar binnenkort vraag ik allicht de Franse nationaliteit aan."

Het is mijn tweede ontmoeting met Jan Van Imschoot. De eerste was drie jaar geleden, enkele dagen voor aanvang van de door Jan Hoet gecureerde groepstentoonstelling Sint-Jan in de Sint-Baafskathedraal in Gent. Op zijn bootje in de Gentse jachthaven schonk hij me een stevige gin-tonic uit, en daarna nog één, en vertelde hij over leven en werk. "Kunst heeft natuurlijk zijn belang, maar het moet geen religie worden", zei hij toen. "Maar als ik mijn geloof in de mensheid nog maar eens verloren ben, ga ik wel even naar het Lam Gods kijken."

Intussen woont Van Imschoot al twee jaar in Frankrijk, tweehonderdvijftig kilometer ten noordoosten van Parijs, waar drie dagen voor onze reünie plotseling de hel losbrak en waar tot eind december Belgique loopt. In die expo in galerie Daniel Templon nabij het Centre Pompidou is het werk van 'de negen beste hedendaagse kunstenaars uit België' te zien: Michaël Borremans, Jan Fabre, Luc Tuymans, Berlinde De Bruyckere, Wim Delvoye, Peter Buggenhout, Thierry De Cordier, Hans Op de Beeck, maar ook Jan Van Imschoot, nochtans geen household name. Het persbericht had het over "de expressionistische fantasieën van de zelden tentoongestelde Van Imschoot" en op Radio 1 werd hij zelfs "dé revelatie van de tentoonstelling" genoemd.

Hij lacht eens. "Ik beschouw tentoonstellen als een noodzakelijk kwaad", zegt hij. "Het sterrendom interesseert me geen fuit."

Vijftien dagen varen

De verhuizing van Gent naar Noncourt is voor Van Imschoot een terugkeer naar zijn jeugd. Hij groeide op in Beervelde, een dorp tien kilometer boven Gent, als zoon van een trammecanicien. Tot zijn zeventiende geloofde hij in het goede, was hij naar eigen zeggen vrij naïef. Toen ontdekte hij Anarchy in the UK van de Sex Pistols en De zaaier van Vincent van Gogh. Hij zag in dat de mensheid "strontslecht" is en trok naar Gent.

Kennis van kunst, de liefde, de nacht: in de stad werd de jongen uit Beervelde een man van de wereld. Halfweg de jaren negentig brak hij door, aan de zijde van Luc Tuymans. Zijn werk werd getoond in de Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst, later ook in het S.M.A.K.. Aan de Brabantdam maakte hij metershoge muurschilderingen.

"Maar het was de juiste beslissing om te vertrekken", zegt Ine, al bijna dertig jaar Van Imschoots vrouw. "En het juiste moment." Voor hun verhuizing geven ze elk een andere reden aan. Jan: "Ons bootje. We waren het beu om altijd dezelfde toer op de Leie te maken. Van hieruit kunnen we alle kanten op: Lyon, de Somme, het zuiden..."

Ine: "Naar Gent is het vijftien dagen varen."

Jan: "Eigenlijk had ik het in Gent ook wel een beetje gehad, na al die jaren."

Ine: "Het werd wat te gevaarlijk, wil je zeggen. Je zat meer in de Charlatan dan in je atelier."

Jan: "Hier is elk huis bij wijze van spreken een café. Maar nu ben ik om middernacht thuis in plaats van 's ochtends vroeg."

Ine: "Dat is toch al een stap vooruit."

Jan: "Ik wilde ook weg van het kunstmilieu in België. De ene heeft een grote overzichtstentoonstelling daar, de andere verkoopt een werk voor zoveel miljoen ginder: al die opgeklopte verhalen, ik had er schoon genoeg van. Blij dat ik ervan af ben. Ik vond het niet meer geestig."

Het huis waarin ze wonen, was vroeger van de burgemeester. In de achtertuin heerst een microklimaat: vorige winter was het er achttien graden, terwijl het aan de straatkant vroor. Van Imschoot kweekt er onkruid en ajuinen. Ook staart hij naar de vissen in 'Le Grand Lac de Noncourt', zoals hij zijn zelfgegraven vijver noemt. "In mijn hof zie ik de seizoenen veranderen", zegt hij. "Dat geeft me een enorm gevoel van blijheid."

