Vrijdag 29/05/2020

Wielrennen

Afscheid van Bram 'The Tank' Tankink: "De Armstrong-tijd was prettiger om te fietsen"

Bram Tankink: 'Wielrennen hou je niet vol als het alleen maar een vak wordt.'Beeld Tim Coppens

Nooit kreeg een renner die zo weinig won, zo veel aandacht. Nooit werd iemand uit het profpeloton zo bejubeld en gewaardeerd als The Tank. In oktober stopt hij, à la Bram Tankink (39), met een concert, een feest en zijn laatste wedstrijd. Dit is zijn vroeg afscheidsinterview.

Luim, met een ernstige ondertoon. Relativering van zichzelf en het wielrennen. Wie Bram Tankink wil leren kennen, moet zijn tweets (@bramtankink) lezen. Hij komt niet in de buurt van hun palmares, maar heeft evenveel volgers als Greg Van Avermaet of Niki Terpstra en is veel spannender en gevatter. De sprekende en schrijvende Tankink is een verademing en soms ook gewoon grappig, zoals in deze tweet van een paar weken geleden: “Ik mik ook op de overwinning in de Amstel Gold Race 2018. Maar als ik goed was in mikken, was ik wel gaan basketballen.”

Je wilde voor je laatste jaar nog een keer naar de Giro maar toen bleek je vrouw net voor begin mei uitgerekend. Hoe zit jij op de fiets in zo’n Ronde van Romandië?

Bram Tankink: “Niet echt lekker. De voorlaatste dag van Romandië had Vera de kinderen weg gedaan en toen zag ik dat ze pijn had. Was de baby meteen gekomen, dan was ik deze keer te laat geweest.”

Vera: “Bij onze drie dochters was hij er altijd, maar één keer had ik al zes centimeter ontsluiting en moest hij helemaal vanuit Roeselare naar Geldrop komen. Dat was net op tijd. En een andere keer moest hij nog op het laatst invallen voor de Tour de France maar werd hij in die Tour ziek en kon hij naar huis.”

Bram: “Terwijl de renners op de televisie de Champs-Elysées op reden, is zij bevallen.”

Vera: “Ik zei: zet die Mart Smeets nu eens uit.”

Het was wel werken in Romandië.

“Had ik tegen het team moeten zeggen dat ik die Ronde niet wilde rijden? (kijkt naar Vera en lacht) Eigenlijk ben je als renner nooit in de positie om te zeggen: dit doe ik niet. Achteraf blijkt dat drie van onze renners niet goed genoeg waren. We hebben met vier de leiderspositie van Roglič verdedigd en met succes. Ik kon het niet laten lopen.

“De op één na laatste dag moesten we kort na de start tien kilometer klimmen aan 9 procent. Stef Clement en ik moesten lossen, maar we beperkten de schade. Toen ben ik vol naar beneden gereden, alsof ik 22 was. Als ex-mountainbiker kan ik wel afdalen, zeker als het technisch is. Op dat moment gaat het nog om iets en dan nam ik dat berekende risico.

“Het wegwielrennen vraagt mentaal veel en ik kan nog wel goed in een peloton rijden. Erger nog: ik rijd gewoon midden door het peloton, nooit aan de zijkant, veel te gevaarlijk. Hoewel mijn zwaarste valpartij in de Tour van 2012 juist midden in het peloton was. Alessandro Petacchi deed tegen 70 per uur zijn overschoenen uit en gaf ze aan een ploegmaat die het achterwiel van een andere aantikte. En ik dacht nog: wat zijn die nu aan het doen?

“Ik ben wel banger geworden op natte wegen, maar ik kan mij er altijd nog wel overheen zetten. Die schrik is de beperkende factor voor de ouder wordende renner. En de wil om te vechten tegen de pijn, die verdwijnt ook. ‘Waarom zou ik mijn limieten nog opzoeken? Ik heb het al zo vaak gedaan en die koers ga ik toch niet winnen.’ Dat soort gedachten moet je kunnen blokken.”

