Donderdag 02/04/2020

Afdwingen van VN-inspectie in Irak leidt ook tot geweld

Ook de voorstanders van de 'optie van inspecteurs' ontkomen niet aan de logica dat een Iraakse weigering van Unmovic tot geweld leidt, concludeert Dick Leurdijk.

'De optie van (de terugkeer van VN-wapen)inspecteurs verdient een serieuze kans. Alles moet in het werk worden gesteld om te voorkomen dat in laatste instantie oorlog onvermijdelijk wordt", aldus het hoofdredactioneel commentaar van de Volkskrant op 3 september. Met dat pleidooi schaart de krant zich in de mainstream van de huidige fase van het debat over een mogelijke aanval op Irak. Dat heeft zich de afgelopen weken toegespitst op de kwestie van de hervatting van de wapeninspecties, die nu al een kleine vier jaar volledig stilliggen.

Terwijl de Amerikaanse regering de indruk wekte de weg van de VN nauwelijks meer serieus te willen overwegen, verschoof de aandacht in het publieke debat zich recentelijk juist naar deze kwestie. In dat opzicht sloot het commentaar van de Volkskrant naadloos aan op de reeks van beschouwingen in de afgelopen weken van de hand van voormalige politieke kopstukken in de VS als Brent Scowcroft, James Baker, Richard Holbrooke en Alexander Haig.

In hun beschouwingen riepen deze oud-diplomaten, in verschillende bewoordingen, op tot hervatting van de VN-wapeninspecties, maar met verschillende intenties. Voor de ene was het bewandelen van de weg van de VN alsnog een uiterste poging om de diplomatieke middelen uit te putten teneinde een gewapend optreden te voorkomen, voor de ander zou een Iraakse afwijzing van een hervatting van de VN-wapeninspecties als casus belli kunnen gelden voor het gebruik van geweld tegen Irak.

Scowcroft riep de regering-Bush op vast te houden aan "een doeltreffend stelsel van onaangekondigde inspecties" in Irak. James Baker, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken tijdens de Golfoorlog (1990-1991), meende dat de Verenigde Staten moesten streven naar de aanvaarding van "een simpele en directe resolutie" van de Veiligheidsraad. Die resolutie zou Irak de verplichting opleggen onvoorwaardelijk in te stemmen met inspecties, en die zou ook de bevoegdheid bevatten "alle noodzakelijke middelen" te gebruiken om haar af te dwingen. Richard Holbrooke, voormalig Amerikaans VN-ambassadeur onder president Clinton, riep president Bush op alle beschikbare niet-militaire middelen in te zetten om internationale steun voor een optreden tegen Irak op te bouwen, om te beginnen in de Veiligheidsraad. En de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Alexander Haig meende dat er geen nieuwe resolutie nodig was als formele grondslag voor militaire actie tegen Bagdad, omdat de Golfoorlog nog niet is beëindigd.

Curieus was dat in al deze beschouwingen volstrekt voorbij werd gegaan aan de besluitvorming in de Veiligheidsraad in de nasleep van de Amerikaanse en Britse bombardementen op Bagdad, in december 1998. De bombardementen golden toen als vergelding voor het Iraakse besluit om de VN-wapeninspecteurs van Unscom het land uit te zetten. In de daarna ontstane situatie zag de Veiligheidsraad zich genoodzaakt, nota bene mede op basis van kritiek van het regime in Bagdad, een nieuw inspectieteam in te stellen.

In december 1999, een jaar na de bombardementen, besloot de Veiligheidsraad tot oprichting van een nieuw orgaan (Unmovic) dat, weliswaar in gewijzigde opzet, gezien moet worden als de juridische opvolger van zijn voorganger, Unscom. En met dezelfde opdracht voor wat betreft de verificatie van de naleving door Irak van zijn verplichtingen onder de paragrafen 8, 9 en 10 uit resolutie 687 uit 1991 met betrekking tot de Iraakse massavernietigingswapens.