In het voorjaar streek op de vensterbank elke avond een vogel neer. Hij maakte een kleine buiging, waarop de kunstenaar hetzelfde deed. "Een bontgekleurde roodstaart", zegt Van Imschoot. "Het is lang geleden dat ik hem heb gezien. Misschien heeft hij een andere vrouw gevonden?"

Noncourt ligt in het departement Haut-Marne. Vroeger was er veel industrie, ijzersmelterijen vooral, maar nu is het een van de armste regio's. Ouders kunnen amper lezen, kinderen mogen hier nog wild zijn: ze spelen in de bossen en jagen op wolven, vossen en everzwijnen.

De buurman heet Sébastien. Hij is veertig en heeft zeven kinderen, een achtste is op komst. Voor hem is Van Imschoot 'le peintre'.

Toch liet het inzicht een tijdje op zich wachten. "Het eerste jaar geloofden de buren me niet toen ik zei dat ik kunstenaar was", zegt Van Imschoot. "Ze zagen me nooit met een schildersezel in het veld zitten, in hun ogen was ik dus geen echte schilder. Vorige week moest ik naar de opening van de expo in Parijs. 'Ja ja', zeiden ze. 'Dat zal wel. Ergens in een frituur zeker?'"

Goesting

Als we langs de Rue Grande, de Rue Basse en de Rue de l'Eglise tot aan het kerkhof van Noncourt zijn gestapt, vertelt Van Imschoot dat die openingsavond hem niet helemaal beviel. "Er waren slechts drie kunstenaars: Jan Fabre, Wim Delvoye en ik. Dat was een beetje voorspelbaar. De meesten hebben het niet meer nodig en Belgische kunstenaars zijn niet bepaald solidair met elkaar." Wel sprak hij er met Stefan Hertmans, van wie hij les kreeg aan het Stedelijk Secundair Kunstinstituut in Gent. "Hij gaf me gelijk. 'Op een bepaald moment moet je als kunstenaar de stad en de kunstwereld achter je laten', zei hij. 'Dan ben je verlost van alle ruis.' Voortaan wil ik alleen nog werk maken omdat ik er goesting in heb, niet omdat ik moet van een galerie of van een museum. Ze moeten het achteraf maar komen uitkiezen."

"Is de interesse groot?", vraag ik. "Bwa", zegt hij. "Dat valt mee." Stilte. In de verte scheurt een straaljager de avond open. "Sinds 2000 ligt alle macht bij de veilinghuizen en de galeriehouders. Als je niet tot dat systeem behoort, kom je niet aan de bak. Het is precies alsof er een muur staat tussen de vedetten en de rest."

"En jij hebt het gevoel ernaast te vallen?" Een lachje. "Zwaar ernaast. Maar zo erg vind ik dat nu ook weer niet. Ik doe het nog altijd zoals ik het als kind al deed. Als ik af en toe een schilderijtje kan maken, ben ik content. Expo's in New York of Berlijn: ik heb het meegemaakt en ik vind het zeer vervelend.

"Waarom? Al dat gedoe voor een doek met wat verf op: het hoeft niet voor mij. Akkoord, mensen hebben behoefte aan kunst en cultuur. Maar je moet ook niet overdrijven, vind ik. En daarbij: mensen met geld zijn vaak zeer rechts, heb ik gemerkt. Ooit kwam er een vrouw een werk van mij kopen. Ze stond met 250.000 Belgische frank in haar zakken in mijn atelier. Opeens ontdekte ik dat ze voor het Vlaams Blok stemde. Ik heb haar direct buitengezet, ze kreeg tien seconden tijd. 'En mijn schilderij?', riep ze nog. 'Ik scheur het straks in duizend stukken', zei ik. Tja, zo ben ik. Ik kan mijn mond niet houden."

Onvermijdelijk hebben we het even later over de aanslagen in Parijs. Van Imschoot zegt dat hij het gruwelijk vond, ook omdat hij een week eerder met een ambitieus plan was gestart: een boek van drieduizend bladzijden, een groteske ode aan de chaos. "Na de vernissage in Parijs had ik nog zitten schrijven over een gast die in een station naar de mensen kijkt en ondertussen zijn mening verkondigt. Over roken, koffie, homo's, nucleaire energie, het terrorisme. Erg associatief. En ook erg rechts. Zoals in het echte leven: de rechtse meningen hoor je voortdurend, de linkse zelden of nooit. Een week later komt mijn verhaal bijna exact uit. Akelig."

