Donderdag 21/01/2021

Afscheidnemend rector André Oosterlinck

'Op verschillende vlakken is de VLD redelijk geweest, maar Karel De Gucht wenste het onderwijs in een andere richting te sturen. Toen ik met de hogescholen sprak om in onze Leuvense associatie te stappen, waren er een paar die aarzelden. Mijn laatste argument, al lachend, was altijd: 'Let op: wie niet meedoet en achterblijft, is een vogel voor de Karel.' En snel dat ze bijdraaiden!'

'Wat zou een mens zijn zonder schoonmoeder?'

Walter Pauli en Geert Van Hecke / Foto Tim Dirven

Er zijn twee redenen waarom de rectorverkiezing van de Katholieke Universiteit van Leuven veel meer aandacht trekt, en verdient, dan die van de andere grote universiteiten. Ten eerste is er de KU Leuven zelf. Met 38 procent van de Vlaamse studenten en 45 procent van de onderzoeksbudgetten is het veruit de belangrijkste instelling. Ten tweede zijn er de rectoren. Sinds de stichting van de autonome Vlaamse universiteit, in 1968, kende Leuven maar drie rectoren. Het zijn drie namen met klank en faam: Pieter De Somer (1968-1985), Roger Dillemans (1985-1995) en nu André Oosterlinck (1995-2005). Slechts drie. In een vergelijkbare periode versleet de Vrije Universiteit van Brussel dubbel zoveel rectoren: Gerlo, Van Geen, Loccufier, Renneboog, Witte en nu Van Camp.

Piet De Somer was de charismatische stichter-bezieler van de universiteit, een man die tot zijn dood in 1985 de geest van de jaren zestig belichaamde. De vrijheid van denken, het non-conformisme, de scherpe tong ook. Iedereen vreesde dat zijn opvolger Roger Dillemans nooit onder de schaduw van De Somer uit zou raken, maar hij slaagde daar wel in. Zelfs in die mate dat iedereen er op het einde van het tijdperk-Dillemans van uitging dat André Oosterlinck toch van een kleiner kaliber was. Ook dat was fout. In een tijd dat met de Bologna-hervorming in heel Europa de universitaire structuur door elkaar werd geschud, verraste hij Vlaanderen met een fenomenale tussensprint. Voor de concurrentie een kik kon geven, had hij zijn beruchte 'associatie' klaar, een monstercoalitie van zowat alle katholieke hogescholen in Vlaanderen rond 'zijn' Katholieke Universiteit.

Dus stelt zich vandaag dezelfde vraag: zal de vierde rector van de KU Leuven uit de schaduw van zijn voorganger kunnen treden? Vanaf deze week is de verkiezingsperiode officieel geopend en proberen vijf professoren zich te laten verkiezen voor het hoogste ambt dat er in de oude Hallen aan de Naamsestraat te begeven valt: theoloog Marc Vervenne, arts Marc De Craemer, ingenieur Bart De Moor, medisch jurist Herman Nijs en Rik Torfs van De laatste show.

Bovendien: meer nog dan bij vorige verkiezingen lijkt de figuur van de uittredende rector de verkiezing te domineren. Hier en daar klinkt er zelfs gemor, omdat André Oosterlinck onlangs een officiële 'visietekst' over het beleid van de KU Leuven mee redigeerde, een tekst die alle kandidaat-rectoren moeten ondertekenen voor ze aan de race beginnen. Wil André Oosterlinck zelfs na tien jaar rectorschap zijn invloed blijven uitoefenen?

André Oosterlinck: "Ik ontken dat ten stelligste. Toen ik rector werd, heb ik ook de 'opdrachtverklaring' van deze universiteit ondertekend, een tekst die opgesteld was door Herman Servotte. De visietekst is gewoon een explicitatie van die opdrachtverklaring. Het is niet zo, zoals een aantal kandidaten via de pers beweert, dat 'men' hen beperkt in hun campagne. Wij beperken niks. Want met 'men' bedoelen ze natuurlijk mij."

