Dinsdag 27/07/2021

Opinie

Affaire-Toporovski legt groeipijn van Vlaamse musea bloot

Bart De Baere, bij een honingklok van de Japanse kunstenares Suchan Kinoshita. Beeld rv
Bart De Baere, bij een honingklok van de Japanse kunstenares Suchan Kinoshita.Beeld rv

Bart De Baere is directeur van het museum voor hedendaagse kunst M HKA in Antwerpen.

Het is nog geen halfjaar geleden dat Beatrix Ruf onderuitging als directrice van het Stedelijk Museum in Amsterdam. De Duitse nam ontslag na een mediastorm die draaide om nevenfuncties, mogelijke belangenverstrengeling en een omstreden schenking van kunstwerken. Ruf maakte eerder internationaal naam in het Kunsthaus Zürich, met een doorgedreven samengaan tussen de capaciteit van publieke instellingen en marktwerking. Met haar benoeming in 2014 wilde het Stedelijk Museum duidelijk een succesverhaal schrijven. Wat er precies op het eind gebeurde, blijft nog onduidelijk. Ruf zegt dat de raad van toezicht wist van haar nevenfuncties, de raad zegt dat zij zelf ontslag nam.

Er zijn parallellen met de affaire-Toporovski in het Museum voor Schone Kunsten (MSK) in Gent. Om te beginnen is de hier geviseerde directeur, Cathy de Zegher, een speler van internationale envergure. Ze heeft biënnales geleid, in New York een bijzondere programmering neergezet en ooit de cutting edge-werking in het Kanaal in Kortrijk laten uitmonden in de grensverleggende tentoonstelling Inside the Visible.

Bij het MSK veroorzaakte ze sinds haar aantreden in 2013 fricties, maar werd ze ook publiek geprezen om haar onverwachte en snelle zetten. Zowel de media als het beleid smullen daarvan. Toen ze een bijkomende coup de théâtre zocht met een privéverzameling Russische avant-gardekunst, rees snel de indruk dat ze onachtzaam was ingegaan op een dubieuze collectie. Steeds nadrukkelijker gestelde vragen en pogingen tot objectivering werden afgehouden. Telkens leek de communicatietactiek erop gericht om het uit te zitten tot de storm zou gaan liggen. Die werd daardoor alleen aangewakkerd.

Zowel toen in Amsterdam als nu in Gent voerden de media de regie. Zowel het museale veld als het beleid bleek onmachtig om snel helderheid te scheppen of een kader aan te reiken voor verdere discussie.

Wat speelt er op de achtergrond? Er is een fundamentele spanning tussen de outputgerichte verwachtingen van deze tijd, die aanzetten tot snel, veel, goedkoop succes en de zorgvuldigheid en ethiek waarop musea gebaseerd blijven. Er is niets mis met snel scoren, zolang de kernmissie voorop blijft staan. Snel én slim is optimaal. Die spanning is in Vlaanderen ongemeen hoog. Alle verwachtingen zijn er, de onderbouw nog niet. Het is goed om samen te beseffen waar we staan en waar we naartoe kunnen. Musea worden hier nog altijd gezien als eenpersoonsorkesten, niet als broodnodige publieke expertsystemen. Hoe komt dat?

Slecht nieuws

De federalisering van België startte in 1970 met de oprichting van cultuurgemeenschappen. Die bevoegdheidsherschikking liet de centralistische Belgische culturele instellingen achter in splendid isolation. De gemeenschappen startten hun cultuurbeleid vanaf nul. In Vlaanderen geloofde men in spreiding en bouwde overal te lande bibliotheken en culturele centra. Het cultuurbeleid werd daarna gefaseerd verder uitgetekend, waarbij voor de ontwikkeling van deelvelden telkens een nieuw decreet vereist was. Tijdens de internationaliseringsgolf van de jaren 80 slaagden de podiumkunsten er zo in toptalent en pril succes decretaal te verzilveren. Hun werkingsmiddelen, expertise en infrastructuur konden sindsdien doorgroeien.

Andere sectoren hadden minder geluk. Het eerste museumdecreet ging in voege vanaf 1999. In de slipstream van de musea konden ook de bewaarbibliotheken, erfgoedcentra, immaterieel en ander cultureel erfgoed zichtbaar worden, maar enkel dat. Er was amper geld en dus kwam er ook maar weinig extra expertise, werking en infrastructuur. Hier en daar werd wel verholpen aan de infrastructuurachterstand. De musea werden ook organisatorisch op orde gezet.

Door dit gefaseerd en traag uitgerold cultuurbeleid blijft vandaag de hele cultureel erfgoedsector, cruciaal voor een regio als Vlaanderen, embryonaal. Dat blijkt ook bij de vlaggenschepen van deze sector, de musea, bijkomend gevat door ons outputgericht kortetermijndenken dat alles onder de mat veegt wat ontwikkelingstijd nodig heeft. En instellingen of expertise bouw je niet van vandaag op morgen.

Goed nieuws

Er is goed nieuws. Het nieuwe erfgoeddecreet, dat in 2019 start, stelt twee cruciale verdere stappen in onze museale mindset voor. Voorheen werden maar drie niveaus onderscheiden: lokaal, regionaal en landelijk. Het internationale bleef een blinde vlek. Nu wordt er een nieuw niveau ingevoerd, ‘cultureel erfgoedinstellingen’, die internationaal excellent moeten zijn. Een homerische inzet.

Een tweede, zo mogelijk nog belangrijkere decretale ontwikkeling is de inzet om landelijke expertise in te bedden in musea door hen ‘rollen’ toe te kennen. Bijvoorbeeld: iedere erfgoedspeler heeft wel vragen rond fotografisch materiaal, breng de expertise daarvoor samen in het fotomuseum FoMu. Zo kunnen musea expertise aantrekken die hen tegelijkertijd bevrucht. En kan een zelfregulerend museumveld ontstaan dat dankzij die geconcentreerde expertise ook met bredere internationale netwerken verbonden raakt.

Tot slot, cruciaal, is er een budgettaire inhaalbeweging voor het veld beloofd voor 2019. Kortom, er is een intelligent beleid dat de juiste opties kiest en niet virtueel wil blijven. Er kan een politieke visie groeien over strategische culturele prioriteiten, want het gaat niet enkel om méér middelen, maar net zo goed om juiste concentratie, herschikking en verbinding.

Zo gezien is de affaire-Toporovski een uiting van een groeiproces van een regio die zich met zijn musea internationaal wil positioneren, maar is ze tegelijk een signaal dat dit gewenste niveau institutioneel nog niet wordt gehaald. We zijn onderweg.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234