Zondag 20/06/2021

Afdalen in het échte Inferno

Nu het Inferno volop is losgebarsten is het niet minder dan gepast hulde te brengen aan de man achter dat onovertrefbare meesterwerk waarop Dan Brown pretendeert zich te hebben gebaseerd. Want behalve de titel hebben beide werken nu werkelijk niets met elkaar gemeen.

Ravenna, 1321, aan het hof van Guido Novello da Polenta. In de nacht van 13 op 14 september bezwijkt dichter Dante Alighieri op 56-jarige leeftijd aan een malaria-aanval die hij op de terugweg van een diplomatieke missie in Venetië had opgelopen in het moerasland bij Comacchio. De adellijke familie van de Polenta's was, na de Scaligeri van Verona en de Malaspina van de Lunigiana, de laatste van de reeks machthebbers die Dante tijdens zijn bijna twintig jaar durende ballingschap uit Firenze onderdak hadden geboden en hem als gezant hadden ingeschakeld.

Dante werd aan de hoven van Noord-Italië met open armen ontvangen als een groot geleerde. Een troost voor de fiere Florentijn. Zijn geboortestad had hem immers niet alleen verbannen, maar ook ter dood veroordeeld. Dante was een ambitieuze burger en een bedrijvige politicus, een man van de actie die er niet voor terugdeinsde zich letterlijk in de strijd te werpen. Hij was cavalerist bij de slag van Campaldino (1289) tegen Arezzo, nam deel aan missies, vervulde openbare functies en behoorde als lid van het college van Prioren van Florence tot de bestuurders van de stad.

Zijn ballingschap was een gevolg van de twist tussen twee partijen: Dante koos voor de Witten die de stad meer autonomie wilden geven en het uiteindelijk moesten afleggen tegen de Zwarten, die meer bij de Kerk aanleunden. Toen deze laatsten aan de macht kwamen, werden de Witten verdreven. De verbanning werd hem betekend in 1302, toen hij op terugtocht was van een missie naar Rome, en trof ook andere vooraanstaande Witten, zoals de vader van Francesco Petrarca. Er ontstond een haat-liefdeverhouding met Florence die voorgoed een stempel zou drukken op het oeuvre van de schrijver.

Visionaire geest

De traktaten die hij als balling schreef, getuigen van zijn constante zoektocht naar morele en spirituele vervolmaking: Il convivio (Het gastenmaal) over wetenschappelijke en filosofische vraagstukken, De vulgari eloquentia over het culturele belang van de volkstaal (Italiaans versus Latijn), de Monarchia, over de verhouding tussen de geestelijke (de paus) en de wereldlijke macht (de keizer). Maar Dante's geloof in de kracht van de menselijke geest om het aards bestaan te begrijpen en de lotsbestemming van de mensheid te doorgronden zal ongekende hoogten bereiken in de Commedia. Hij beschrijft er een denkbeeldige reis door de drie rijken van het hiernamaals (Hel, Louteringsberg en Paradijs). Dankzij zijn taalvirtuositeit - Dante creëert in zijn eentje 15 procent van de Italiaanse woordenschat -, zijn verbeeldingskracht en zijn geleerdheid zal dit verhaal uitgroeien tot een weergaloos dichterlijk epos. Het werk is eveneens het verhaal van een schrijverschap in wording. In hetzelfde tijdsgewricht waarin Dante's poëtische en visionaire geest de wereld van het bovennatuurlijke verkende, bracht het Italiaanse schiereiland nog twee andere genieën voort die zich bewogen op het raakvlak van verbeelding en realiteit. Kunstschilder en architect Giotto en koopman en diplomaat Marco Polo zouden onbekende visuele, geestelijke en geografische gebieden ontsluiten.