Het zit u hoog.

"Er moet fair gecommuniceerd worden. Knack schrijft dat ik niemand toegelaten heb om te spreken voor 1 april. Maar ik zit zelfs niet in de commissie die daarover oordeelt. Vroeger organiseerde de zetelende rector de verkiezingsprocedure van zijn opvolger, tot de praktische zaken toe. Ik heb die bevoegdheden toevertrouwd aan een bijzondere universiteitsraad, waar ik geen deel van uitmaak. Maar het schijnt allemaal niet te helpen. Ach, het kan natuurlijk een onderdeeltje zijn van de imagobuilding van een paar kandidaten om zich tegen Oosterlinck op te stellen, maar ook van een deel van de pers die graag tegenstellingen zoekt."

Er zijn blijkbaar kandidaten die u niet liggen, en vice versa.

"Heren, één afspraak. Ik zeg niets over de kandidaten. Dat heb ik tot nu niet gedaan, en dat zal ik zo houden. Bespaar u dus de moeite om ernaar te vragen."

Hoe dan ook, ze krijgen een paar weken voor de verkiezingen ineens een tekst op tafel die ze moeten onderschrijven. Dan moet u niet klagen als er een paar opspelen.

"Meer dan een jaar geleden, toen het nieuwe organiek reglement was goedgekeurd, heb ik aan de vice-rector van Kortrijk, onze huidige algemeen beheerder en de coördinatoren voor onderzoek, onderwijs en studenten gevraagd om teksten te maken. Die waren allemaal veel te lang, een aantal ging te ver..."

Te ver?

"Een aantal elementen waren te bindend voor mijn opvolger. Ik heb die er uitgelicht, het geheel is herschreven en samen gezet. Die eindredactie heb ik waargenomen. De nieuwe tekst ging dan naar de Academische Raad en de Universiteitsraad. Dan werd de tekst nog eens helemaal herschreven door een collega van de faculteit letteren, om een eenheid in stijl te bekomen. Die tekst is dan naar de inrichtende overheid gegaan.

"Vandaar dat de visietekst pas onlangs vrij werd gegeven. Het was inderdaad beter geweest als deze tekst er al zes maanden geleden gelegen had, in plaats van kort voor de verkiezing. Maar precies doordat ieder lid van het universiteitsbestuur er zijn zeg over heeft mogen doen, is de procedure uitgelopen.

"Op het moment dat de visietekst goed werd gekeurd, heeft niemand gereclameerd. Ook al was toen overal bekend dat de kandidaat-rectoren die tekst zouden moeten onderschrijven."

Ben u zo bang voor uw opvolgers?

"Rectorverkiezingen zijn geen politieke verkiezingen. Bij politieke verkiezingen kan een nieuwe meerderheid aantreden en zeggen: foert met onze voorgangers, we veranderen radicaal van koers. Hier kan dat niet. Een universiteit is een instelling met een eigen geschiedenis. Deze visietekst legt aan iedereen, ook aan kandidaat-rectoren met weinig ervaring, het beleid van de vorige jaren uit. Het is de weerslag van de universitaire realiteit zoals de huidige academische overheid die nu percipieert."

Het is uw testament, quoi.

"Als het al een testament is, dan van het beleid zoals dat vorm kreeg onder De Somer, Dillemans en Oosterlinck samen. Er zit veel continuïteit tussen ons, en niemand wil die verloren laten gaan. Een testament, zo u wilt, maar dan één dat opgesteld is met alle kinderen erbij, en waarover ze allen hun zeg konden doen."

Maar met één beperkende clausule: u eist continuïteit.

"De universiteit doet dat. Verschillende decanen hebben gezegd: 'Wie dit niet wil onderschrijven, hoeft geen kandidaat te zijn.'"

En wat met rectoren die het toch over een andere boeg willen gooien? Het is toch hun goed recht om iets anders te willen.

