Woensdag 13/11/2019

Agusta/Dassault vergt ruimer debat dan dat in rechtszaal

Cassatie wil geen antwoord op alle vragen

De verschijning van de drie ex-voorzitters van de SP gisteren op het proces Agusta/Dassault werd duidelijk een maat voor niets. Noch door procureur-generaal Eliane Liekendael, noch door de voorzitter van het hof, Lahousse, werd de kans echt aangegrepen om dieper te graven naar de precieze manier waarop de SP in '88/'89 een geldaanbod kreeg van Agusta en wie daar op inging.

Louis Tobback, Frank Vandenbroucke en Karel Van Miert waren duidelijk geen getuigen van het openbaar ministerie, laat staan van de voorzitter van het hof. Ze werden opgeroepen door drie beklaagden: Willy Claes, zakenadvocaat Puelinckx en voormalig SP-functionaris Wallyn. Maar de advocaat van Claes stelde uiteindelijk geen enkele vraag aan de drie getuigen. Dat lijkt wel een aanwijzing dat Claes zelfs niet meer moet rekenen op wat formele steun vanwege zijn vroegere collega's in de partijtop en het illustreert duidelijker dan ooit zijn politiek isolement.

Voormalig penningmeester Mangé daarentegen kreeg, zeker vanwege Tobback en Van Miert, bijzonder veel lof toegezwaaid voor al wat hij in de jaren voorafgaand aan de Agusta-affaire voor de partij heeft gedaan. En dat begrip is eigenlijk - als men rekening houdt met de inhoud van het dossier - op zijn minst even opmerkelijk. Mangé lijkt in de hoogste SP-regionen lang niet zo geïsoleerd als Claes en dat viel gisteren duidelijk op.

Maar de kernvraag is natuurlijk waarom dit getuigenverhoor duidelijk niet tot de prioriteiten behoorde, noch voor het hof, noch voor het openbaar ministerie. Er werd de voorbije weken immers een reeks tot op heden onbeantwoord gebleven vragen opgeworpen - ook in deze krant - over de manier waarop de SP-leiding in '88/'89 eigenlijk reageerde toen wapenproducent Agusta via het kanaal van Wallyn en Mangé een voor die tijd enorm pak geld aanbood in verband met het helikoptercontract.

Kwam dat aanbod er voor het sluiten van dat contract of pas nadien? Was het corruptie of alleen maar een ethisch betwistbare gift?

Het officiële antwoord van de SP werd gisteren nogmaals door Tobback verwoord. Het aanvaarden van het Agusta-geld door Mangé gebeurde achter de rug en tegen de zin van de partijvoorzitters van weleer. Mangé is verantwoordelijk voor het aanvaarden van het Agusta-geld en daarbij ging hij in tegen alle afspraken die de SP met hem had gemaakt. Wat na Agusta nog volgde (het geld van Dassault) valt alleen onder de verantwoordelijkheid van ongure figuren die zich, in tegenstelling tot Mangé, ook persoonlijk hebben verrijkt (Puelinckx, Wallyn). Zij maakten misbruik van de eerste fout die Mangé heeft begaan in verband met Agusta. Tobback hamerde er op dat Mangé in januari '89 van de partijtop het bevel kreeg om het Agusta-aanbod zonder meer af te wijzen.

Maar Tobback ging ditmaal wel een stap verder en bekende voor het eerst ronduit dat ook de partijleiding van de SP enige schuld draagt (maar dan alleen voor wat Agusta betreft) omdat ze penningmeester Mangé te lang en te veel alleen liet ploeteren zonder vragen te stellen. De partijleiding, zo zei Tobback, liet de man eigenlijk aan zijn lot over, met de bekende gevolgen.

