Dinsdag 22/10/2019
Aan de Brusselse Congreskolom prijkt één van de affiches van ‘Laisse les filles tranquilles’, een Brussels collectief dat seksuele intimidatie wil aankaarten.

Reportage

Affiches plakken tegen seksuele intimidatie: een nacht door Brussel met ‘Laisse les filles tranquilles’

Aan de Brusselse Congreskolom prijkt één van de affiches van ‘Laisse les filles tranquilles’, een Brussels collectief dat seksuele intimidatie wil aankaarten. Beeld Francis Vanhee

Zwarte sjaal rond het hoofd, bivakmuts op en snel een affiche plakken. Met blokletters en graffiti kaart het collectief ‘Laisse les filles tranquilles’ (LLFT) seksuele intimidatie in Brussel aan. In de stad waar nog altijd meer dan vier op de vijf vrouwen worden nagefloten, klinkt de boodschap even helder als hun naam: laat de meisjes met rust.

‘Un, deux…’ Op de derde tel schieten twee meisjes in elkaars nek, en begint de bovenste hun zelfgemaakte lijm uit te smeren op een muur aan de Brusselse Congreskolom. Een gebouw van de stad. “Ah, bon? Maar zou het plakken? Ik vind dat nog niet zo’n slecht idee.” Een poster in A0-formaat wordt uitgerold, beplakt en uitgestreken. “Vite, quoi”, en ze zijn weer weg. Op de zijgevel van het gebouw van Brussel Preventie en Veiligheid prijkt nu een gigantische foto van een vagina. Ondertekend: Laisse les filles tranquilles.

Het collectief van drie jeugdvriendinnen Gaby (23), Jill (23) en Sasha (25)* drukt al een jaar zijn stempel op de Brusselse straten. Met spuitbussen en affiches verspreiden ze duidelijke slogans in even simpele blokletters: laat de meisjes gerust. Anoniem, want de vrouwen willen de boodschap laten primeren op hun persoon. “We zijn begonnen uit woede en haat”, vertelt Gaby. “We kenden nog niets van feminisme, maar we waren het kotsbeu.” De kusjes en nafluitingen op straat, het moeten nadenken over hun outfits bij het uitgaan. “Je mama zegt ‘pas op’, alsof het allemaal normaal is”, zegt Jill, “maar de mannen mogen ook eens oppassen.”

Gewapend met een verfborstel en zelfgemaakte lijm plakken de jonge vrouwen Brussel vol met affiches. Beeld Francis Vanhee

De strijdvaardigheid waarmee het collectief vorig jaar begonnen, is nog niet gaan liggen. Twee of drie keer per maand gaan ze ’s nachts op plak-actie, gewapend met posters, verfborstels en lijm die ze maken van wat bloem met warm water. Ze vlammen met drie door een metropoortje, wachten niet op groene lichten en steken het drukke Rogier-kruispunt diagonaal over. “Spannend, hé”, lachen ze.

De hoofdstad smaakt dat tikje anarchisme wel. Het hippere uitgaansleven vraagt de meisjes om tijdens hun feestjes stickers uit te delen. De nachtclubs C12, de Bonnefooi en Barlok willen al samenwerken. In het merendeel van de cafétoiletten prijkt inmiddels een sticker of tag op de deur. De witte stencils vallen te lezen op de stoepen van het centrum tot in Sint-Gillis en de Europese wijk. Met de verkiezingen in aantocht delen nu ook Brusselse politici van alle kleuren hun slogan op sociale media. Bij de PS staat de slagzin zelfs in het partijprogramma. “Het is goed dat erover gepraat wordt, maar ze surfen vooral mee op de MeToo-wave om stemmen te halen”, vindt Gaby. “Wij hebben het gevoel dat ze onze acties aanvaarden omdat ze het zelf niet kunnen oplossen.”

Taxichauffeur

In Brussel blijft seksuele intimidatie immers een dagelijks probleem. Meer dan vier op de vijf vrouwen zijn er al lastiggevallen op straat, bleek uit een onderzoek dat seksuologe An-Sofie Van Parys (UGent) vorig jaar uitvoerde in opdracht van Brussels staatssecretaris voor Gelijke Kansen Bianca Debaets (CD&V). Een derde van de ondervraagde vrouwen had daar nadien nog last van.

Jill vertelt onderweg dat ze deze week nog schrok toen een man in haar straat zat te masturberen achter een auto. “Die zit daar vaak. Maar telkens als zoiets gebeurt, kijk ik de volgende keer tien keer meer uit op straat.”

Ook tijdens het plakken kijken er regelmatig mannen om. “Laisse les filles tranquilles?” roept iemand over hun affiche. De meisjes roepen dat hij maar op hun Instagram-pagina moet lezen waar het over gaat. “Pour ne pas embêter les filles?” vraagt de jonge man al lachend. “Et pour les charmeurs comme toi”, antwoordt Jill.

Drie dagen eerder werd Sasha nog aangerand door een taxichauffeur van de app Heetch. “Toen de chauffeur me thuis afzette, vroeg hij een kus”, vertelt ze. “Ik wou dat niet, dus hij trok me naar hem toe.” Sasha toont hoe de man bruusk een arm om haar nek legde en over haar borsten begon te wrijven. De app heeft de man intussen geschorst. Sasha wil later deze week nog aangifte doen bij de politie.

Sasha staat niet alleen. De politiezone Brussel Hoofdstad-Elsene kreeg vorig jaar 13 aangiftes van verbale intimidatie, 19 van exhibitionisme en 119 van fysieke aanranding. “Veel intimidatie ga je niet terugvinden in de cijfers van de politie”, zegt Van Parys. “Slechts 3,6 procent doet aangifte van ongewenst gedrag, dat is enorm weinig.”

Een vriendin van de meisjes werd vorig jaar verkracht in een straat in Sint-Gillis. Ze deed aangifte bij de politie, maar kreeg er volgens de meisjes geen hulp of begrip. In de zone Brussel Hoofdstad-Elsene is er sinds eind 2017 een zorgcentrum na seksueel geweld (ZSG), waar slachtoffers van verkrachting 24/7 medische zorg en juridische bijstand kunnen krijgen. Politiewoordvoerder Ilse Van De Keere laat weten dat er sindsdien meer aangiftes gebeuren. Het zorgcentrum kreeg vorig jaar gemiddeld 39 meldingen per maand, waarvan 90 procent door vrouwen. De Brusselse politieagenten krijgen vormingen van het gewest om straatintimidatie beter op te volgen.

‘Elke zone is een probleemzone’

Voor het collectief LLFT mag het allemaal sneller vooruitgaan. Het kiest vooral vlakke gevels uit die in het zicht springen. Langs de kleine ring, op het vredegerecht in Sint-Joost en op de muur van de Université de St-Louis (‘bij al die rechtenstudenten’). Aan Rogier springen ze in de verkeerde richting op de tram, dus krijgt de lantaarnpaal aan halte Thomas, in Schaarbeek, ook een affiche. Onderweg naar de Recyclart kruisen ze de Fontainaswijk, waar Sofie Peeters intussen zeven jaar geleden de documentaire Femme de la rue draaide. 

Een ophaalpunt van Spullenhulp langs de kleine ring moet eraan geloven. “We hebben niets tegen Spullenhulp”, verzekeren de vrouwen. Beeld Francis Vanhee

Haar naam doet de ogen rollen. “Peeters focust op één buurt, op één doelgroep”, zegt Jill. “Zo plaats je Brussel in een slecht daglicht. Er is niet één probleemzone: elke buurt is een probleemzone. In het café waar ik werk, vraagt een klant me elke dag of ik op zijn schoot kom zitten. Die man is een fucking flik. Het is echt niet één type man achter het hoekje, het kan iedereen zijn.”