Zeven hoofdzonden

In de Commedia is Dante verteller en hoofdpersonage van een reis die hem de negen concentrische hellekringen zal doen afdalen. Na een ontmoeting met de driekoppige Lucifer die in het diepste punt van de aardbol in het ijs zit geklemd, doorklimt hij een mysterieuze ondergrondse gang en ontdekt hij de sterrenhemel aan het zuidelijk halfrond. Daar ligt het eiland met de Louteringsberg. Dante moet er zeven omgangen beklimmen alvorens hij uiteindelijk het aardse paradijs kan betreden, waar hij van zijn zonden wordt gezuiverd. In de Commedia heerst het geocentrische wereldbeeld zoals het in de tweede eeuw na Christus was beschreven door de Alexandrijnse astronoom Ptolemaeus. Van het aards paradijs stijgt Dante op naar het Paradijs, dat bestaat uit negen concentrische hemelsferen die grotendeels de namen van de planeten dragen. Ten slotte belandt hij in het oneindige en onstoffelijke empyreum, waar hij verblind door het goddelijke licht zijn relaas zal afbreken.

De imaginaire tocht vindt plaats in de paasweek van het jaar 1300 en duurt zeven dagen. Het is een allegorische reis die de 35-jarige zondaar Dante onderneemt in naam van de hele mensheid om de verschillende fasen van toenadering tot God te onderzoeken en te beleven. De zeven hoofdzonden structureren de geografie van de bovennatuurlijke ruimte en landschappen. De Louteringsberg, het intermediaire rijk tussen Hel en Hemel, was pas sinds het Concilie van Lyon (1274) officieel opgenomen in de katholieke leer na jarenlange theologische discussies die historicus Jacques Le Goff meesterlijk beschrijft in La naissance du Purgatoire (1981). Nauwelijks 40 jaar na die officiële erkenning bekroont Dante het ontstaansproces van het 'derde oord' met zijn sublieme Purgatorio dat definitief in het collectieve geheugen gegrift zal blijven.

De drieledige voorstelling van het hiernamaals, de symmetrische en aan numerieke vormprincipes onderworpen structuur van het gedicht, en niet het minst de verbluffende harmonie tussen vorm en inhoud zijn volledig de verdienste van Dante. De symbolische getallen 3 en 100 dicteren verschillende structuurniveaus: er zijn 100 canto's, verdeeld over 3 cantica's; de Hel telt 34 zangen (1+33), de andere elk 33. Dante gebruikt de terza rima, een aaneenschakeling van drieregelige strofen op rijm (aba/bcb/cdc). Voor het gedachtegoed dat in de Commedia werd verwerkt is Dante schatplichtig aan een schare geleerden, wetenschappers en schrijvers uit de oudheid en de middeleeuwen. Hij refereert aan de Bijbel en aan teksten van Plato, Aristoteles, Cicero, Ovidius, Ptolemaeus, Boethius, Avicenna, Averroes, Thomas Van Aquino en anderen. De Commedia vertoont een unieke verwevenheid tussen inzichten uit de antieke, heidense cultuur en de middeleeuwse, christelijke, maar ook uit de Arabische denkwereld.

Gids Beatrice

Op zijn reis wordt Dante opeenvolgend vergezeld door drie gidsen: schrijver Vergilius, die hem begeleidt door de Hel en de Louteringsberg tot in het aards paradijs, waar Beatrice hem opwacht. Mysticus Bernardus van Clairvaux vergezelt de dichter in de laatste drie zangen van het Paradijs en bereidt hem voor op de finale aanschouwing van God. Beatrice is een centraal figuur in het persoonlijke en intellectuele parcours van Dante. De gesublimeerde jeugdliefde die hij bezong in de pseudoautobiografische Vita nova, een mengvorm van poëzie en proza, wordt in de Commedia een symbolische gids. In het centrale canto van het dichtwerk, Louteringsberg 30, verschijnt Beatrice aan de dichter. Ze spreekt Dante rechtstreeks aan met zijn naam op het moment dat zijn boetedoening een hoogtepunt bereikt in het aards paradijs. Vergilius is verdwenen en ruimt plaats voor gids Beatrice die als symbool van de theologie Dante zal begeleiden in het Paradijs tot Sint-Bernardus de taak van haar overneemt.

Met Beatrice creëerde Dante een nieuwe literaire mythe, die onmiddellijk als zodanig werd geïnterpreteerd. Nauwelijks enkele jaren later nam dichter Petrarca Beatrice en Dante op als legendarisch liefdespaar in zijn Triumphus Cupidinis (Triomf van de Liefde), samen met onder anderen Orpheus en Eurydice, Pyramus en Tisbe, Tristaan en Isolde.