"Een nieuwe rector moet eerst erkennen waar de universiteit nu staat. En zolang hij geen nieuwe programmapunten heeft die goed zijn gekeurd door de universitaire besturen moet hij voorlopig uitvoeren wat vandaag bestaat. Dat is de betekenis van die visietekst.

"Een rector is geen president. Wij werken in de universiteit met allerlei raden en instellingen, en die hebben alle bestaande programma's en beleidsopties goedgekeurd. Een nieuwe rector zetelt daarin, en hij bezet een belangrijke positie. Maar hij kan niet in één vingerknip laten afkeuren wat men vorig jaar goed heeft gekeurd. Hij zal moeten overtuigen.

"Ik zie wel dat sommigen het er lastig mee hebben. Een aantal kandidaten heeft signalen gegeven, (grijnst) via het studentenblad Veto."

Zijn er, behalve de bereidheid om deze tekst te tekenen, nog criteria waaraan uw kandidaat-opvolgers het best beantwoorden?

"Het zijn best mensen met een grote wetenschappelijke carrure. Het moet om teamspelers gaan. Ze moeten een onbesproken privé-leven hebben. Dat vind ik wel."

Voor wie het vergeten was: dit is natuurlijk een katholieke universiteit.

"Hij moet geen traditionele katholiek zijn. Maar hij mag zeker geen antikatholiek zijn. Een 'zoekende katholiek', zoals dat heet, zou kunnen.

"U moet geen karikatuur maken van onze relatie met de kerkelijke overheid. Die is opperbest, hoewel de kerk volgens de letter van de wet nu minder te zeggen heeft dan vroeger. Een paar jaar terug is het organiek reglement veranderd. Sindsdien zitten de bisschoppen in de inrichtende macht in de minderheid. Maar het systeem werkt goed. Vroeger kwam die inrichtende macht maar eenmaal per jaar samen. Vandaag vergaderen we regelmatig. De kardinaal zit die bijeenkomsten voor. Hij is actief aanwezig, discussieert mee, en de andere bisschoppen doen dat ook. Het is voor hen namelijk gemakkelijker om iets in te brengen, want zij dragen de eindverantwoordelijkheid niet meer alleen."

U hebt hen bevrijd van hun macht.

"Ja en neen. En zo is hun betrokkenheid verhoogd. En zo steeg, zij het indirect, ook hun invloed. Vroeger was het eigenlijk geen gemakkelijke situatie. Als de inrichtende macht iets zou hebben doorgeduwd lag de kritiek klaar: 'Een dictaat van de bisschoppen.' Als de bisschoppen nu op belangrijke punten de leken overtuigen, halen ze hun slag wel thuis en zal niemand erover vallen.

"Ik denk dat veel van onze collega's nog altijd gelovig zijn. Alleen hebben wij nu een veel gemakkelijker relatie met de kerk dan onze voorgangers. De huidige generatie ervaart de kerkelijke uitspraken niet meer als dwingend, maar ziet ze veeleer als een behartigenswaardige 'raad'. De generatie voor ons zat nog gevangen in een machtsrelatie."

Op vijf rectorkandidaten zijn vandaag én een theoloog én een kerkelijk jurist, én een jurist die zich met ethische vraagstukken bezighoudt. In de tijd van De Somer hadden die geen kans gemaakt met dat 'te katholieke' profiel.

"Dat betekent dat men anders tegen de 'K' aankijkt dan vroeger. Hoeveel professoren of docenten weten nog wat '68 was? Een aantal was toen niet geboren!"

En toch. Als er één rector met de 'K' geassocieerd wordt, bent u dat. Ex-onderwijsminister Luc Van den Bossche zei ooit: 'Oosterlinck houdt een vlag omhoog met daarop twee 'K's'. Een van kwaliteit en een van katholiek. Naar gelang het hem uitkomt, draait hij de ene of de andere kant naar voren.'

"Ik heb ooit tegen Els Witte, mijn oud-collega van de VUB, gezegd: 'Jij als historica zou moeten weten dat de godsdienstoorlogen allang voorbij zijn. En trouwens, ik ben niet meer beschikbaar als vijand."

