Donderdag 25/04/2019

Werk

Akkoord over zware beroepen: pensioen kan ten vroegste vanaf 60

Beeld David Rozing/Hollandse Hoogte

Pensioenminister Daniel Bacquelaine (MR) en de ambtenarenvakbonden hebben een belangrijke doorbraak bereikt in het dossier van de zware beroepen. Wie tijdens zijn carrière minstens vijf jaar hard labeur heeft verricht, zal ten vroegste op zijn zestigste kunnen stoppen met werken.

Voor de privésector liepen de gesprekken volledig vast, voor de ambtenaren gaat het dossier van de zware beroepen wél vooruit. We moeten dan wel allemaal langer gaan werken, wie zware arbeid verricht krijgt daarvoor compensaties. Pensioenminister Bacquelaine en de overheidsbonden stemden in met een oriëntatienota, waarin de algemene principes worden vastgelegd.  

Wie een zware job heeft, zal vroeger op pensioen kunnen. Wie toch beslist om langer door te werken, krijgt in ruil een hogere pensioenuitkering. Hoe langer je een zwaar beroep hebt gedaan, hoe meer rechten je opbouwt. Maar er zijn grenzen ingebouwd: niemand zal voor zijn 60ste kunnen stoppen met werken. Ook moet je minstens vijf jaar een zwaar beroep hebben gehad om in aanmerking te komen voor de gunstige regeling.

Vier criteria

Maar wanneer wordt je job als "zwaar" beschouwd? Er zullen vier criteria gehanteerd worden: moeilijke uurroosters (nachtwerk of ploegenarbeid), fysiek zware arbeid (bijvoorbeeld veel heffen), psychologische en emotionele belasting (stress) en veiligheidsrisico's (zoals een agent of brandweerman). Daarmee bouwt de openbare sector verder op een eerder akkoord tussen bonden en werkgevers vorig jaar.

Sommige beroepen zijn echter zwaarder dan andere. Wie voldoet aan meer dan één criterium bouwt extra rechten op. Een politieagent die nachtwerk doet én veiligheidsrisico's loopt (2 criteria) zal vroeger met pensioen kunnen dan een leerkracht die enkel geconfronteerd wordt met emotionele belasting (1 criterium).

Let wel, dit is een hypothetisch voorbeeld. De concrete invulling van welke groep een zwaar beroep heeft, volgt later. Op basis van deze oriëntatienota werkt Bacquelaine een algemeen wetsontwerp uit dat nog voor eind dit jaar op de regeringstafel belandt. Begin 2018 starten op basis daarvan nieuwe gesprekken met bonden die de verdere uitwerking op punt moeten stellen.

"Hier wordt een belangrijke basis gelegd", zegt Luc Hamelinck van de christelijke vakbond ACV. "Maar er blijven belangrijke vragen. Nu moeten we nog bepalen welke beroepen zwaar zijn, ook moet er een goede overgangsregeling komen." Wat bijvoorbeeld met de gewerkte jaren voor de invoering van het nieuwe systeem? Gaan die ook meetellen? De bonden consulteren nu nog hun achterban. 

Stap vooruit

Bacquelaine zelf heeft het over "een grote stap vooruit". "We gaan nu de wetteksten voorbereiden en verder overleggen op de ministerraad", zegt zijn woordvoerder Koen Peumans.

Dat er vooruitgang wordt geboekt bij de ambtenaren is niet helemaal verrassend. Er bestaat al een systeem dat, kort samgengevat, zware arbeid moet belonen: de zogenaamde preferentiële tantièmes, waar bijvoorbeeld brandweerlui, leerkrachten en agenten van genieten. Dat systeem wordt afgebouwd om plaats te maken voor de zware beroepen. De budgetten zijn al voorzien: 16 miljoen euro voor 2019, 22 miljoen voor 2020.

Bacquelaine hoopt dat dit succes het dossier in de privésector in gang kan zetten. Hoewel vakbonden en werkgevers er niet in slaagden een regeling uit te werken, lopen de gesprekken discreet door. Ook voor werknemers en zelfstandigen wil Bacquelaine voor eind dit jaar een oplossing op de regeringstafel brengen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.