Jij beschikt over een onwaarschijnlijk relativeringsvermogen.

“Dat is iets van mijn jeugd. Ik kom uit een gezin met een zusje dat zwaar spastisch is, dan bekijk je de dingen toch anders. Wielrennen neem ik bloedserieus, maar het blijft een bijzaak. Bijzaken kun je ook met hart en ziel doen, dat is toch met iedereen die een passie heeft?

“Wielrennen hou je niet vol als het alleen maar een vak wordt. Het plezier gaat weg. Ik heb dat bij heel veel jongens gezien in mijn ploeg. Ik ben gaan fietsen ter compensatie. Het was mijn vrijheid. Ik woonde in Twente in Haaksbergen, dicht bij de Duitse grens. Die reden we dan over, samen met een vriendje, ver Duitsland in op zoek naar bergen die er niet waren. Tijdens het fietsen dacht ik niet aan thuis of hoe slecht het met mijn zusje ging.”

“Mijn vrouw zei laatst nog dat ze vond dat ik nog fanatieker werd. Ze is zelf ook erg gedreven in wat ze doet, dus dat treft. Na haar dienst als vroedvrouw belt ze ’s avonds na een moeilijke bevalling altijd om te weten hoe het met die moeder en dat kindje is, of ze gaat op haar vrije dag even langs.

Bram Tankink: 'Wielrennen neem ik bloedserieus, maar het blijft een bijzaak. Bijzaken kun je ook met hart en ziel doen, dat is toch met iedereen die een passie heeft?'Beeld Tim Coppens

Vera: “Rennersvrouw worden zoals in pasta koken en de wasmachine aanzetten, heb ik nooit gedaan. Ik werk nu nog steeds drie vijfde, met heel onhandige uren en een man die altijd weg is, maar toch blijf ik het doen.

Bram: “Het draait hier niet alleen om wielrennen.”

Vera: “Dat hele leven buiten het wielrennen heeft ervoor gezorgd dat hij niet is gestopt op 30, zoals hij eerst van plan was. En ook niet op 35. Hij zal 40 zijn eind dit jaar en hij doet het nog steeds even graag.”

Bram: “Ik heb hier nooit met de benen omhoog gelegen tussen twee wedstrijden.”

Vera: “Jij hebt het nodig om andere dingen te doen, zoals de tuin.”

Bram: “Ik ben nooit in paniek geraakt als ik een dag niet fietste. Een uur of twee losfietsen, weegt dat op tegen een dag volledige ontspanning of iets anders doen? Trainen deed ik wel altijd. Keihard als het moest.”

Je woont in Rekem, deelgemeente van Lanaken. Hoeveel Belg ben jij?

“Alvast dat Bourgondische heb ik overgenomen. Je kan hier midden in de week overal gaan eten. Op een dag waren we in Haaksbergen bij mijn moeder op bezoek en toen gingen we naar een restaurantje waar ze ons echt aankeken van ‘Hoezo, jullie willen eten, op een woensdag?’

“Daarnaast benaderen de Belgen je heel anders dan Nederlanders. In Nederland word ik vaak aangesproken en moet ik me haast verantwoorden voor prestaties of het wielrennen in het algemeen. In België word je niet gestoord, en krijg je na herkenning vaak succeswensen. Ik liep een keer met mijn familie door Schiphol toen we op vakantie gingen en na een tijdje vroeg mijn oudste. ‘Papa, waarom kent iedereen jou?’”

Je eerste team was een Belgisch team.

“Domo-Farm Frites. Ik wist als mountainbiker niks van wielrennen. Ik keek af en toe wel naar wedstrijden op tv maar ook niet zoveel, en de eerste keer dat we op Zaventem moesten samenkomen, noemde Koos Moerenhout, mijn Nederlandse ploegmaat, iedereen op. ‘Dat is die en dat is die’. En daar stond er nog één van wie ik de naam niet wist. En wie is dat dan, vroeg ik. Koos zei: Oké, dit zal ik ze maar niet vertellen. Dat was Johan Museeuw.