Els Witte stond bij de laatste verkiezing op een SP.A-lijst. Hebt u ooit zin gehad in een plaats op een lijst?

"Neen.

"Het ligt bij ons anders. Er zijn universiteiten waar levensbeschouwelijke groepen onderling oorlogjes uitvoeren. Die bekampen elkaar om zaken die niets met het onderzoek of het onderwijs te maken hebben.

"Hier is dat niet zo. Alle gezindten en opinies zijn aanwezig, maar we profileren ons niet als zodanig. Zeker niet in tijden van rectorverkiezingen. De sterkte van Leuven is dat we het hard kunnen spelen tijdens de verkiezingen, maar dat na een maand niets meer te zien is van die polarisatie. De universitaire gemeenschap erkent de winnaar als de rector van de hele universiteit, en niet als de man van één kamp.

"Vandaar dat een rector bij de samenstelling van zijn bestuursteam geen rekening moet houden met zogenaamde 'machtsevenwichten'. Hij kiest alleen zeer goede mensen."

Marc Vervenne is uw vice-rector. Die gaat automatisch door het leven als uw kandidaat.

"Hij weet dat dat niet noodzakelijk een voordeel is."

U hebt wel een laag zelfbeeld: wie met Oosterlinck geassocieerd wordt, dreigt de verkiezingen te verliezen.

"Maar er zijn altijd mensen die ongelukkig zijn met het beleid van een rector. U weet dat ik de lat hoog leg, dat ik prestaties eis van onze hoogleraren. Als ik naga welke professoren projecten indienen bij de belangrijke wetenschappelijke fondsen, dan is er een groep waarvan ik niet weet of ze wel bezig zijn met goed wetenschappelijk onderzoek. Ik schat die groep op 20 procent. Die mensen, neem ik aan, stemmen niet op iemand die zich met André Oosterlinck associeert. En daarnaast heb je er nog die wel prestaties leveren, maar die om tal van redenen niet kregen wat ze wensen."

Wie ooit naar zijn centen kon fluiten, brengt dus een antistem uit.

"Gezien de beperkte middelen zijn de slaagkansen klein. Terwijl wij de projecten zelf niet selecteren. De rector en zijn ploeg stellen alleen een groep van 22 wetenschappers samen. Die kiezen we uit onze allerbeste topvorsers. Zij maken de keuze, zij hebben daarvoor het gezag.

"Maar wij stellen dat team wel aan. We laten die mensen niet verkiezen, zoals in Gent. Want dan worden vooraf natuurlijk afspraken gemaakt: 'Haal zoveel mogelijk voor ons binnen, en je hebt onze stem.' In Leuven telt in principe alleen de kwaliteit van het project.

"Zo krijg je wel een dubbele beweging. De sterksten gaan nog sterker vooruit, en de zwakkeren - die geen projecten indienen, of geen goede projecten - krijgen het nog moeilijker. Ieder jaar sturen we naar alle professoren een overzicht met hun output: daar staat u tegenover uw collega's. Dat komt soms hard aan.

"Niet iedereen neemt ons dat in dank af. Toen ik vijf jaar geleden werd herverkozen deed een kleine 30 procent van de kiesgerechtigden de moeite om speciaal tegen te stemmen. Het aantal voorstemmen dat Dillemans en ik haalden, was vergelijkbaar. Maar terwijl hij haast geen tegenstemmers en onthoudingen had, zat ik met een grote oppositie van bewuste tegenstemmers."

Toch zei u onlangs: er is geen

alternatief voor mijn stijl.

"Dat is verkeerd geciteerd. Stijl is persoonsgebonden. Niemand moet mijn stijl imiteren. Mijn stelling is wel: er zijn weinig alternatieven om deze universiteit anders te besturen.

