Zondag 08/12/2019

reportage

Afscheid van de Pink Flamingo’s, Gents meest perfecte living

Het populaire Gentse café Pink Flamingo's sluit de deuren. Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Een luster van Barbiepoppen. Platenhoezen met borstige dames aan de muur. In een hoek schenkt de maagd Maria genade voor zoveel zondigheid. Nog even, want volgende maand sluit café Pink Flamingo’s voorgoed zijn piepende deuren. Afscheid van een Gents kitschpaleis.

“Kijk, daar woont Kamagurka”, wees een vriendin naar de verdieping boven de Pink Flamingo’s. Net had ik voor de allereerste keer in mijn leven de deur van het café achter me dichtgetrokken. Ik keek naar boven. Het was al een stuk in de nacht, maar er brandde nog licht achter de glas-in-loodramen. Zag ik het hoofd van de cartoonist-kunstenaar door het raam piepen? Ik geloof nog altijd van wel, maar de kans bestaat dat ik het me heb ingebeeld. ’t Is ook al zo lang geleden, een dikke zestien jaar.

Tegenwoordig zul je er Luc Zeebroek niet meer zien verschijnen. Kama woont al jaren in Brugge en hij heeft het pand verkocht aan een projectontwikkelaar die de Pink met zijn veelkleurige klieken en klakken buitenschopt. Op 22 oktober is het gedaan, daarna zal het café slechts voortbestaan als legende.

Het is op een vrijdagavond dat ik afscheid kom nemen van de Pink Flamingo’s. Door de nazomer staat er meer volk op straat dan er in het café zit. Af en toe neemt fotograaf Tom Verbruggen iemand bij de arm. Hij sleurt zijn slachtoffer naar binnen en wijst naar een tafeltje met daaraan een blauwe en een rode stoel. Dat de rode zitting gescheurd is, dondert niet. De Pink verwelkomt graag dingen – en mensen – die geleefd hebben.

Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Tom laat alle vaste klanten poseren voor het meest egale stuk muur dat je kunt vinden in de Pink. De stroken retrobehang blijven buiten zijn frame. Zelfs de plastieken hertenkopjes die de ruimte opvrolijken, mogen niet mee op de foto. “Hoofd omhoog! Een beetje naar links. Nog wat. Naar mij kijken zonder uw hoofd te draaien!”, instrueert Tom zijn subjecten. KLIK. KLIK. KLIK.

Buiten, in de Onderstraat, staat Johan Deley in het gezelschap van mensen die evenzeer klanten als vrienden zijn. Johan is al achttien jaar eigenaar van de zaak. Het concept achter de Pink kwam niet van hem, wel van Hans Beeckman, die ooit een winkel vol filmparafernalia had onder de Decascoop. Nog altijd richt Hans om het half jaar het decor van de Pink in, telkens in een ander thema. “We wilden een café met de grootst mogelijke kitsch erin. Het moest er zodanig over zijn dat het weer geweldig was”, zegt Johan.

Gore kitschfilm

De naam van het café verwijst naar de cultfilm uit 1972 van John Waters, Pink Flamingos. “Die is ooit bestempeld als de meest gortige, gore kitschfilm aller tijden”, grijnst Johan. “Ons idee was een bruin café, maar met kleur. Dat was er toen veel te weinig en is er ook nu nog veel te weinig.”

Johan koestert geen plannen om de Pink Flamingo’s een nieuw onderkomen te geven. “Die sfeer kun je niet zomaar elders gaan installeren. Voor mij komt het eigenlijk ook niet slecht uit. Ik ben hiermee begonnen toen ik 26 was, nu ben ik er 44. Ondertussen ben ik een heel andere mens. Ik heb een vrouw en twee kinderen en een schrijnwerkersatelier dat serieus aan het boomen is”, zegt hij. “En toch ben ik pissed off: zoiets als de Pink zou moeten kunnen blijven bestaan.”

Ach, begrip voor Kama heeft hij wel. Toen de kunstenaar Gent verliet, kwam zoon Boris boven het café wonen. Kama liet de gevel opkalefateren, maar binnenin bleef het interieur verstoken van modern comfort. Na twee jaar kuiste Boris zijn schop af, waarop Kama de zooi te koop stelde. “Ik versta dat”, zegt Johan. “Maar het is kut dat hij het verkocht heeft aan zo iemand.” ‘Zo iemand’ is een projectontwikkelaar die in de buurt al een hoop vastgoed in zijn portefeuille heeft. De Pink moet baan ruimen voor twee gezinswoningen.

Tussen de volwassenen spelen kinderen, een vrijdags ritueel voor de Pink Flamingo’s. Sommige kinderen hebben een prima opvoeding gekregen: ze halen voor hun mama witte wijn in het café. Ook Johans eigen kinderen lopen kattenkwaad uit te halen. “Ik zou ze niet thuis moeten laten. ‘Wij hebben afgesproken met onze vrienden!’, zegt mijn zoon. Vijf jaar is hij. Ondertussen kan hij trouwens al een perfecte pint tappen.”

Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

De schemering werpt fraaie kleurschakeringen tussen de middeleeuwse gevels. Nu het donker begint te worden, komt ook de etalage van de Pink beter uit. Verschoning: de etalages. Het zijn er vier. In de eerste trachten postuurkes ons tot het katholicisme te bekeren. Een kruis van schelpen en een 3D-print waarin Jezus in Maria verandert, prikkelen mijn vroomheid.

De tweede etalage is een ode aan plastieken elektronica, het liefst in compromisloos oranje. Een telefoon, een wekkerradio en een tv voeren je terug naar een tijd dat gebruiksvoorwerpen ook gewoon schoon mochten zijn om naar te kijken.

De derde en vierde etalage zijn een ode aan dronken exotiek. Op een bijzettafel ligt een pakje Tigra – 18 frank kostte dat in de tijd, onnozele waarschuwingen ontsierden het design nog niet. Het Tigra-meisje vormde de inspiratie voor het logo van Matto Le D. dat nog altijd de vensters siert. Ook Divine, de travestiete hoofdrolspeelster van Pink Flamingos, liet zich al eens in een tijgerpak spotten. TOK. TOK. Flamingo’s tikken met hun snavels tegen het raam om klanten naar binnen te lokken.

Brol

Ik ga niet naar binnen. Ik verlaat de nacht en rijd overdag naar de Cécile Cautermanstraat in Sint-Amandsberg. Hier heeft Kurt Rigolle zijn magazijn. Kurt is art director, zijn naam is reeds verschenen op de aftiteling van audiovisuele parels als 'The Broken Circle Breakdown', 'De helaasheid der dingen' en 'Bevergem'. Zijn carrière is begonnen in de Pink. Hij is de man die sinds 1998 halfjaarlijks de etalages onder handen neemt. Je kunt niet geloven hoeveel brol – ik gebruik het woord met respect – hij in zijn leven al verzameld heeft.

“Heel dit kot is de ultieme man cave”, grijnst Kurt wanneer hij me binnenloodst in zijn wereld. In de voormalige kantoorruimte heeft hij een bruin café ingericht vanwaar je uitkijkt op rekken en schappen vol curiositeiten. Zelfs het witte doodskistje van Maybelle uit 'The Broken Circle Breakdown' ligt hier.

“Ik was eerst verzamelaar, dan pas art director”, zegt Kurt. “Al van mijn tiende ging ik met de fiets naar rommelmarkten en dat is nooit gestopt.” Hij leidt me rond tussen een verzameling die je niet uitgestald krijgt op het Brusselse Vossenplein. “En ik heb eigenlijk ook nog drie andere magazijnen”, verontschuldigt Kurt zich. “Ik verzamel zoveel omdat ik die dingen niet verloren wil laten gaan. Dit is een bejaardentehuis voor spullen. Het zijn overlevers. Objecten zie ik liever met een bluts dan dat ze te gepolijst zijn. Als er een hoek of een schilfer af is, zit daar een verhaal achter.”

Ook kinderen voelen zich thuis in het café Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Hij heeft een voorliefde voor de jaren vijftig, Expo 58 is zijn grote dada. “In de jaren vijftig was er een absurd, blind vertrouwen in de toekomst. Dat positivisme zag je in de vormgeving van producten. Zelfs strijkijzers en scheermesjes waren aerodynamisch. Dat hing samen met de jongerencultuur en de rock-’n-roll. Maar de jaren vijftig duurden in België heel kort: van ’58 en tot ’62. Daarna stak ik de Koude Oorlog de kop op.”

