Woensdag 21/10/2020

Al-Andalus zucht weer

De zuid-Spaanse stad Granada, opgebouwd onder eeuwen van invloedrijke moorse en christelijke traditie, geldt als een kruispunt. Een stad die in West-Europa de ware smeltkroes van religies zou zijn. Een bezoek aan Granada leert snel dat van mengeling geen sprake is. En zo er iets van saamhorigheid was, dan maken de aanslagen in Madrid het proces naar eenheid uiterst pijnlijk.

Door Rop Zoutberg

Op Plaza Isabel Católica, het kloppend hart van Granada tijdens paasprocessies, staat het beeld voor Isabella. De koningin van Castilië werd op ware grootte verbeeld. Haar mantel stort zich uit in weelderige lappen brons langs de sokkel van het monument, omringd door lawaaiige fonteinen. Rechts van de koningin buigt zich een man genadig voorover met een rol perkament in de hand. Na drie keer navragen weet een ouder echtpaar te vertellen wie het is. Columbus, die de vorstin vertelt dat hij Amerika ontdekte. Toch symboliseert Isabella meer dan louter de drijvende kracht achter de expeditie in de zoektocht naar Indië. Vijfhonderd jaar na de dood van de koningin herdenkt Spanje Isabella als de grondlegger van de moderne staat. Isabella als de vrouw die de reconquista, de herovering van het land op de moren, volbracht en aanzet gaf aan een wasdom waardoor het land kon uitgroeien tot een wereldmacht. Een dozijn exposities en conferenties is inmiddels ingezet om Isabella de Katholieke te herdenken.

"Ik heb geen probleem met die vieringen. Net zo min als ik me druk kan maken over de jaarlijkse feestdag op 2 januari. (Tijdens La Toma, De Inname, herdenken inwoners van Granada de intocht in de stad door Isabella, in het jaar 1492, RZ). Wij zoeken niet de terugkeer van de islam in Granada, we leven nu. Het laatste wat we willen is de fouten van het verleden herhalen. Het enige wat ik wel om me heen zie is een aanmerkelijk armere stad dan in de dagen van Al-Andalus, de acht eeuwen dat moslims deze stad bestuurden", bromt Malik Ruiz. Ruiz is een man die door zijn haardracht en baard een Arabische indruk maakt. Maar denk je de zwarte baard weg, dan blijft een doorsnee-Spanjaard over, een van de naar schatting vijfduizend inwoners van Andalusië die zich tot de islam bekeerde. Een spirituele zoektocht bracht hem in contact met moslims in Granada, die hem een "innerlijke en uiterlijke vrede" gaven.

Sinds een jaar is Ruiz ook de voorzitter van de Stichting Moskee van Granada, de koepelorganisatie die de Grote Moskee, of Jami'ah Moskee, bestuurt. Het gebouw werd vorig jaar juli geopend in de meest imposante wijk van de stad, het Albaicín. De buurt is een wirwar van steile straatjes op een heuvel recht tegenover het moorse paleis Alhambra. Vanaf de tuin van de Grote Moskee is het uitzicht hallucinant. Driehonderd tot vierhonderd bezoekers per dag trekt de moskee, vertelt Ruiz. "In het weekend halen we het dubbele van dat aantal." Zijn trots over de mozaïeken die vanuit Marokko kwamen wordt echter gekrenkt na vragen over de inwijding van de moskee. "Ondanks onze uitnodiging kwamen ze niet. Geen vertegenwoordiger van de regering, niemand namens het koningshuis. Agendaproblemen, heette het. Ik vond dat niet geloofwaardig. En ik vrees dat de tolerantie na de aanslagen in Madrid niet zal verbeteren. De islam zal er een hoge prijs voor moeten betalen."

Met nadruk: "Wij hebben in dit herdenkingsjaar van Isabella niets te vieren. Tijdens de overgave in 1492, tijdens het ondertekenen van de vrede in Santa Fé werd afgesproken dat de moslims beschermd zouden worden. Dat is nimmer gebeurd. Een vervolging werd ingezet. Goed, als iemand dat wil vieren vind ik het best." Ruiz schudt nog eens het hoofd. "Het enige wat ik weet is dat Granada in de jaren van Al-Andalus zijn moment van glorie beleefde met de islam als enige autoriteit."

