Dinsdag 31/01/2023

Afghanistan voor thuisblijvers

'Afghanistan is een van de moeilijkste plaatsen op de aarde om te begrijpen. Zijn geschiedenis is lang, zijn cultuur complex. En allebei zijn ze gehuld in mysterie en mythe. Om Afghanistan echt te verstaan moet je erheen, er een tijdje blijven, de vergezichten in je opnemen, de geluiden, en dan moet je nadenken - en vervolgens blijven nadenken.' Zo beginnen Ralph Magnus en Eden Naby Afghanistan, Mullah, Marx and Mujahid. Ongelijk hebben ze niet, maar het zijn geen tijden voor dergelijke reizen. Daarom een paar basics om gewoon thuis te lezen.

Catherine Vuylsteke

Als onafhankelijke entiteit gaat het terug tot 1747, toen Pashtoen-clans zich onder Ahmed Sjah Durrani losmaakten van Perzië. Het Pashtoen-rijk was nog niet zo groot als het huidige Afghanistan, het omvatte de regio's in het oosten en zuidoosten van het land. Tussen 1747 en de communistische coup van 1978 was slechts één etnie aan de macht: de Pashtoen, en dan nog de Durrani-tak daarvan.

Het woord Afghanistan betekent 'staat der Afghanen', een woord dat uit de Middeleeuwen dateert maar dat alleen op de Pashtoen slaat, niet op de hele huidige bevolking van het land.

Dat gebeurde in het kielzog van het zogenaamde Grote Spel, waarin Groot-Brittannië en Rusland streden om invloed in Centraal-Azië. Afghanistan is nooit gekoloniseerd en simpel gesteld is het die regio die de Russen noch de Britten konden veroveren.

Bij de aanvang van het Grote Spel lagen beide rijken meer dan 2.500 kilometer uit elkaar, aan het einde had Rusland al een aantal voorposten in Kashmir. Rusland zocht immers een zuidelijke doorgang naar open zee en koesterde ook de ambitie om het rijke India aan zijn gezag te onderwerpen. De Britten van hun kant waren verontrust door de steeds grotere activiteit van Russische agenten in Afghanistan, dat immers een kwetsbare grens vormde van het Britse India. De Britten vielen Afghanistan in 1839 binnen maar werden verpletterd door de Pashtoen, wier rijk overigens de bijnaam 'het land der onoverwinnelijken' had. Later zouden nog twee Afghaans-Britse oorlogen volgen.

De grenzen van het huidige Afghanistan kwamen er onder Abdul Rahman Khan (1880-1901), die tevens het model van de gecentraliseerde staat introduceerde, gestoeld op het goddelijke recht om te regeren, een concept dat de Pashtoen vreemd was. Hun heerser was altijd 'de eerste onder gelijken'.

De grens met Brits-India, de zogenaamde Durand-Line, die in 1893 werd getrokken, was erg problematisch en zorgde ook later nog voor conflicten. Immers: ze deelde het gebied der Pashtoen in tweeën, waardoor de helft der volksgenoten zich plots ingezetenen van Brits-India wist, wat hier neerkomt op het huidige Pakistan.

Bijzonder ingewikkeld. De ongeveer 20 miljoen Afghanen vallen uiteen in verschillende etnieën, die wegens de verplichte volksverhuizingen die verschillende heersers organiseerden, erg verspreid zijn geraakt. Zo bijvoorbeeld heeft Abdul Rahman, die samen met zijn zoon als de stichter van het 'moderne' Afghanistan wordt aangezien, Pashtoen naar het noorden doen verhuizen om er de grens met Rusland te bewaken.

De Pashtoen, die nu minstens 80 pct. van de Taliban uitmaken, zijn de grootste etnie, goed voor 40 à 50 pct. van de bevolking. De Tadzjieken vormen zo'n 20 pct. van de bevolking, de Hazara, de Oezbeken en de Aimaq zijn ongeveer even groot, en maken elk zo'n 7 pct. van de bevolking uit. Daarnaast zijn er ook Turkmenen, Kazachen, Qizilbash, Wakhi's, Nuristani, Baluchi's, Kirgiezen, Sikh, Hindoes en joden. Van etnische integratie is volgens Ralph Magnus en Eden Naby nooit sprake geweest.

De Pashtoen zien zichzelf als een van de tien verloren volkeren van Israël, die in Ghor - westelijk Hazarajat - eindigden na hun gevangenschap in Babylon. Ze hechten bijzonder veel belang aan stambomen, en hun eerste geschreven bronnen gaan terug op een 16de-eeuws manuscript, waarin gesproken wordt over Afghana, een zoon van de bijbelse koning Saul. De Pashtoen zien zich als afstammelingen van Afghana's nakomelingen, die onder de profeet Mohammed strijders voor de islam werden. Meer concreet zijn de Pashtoen nazaten van de zonen van een van deze strijders. De Abdali-Pashtoen stammen af van zoon Sharkbun, de Yusufzai van zoon Kharshbun. Deze twee groepen vormen één Pashtoen-tak, die zich vanaf 1747 de Durrani noemen en tot 1978 altijd de heersers hebben geleverd. De tweede tak is die der Ghilzai, die van een vrouwelijke nazaat van Afghana afstammen, wat op zich altijd voor wantrouwen heeft gezorgd. Overigens, de Durrani en de Ghilzai hebben elkaar herhaaldelijk naar het leven gestaan.

De Tadzjieken hebben geen genealogie en werden in de geschiedenis altijd uitgesloten van de officierenklasse en van de politieke elite. Daar zijn slechts twee uitzonderingen op: in 1929 en in 1992 was de leider van Afghanistan een Tadzjiek, de eerste wegens zijn eigen charisma, de tweede wegens een militair overwicht van zijn clan. In beide gevallen is daar een Pashtoen-terugslag op gevolgd.