Voor Een lijn is een lijn is een lijn, een tentoonstelling van CC Strombeek en het S.M.A.K., ging Van Imschoot onlangs in dialoog met de Iraakse kunstenaar Salam Atta Sabri. Samen maakten ze Een muur voor vrede, over de kwetsbare positie van de kunstenaar in Irak en het Westen. "Kunst is het beste middel tegen dictatuur", zegt hij. "Het houdt het denken soepel en geeft mee vorm aan de schoonheid van de wereld."

We stappen terug. De nacht heeft zich als een gewaad over Noncourt gelegd. Van Imschoot zegt dat hij in de winter normaal niet schildert, daarvoor is zijn atelier te koud, en dat hij zich in de donkere maanden liever op schrijven, tekenen of boetseren concentreert. Toch heeft hij onlangs doek gekocht. "Je weet maar nooit dat ik opeens inspiratie heb."

Ik vraag of de muze hier anders komt. "Ja", zegt hij. "Eigenlijk wel. Ik schilder weer zoals in het begin. De beelden van twintig jaar geleden komen terug. Niets moet, alles kan. Ik schilder hier een stuk vrijer dan in Gent. Mijn fantasie wordt meer geprikkeld en ik word veel minder gestoord."

Regen van tomaten

Als aperitief presenteert Van Imschoot een 'gay gin': drie vierde gin, één vierde Martini Rosato. Buurman Sébastien komt erbij zitten, samen met zijn zoontje Victorien, die hier leert tekenen. "Hij mag vooral niet te veel nadenken als hij aan het tekenen is", zegt Van Imschoot. "Dan is het naar de knoppen."

Op de parketvloer in de woonkamer liggen kleine schilderijtjes in waterverf: veertig variaties op een roos, in opdracht van een galerie uit Berlijn. Aan de muren rond het brandend haardvuur zijn werken uit een nieuwe reeks opgehangen: hun huis bij valavond, een regen van tomaten (Le concours des tomates), de jachthond van de buren, Elvis genaamd. "Het is een soort dagboek van mijn leven in Noncourt", zegt Van Imschoot. "Ik ben er al twee jaar mee bezig. Het is bijna afgerond."

Alle werken hebben een nummer, de datum van voltooiing. Ze zijn ondertekend met 'J. Judith Collectif'. "Judith is mijn tweede naam", zegt Van Imschoot. "Ik vond het fijn om eens met een pseudoniem te signeren. Het moet allemaal niet te serieus zijn."

Vleermuizen

Na aperitief en avondmaal opent de schilder zijn atelier: een rommelige, schaars verlichte ruimte in de loods naast zijn huis. Een kolonie vleermuizen fladdert langs het houten gebinte. In twee blauwe tonnen gist de allereerste Cuvée Van Imschoot: de ene op basis van perziken, de andere van peren. Van Imschoot zegt dat hij een namiddagschilder is, maar 's nachts nog vaak schaaft en schuurt. Bezoek is dan uit den boze, muziek het enige gezelschap: "Iets middeleeuws of Bauhaus". Schilderen is zijn manier om met de rest van de mensheid weinig van doen te hebben. "Als een werk af is, beloon ik mezelf met een feestje", zegt hij. "Dan kap ik hier enkele glazen gin naar binnen en leg ik punkplaten op. 's Anderendaags zie ik soms dat het werk toch niet zo goed is als ik dacht, maar dan heb ik de roes toch al gehad."

Borstels, cd's, tubes verf, lege flessen: wanorde is het devies. "Orde is voor fascisten." Aan de muur hangt een vijftal werken: sabels, benige koppen, veel zwart. "Ik was een hele serie op basis van de foto's van de Duitse kunstenaar Wilhelm von Gloeden aan het schilderen", zegt Van Imschoot. "Eind negentiende eeuw is die naar Sicilië en Noord-Afrika getrokken om er naakte jongemannen te portretteren. Sowieso werk ik veel met executies en guillotines. Die twee gegevens wilde ik combineren. Beginnen die gasten van IS daar ook niet mee, zeker! Nu voel ik natuurlijk te veel schroom om er verder aan te werken."