De ziel na de dood

De Commedia is een pleidooi voor kennisoverdracht tussen generaties onderling en tussen tijdgenoten. Dante voert talloze gesprekken met de verdoemden van de Hel, de berouwvolle boetelingen van de Louteringsberg en met de gelukzaligen van het Paradijs. Hij ontmoet historische personages, Bijbelse en mythologische figuren, dichters, staatslieden, pausen, geleerden, giganten, vrienden, vijanden en verwanten en luistert naar hun verhaal. Beroemd is het relaas van de noodlottige passie van Francesca da Rimini voor haar schoonbroer Paolo Malatesta. Geen onderwerp is Dante vreemd: de goddelijke gerechtigheid, de rol van de engelen, de oorsprong en de evolutie van de natuurlijke taal, de mystieke evaringen in het paradijs, het bestaan van de ziel na de dood, de structuur van de kosmos, zelfmoord, de hoofdzonden en de deugden. In de Hel wordt de voorstelling van de schimmen steeds aan de straf gekoppeld die overeenstemt met de begane zonde. Zelf is Dante in de Commedia zoals hij in het leven stond: een mens van vlees en bloed, die valt, twijfelt, schrikt, voelt, zich vergist; maar een man die nooit opgeeft.

De Liefde

De Commedia had reeds een zeker succes toen Dante nog leefde: er werden vrij snel kopieën verspreid van afzonderlijke canti en van bundels zangen van de Hel en van de Louteringsberg. In totaal zijn van de Commedia ruim 700 manuscripten bekend, de meeste van de vijftiende eeuw. Het dichtwerk werd over heel Italië verspreid. Het werd overgeschreven door belezen en door minder geletterde kopiisten. Ondanks de herhaaldelijke ban van de Kerk drong het werk door in hogere en lagere kringen, universiteiten, religieuze en lekenkringen. De eerste druk verscheen in 1472 te Foligno. Giovanni Boccaccio (1313-1375) was een bewonderaar en een commentator van het eerste uur. Hij wijdde zijn leven aan de transcriptie van het werk en bedacht het epitheton 'divina' waarmee de Commedia de geschiedenis in zou gaan.

De tekst werd doorgaans in het openbaar voorgedragen. Dante had immers met het terza rima een versmaat bedacht die het mogelijk maakt de talrijke verzen op het natuurlijke ritme van de ademhaling aan elkaar te rijgen. De briljante optredens van acteur en cineast Roberto Benigni (TuttoDante) zijn hiervan het levende bewijs. Schoonheid en kennis, schoonheid van de kennis, met de bedoeling een zo groot mogelijk publiek te bereiken, dat was de ambitie van Dante.

In het finale visioen van het Paradijs richt Dante zijn ogen op het eeuwige Licht van God: "In de diepte ervan zag ik hoe alles wat in het heelal als het ware in losse vellen uiteenvalt, door de Liefde in één boekdeel wordt gebonden." De dichter beleeft in een allesomvattende oogopslag de totale samenhang van de schepping en de onderliggende verbanden. De sublieme metafoor van het boek, het "volume" waarop Dante meermaals in al zijn overdrachtelijke betekenissen inspeelt, krijgt hier de sterkste betekenis ooit. De Italiaanse cultuur is van de Divina Commedia doordrongen, maar het werk heeft een blijvende universele dimensie die tijd en ruimte overstijgt.

Sabine Verhulst doceert Italiaanse literatuur aan de UGent.

Lees meer:

Dante Alighieri, De goddelijke komedie,vertaald, ingeleid en toegelicht door Frans van Dooren, Amsterdam: Ambo|Anthos, 2009 (13de druk) (1987). Vertaling in proza.

Dante Alighieri, De goddelijke komedie, vertaald en toegelicht door Ike Cialona en Peter Verstegen, met een nawoord door Marcel Möring, Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2008 (5de druk) (2000). Rijmende en metrische vertaling.

Dante, La divine comédie (Enfer, Purgatoire, Paradis),texte original, traduction, introduction et notes de Jacqueline Risset, Paris, GF-Flammarion, 2010 (1990). Vertaling in vrije verzen.

Frans van Dooren, Met Dante door Italië. Reizend in het voetspoor van de dichter, Amsterdam: Ambo| Anthos, 2004.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234