Washington Irving, een Amerikaanse diplomaat die vier eeuwen later te paard Granada binnen stapte, logeerde in 1829 in de stad. Hij raakte betoverd door verhalen die moorse geschiedschrijvers hem vertelden. Zijn boek over Granada, Verhalen van het Alhambra, is een bevlogen mengeling van feiten en legendes, al vertelt het de geschiedenis die vandaag de dag rond het voormalige moorse paleis zingt. Een citaat: "Tegengehouden door de fysieke barrière van de Pyreneeën gaven de hordes uit Afrika en Azië hun moslimprincipe van verovering op. Zij zochten in Spanje een vreedzame en permanente overheersing. Ver weg van de landen die ze achterlieten hielden ze van het Spanje dat Allah hen gaf. De pilaren van hun macht ondersteunden een systeem van verstandige en gelijkwaardige wetten. Ze cultiveerden de kunst en wetenschappen. Er ontstond een natie, onvergelijkbaar met enig ander christelijk land. Het verspreidde een oosters licht, onbekend in het benauwende Europa."

Al in de dertiende eeuw was Granada het laatste moorse koninkrijk van Spanje, zuchtend onder de druk tot overleven. Fernando III van Castilië duldde de heerschappij van prins Ibn Ahmar in ruil voor pittige belastingafdrachten en de hulp van de moren uit Granada bij de herovering van Sevilla. In het koninkrijk Granada, dat zich over 13.000 vierkante kilometer naar het zuiden tot aan Tarifa en Almeria uitstrekte, floreerde evenwel de handel, cultuur en landbouw. Een dichtbevolkt gebied, met ongeveer een half miljoen inwoners. Twee eeuwen later, na het huwelijk van Isabella met Ferdinand van Aragón, begon de verovering van de steden die Granada omringden. Rond 1490 was de stad geïsoleerd. Tevergeefs riep de vorst Baobdil hulp in van moslims uit Noord-Afrika en Azië om weerstand te kunnen bieden aan de troepenmacht van 150.000 soldaten. Op 2 januari 1492 namen Isabella en Ferdinand Granada in. Het was een meer dan symbolische daad waarmee de Reconquista was voltooid.

Elena Argita, onderzoekster aan het instituut voor semitische studies van de universiteit van Granada, heeft haar bedenkingen bij het idealiseren van het moorse Spanje. "De laatste jaren is een revisie van dat beeld gegroeid. Al-Andalus was niet bepaald een samenleving waarin iedereen gelijk was. Het machtige rijk had een grote onderklasse die bloed, zweet en tranen verloor in het vergaren van de weelde. Maar toch. Ondanks die herziening geldt in de Arabische wereld Granada nog immer als de ware symbiose. Bij de universiteit zijn talloze Marokkaanse studenten ingeschreven, de toekomstige elites van hun eigen land. Ze hebben een pre wanneer ze vertellen dat ze in Granada studeerden."

Argita zelf merkte altijd hoe tijdens reizen in de Arabische wereld de deuren voor haar opengingen na de mededeling dat ze uit Granada afkomstig was. Relativerend: "Dat was zo tot een jaar geleden. Veel veranderde na de top op de Azoren, toen premier Aznar zich als de beste vriend van Bush liet fotograferen en de Irak-politiek van de Amerikaanse president openlijk steunde. Dat werd niet begrepen. Net zo min als de opgeblazen herovering van het Peterselie-eiland voor de Marokkaanse kust. Spanje kan een belangrijke rol spelen. De politieke partijen moeten beseffen dat er een eeuwenoude relatie met Marokko is. Het is niet alleen de Straat van Gibraltar die we delen."

In de voormalige moorse bazaar Alcaceria naast de kathedraal van Granada schuifelen de eerste toeristen in korte broeken voorbij. Het straatbeeld is dat van gitanos, die palmtakjes in de handen van voorbijgangers drukken. Van Marokkaanse jongens die op muurtjes zitten, van traditioneel geklede moslims die voorbij snellen. Flamencojurken hangen in de etalages, stieren en de beweende dichter García Lorca domineren de ansichtkaarten.

Mustafa, een Marokkaan die namen van de toeristen op kaarten kalligrafeert, leunt tegen de muur van de kathedraal. Een in het oog springende rood-witte sticker 'Nee tegen het terrorisme' zit op zijn tafeltje geplakt. Hij heeft er veertien jaar in Spanje opzitten en werkte eerder in de bouw in Girona voor hij naar Granada trok. "Ik kan maar niet geloven dat Marokkanen achter de bommen in Madrid zitten", zegt Mustafa, zijn stem onderdrukkend. "Marokkanen komen naar Spanje om te werken, om verder te komen. Die willen geen problemen." Hijzelf werd altijd geaccepteerd in de stad en maakte veel vrienden onder de Spanjaarden, vertelt hij. "Ze verwijten me niets. Maar ik weet niet wat ze in hun hart voelen. Iets is kapotgemaakt. Dat merk ik echt."

