Maandag 22/07/2019

Column

Afspraak in Rio

Hans Vandeweghe is sportjournalist bij De Morgen.

Hans Vandeweghe. Beeld Karel Duerinckx

Hebben we goed gepresteerd in Rio op de Olympische Spelen? Met andere woorden: die zes medailles, moeten we daar trots op zijn? Waren die het resultaat van een beleid of hebben we gewoon geluk gehad?

Zes medailles in Rio 2016 was exact dezelfde oogst als in Atlanta 1996 en dus zijn we erop achteruitgegaan. In Rio waren 15 procent meer medailles te verdienen dan in Atlanta en níét in sporten waarin de fysiologie en de genetica het verschil maken, maar vooral in technische, dure, dus westerse sporten.

Anderzijds werden in Rio medailles behaald in vijf verschillende sporten zoals onder meer in koningsnummers van het atletiek en zwemmen. Rio is ook een triomf gebleken voor het Vlaams topsportbeleid dat 16,5 van de 19 topachtplaatsen en 4,5 van de 6 medailles voor zijn rekening nam. Dat halfje is de zilveren medaille van het hockeyteam, een nationaal project, maar toch een sport waar Vlaanderen het meest geld – meer dan één miljoen euro – aan uitgeeft. Die ene Waalse medaille was het goud van Nafi Thiam.

Gisteren stelde minister Muyters het Vlaams topsportbeleid voor de olympiade tot aan Tokio 2020 voor. Dat gaat verder op de ingeslagen weg richting Rio 2016, toen de helft van de Vlaamse middelen ad hoc werd ingezet. De andere helft waren de zogeheten decretale subsidies waarvan de betrokken sport zich vier jaar lang op voorhand verzekerd wist. Tot voor kort ging dat zo: vooraf beloofden de bonden medailles bij de vleet en werden ze ingedeeld volgens een bepaalde categorie. Wie in categorie 1 zat, kon zonder ongelukken vier jaar lang rekenen op 350.000 euro. Achteraf bleek soms minder dan de helft van die prijzen behaald, maar dan kwamen de bonden met een powerpoint en een goeie uitleg smeken om maar niet naar een lagere subsidiecategorie te worden teruggezet.

De sportbonden vonden dat systeem van op voorhand vastgelegde subsidies wel oké. Maar wat de sportbonden graag hebben, is zelden goed beleid en daarom ging dat op de schop. De Belgische/Vlaamse sport moest worden uitgedaagd en het beleid moest keuzes maken, want méér geld was onbespreekbaar. Richting Rio was al ingezet op tien focussporten. Of dat heeft gewerkt, is niet duidelijk, ook al omdat het effect niet te vatten is in getallen. De afdeling topsport van Sport Vlaanderen ondervond wel dat het ad hoc inzetten van middelen op sporten met medaillepotentie betere resultaten opleverde.

Nafi Thiam tijdens de zevenkamp. De atlete won goud in Rio. Beeld BELGA

Een mooi voorbeeld was taekwondo. In principe waren die verdwenen van de zogeheten topsporttakkenlijst, omdat ze in het verleden niet op niveau hadden gepresteerd. Net nadat ze waren gedegradeerd, werden de eerste medailles behaald en zat de topsportwerking weer in het goede spoor. Gevolg: hoewel nauwelijks geld was toegezegd, werd taekwondo toch flink financieel ondersteund en ze pakten in Rio net naast een medaille.

Voor de aanstaande olympiade tot en met Tokio 2020 krijgen de sportbonden geen geld meer op basis van resultaten behaald in het verleden, maar op basis van het potentieel aan talent en programma’s. Sportbonden die niet waarmaken wat ze hebben beloofd, zullen snel worden gekort in hun middelen en dat geld zal weer op andere sporten die wel presteren worden ingezet. Nog slechts één derde van de middelen zijn decretaal voor vier jaar vastgelegd, twee derde wordt ad hoc toegekend op basis van een uitgekiend evaluatiesysteem, waar heel wat om te doen zal zijn.

Veel stijgers zijn er niet, of het zouden taekwondo en zeilen moeten zijn die substantieel meer topsportgeld krijgen. De dalers zijn de sporten die veel beloofden maar weinig presteerden: zwemmen (-15 procent), paardensport (-20 procent), atletiek (-20 procent), tennis (-25 procent) en koploper judo (-40 procent) dat er jaarlijks 400.000 euro bij inschiet.

Gisterenochtend kregen de sportbonden te horen wie wat krijgt voor 2017 en wat daartegenover staat. Ongetwijfeld komt daar politieke herrie van. Daarom, aan wie zich geroepen voelt een parlementaire vraag te stellen waarin ongetwijfeld het begrip willekeur zal vallen, volgend vrijblijvend advies: laat u niet voor de kar spannen van een verongelijkte sport. Dit was een aartsmoeilijke opdracht die in eer en geweten is uitgevoerd. Dertig procent betere topsportresultaten betoelagen met evenveel middelen – minder dan wat één schouwburg in Brussel krijgt – is ondoenbaar.

Afspraak over drieënhalf jaar in Tokio.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden