Zaterdag 04/04/2020

Afscheid van een minzaam meester

'Ik beschouw mezelf niet als een groot filmmaker en zeker niet als een auteur. Maar ik kan wél verhalen vertellen.' Zo omschreef acteur en regisseur Richard Attenborough zichzelf in 2007 op het Filmfestival van Gent. Hij zei toen ook dat 'op rust gaan klinkt als een vloek.' Maar die vloek werd nu toch uitgesproken. Zondag is de maker van succesfilms zoals Gandhi overleden. Hij is negentig jaar geworden.

Richard Attenborough was iemand die bij interviews zijn gesprekspartners (m/v) ongedwongen aansprak met 'darling'. Hij was niet te beroerd om toe te geven dat zijn voortschrijdende leeftijd daar nu en dan mee te maken had, omdat zijn geheugen hem soms in de steek liet. Maar het paste wel bij hem.

Dickie, zoals hij vaak aangesproken werd, was één en al minzaamheid. Niet alleen tegenover journalisten, maar ook tijdens het werk. Het valt makkelijk te begrijpen dat acteurs/actrices graag met hem samenwerkten, ook omwille van zijn eigen decennialange ervaring als acteur. "Bij mijn films is de sfeer op de set heel speciaal", vertelde hij ons ooit. "Er wordt nooit geroepen of geschreeuwd. Er heerst een sfeer van rust en vrede, een ambiance van samenwerking waarbij de crew tegelijk fungeert als publiek voor de cast. De ploeg moet dus ook toegewijd en aandachtig zijn."

Afkeer van oorlog

Zijn eerste film als regisseur was de satirische musical Oh! What a Lovely War uit 1969. Hij speelde als acteur zelf vaak rollen in oorlogsfilms, zoals The Great Escape. En ook in de films die hij zelf regisseerde, zoals A Bridge too Far, speelde de oorlog vaak een belangrijke rol. "Maar dat waren altijd antioorlogsfilms", benadrukte hij. "Ik denk dat het voornamelijk met mijn opvoeding te maken heeft. Ik heb daar een passionele afkeer van en weerstand tegen oorlog aan overgehouden. Vooral de zinloosheid en de waanzin van de Eerste Wereldoorlog. Van de Tweede Wereldoorlog kon nog gezegd worden dat er toch iets ondernomen moest worden tegen Hitler. Mijn ouders hebben mij en mijn broers (één van hen was de beroemde natuurdocumentairemaker David Attenborough, jt) grootgebracht in het volle besef van de wereld waarin we leven. En van onze verantwoordelijkheden."

Een minzaam man, maar die toch ook over de gave van de verontwaardiging beschikte. Bij de release in 1992 van de biopic Chaplin, waarvan de financiering erg moeilijk was verlopen, lag het hem nog steeds zwaar op de maag dat er voor dat grootschalige project in Engeland zelf geen kapitaal gemobiliseerd kon worden: "There is no money in Britain! Men kan hier alleen nog films gefinancierd krijgen via televisie, maar dat zijn dan kleinere producties. Voor een grote film, bedoeld om overal ter wereld gedistribueerd te worden, blijkt hier geen geld meer beschikbaar. Het is er wel, maar door het investerings- en fiscale klimaat hebben de financiers ons verlaten. Het kan de overheid geen barst schelen. In de andere Europese landen wordt de nationale filmindustrie wél gesteund. Dat is toch belachelijk! Het is hartverscheurend, want het resultaat is dat zowat iedereen naar Los Angeles verhuist: Ridley Scott, Alan Parker, noem maar op.

"I hate the bloody government, maar ik hou van dit land. Hier ben ik thuis, hier heb ik altijd geleefd, hier wonen mijn kinderen en kleinkinderen. Onze bekende filmstudio's als Elstree, Pinewood en Shepperton worden bedreigd of zijn reeds gesloten. En daarmee verdwijnt natuurlijk ook het talent en het vakmanschap dat wij te bieden hebben."