“Ik herinner mij wel nog een trainingskamp waarin ik per ongeluk naast Johan kwam te fietsen. En toen vroeg hij: ‘Kun je ergens anders gaan rijden, want ik verveel mij.’ Ben ik maar naast een andere jonge jongen gaan fietsen. Pas het derde jaar ben ik een beetje los gekomen. Museeuw had een verhaal gehoord dat ik in de winter was gaan backpacken in Peru en die vroeg om daarover te vertellen. Het werd een heel gezellige avond, Museeuw bleef maar Leffe schenken voor mij. We werden stomdronken en ik ben strippend op een standbeeld beland. ‘Goh’, was hun reactie, ‘die Tankink heeft ook een babbel.’”

Beeld Tim Coppens

Jouw laatste jaar bij Patrick Lefevere was 2007, het jaar waarin hij en ploegarts Yvan Vanmol zwaar zijn aangepakt door Het Laatste Nieuws.

“Ja, dat heeft mij toen heel erg geraakt. Ik kende Yvan juist als iemand die het heel erg goed voorhad met zijn renners. Hij heeft mij geholpen door dat stuk af te bakenen en daarvoor ben ik hem heel erg dankbaar geweest. Ik vond hem juist een voorloper in de evolutie die het wielrennen nu meemaakt.

“Mijn vrouw heeft mij ook gewaarschuwd dat ze niks wilde vinden dat ook maar in de buurt kwam van doping. Bijna mijn hele generatie is verdwenen of gestopt. Ik ben nog steeds actief. Ik denk dat het komt door de keuzes die ik heb gemaakt en daar heeft dat team mij in geholpen. Het was een familie die mij juist beschermde voor datgene waarvan ze in 2007 als een stel criminelen werden beschuldigd. Ik vond dat heel onrechtvaardig.”

In Nederland bekent elke week wel een renner dat hij iets heeft gepakt dat in de buurt komt van doping.

“Die verhalen dat iedereen het wel deed, die moet ik niet. Het leven is niet zwart of wit. Ook de artsen waren niet of slecht of goed. De meesten, op een paar uitzonderingen na zoals Ferrari en Fuentes, hadden het beste voor met de sport. Juist de ploegartsen hebben veel veranderd ten goede en liepen voorop in het zuiver maken van de wielersport.

(aarzelt) “Het is moeilijk uit te leggen want in deze discussie haal je nooit je gelijk. Ik ben heel lang bewust bij Quick-Step blijven rijden, die boden mij een goede en eerlijke werkomgeving. De ploeg ademde koers en liefde voor de sport. Dat is altijd zo gebleven en heeft mede gezorgd voor de vele successen van die ploeg.

“In 2008 ben ik naar Rabobank gegaan. Deze ploeg en het wielrennen zaten toen in een grote transitie. Achteraf heb ik me dat wel beklaagd, toen de verhalen uit het verleden van de ploeg kwamen bovendrijven en Rabobank de stekker uit de ploeg trok. In mijn ogen een hele slechte keuze, want juist de bankenwereld had veel kunnen leren uit deze transitie. Ik heb toen getwijfeld om te stoppen, maar uiteindelijk gekozen voor mezelf en de liefde voor het wielrennen.

Bram Tankink sprokkelde in de Dauphiné van 2010 aardig wat punten voor het bergklassement bij elkaar.Beeld AFP

“Weet je wat mij stoort? Thomas Dekker en Robert Gesink waren de twee grootste talenten uit de Rabo-opleiding. Dekker doet overal zijn verhaal, krijgt publiciteit, wordt soms als een soort held beschouwd, omdat hij zogenaamd open en eerlijk is, terwijl hij als mens de foute keuzes heeft gemaakt voor geld en roem.

“Daartegenover staat dan Robert, die ten gevolge van de goeie en eerlijke keuzes, nu een beetje als de schlemiel wordt aanzien in Nederland, omdat hij vaak net niet won. Terwijl hij het goede karakter had en beschikte over een enorme veerkracht, de juiste mentaliteit die de sport zo nodig heeft. Dat is in mijn ogen het walgelijke van de benadering van topsport: men wil helden zien, maar men wil ze ook graag diep zien vallen, omdat ze iets doen wat als onmogelijk wordt beschouwd.”

