Dinsdag 19/11/2019

Afrika op zijn zwartst

De Luikse striptekenaar Jean-Philippe Stassen was getuige van de genocide in Rwanda. Sindsdien laten de beelden van de gruwelen hem niet meer los.

Jean-Philippe Stassen

De Kinderen

Dupuis, in de collectie 'Vrije Vlucht', 80 p., 12,50 euro.

Tussen 1996 en 1997 verbleef de Luikenaar Jean-Philippe Stassen zes maanden in Rwanda. Hij maakte er talloze vrienden en genoot van de Afrikaanse cultuur. Dat veranderde abrupt toen de genocide losbarstte tussen Tutsi's en Hutu's. Radio Mille Colinnes joeg zijn manipulatieve propaganda de ether in, onderwijzers maakten in hun klaslokalen duidelijk dat Hutu's de echte Rwandezen waren en buren bekeken elkaar plots met ware doodsverachting. Blinde haat, moord, verkrachting; de hele wereld was er getuige van. Twee jaar na die gruwelen trok Stassen opnieuw naar Afrika, om te moeten constateren dat zijn donkere continent in een bloedrode kleur was gedrenkt.

Er knakte iets bij Stassen. "Wat ik heb gezien, gehoord en aan den lijve ondervonden, heeft mijn leven veranderd", vertelde hij in januari 2001 aan De Morgen. Dat werd duidelijk met zijn internationaal geprezen, met symboliek overladen album Deogratias, waarin op meesterlijke wijze de proloog en gevolgen van de volkerenmoord werden beschreven en de hoofdrol is weggelegd voor een wat naïeve jongen die zich in oorlogsnaam laat manipuleren en uitgroeit tot een - tijdens droomsequenties zelfs letterlijk - vuile hond. Als therapeutische effect kon dat tellen, maar afgaande op zijn recente album De Kinderen, is Stassen er niet in geslaagd die gruwelen uit zijn geest te bannen.

Net als in vorige werken als Brieven uit de Bar of Deogratias geeft hij de situatie weer door de ogen van kinderen. Vier kinderen ditmaal: Black Domino, Angel, Mongol en Airbus. In de openingsscène bevinden ze zich in het atelier van het hulpproject Savinn, waar ze met een wat wrang gevoel manden aan het vlechten zijn. Oog hebben de kinderen voor de Zweedse blondine Anika, projectleidster bij Savinn. Oor hebben ze vooral voor het geluid van artillerievuur en granaatinslagen die uit de heuvels ver achter hen lijken te komen. Met die eerste plaat geeft Stassen meteen de alomtegenwoordige oorlogsdreiging aan. Wie de kinderen werkelijk zijn, welk bloed er door hun aders stroomt of hoe ze er terecht zijn gekomen, is voor Stassen van geen enkel belang. Dat ze getraumatiseerd zijn des te meer. Zo heeft Angel last van migraine-aanvallen, is Airbus erg opstandig en spreekt een verwarde Mongol met de dieren rondom hem. Niet dat de kakkerlakken, vliegen, honden of katten hem ooit van antwoord dienen; zich terugtrekken in een eigen leefwereld blijkt Mongols enige houvast te zijn.

Een echte rode draad heeft De Kinderen niet. Stassens vijfde album is één langgerekte momentopname waarin de vier zwarte kinderen enkele dagen worden gevolgd. Het verhaal neemt een aanvang vanaf de komst van Black Domino, een oude kennis van de drie jongens die op een dag stoer met een gsm in de hand het mandenatelier betreedt. Het is al uiterlijke schijn bij Black Domino. Net als Mongol heeft hij zich een wereld eigengemaakt, opgebouwd uit leugens en dromen. Hij zou in Canada wonen, belt zogezegd met zijn lief, verzint later ook een one-night stand met Anika en zou ook stinkend rijk zijn, ginder, in Canada. Black Domino brengt zijn vrienden het hoofd op hol, laat hen proeven van de rijkdom en vrijheid en duwt daardoor het mes nog wat harder in de wonde. Pas later, wanneer het bedrog uitkomt, zijn Angel, Mongol en Airbus zo ver heen dat hun frustraties zich uiten in onverdraagzaamheid en blind geweld.

Hoofdpersonages uit stripalbums kunnen meestal opgesplitst worden in goeden en slechten, helden of losers. Niet zo in het oeuvre van Jean-Philippe Stassen, die er een erezaak van lijkt te maken een eerlijk beeld van de maatschappij op te voeren. Dat doet hij, als het even kan, door de ogen van kinderen, omdat ze duidelijker de droom, hoop en angsten belichamen. Stassen draagt daarbij niemand van zijn personages op handen. Het moet hem veel wilskracht hebben gekost om zulk een betekenisvolle afstandelijkheid in te bouwen, als je weet dat zijn band met het Afrikaanse continent en de bewoners ervan zo innig is. Niettemin levert hij opnieuw een geëngageerd, bijna politiek pamflet af, waarmee de auteur in de eerste plaats een situatieschets neerzet. Dat hij dit doet door de ogen van vier jonge kinderen, is op zich al schrijnend, de indringende manier waarop hij die taak tot een goed einde brengt, is eervol en uniek.

Partij kiest hij immers nooit, wel stelt hij voortdurend vragen, vragen die berusten in de grote open ogen van zijn personages. Zin en onzin van humanitaire hulp en liefdadigheid, wraak en haat, pedofilie, homoseksualiteit, bluf en angst kruiden dit boek. Plots voert hij een Belg ten tonele die als een wilde weldoener geld uitdeelt aan de kinderen en niet van enige pedofiele neigingen gespaard is gebleven, dan bekijkt hij het gedrag van de kinderen door de ogen van Anika, die bijna wel moet concluderen dat een hulpproject voor zulke getraumatiseerde wezens een hopeloze zaak is, dan weer confronteert hij de kinderen met het gewelddadige karakter van nog oudere kinderen die hun agressie botvieren op een oude homo. In zo'n milieu, lijkt Stassen wel te denken, kunnen kinderen niet groeien.

Staat Afrika geboekt als een donker continent, dan is het mede door dit album nu net iets donkerder geworden. Een aanklacht, een verhaal zonder helden, een bittere werkelijkheid die op zo'n serene wijze wordt weergegeven, dat je er stil van wordt. 's Mans 'glasraamtechniek', die zich uit in dikke klare lijnen en een felle inkleuring, accentueert die uitzichtloosheid. Nooit hebben papieren kinderogen zoveel paniek, verachting en woede losgemaakt. Een compleet auteur die, zowel inhoudelijk als grafisch, kan wedijveren met de grootsten der aarde.

Geert De Weyer

Een verhaal zonder helden, een bittere werkelijkheid die op zo'n serene wijze wordt weergegeven, dat je er stil van wordt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234