"Want wat moet een rector doen? In een zeer concurrentiële omgeving moet er op topniveau aan onderwijs en vorming gedaan worden, moet het beste wetenschappelijk onderzoek mogelijk gemaakt worden, en dan is er nog onze maatschappelijke opdracht. We doen onderzoek samen met de industrie, de cultuurverenigingen, de vakbonden..."

Niet 'de vakbonden'. Met 'een' vakbond.

"(lacht) Maar daarmee zijn de verhoudingen dan ook zeer goed. Ik heb ook al contact gehad met de andere vakbonden. Trouwens, ik heb al voor alle partijen gesproken. Ik ben binnenkort uitgenodigd om te spreken op het VLD-congres. (grinnikt) Ik ga hen proberen uit te leggen wat liberalisme is."

Staat u misschien aangekondigd als

disputant voor Karel De Gucht?

"Als extern expert.

"Ik heb het Bart Somers nog gezegd: 'De VLD heeft toch geweldige kansen verspeeld. Jullie konden dé partij van Vlaanderen geweest zijn. Die positie lag in 1999 voor het grijpen. Nu is dat helemaal weg, gewoon omdat een deel aan de leiding zeer antikatholiek was. Ik herinner me nog het begin van de paars-groene regering. Alle grote christelijke organisaties - Boerenbond, universiteit, ACV, ACW, het Christelijk Ziekenfonds, noem maar op - waren toen bereid om met de democratisch verkozen meerderheid, dus ook met de VLD, samen te werken. Sommige van ons dachten dat de CVP nooit meer terug zou komen. We wisten dat van elkaar, want we zagen elkaar regelmatig.

"Op verscheidene vlakken is de VLD redelijk geweest, maar Karel wenste het onderwijs zeer duidelijk in een andere richting te sturen. Toen ik de eerste contacten had met de hogescholen om hen te spreken om in onze Leuvense associatie te stappen, waren er een paar die aarzelden. Op het einde van die gesprekken heb ik altijd al lachend het finale argument aangehaald: 'Let op: wie niet mee doet en achterblijft, is een vogel voor de Karel.' En snel dat ze bijdraaiden!"

Nu u er zelf over begint: de associatie. Uw opvolger zal de eerste rector zijn die rekening moet houden met een voorzitter van de associatie, boven hen. U namelijk.

"Dat is onomkeerbaar, of ik dat ben of iemand anders. Ik ben trouwens unaniem verkozen als voorzitter door alle leden van de associatie. De KU Leuven heeft gekozen voor een associatie en zal daarmee moeten leven. Uitzonderlijk is dat niet. In Gent is Luc Van den Bossche voorzitter van de associatie: dát is pas een uitdaging voor de nieuwe rector.

"Ik weet intussen wel dat die associatie een project is waarvan ik de omvang heb onderschat. Met het runnen van die associatie heb ik de volgende jaren de handen overvol. Ik heb dus geen tijd meer om mij met de universiteit alleen bezig te houden. Mijn opvolger zal zijn zaak moeten managen, maar binnen het afgesproken associatiekader. Ik ben beschikbaar voor advies, maar alleen beschikbaar. Dat wil zeggen: op afroep."

Maar u hebt natuurlijk veel macht als voorzitter van de associatie?

"Heel veel, als we zouden willen. De associatie heeft zestig 60 van de inrichtende overheid in handen. Maar dat zou niet gezond zijn. Het gaat om een macht zoals die bij Picanol werd gebruikt: je kunt alleen maar de bestuurders wegsturen. Dat is een atoombom, een noodwapen dat eigenlijk niet dient om te worden gebruikt."

Maar als associatie-voorzitter zult u een van de belangrijkste onderdelen van uw verbond permanent moeten opvolgen?

"Iedereen wenste mij destijds proficiat met die move van de associatie. Wel, die move heeft ook een keerzijde. De associatie verwacht van de universiteit natuurlijk niet dat ze minder goed wordt. De associatie zal evenmin aanvaarden dat de universiteit het straks 'maar' even goed doet als onder Oosterlinck. Leuven mag niet stagneren. De associatie eist dat de universiteit het beter doet. Als de universiteit straks downhill gaat, zouden er velen ongelukkig zijn."