Chaplin als god

Zoveel was duidelijk: Dickie kon zich ook behoorlijk kwaad maken.

De Chaplin-film, waarvoor hij als enige van weduwe Oona O'Neill de rechten kon krijgen voor de verfilming van My Autobiography van Chaplin en ook gebruik kon maken van het privéarchief, lag hem dan ook na aan het hart. Hij was amper elf toen hij in de London Pavilion-bioscoop op Piccadilly Circus zijn eerste Chaplin-film zag, The Gold Rush. "Ik kon maar niet geloven dat iemand je terzelfdertijd kon doen lachen en huilen. Vanaf dat moment was Chaplin mijn god", zou hij later zeggen. "Hij heeft net als ik zijn hele leven aan film gewijd."

Tijdens dat leven werd de beminnelijke regisseur vaak hard aangepakt door filmcritici. "Nice people don't make good biopics", was bij voorbeeld bij Chaplin de reactie van een ontgoochelde recensent. Maar Richard Attenborough verloor er zijn glimlach niet bij: "Als er negatief gereageerd wordt op de film, dan gebeurt dat met opmerkingen die elkaar tegenspreken. Sommigen vinden dat ik Chaplin te donker heb voorgesteld. Anderen vinden dan weer dat ik Chaplin veel te sympatiek benaderd heb en dat de film een hagiografie is. Ik troost mij dus maar met de overtuiging dat de film ergens in het midden ligt."

Het was trouwens die gracieuze innemendheid die vaak ook zijn vertolkingen typeerde. Zoals in de Jurassic Park-films als Dr. John Hammond, met die uitstraling van een lieve grootvader. Hier is geen sprake van een 'mad scientist' en zeker niet van de kille berekenende CEO, zoals Hammond in de boeken van Michael Crichton beschreven stond.

Lord Richard Attenborough kwam twee keer naar het Filmfestival van Gent en ook daar gedroeg de levende legende zich als een bescheiden gast: "Ik ben niet zo'n fan van festivals zoals die van Cannes, Berlijn of Venetië. Dat zijn eigenlijk gelegenheden die gecreëerd worden om mensen geld te laten verdienen. In Gent is dat anders. De afwezigheid van commerciële druk is evident, ook al heeft men hier ook zo'n rode loper en dat soort bullshit. Maar in essentie zijn de mensen hier met film bezig omdat ze van film houden. En dat is nu eenmaal mijn medium. Ik beschouw mezelf niet als een groot filmmaker en zeker niet als een auteur, maar ik kan wél verhalen vertellen. Ik heb ook altijd gevonden dat men de genialiteit van de uitvinding film ontkent als men dit wonderbaarlijke medium niet gebruikt om een of ander commentaar te leveren."

Nooit met pensioen

In zijn laatste film Closing the Ring speelde Shirley MacLaine de rol van een vrouw die vijftig jaar na de Tweede Wereldoorlog nog altijd aan haar echte rouwproces moet beginnen. Bij de tsunami eind 2004 had Attenborough zijn dochter Jane en zijn veertienjarige kleindochter Lucy verloren. Had hij daarom die film gedraaid? "Neen, ik zou Closing the Ring hoe dan ook gemaakt hebben. De thematiek van afscheid nemen en rouwen was trouwens ook al sterk aanwezig in mijn film Shadowlands. Maar de tragedie die ons overkomen is, zorgt natuurlijk wél voor extra relevantie.

"Mensen beweren soms dat rouw en de pijn van het verlies minder worden naarmate men ouder wordt, maar ik ben het daar totaal niet mee eens. De pijn blijft. Men kan alleen een soort harnas zoeken om ermee te leren leven."

En blijven werken is een goede manier om met rouw om te gaan? "Absoluut, de allerbeste. Ik ben een groot bewonderaar van Noel Coward (Engelse theaterauteur en componist, jt) en die heeft mij ooit gezegd: 'Dick, working is much more fun than fun'. Ik zou nooit met pensioen kunnen gaan. Op rust gaan klinkt voor mij als een vloek."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234