Erg opvallend was dat zowel het hof als het openbaar ministerie de drie getuigen geen enkele vraag stelden over de talrijke materiële aanwijzingen in het dossier dat Mangé het aanbod van Agusta in het laatste kwartaal van '88 heeft gekregen, dus voor het sluiten van het helikoptercontract. Niemand werd aan de tand gevoeld om de juistheid na te gaan van de officiële SP-versie, namelijk dat Mangé het geldaanbod van Agusta in januari '89 aan de partijtop meedeelde, dus na de sluiting van het contract.

De verklaring hiervoor is dat in deze procedure al sedert 1995 door de procureur-generaal van Cassatie, eerst Jacques Velu en daarna Eliane Liekendael, een duidelijke lijn is getrokken inzake de vervolging in de zaak 'Agusta/Dassault'. Die lijn werd voor het eerst zichtbaar toen Velu destijds de Kamer een brief schreef met de mededeling dat Tobback in deze zaak niet zou worden vervolgd. De vervolging spitste zich namelijk toe op de hoofdverdachten op wie het vermoeden van passieve en actieve corruptie rustte. Dat vervolgingsbeleid werd nog verduidelijkt toen Liekendael bij de aanvang van het proces voor Cassatie, begin september, preciseerde dat zij in deze zaak prioriteit geeft aan de mogelijke schuld van ministers en eventueel van hun kabinetchefs, terwijl de tweedelijnsfiguren in de beklaagdenbank op enige mildheid kunnen rekenen indien zij met het openbaar ministerie meewerken bij het achterhalen van de waarheid.

Concreet houdt dit ook in dat al wie slechts zijdelings of indirect met Agusta-geld te maken kreeg in de SP (b.v. Carla Galle, Tobback of Van den Bossche, die allen 'verdacht' geld kregen van Mangé) hoe dan ook niet vervolgd zal worden. Nog concreter wil dit zeggen dat het openbaar ministerie in deze zaak wél prioritair tegen Claes of Guy Coëme alle elementen wil aanvoeren, die kunnen wijzen op passieve corruptie.

Zij in de partijtop die destijds alleen van Mangé hoorden dat Agusta geld aanbood en die dat hebben afgewezen, vallen uiteraard buiten de vervolging. En dat Tobback als partijleider alles - overigens met succes - in het werk heeft gesteld om voor de SP de schade te beperken, die door deze hele affaire werd veroorzaakt, valt uiteraard ook helemaal buiten de belangstelling van de strafrechter.

Het is nu eenmaal zo dat in het dossier 'Agusta/Dassault' tal van gegevens opduiken die, volgens het parket, niet tot de kern van de harde bewijslast behoren. En sommige van die gegevens zijn dan weer in strijd met de officiële versie van de feiten, die Tobback en de SP-leiding aan hun militanten voorhouden. Twee voorbeelden om dat te illustreren. De SP-top uit de tijd van het Agusta-contract (Tobback, Vandenbroucke) heeft liefst vijf tot zes jaar, van januari '89 tot februari '95, gewacht om justitie te informeren over het geldaanbod dat Agusta hen destijds via Mangé deed. De betrokkenen deden dat eerst twee jaar na de start van het onderzoek naar Agusta-corruptie bij de PS, toen de zaak met de arrestatie van Mangé in Luik ook de top van de SP had bereikt. Ook die vraag interesseert justitie niet, maar ze is wel politiek en maatschappelijk relevant. Een ander voorbeeld is het torenhoog conflict dat in januari '89 - in tempore suspecto - openlijk losbrak op een bijeenkomst van de SP-top en dat draaide om het al dan niet aanvaarden van bedrijfsgiften (niet Agusta of Dassault). Uitgerekend Willy Claes stond daarbij lijnrecht tegenover partijvoorzitter Vandenbroucke. Het conflict manifesteerde zich ongeveer op het moment waarop Mangé het aanbod van Agusta aan de partijtop meedeelde, volgens de versie Tobback. Waarom vraagt niemand aan de betrokkenen om ook daaromtrent eens hun agenda op te slaan? Dat zou nog voor verassingen kunnen zorgen. (WDB)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234