Wat is dat, downhill gaan? Studenten verliezen?

"Dat hoeft niet, zolang de studenten verschuiven van de universiteit naar de hogescholen van de associatie. Als de hogescholen in de toekomst echte met de universiteit verbonden colleges worden, zoals in Amerika bestaat, kunnen we zelfs voorstellen dat de universiteit in een aantal sectoren de bachelor-opleiding overlaat aan de hogescholen. Er zijn veel formules mogelijk."

De associatie is al beslist, het Bologna- kader staat er. U hebt nog keuzes kunnen maken waarvoor uw opvolger zich nooit meer gesteld zal zien.

"Twee jaar geleden heb ik al gezegd: 'Waarschijnlijk ben ik de laatste supervrije rector geweest.' Toen lagen alle kaarten nog open. Ik heb er een paar getrokken.

"Het idee van de associatie heb ik gelanceerd. In restaurant Het Zwarte Schaap, hier vlak bij het stadhuis, hebben we verschillende discussies gehad met belangrijke kabinetsleden van minister Vanderpoorten. De minister heeft dat er doorgeduwd, voor één keer zonder ruggespraak met haar partijvoorzitter. Dan heeft De Gucht zijn tegenvoorstel geformuleerd; associaties per provincie. Dat zou dodelijk zijn geweest voor ons, want buiten Vlaams-Brabant zou geen enkele provincie 'katholiek' geweest zijn. Maar De Gucht heeft het niet gehaald.

"Voor ons was die associatie van het allergrootste belang. Een tijd lang heeft men zich de vraag gesteld of Leuven dan wel Gent de grootste universiteit zou zijn. Nu hebben we plots 25.000 studenten meer dan Gent, gerekend vanuit de associatie.

"Maar vergis u niet. In Gent zit de associatie in één stad geconcentreerd, op hun Kortrijkse afdeling na, in Antwerpen is dat ook zo. Die twee instellingen zullen dus goed beginnen te functioneren. Die concurrentie dwingt ons om onze kwaliteit te verhogen. We zullen dus snel goede afspraken moeten maken over nieuwe richtingen en structuren. Dat zal met de vice-rectoren gebeuren. U weet dat de universiteit ernaar streeft om in iedere groep - humane wetenschappen, biomedische en exacte wetenschappen - sterke figuren aan te stellen, die hun werk zullen uitvoeren onder de coördinerende leiding van de rector."

Sterke vice-rectoren, een sterke associatievoorzitter. Wat moet die arme rector nog doen, behalve het gevoel ontwikkelen dat hij het worstje in de hotdog is?

"Stop eens met die moeilijke vragen! De rector heeft nog zoveel te doen. Hij moet overal spreekbeurten geven, hé. En fondsen werven.

"Alle gekheid op een stokje: er zijn maar een paar faculteiten echt betrokken bij de associatie. Het beperkt zich in grote mate tot economie en de groep wetenschappen, en dan nog hoofdzakelijk tot beide ingenieursfaculteiten.

"Ik heb het nu over één vorm van associatie: hier in Vlaanderen, en de uitbouw van dat netwerk wordt inderdaad mijn job. Maar de universiteit zal zich ook moeten verankeren in Europa. Er bestaan al universitaire netwerken, maar Leuven zal de juiste, de interessantste en de beste moeten kiezen en helpen opbouwen."

Ben Van Camp en Pierre De Maret, de rectoren van de VUB en de ULB, hielden onlangs in De Morgen een gezamenlijk pleidooi om hun universiteiten structureler samen te laten werken.

"Zoals jullie weten, heb ook ik dat idee al jaren her en der laten vallen, zij het off the record. Maar ik wil niet de eigenaar zijn van andermans goede ideeën. Wat Van Camp vraagt, is de logica zelf. Nu al wordt één op de vier van hun internationale publicaties geschreven door wetenschappers van de ULB en de VUB samen. Dus: waarom niet? De ULB is een gerespecteerde, kwaliteitsvolle universiteit die groot genoeg is van omvang. Zo'n samenwerking heeft voordelen. En de huidige ULB-rector is geen Vlamingen-hater meer."