De Hazara, die in het centrale Hazarajat wonen maar die hun geïsoleerde, onvruchtbare geboortestreek verschillende keren moesten verlaten wegens natuurrampen, hebben altijd een slechte relatie gehad met de Pashtoen. Wanneer honger of droogte hen in hun armen dreef, werden de Hazara immer als slaven en huispersoneel gebruikt. Ze zijn wegens hun Mongoolse trekken direct herkenbaar.

Het zijn voor 98 pct. moslims - de overige 2 pct. zijn hindoes, sikh en joden. De islam deed vanaf de 7de eeuw zijn intrede en werd via de heersers verspreid. Tegen de tiende eeuw was zowat het hele gebied islamitisch, met uitzondering van de joden en boeddhisten en enige animisten in de bergen, die als 'kefirs' of ontrouwen in de 19de eeuw aan gedwongen bekering werden onderworpen.

De Afghanen mogen dan haast uniform moslims zijn, ze vallen toch uiteen in soennieten en sjiieten, en binnen die laatste bestaan er vervolgens Imami en Ismali-groepen, die haast geen contact met elkaar hebben. De Pashtoen zijn in overgrote meerderheid soennieten, ook de Tadzjieken en Oezbeken zijn soennieten, de Hazara en Qizilbash zijn sjiieten.

Het schisma tussen soennieten en sjiieten vloeide in eerste instantie voort uit het feit dat de profeet Mohammed bij zijn dood in 632 geen opvolger naliet, noch een systeem om die aan te duiden. Sommigen - dat zouden later de sjiieten worden - vonden dat die binnen de familie van Mohammed moest worden gezocht, en wilden dat Ali ibn Aboe Talib, zijn neef en schoonzoon, de tweede leider of 'kalief' werd. Anderen prefereerden Abu Bakr, Mohammeds hartsvriend. Uiteindelijk is Ali in 656 de vierde kalief geworden, maar vijf jaar later werd hij door de toenmalige gouverneur van Syrië, Mu'awiyah Bin Abu Sufyan, vermoord, waarop die laatste zelf kalief werd. De soennieten zouden daaruit de visie ontwikkelen dat een religieuze leider, net zoals Mu'awiyah, ook een politiek heerser hoort te zijn, terwijl de sjiieten, die zelden politieke macht hebben gehad, de klemtoon zouden leggen op spirituele leiders. De zoon van Ali, Hoessein, werd uiteindelijk ook kalief. Hij werd in 680 echter op erg bloedige wijze vermoord in Karbala, in het huidige Irak. Het is precies zijn martelarendood die de sjiieten jaarlijks herdenken.

Door de sovjetinvasie - die miljoenen Afghanen over de grens dreef naar Pakistan en Iran en ook zorgde voor een beëindiging van het toekennen van studiebeurzen voor onderwijs aan bijvoorbeeld de Egyptische Al-Azhar Universiteit - is de Deobandi-school binnen de soenni-islam dominant geworden. Deze strekking ontstond zo'n 130 jaar geleden in de noordelijke Indiase deelstaat Uttar Pradesh en is extreem in die zin dat ze erg ver gaat in het reguleren van het persoonlijke gedrag. Sinds het begin van de vorige eeuw vaardigde deze school 250.000 fatwa's uit over wat mensen wel en niet moeten doen.

Een andere pijler is de pashtunwali of code der Pashtoen, die als bepaald vrouwonvriendelijk kan worden geïnterpreteerd. Zo worden meisjes vanaf hun zevende voor pubers aangezien, wat betekent dat ze tot aan hun huwelijk geen contact meer mogen hebben met jongens die niet tot hun directe familie behoren. Tegelijk mogen vrouwen geen rol spelen in het publieke leven en horen ze ook gesluierd te zijn van top tot teen. Uit de pashtunwali vloeit ook rechtspraak voort, die niet geheel overeenkomt met die van de sharia. Soms is ze strenger, soms soepeler. Een voorbeeld. Onder pashtunwali wordt overspel, dat wordt aangezien als een bedreiging van de vrede van de hele gemeenschap, bestraft met steniging of het levend begraven worden. Daar zijn geen bewijzen voor nodig. Het minste gerucht kan dus levens verwoesten, terwijl er onder de sharia vier getuigen nodig zijn van de seksuele daad om tot beschuldiging over te gaan. Maar bij sharia wordt een dief met amputatie bestraft, terwijl onder pashtunwali terugbetaling voldoende is.

Pashtunwali omvat tevens de noodzaak tot gastvrijheid - door de Taliban vaak ingeroepen om de onmacht te verklaren om Bin Laden uit te leveren - en het bijeenroepen van jirgahs of formele raden. Op die bijeenkomsten hebben alle mannen dan het recht van spreken, zonder hiërarchisch onderscheid.

Verschillende talen. De Pashtoen spreken Pashtoen, dat net zoals het Perzisch en Koerdisch tot de Indo-Iraanse tak van de Indo-Europese taalfamilie behoort. De lingua franca daarentegen is het Dari, de Afghaanse variant van het moderne Perzisch, het Farsi. De meeste Pashtoen hebben Dari geleerd, terwijl niet-Pashtoen zelden Pashtoen leren, hoewel er verschillende campagnes zijn geweest om zulks verplicht te maken. Het Dari wordt gesproken door de Tadzjieken, de Hazara, de Qizilbash en de Farsiwan. De Oezbeken en de Turkmenen spreken een variant van het Turks. De zowat vijftien andere kleinere groepen spreken zo'n twintig talen, die even ver uiteen liggen als het Indiase Dravidisch van het Mongools.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234