Het kan niet missen dat zijn eerste decor in de Pink Flamingo’s over Expo 58 ging. “De Pink is altijd mijn persoonlijke etalage geweest. Het was een uitlaatklep voor kitsch”, zegt Kurt. “Ik heb massaal veel dingen uit de jaren vijftig, zestig en zeventig. Je kunt daar zotte stijlen mee creëren. Hang één plastieken hertenkop op en dat is kitsch. Hang er vijf op en het is een installatie. Zo overstijg je de kitsch.”

Toen ikzelf voor de eerste keer in de Pink Flamingo’s kwam, voelde ik heimwee naar een tijdperk dat ik niet had meegemaakt. Kurt herkent het gevoel. “Ik ben zelf van 1969. Heel veel verzamelaars grijpen terug naar de generatie vóór hen. Het is nostalgie naar een tijd die je zelf gemist hebt”, zegt hij. “Die dingen stralen vaak een welbehagen uit, mensen herkennen ze van bij hun grootouders.”

Met zijn etalages heeft Kurt altijd geprobeerd mensen te prikkelen om de Pink binnen te stappen. “Het was altijd een uitnodiging. Veel mensen kwamen kijken als er een nieuw decor was. Die laagdrempeligheid maakte de Pink uniek.” Hij nipt van zijn Duvel en grijnst. “Voor sommigen waren de etalages ook een buffer: hier stap ik niet binnen!”

De Pink was zijn speeltuin, hij leerde er verhalen vertellen met objecten. “Dat is wat mij onderscheidt van anderen. Door dingen te ver van elkaar te plaatsen, creëer je bijvoorbeeld spanning of onbehagen. Dat heb ik meegenomen naar de filmset. Met objecten geef je personages extra diepgang.”

Het verhaal van de Pink Flamingo’s is over enkele wegen afgelopen, Kurt gelooft niet dat het café elders een doorstart kan maken. “De Pink is de Pink, die sfeer kun je nooit recreëren. Je kunt misschien iets herkenbaars maken, maar het zal anders zijn.”

Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Living

Ik keer terug naar de Pink Flamingo’s en zet me aan de toog. Boven mijn hoofd hangen lichtjes gemaakt van koffieservies, mijn achterste rust op een gescheurde barkruk. In dit café zijn álle barkrukken gescheurd en dat hoort zo, weet ik nu. Je wilt geloven dat die krukken de jaren vijftig overleefd hebben, dat ze comfort hebben verleend aan een miljoen miljard paar billen. Al wil je misschien niet weten hoeveel scheten de kussens hebben geabsorbeerd.

Tom komt er weer bij zitten. Hij heeft al tachtig Pink-gangers geportretteerd. “Ik ben hier eigenlijk nog maar drie jaar vaste klant”, zegt hij. “Nu is het mijn living.”

In zijn living wordt hij bediend door Astrid en Thomas, die toegeven dat ze niet weten dat zijn tentoonstelling ‘Pinkkoppen’ op 1 oktober opent in dit café. “Wij zijn niet geïnformeerd”, bekent Thomas.

“Jullie weten toch dat het café op 22 oktober sluit?”, vraagt Tom.

“Ja, van de klanten”, zegt Astrid.

Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Aan de muur achter Astrid en Thomas voeden platenhoezen mijn verlangen naar de jaren zeventig die ik niet heb mogen beleven. “Je zult hier soul horen, bigbandjazz, surf of latinoswing, maar geen rock of dingen uit de jaren tachtig of later”, zegt Tom. “De muziek staat hier altijd redelijk stil. De bedoeling is dat ze een rustige meerwaarde geeft, niet dat ze gesprekken onderbreekt.”

Ik flits weg van de toog, recht naar de living van Hans Beeckman. Ook hier speelt een deuntje uit vervlogen tijden, door luidsprekers die je enkel al voor hun vorm in je eigen woonkamer zou willen. Aan het plafond hangen kleurige vinylplaten, overal staan meubels uit bamboe en vechten beeldjes en popjes om je aandacht.

“Het is hier een beetje de Pink, hé. Mensen die hier voorbijkomen, denken dat het een café is”, monkelt Hans, die de Pink Flamingo’s begonnen is als koffiesalon in een hoekje van een stripwinkel. Al snel moesten de strips wijken voor het café.