ULB en VUB werken aan een gemeenschappelijk platform. Ze willen samen als 'Free University of Brussels' naar buiten komen, ooit zelfs als 'University of Brussels'.

"Met de UCL maken we een soortgelijke evolutie mee. Na de splitsing hebben de Katholieke Universiteit van Leuven en de Université Catholique de Louvain een aantal jaren op voet van oorlog geleefd. Nu zijn onze relaties met de UCL uitstekend. En net zoals met de VUB en de ULB gebeurt, merken we dat men in het buitenland 'Leuven' en 'Louvain' voortdurend verwart.

"Dus opnieuw samen naar buiten treden, zeker internationaal, als een grotere en nog competitievere eenheid, waarom niet? En ik zou er ook nog eens over willen nadenken of wij dan 'Catholic University of Louvain' zouden heten of ook gewoon 'University of Louvain'. Ook dat wordt trouwens nog een zaak voor mijn opvolger: de relaties met de UCL optimaliseren."

U hebt onderhand al een heel lijstje klaar voor uw opvolger.

"Sommigen zijn blijkbaar bang dat ik de schoonmoeder zal uithangen. Ik begrijp niet wat ze bedoelen. Ik had een fantastische schoonmoeder. Zij steunde mij altijd, soms zelfs tegen haar dochter in. Zij zorgde voor onze kinderen. Dus zeg ik: wat zou een mens zijn zonder schoonmoeder? (grijnst)"

"Geen angst: ik vind dat er een zeer ordentelijke overgang moet komen. Ik bestuur tot 31 juli en tracht al mijn dossiers af te werken. Ook die waarvan ik weet dat ze belangrijk zullen zijn voor de volgende ploeg. Die bereid ik voor, maar ik neem de beslissingen niet meer.

"Zo heb ik het altijd gedaan. Als ingenieur heb mijn ik eigen onderzoekseenheid ESAT zelf opgebouwd en tot internationaal niveau gebracht. Toen ik daar afscheid nam, ben ik er nog welgeteld twee keer teruggekeerd. En de tweede keer was om te zeggen: 'Collega's, nu moeten jullie het echt zelf doen.' Mijn opvolger moet dus geen angst hebben. Als ik iets uit handen geef, ben ik er niet de man naar die van op een afstandje mee blijft rommelen. Vraag het maar na bij mijn vice-rectoren: ik delegeer, en gedelegeerd is gedelegeerd. Let op: je kunt alleen bevoegdheden delegeren. Je verantwoordelijkheid niet. Die blijf je altijd zelf nemen. Ik heb het al mijn kandidaat-opvolgers op het hart gedrukt.

"Maar moeien ligt niet in mijn natuur. Ik wil zaken goed en grondig aanpakken. Dat betekent: besturen en veel tijd spenderen. Een ex-rector in Leuven kan niet besturen.

"Elders is dat niet zo. De ULB heeft een structuur waarin de oud-rector automatisch voorzitter wordt van de raad van bestuur, en aan die functie zijn zware bevoegdheden verbonden. Dan is het duidelijk. Aan de ULB is het rectorschap een inloopbaan voor de echte topfunctie achteraf. Dat model heb ik dus niet ingevoerd. Hier is en blijft de nummer één de rector. Ik heb zijn positie zelfs versterkt omdat hij de drie groepen moet coördineren. En na vier jaar moet de rector zelfs niet meer herkozen worden."

De UCL heeft een vrouw als algemeen beheerder. In uw bestuursploeg zat niet één vrouw. Er zijn vijf kandidaten om u op te volgen, maar het zijn allemaal mannen. Leuven omarmt de vrouwen niet.