In dat verband eiste de Veiligheidsraad nu opnieuw dat Irak Unmovic-teams "onmiddellijke, onvoorwaardelijke en onbeperkte" toegang zou geven tot alle mogelijke locaties, faciliteiten, uitrusting, documenten en transportmiddelen die Unmovic zou willen onderzoeken, en overheidsfunctionarissen die de inspecteurs zouden willen spreken. De benoeming van de nieuwe voorzitter, de aanstelling van gekwalificeerde controleurs, de uitwerking van een organisatorisch plan voor Unmovic en de instemming door de Veiligheidsraad met een werkprogramma voor de uitvoering van het mandaat (van zowel Unmovic als het VN-atoombureau IAEA in Wenen) hebben sindsdien echter niet geleid tot een hervatting van de inspecties.

Sinds 1998 is er dan ook geen enkele vooruitgang gemaakt met de uitvoering van het beoogde "versterkte systeem van voortgaande monitoring en verificatie" en met de overgebleven ontwapeningstaken waaraan Irak nog steeds moet voldoen. Het is dat eisenpakket, zoals vastgelegd in resolutie 1284 van 17 december 1999, dat de inzet zou moeten zijn van het debat over de juridische en politieke grondslagen van de terugkeer van de VN-wapeninspecteurs. Saddam Hoessein is al die tijd zonder problemen weggekomen met zijn opstelling, ondanks het feit dat de resolutie nadrukkelijk was aanvaard onder hoofdstuk VII van het VN-handvest.

De vraag is dus niet of we voor een rechtvaardiging van een eventueel militair optreden tegen Irak terug moeten gaan naar de bestandsvoorwaarden aan het eind van de Golfoorlog, zoals vastgelegd in resolutie 687. De vraag is waarom de Veiligheidsraad de uitvoering van de resolutie die voorzag in de oprichting van een nieuw inspectieregime sinds 1999 op zijn beloop heeft gelaten. Het wordt tijd dat de resolutie ten uitvoer wordt gelegd. Die benadering kan rekenen op steun van de leden van de Veiligheidsraad, inclusief Rusland, China, Groot-Brittannië en Frankrijk, maar ook van landen uit de regio.

Het stellen van een 'deadline' lijkt me onder de gegeven omstandigheden, bijna vier jaar na dato, slechts het begin te zijn van de tenuitvoerlegging van de resolutie, maar hier wordt meteen duidelijk waar de problemen liggen: Bagdad stuurt aan op "technische gesprekken" over de voorwaarden van de uitvoering van de inspecties, en pleitbezorgers van de "weg van de VN-Veiligheidsraad" ontkomen niet aan de vraag hoe de terugkeer van de wapeninspecteurs moet worden afgedwongen. Vooral als duidelijk wordt dat Saddam Hoessein niet bereid is aan de eisen van de Veiligheidsraad tegemoet te komen. Hetzij door de VN de toegang tot het grondgebied van Irak te ontzeggen, hetzij door in een later stadium het werk van de inspecteurs te gaan dwarsbomen, zoals hij in het verleden al eerder heeft gedaan.

Ook de Volkskrant ontkomt in haar pleidooi voor de 'optie van inspecteurs' dus niet aan de vraag wat te doen indien blijkt dat Irak, bijvoorbeeld met een beroep op een hele reeks voorspelbare voorwendsels (die verband houden met economische sancties, humanitaire overwegingen, of nationale soevereiniteit), opnieuw gaat dwarsliggen en het functioneren van Unmovic blijft frustreren.

Het scenario van december 1998 leent zich niet voor herhaling: in de eerste plaats omdat het na maandenlange pogingen van de kant van de VN om Irak tot inschikkelijkheid te bewegen uiteindelijk toch tot militair geweld kwam. En in de tweede plaats omdat de pijnlijke les van het militaire optreden toen was dat het gebruik van geweld geen garantie is voor tastbare resultaten: de terugkeer van wapeninspecteurs kon niet met geweld worden afgedwongen. Maar de logica van resolutie 1284 ofwel 'de optie van inspecteurs' leidt, wat mij betreft, onvermijdelijk tot de vraag naar het gebruik van geweld.

D.A. Leurdijk is als onderzoeker, docent en politiek commentator verbonden aan het Instituut voor

Internationale Betrekkingen Clingendael in Den Haag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234