De blik in zijn ogen is wantrouwend, niet anders dan bij onderzoekster Argita. "Een Franse journalist belde me met de vraag waar hij de 'barbudos', de streng gelovige moslims met lange baarden, kon vinden. Het lijkt me dat dat niet helpt aan de klap die we allemaal te verwerken kregen."

De bouw van de nieuwe Grote Moskee in het Albaicín van Granada werd destijds aangezwengeld door een bekeerde Schot, die een eigen geloofsgemeenschap onder de naam Al Moerabitun aanvoert. Het project kostte vier miljoen euro en gefinancierd door fondsen afkomstig uit onder meer Libië en Marokko. Grootste geldschieter (drie kwart van de kosten) was evenwel het emiraat Sharjah, een van de zeven van de Verenigde Arabische Emiraten. Bin Mohammed al Qasimi, emir van Sharjah, was vorig jaar bij de opening. Bijgestaan door van trots glimmende afvaardigingen uit Turkije, Syrië, Libanon en Palestina. De burgemeester van Granada stuurde diezelfde dag een vervanger, zich welbewust van de provocatie die veel buurtbewoners zagen in de bouw op een van de mooiste locaties in het Albaicín. Uiteindelijk vertraagden hun protesten alleen de aanleg van de moskee, die zich snel ontpopte tot een toeristische trekpleister.

Pastoor Javier Alaminos van de nabijgelegen kerk San José is er nauwelijks gelukkig mee. "Het probleem is dat we in het Albaicín een invasie... nee herstel... een sterk groeiende concentratie van moslims moeten doorstaan. Het zijn mensen die zich beroepen op de moorse geschiedenis van de stad. Maar tussen de eerste en achtste eeuw was dit land wel degelijk christelijk. Zij waren de eersten die na de Romeinen kwamen. Van mijn kerk werd in de achtste eeuw een moskee gemaakt. De moslims zijn die geschiedenis vergeten. Ze liegen als ze zeggen dat Granada altijd al islamitisch was."

Alaminos' voornaamste bezwaren tegen de moskee gaan om de plek van het gebouw, geklemd tussen een andere kerk en een klooster. "Dan beweren ze dat de kerk ernaast eerder een moskee was. Bedrog!" Alaminos, met een hand op mijn arm: "De moslims beweren dat hun god alleen de vrede predikt. Maar tegelijk bestempelden ze de Grote Moskee als hun centrale moskee voor West-Europa. Ze hebben het Albaicín ingenomen als hun Heilige Stad. Ondertussen doen ze niets om hun mensen van hun heilige oorlog tegen de westerse wereld te behoeden. Waarom treden ze niet op tegen de fanatici."

Hij huilde in de dagen na de aanslagen in Madrid onafgebroken, prevelt Alaminos. "De tranen waren om de mensen die in naam van Allah moesten sterven. Diezelfde Allah werd gekneed tot een god van hun eigen egoïsme. God wil dit niet. Hij stuurde zijn zoon om ons te bevrijden. Wanneer we aan hem onze eigen vorm geven vervallen we in zelfzuchtigheid en zonde. Zo komen we nergens."

Zakaria Maza Vielva, voorzitter van de traditionele kleine moskee Temor de Allah (Vrees van God) bij de theewinkels van het Albaicín, gooit zijn handen in de lucht. Er is nimmer rekening met de moslimgemeenschap gehouden, stelt hij. Nog altijd wacht hij op de overheidssteun voor zijn moskee, net zoals de kerken in de stad ontvangen. "Waarom nu ineens al die aandacht van de pers? In deze wereld lopen een miljard moslims rond. Zijn al die mensen stuk voor stuk verantwoordelijk voor iedere jood die sterft? Na 11 september is door de Verenigde Staten een campagne tegen ons ingezet. Het Albaicín werd in El País als de lange schaduw van Bin Laden beschreven. Dat heeft een heel slechte invloed op ons samenleven hier. Het islamitisch terrorisme raakt mij ook, alleen dankzij de wil van God zat ik niet in die trein bij Atocha. De westerse wereld voelt zich oppermachtig en zaait haat. Ik snap dat daardoor mensen wanhopig worden. Ik spreek niets goed, maar Bush is erin geslaagd om nog van een steen een terrorist te maken."

Met dank aan J. de Vos. Bronnen: Tales of the Alhambra van Washington Irving, Historia de España van Javier Tusell, Rough Guide to Spain.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234