"Ik aanvaard die kritiek. Mijn voorganger, Roger Dillemans, had met Emma Vorlat een vrouw als groepsvoorzitter humane wetenschappen. Het zou ook niet goed zijn als mijn opvolger geen vrouw zou opnemen in zijn bestuur. (lange stilte) Ik had een kandidate, ik heb dat trouwens met zoveel woorden gezegd op haar begrafenis. Ik had Bea Van Buggenhout graag in mijn team opgenomen, een van de beste hoogleraren uit de rechtsfaculteit. Maar zij wilde niet, wegens privé-redenen.

"Maar het is de afspiegeling van onze universitaire gemeenschap. Bij de hoogleraren zijn er nog altijd minder vrouwen dan mannen. En niet alle vrouwen behoren tot de top, dat is trouwens niet anders bij de mannen. En van de top is niet iedereen beschikbaar voor een beheersmandaat."

U bent nog tien jaar rector geweest. Zijn er in die tijd ook zaken die u niet bereikt hebt.

"In alle eerlijkheid: op zo goed als alle vlakken staat de KU Leuven verder dan tien jaar geleden, maar dat zal ook zo zijn met mijn opvolger. Het enige waarin we misschien meer mogen excelleren, is in de invloed die deze universiteit uitoefent op het maatschappelijke debat. Maar we moeten elkaar goed verstaan. Dat betekent niet dat onze professoren op postjes of mandaten moeten jagen waarin ze eigenlijk evenzeer leek zijn als anderen.

"Maatschappelijke invloed uitoefenen betekent voor ons: hoogstaand wetenschappelijk werk ter beschikking stellen aan de samenleving, waardoor we de complexe problemen beter kunnen aanpakken. Neem de armoede, of het broeikaseffect. Mochten die problemen gemakkelijk op te lossen zijn, ze bestonden allang niet meer. Maar het ligt ingewikkeld, en het raakt nooit opgelost zonder de inbreng van wetenschappers uit zeer verscheidene disciplines.

"We moeten natuurlijk keuzes maken. We stimuleren onze mensen om te publiceren in internationale tijdschriften. Een man als VUB-socioloog Mark Elchardus doet dat veel minder. Maar zijn boeken en de inzichten die hij haalt uit zijn onderzoek wegen wel op het maatschappelijke debat in Vlaanderen. Ook dat is een keuze."

Neem uw faculteit theologie. In de jaren zestig is vanuit Leuven het Vaticaans concilie gestuurd: de Leuvense theologen bepaalden zowat de nieuwe koers van de kerk. Moet die faculteit haar plaats niet terugwinnen? Is dat haar verantwoordelijkheid niet?

"Daarvoor moet men niet wachten op een nieuwe rector, maar op een nieuwe paus. Ik heb de mensen van theologie gezegd dat ze klaar moeten staan als er in het Vaticaan een nieuwe generatie aantreedt, want een nieuwe paus zal ook zorgen voor een nieuwe curie. Ik denk niet dat ze vandaag hun poeier moeten verschieten. Maar de voorbije jaren heb ik de faculteit theologie wel aangezet om kritisch te blijven, maar dan in wetenschappelijke tijdschriften. Rome is nog niet zo verstard dat men daar geen kritiek verdraagt. Daarom ook hebben we hen enorm gesteund in de uitbouw van hun bibliotheek. Leuven heeft vandaag de beste theologische bibliotheek te wereld.

"Ik heb ze alleen gewaarschuwd niet de populaire toer op te gaan. Ik zou hen niet graag naar de pers zien lopen met kritiek op Rome. Jullie kennen de pers beter dan ik: dan worden de wetenschappelijke argumenten aangescherpt en vereenvoudigd en is het geen wetenschap meer. We moeten alleen meespelen waar we expertise hebben."

U weigert een politiek mandaat. Een fin-de-carrière in het bedrijfsleven, trekt u dat aan?

"Ik zetel al in de raad van bestuur van Agfa Gevaert. En trouwens, iedereen noemt mij toch al een bedrijfsleider? (fijne glimlach)"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234