Jij kwam in volle Armstrong-periode in het wielrennen.

“Mijn eerste Tour was in 2005, zijn laatste. Die Tour heb ik heel veel op kop gereden, samen met Servais Knaven, toen voor Tom Boonen, met achter ons die Discovery Channel-trein met daarin Armstrong. Daar nog achter reed de rest van het peloton en daar kwam je niet voorbij.

“Het leven was toen ook duidelijk: je reed op kop, je ging naar de kloten en je werd gelost. Nadat Armstrong uit het peloton was verdwenen, werd het chaos. Het wielrennen belandde in een diepe crisis en moest met zichzelf afrekenen. Het heeft veel ten goede gekeerd.

"Jonge renners krijgen nu veel meer kansen. Maar de hiërarchie was weg en nu zie je negen sprinttreintjes naast elkaar en iedereen rijdt zich helemaal het schompes met het risico op vallen in elke bocht.

“De Armstrong-tijd was wel prettiger om te fietsen, veel minder gevaarlijk, ik kan het niet anders verwoorden. Wij kregen ook het respect van Armstrong want wij namen heel wat werk op onze schouders. Hij zei zelfs goeiedag en op de Champs-Elysées ben ik hem nog gaan feliciteren met zijn overwinning. ‘Thank you, Bram,’ zei hij. Meer ook niet hoor.

“Voor mij is Armstrong nog altijd…(aarzelt) Hij was maniakaal en hij heeft veel dingen veranderd in het wielrennen. Hij was de eerste die een eigen kok meenam omdat het eten in Frankrijk niet te vreten was. Altijd haricots verts in doorgekookte pasta die nog in het water lag en een kipfiletje die naam niet waard. Andere teams zijn gevolgd en dankzij hem eten wij nu hartstikke lekker in de Tour.

“Ook zijn manier van voorbereiden en trainen heeft de andere ploegen de ogen geopend. Hij had beroepsernst en sommige concurrenten van hem hadden dat niet. Ullrich had misschien wel meer talent dan Armstrong, maar hij reed in de Ronde van Zwitserland nog met zes kilo te veel rond. Als mens heeft Armstrong andere mensen kapotgemaakt, maar was wel een echte sportman en daarom wil ik hem niet helemaal verketteren.”

Jij hebt twee individuele overwinningen in je carrière: een rit in de Ronde van Duitsland en de Grote Prijs Jef Scherens in Leuven. Hoe ging dat?

“Ik reed twee keer weg en ik bleef twee keer weg en er is nóg een overeenkomst tussen de twee overwinningen: telkens was ik twee avonden ervoor keihard op stap gegaan. De eerste keer was toen ik Vera leerde kennen, in Maastricht. De tweede keer had ik Almelo een criterium gereden en wilden vrienden van mij een biertje drinken. Een dag later ben ik thuis gekomen met een kater en vrienden hier uit de buurt hebben toen friet gebakken met zuurvlees. Nog een dag later was dan die koers. We reden met zeven voorop, ik moest er af op de laatste helling maar ik kwam er weer bij, ging vol door links terwijl ze allemaal rechts een uitval verwachtten en ze pakten mij niet meer. Ik kan best wel hard rijden.”

Tankink tijdens de Giro in 2017. Beeld Photo News

In 2015 leek het op.

“Ik reed toen voor Belkin en ik besloot nog twee jaar door te gaan. Ik ging keihard trainen, legde mijzelf druk op, en ik kwam toch niet aan winnen toe. Ik raakte gefrustreerd. Je loopt tegen een burn-out aan, zei Vera. Ik had al een piep in de oren door gehoorschade en die werd steeds erger.