De documentaire van Peeters zorgde wel voor een keerpunt. De federale antiseksismewet kwam er in 2014, net als een resem sensibiliseringscampagnes. De affiches van Touche pas à ma pote toonden vorige zomer uitspraken die vrouwen op straat te horen krijgen (‘sale chienne’ of ‘petite cochonne’). “Dat was een goede campagne, maar niet onze stijl”, vindt Jill. “Ze werkten met modellen die voor heel wat meisjes niet relatable zijn.”

Ook bij LLFT blijft het zoeken naar de juiste toon. “Veel feministen vinden onze boodschap te zacht”, zegt Gaby. “Wij zijn expres netjes begonnen, niet agressief, zodat we alle vrouwen en mannen kunnen aanspreken. Als we trashyer zouden gaan, zullen de mannen denk ik minder snel akkoord gaan.” Feminisme gaat voor hen om actie en op straat komen. “Simone de Beauvoir, allemaal goed en wel, maar wij zijn hier niet om de leçon te geven.” Na een jaar klinken hun nieuwste slogans wel feller. ‘Stop censoring female bodies’, ‘Stop rape culture’, ‘Stop blaming victims’ en ‘Stop hate crimes’: aan de Recyclart hangen ze als vier stopborden naast elkaar. “Het is tijd dat er eens iets verandert.”

Drie jonge vrouwen trekken anoniem de straat op om affiches op te hangen. Beeld Francis Vanhee

Bewustmaking

Gaan een aantal posters en stencils voor die verandering zorgen? “Echt gedrag wijzigen, gaan ze niet doen, vrees ik”, zegt criminoloog Christophe Vandeviver (UGent). “Ik hoop wel dat er meer bewustmaking komt. Graffiti is strafbaar, maar ik begrijp de burgerlijke ongehoorzaamheid. We mogen ons gerust afvragen of het wel logisch is dat we een paar stencils harder zouden bestraffen dan seksuele intimidatie. We moeten aanvaarden dat je dat tout court niet doet op straat.”

Staatssecretaris Debaets lanceerde vorig jaar de app ‘Blijf van mijn lijf’, waar slachtoffers of getuigen seksuele intimidatie kunnen melden. Een jaar later had de app slechts 32 meldingen uit Brussel gekregen, blijkt uit cijfers die De Morgen opvroeg bij Debaets. “Zo’n app is nuttig om het probleem in kaart te brengen, maar het gevaar is dat getuigen denken: ‘Ik heb het gemeld, dus hoef ik niet meer naar de politie’. We moeten in eerste instantie zorgen dat mensen ingrijpen als ze iets ongepast zien gebeuren”, zegt criminoloog Vandeviver.

Hij ijvert ook voor structurele ingrepen, zoals straatverlichting en veilig openbaar vervoer, en genoeg sociale controle: “Uitgaansplekken worden alsmaar vaker uit de stadscentra weggetrokken, maar in woonbuurten is er net meer toezicht op straat.” Voor Van Parys gaat het ook om een gevoel van betrokkenheid bij de stad. “Wie de openbare ruimte als een thuis ziet, zal ook sneller ingrijpen zodat anderen zich er thuis voelen. Dat vraagt om inspanningen vanaf de kleuterklas: hoe gaan wij om met elkaar, hoe spreken we elkaar constructief aan op iets wat niet oké is?”

Het collectief heeft al workshops gegeven op middelbare scholen in Brussel. “Wij doen ook gewoon ons best”, zegt Jill. “Ik voel me nu niet veiliger door de affiches, maar ik heb wel het gevoel dat ik mijn stem meer kan laten horen.” Ze geeft ook aan dat LLFT al vragen kreeg van meisjes uit Antwerpen en Gent. “We denken zeker ook aan acties in Vlaanderen. Maar we hebben gehoord dat daar meer politie rondloopt.”

* Gaby, Jill en Sasha zijn fictieve namen.

Aan Rogier vormt een vlakke, witte muur een ideaal doelwit. Beeld Francis Vanhee
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234