Gelukkig vindt hij ook inspiratie in de plaatselijke geschiedenis. Verdun is vlakbij, Jeanne d'Arc hield hier halt, Charles de Gaulle ligt iets verderop begraven, in het naburige dorp was in de middeleeuwen een executieplek voor jonge vrouwen.

"Ik weet al meer over deze streek dan de bewoners zelf", zegt Van Imschoot. "Binnenkort wil ik graag een reeks over Louise Michel maken, de rode maagd van Montmartre. Op haar veertiende begon ze met Victor Hugo te corresponderen, tijdens de Pruisische Oorlog is ze naar Parijs verhuisd, waar ze een van de leiders van het anarchisme werd, maar uiteindelijk is ze naar Nieuw-Caledonië verbannen. Uit dankbaarheid hebben ze haar een kogel door het hoofd geknald. Zelfs dat heeft ze overleefd. Een straf wijf."

Van Imschoot wordt weleens een gebrek aan duidelijke lijn verweten. Zijn werk wordt vaak ironisch genoemd. Daar houdt hij niet van. Hij noemt zichzelf anarchobarok, zegt dat hij zijn persoonlijke vrijheid nooit uit handen zal geven. "Ik weiger me aan te passen", zegt hij. "Ik ga er misschien nooit veel geld mee verdienen, maar wat ben je met twee huizen? Ik wil niet in een systeem gevangen zitten. Ik wil niet voorspelbaar zijn. Een Van Imschoot is nooit voorspelbaar, behalve misschien in zijn brutaliteit."

In de schaduw

Ooit heeft hij gezegd dat je minstens twintig jaar moet schilderen vooraleer je een rijpe schilder wordt. Ik vraag of hij dat punt inmiddels heeft bereikt. "Ja", zegt hij. "Bij elk nieuw schilderij twijfel ik nog, maar mijn techniek is af. Soms zit die zelfs in de weg. Dan moet je al je kennis afbreken en weer schilderen zoals twintig jaar geleden. Spontaan, intuïtief."

In één adem roemt hij Roger Raveel ("Naast Broodthaers en Magritte de grootste Belgische artiest van de twintigste eeuw"), Ronald Ophuis ("Misschien wel de interessantste kunstenaar van het moment") en Tintoretto ("Prachtig hoe hij weigerde zijn broek af te steken voor het gezag. Dat is nogal iets anders dan die gatlikker van een Titiaan. Nee, voor mij zijn er twee soorten schilders: Tintorettisten en de rest"). Over zijn eigen werk bedenkt hij liever geen grote theorieën. "Ik krijg het schijt van de concentratiekampen van kunst in de galerieën", zegt hij. "Alles moet blinken, alles moet presteren. De rock-'n-roll is er volledig uit. Het Lam Gods, Johnny Cash, Bach, Johnny Rotten: dát is grote kunst. De intellectueel kan het begrijpen, maar de werkmens ook."

De nacht wordt stilaan ochtend en als we het atelier voor het haardvuur in de woonkamer ruilen, stuitert het gesprek woest voort. De slechte staat van het Franse onderwijs, de opvang van klootzakken in kloosters, een pleidooi voor het neerhalen van de IJzertoren: Van Imschoot leeft in afzondering, maar bepeinst de hele wereld.

Over enkele financiële tegenslagen in het begin van zijn carrière praat hij met zachtere stem. Tot driemaal toe plaatst hij zichzelf in de schaduw van Luc Tuymans en Michaël Borremans.

"Zij hebben hun kansen gepakt", zegt hij. "Ik iets minder."

Hij staat op, stapt naar de Bang & Olufsen in de hoek van de kamer en legt "de beste punksong aller tijden" op: 'Darling, Let's Have Another Baby' van Johnny Moped.

"Darling, if you ever leave me
I'll cry a million tears
I'll go to the nearest boozer
And drink ten pints of beer
Darling, let's have another baby
Let's make one soon on our second honeymoon
Darling, I need you to be near me
To kiss and to touch, I love you very much"

"Heb je ergens spijt van?", vraag ik. Ferm: "Nee. Waarom zou ik?"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234