“Het idee was om iets compleet anders te doen, om een huishoudelijke sfeer te creëren met dingen die mensen kenden van bij hun oma”, vertelt Hans. “In de jaren negentig moest alles cool en design zijn, maar ik had heimwee naar de knusheid van vroeger. Ons concept sloeg direct heel hard aan. Mensen kwamen uit heel België naar de Pink. We wilden ook een ode brengen aan John Waters, de koning van de slechte smaak.”

Hij is een filmkenner, dus verontschuldig ik me voor mijn cinematografische analfabetisme. Ik moet toegeven dat ik Pink Flamingos nooit heb gezien. “Die film choqueert nu nog altijd”, grinnikt Hans. “Op het eind eet Divine een hondendrol op. Ze heeft die drol ook écht opgegeten.”

Hans toont zijn badkamer. Naast het bad staat een ijskast in Tigra-motief. Op de wasmachine naast het toilet prijkt een groot Mariabeeld. “In de Pink hebben we alles gedaan wat je maar kunt bedenken”, zegt hij. “Sommige mensen komen in de Pink en zeggen: wat een bucht is dat hier allemaal?!”

Net als Kurt is Hans gefascineerd door de jaren vijftig. Hij is zelf geboren in 1958. “Maar ik zou nooit in de jaren vijftig geleefd willen hebben, toen had je geen vrijheid. Ga terug naar die tijd en je bent verloren. Ik hou wel van de spullen en de muziek”, zegt Hans. De Pink was een geïdealiseerde versie van het verleden, erkent hij. “Natuurlijk was dat voor een stuk vals, maar ik hou daarvan. Sorry!”

Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Ontmoetingsplaats

Hij houdt absoluut niet van de Ikea-cultuur, bromt Hans nadrukkelijk. “Dat is wegwerp. Nu, mijn eigen interieur is ook constant in verandering, gelijk de Pink.” Hans wijst naar de jukebox in zijn woonkamer. “Die staat hier nu twee weken, binnenkort verdwijnt hij wellicht weer. De kadertjes aan de muur verander ik ook de hele tijd. Ik kan niet constant in dezelfde omgeving leven. Ik ben gehecht aan mijn spulletjes, maar neem er ook heel gemakkelijk afscheid van. Het zijn maar dingen, hé. Ik heb er nog nooit spijt van gehad wanneer ik iets verkocht. Alleen van boeken en platen kan ik geen afscheid nemen.”

Van mensen evenmin. “De Pink is altijd een ontmoetingsplaats geweest en ik denk dat dat met de inrichting en de muziek te maken heeft. Ik heb er heel goeie vrienden gemaakt. Nu vraag ik me af: waar gaan we elkaar nog treffen?”, zucht Hans. “De Pink heeft een hele geschiedenis achter de rug. Ik ga het toch missen.”

Ik neem afscheid van Hans en flits terug naar mijn gescheurde barkruk. Hier sluimert de klonk rond middernacht. De toog zit vol Limburgse projectleiders die al de hele avond op stap zijn in Gent.

Enkel in de herinnering van de vaste klanten zal het tijgermeisje van Matto Le D. eeuwig blijven glimlachen. Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

“Welke projecten leiden jullie zoal?”, vraag ik aan een baardige kaalkop.

Hij houdt het kort: “Och, iets in de bouwsector. We komen uit Lummen, ge kent dat misschien van de verkeersinfo op de radio?”

De meesten van zijn collega’s vechten tegen de vermoeidheid, degenen die hun ogen nog kunnen openhouden, staren vol verbijstering naar het decor. De volgende keer dat ze in Gent verzeilen, zullen ze hun gezelschap meenemen naar dat absurde café vol kitsch. Misschien dat ze de Onderstraat op goed geluk terug weten te vinden. Waar is dat dekselse café? Ze klampen iemand aan, vragen naar de kroeg vol hertenkopjes en dat Mariabeeld en de vele fotokadertjes aan de muur en het koffieservies als verlichting en de luster van Barbiepoppen. En ze zullen staren naar twee gevels waarachter ooit een kunstenaar zat te tekenen en waar het beste van de jaren vijftig en zestig een onderkomen vond. Het kitschpaleis zal verdwenen zijn, er tikken geen flamingo’s meer tegen het raam. Ze zullen het moeten stellen met de valse nostalgie naar een tijd die ze niet hebben meegemaakt.

Enkel in de herinnering van de vaste klanten zal het tijgermeisje van Matto Le D. eeuwig blijven glimlachen.

Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234