“Zes keer bij de keel-, neus- en oorarts geweest, maar niks hielp. Toen bij een therapeute terechtgekomen en die begon over het verleden. Het was stress. Bleek ik met wat onverwerkte dingen te zitten, zoals mijn zusje. Nu is het veel beter. Ik moet mij nu concentreren om die piep te horen terwijl het twee jaar geleden zelfs vol in de wind piepte.

“Binnen mijn ploeg zeggen ze weleens: als jij nu eens zou hebben getraind en nog meer voor je vak had geleefd, dan had je misschien meer wedstrijden gewonnen. Ik denk dan a. dat had mij geen gelukkiger mens gemaakt en b. ik heb mezelf wel degelijk druk opgelegd. Dus neen, ik had het talent niet. Oké, misschien had ik twee kilo lichter kunnen wegen door meer op de voeding te letten.”

Vera: “Als jij probeert af te vallen, word je snel ziek.”

Bram: “Ook dat nog. Mijn longen krijgen het snel zwaar. Ik heb dus inspanningsastma en zit aan de Ventolin. (lacht) Je moet alleen die dingen niet in één keer uitzuigen want dat werkt niet.

“2015 was geen goed jaar. Ik ben toen ook gevallen in de Tour, moest van fiets wisselen en toen bleek het zadel van mijn reservefiets een centimeter te hoog te staan. Kreeg ik meteen een ontsteking op mijn kont, zo groot als een mandarijn, waardoor ik de ploegentijdrit niet naar behoren kon rijden. Waarna het team weer kwaad was op mij: ik was niet goed genoeg.

“Die avond heb ik nog samen gezeten met Laurens ten Dam, zowat mijn soulmate. Hij ging voor het klassement maar kwam ook niet meer vooruit. Die avond zeiden we tegen elkaar: zouden we niet beter stoppen, we zouden betere mensen zijn als we niet zouden fietsen.”

Passen je plannen in Nepal in de ambitie een beter mens te worden?

“Het is een vorm van maatschappelijke betrokkenheid, maar het is geen liefdadigheid. Ik beleg al langer dan vandaag. Samen met een vermogensbeheerder die weet hoe ik denk en tegen de maatschappij aankijk (zijn lectuur voorafgaand aan het interview is ‘Omwenteling’ van veranderingsexpert Jan Rotmans, HV) investeren wij in de aanleg van power grids op basis van zonne-energie. Met de bedoeling dat iedereen er beter van wordt: de plaatselijke bevolking, de producent, de investeerders.”

De Giro is van start gegaan, voor Belgen een jaarlijks terugkerend trauma. Jij hebt met Wouter Weylandt samen gereden.

“O ja, kon ik het goed mee vinden. Wij reden ooit samen de Ronde van Polen en elke dag hielp ik hem in de sprint. Later dat jaar waren we samen in Gent en heeft hij mij zijn favoriete cafés leren kennen.

“Ik reed in die Giro toen hij is gevallen. Ik werd vijfde in die rit, mijn beste uitslag ooit in een grote Ronde. Ik heb niks gezien want hij zat achter mij. Wat er dan gebeurt met een renner? Onbegrip, het raakt je erg, het had jou kunnen overkomen, maar tegelijk heb ik mij in de koers altijd kunnen afsluiten van andere emoties, zowel van wat er thuis gebeurde als van dat met Wouter. Het is een scherm dat je voor jezelf optrekt. Als je alles meeneemt wat jou en anderen overkomt in je carrière, dan trek je het niet.”

Hoe kijk je terug?

“Ik heb achttien jaar van mijn hobby mijn beroep gemaakt. Fietsen was voor mij het summum van het nu. Nú rijd je hier, nú zie je af, nú heb je pijn, nú gaat het goed of slecht. Ik heb in een wereld van alfamannetjes mijzelf en soms anderen op de hak genomen en ik kwam daar mooi mee weg. Het sloeg zelfs goed aan. Ik kreeg een podium en nu ben ik de populairste renner die haast niks heeft gewonnen. Een oom van mij zegt dat het leven begint op veertig, welnu ik word veertig. De speeltijd is voorbij, het leven begint.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234