Maandag 06/02/2023

Aerts en Devenyns: een bizarre combinatie, maar hoopvol voor ons wielrennen

De echte wielerliefhebber wordt het immers droef te moede bij dit bergklassement. Wat heeft dergelijke ‘bollentrui’ nog met de eerlang zo fier gedragen titel ‘bergkoning’ te maken? Dit jaar wordt de rangschikking aangevoerd door Jerôme Pineau (56ste in de stand, 42.04 minuten achter op Schleck), vóór Anthony Charteau (43ste op 30.46), de oude Christophe Moreau, de laatste overlever van het ignobele Festinateam (41ste op 30.21) Mario Aerts (33ste op 20.09) en Damiano Cunego (58ste op 44.52). Eerst drie modeste Fransen, dan een Belgische overlever, dan Cunego, tenminste een renner die ooit een bevlogen klimmer wás. En pas verderop volgen de echte koningen van de steile wand, zoals Andy Schleck. Pineau is geen meeloper: hij won eerder dit jaar een rit in de Giro. Maar hij is in het klimmen nog niet half zo goed als de groene troonpretendenten (Hushovd, Petacchi, McEwen, Cavendish) dat zijn in het sprinten. Die vier zijn echte topsprinters, cracks in hun vak, ook door de beste renners van het peloton onklopbaar, hoezeer die het ook zouden willen. De protagonisten in de strijd om de bollentrui zijn dat niet. Of toch niet meer.

Iedereen weet dat, en tegelijk doet iedereen alsof men die bollentrui nog erstig neemt. Voor de Tour had Marc Sergeant zijn kopman Jurgen Van den Broeck proberen warm te krijgen voor die bollentrui: prima reclame, en eigenlijk maar een competitie tussen twee, drie renners, als het even meevalt nog niet van het allerhoogste allooi. Van den Broeck bedankte (hij verkoos te strijden voor een toptienplaats). Ook dat zegt al iets over de devaluatie van die competie, als zelfs een Jurgen Van den Broeck ze wat te min vindt voor een renner van zijn niveau. Hij heeft niet eens ongelijk. Ooit was het bergklassement precieus eremetaal op een palmares: mythische figuren als René Vietto of Félicien Vervaecke droegen die trui, uitzonderlijke klimmer als Charly Gaul, Federico Bahamontes, Lucien Van Impe, Luis Herrera of Claudio Chiappucci tooiden zich ermee, en zelfs de Grootsten der Aarden aasden erop: Bartali, Coppi, Bobet, Merckx of Hinault. En nu is die trui voorwerp van debat tussen Pineau en Charteau. Als je niet beter weet, denk je dat het de namen van twee Franse aperitieven zijn.

De vluchters waren nochtans op de wegen naar Gap niet aan het aperitief toe. Want ook al werd er in het peloton niet gejaagd, het bleef natuurlijk een rit door de Alpen. Een rit die niet zo zwaar en zo decisief was als de twee vorige naar Avoriaz en via de Madeleine, maar het ging naar Gap en dan blijft het altijd opletten. Toen het peloton in 2003 in Gap arriveerde, was het begin van die etappe wel zwaarder dan nu (met de Lautaret en de Izoard), maar nadien viel alles weer in zijn plooi en maakten ook toen twee sterke vluchters onder elkaar uit wie de winnaar was - Vinokourov reed in de finale Bettini eraf. Maar ver achter hen vond een drama plaats, toen op één van de zogezegd ‘mindere’ hellingen in de finale de favorieten toch eens goed doortrokken, uitdager Joseba Beloki ten val kwam, en gele trui Lance Armstrong zijn lijf en zijn Ronde redde door als een volleerde mountainbiker over een steile graskant naar beneden te rijden, naar de lagere kant van de lus van een haarspeldbocht.

Mario Aerts kénde die etappe, want hij was er even jaar geleden ook al bij in die Tour. Hij was toen ‘de jongste bediende’ bij Telekom, toen een topteam met als andere renners Zabel, Botero, Vinokourov, Klöden, Nardello, Aldag, Guerini en Kessler. En dat wist Dries Devenyns - Belgen onder elkaar, ze spreken wel, maar, zo beklemtoonden ze, ze maakten geen afspraken. Ze willen immers zelf winnen.

Een vreemde combinatie, hoopvol eigenlijk voor het Belgische wielrennen. Mario Aerts (35) en Dries Devenyns (26). Omega Pharma-Lotto en QuickStep. Een Kempenaar en een Oost-Vlaming. Een veteraan en de rookie. Een man die tijdens deze Tour al lof kreeg, prijzen zelfs (Strijdlust), en een jongen die in de rit naar Les Rousses achteraan in de laatste bus arriveerde. En nu samen vooruit. Vechtend en wroetend. In de helse hitte die over zuidelijk Frankrijk hangt. We zagen twee Vlaamse seizoensarbeiders, die een geheel eigen vervolg schreven op Het leven en den dood in den ast van Stijn Streuvels. Destijds moesten nederige Vlamingen ‘den ast’ in, waar bij temperaturen van 85 graden gewroet werd (voor het drogen van chichorei). Gisteren in Gap mat de thermometer natuurlijk geen 85 graden, maar de hitte voelde wel extreem aan. Hoewel. Devenyns: “Als je in de Tour in een kopgroep rijdt, weegt die hitte veel minder dan in de groep.”

Ze reden voor wat ze waard waren. Even droomden ze zelfs, overstegen ze zichzelf, toen eerst Aerts en dan Devenyns aanvielen en de anderen op achterstand reden. Voor even. Aerts: “Ik ben te vroeg gegaan.” Devenyns: “Ik keek naar Aerts. Ik dacht: die kent het parcours. Hij gaat, hij wordt gepakt, dus zullen we wel dicht bij de streep zijn. Dus ging ik.” Ook Devenyns werd gepakt, door het sterke duo Paulinho-Kiryienka. Aerts was er toen niet meer bij, en even later waren de Portugees en de Wit-Rus weg en moesten de Belgen achtervolgen. Ze verloren vlug nog anderhalve minuut. Wat maakt het ook uit?

De twee Belgische ploegen waren de vorige jaren zogezegd in de Tour met een ‘hogere’ agenda: Boonen ritten late winnen, eventueel groen (QuickStep), Evans op het podium krijgen, eventueel laten winnen (Omega Pharma-Lotto, toen nog Silence). Dat mislukte wel eens: sneu voor de sponsor, maar vooral pijnlijk voor de (Belgische) renners, die zich in het zweet werkten, daarvoor misschien wel waardering kregen, maar amper erkenning.

Door omstandigheden koersen ze nu anders: QuickStep lijkt herboren in de rol van aanvallend team, en ook bij Omega Pharma-Lotto staat ritwinst hoog in het vaandel. Vooruit dus. Dat rendeert voor de ploeg en voor de renners. Dries Devenyns reed top tien in de Ronde van het Baskenland: dat maakt hem bekend bij wielerliefhebbers. Nu reed hij één dag flink vooruit in de Tour: dat maakt hem bekend in heel Vlaanderen. En zo leert hij ook zichzelf kennen: “Ik ben hier om te leren. Ik weet nu: niet zozeer de fysieke inspanning, maar de extra drukte, de show, dát maakt de Tour zo moeilijk. Natuurlijk wil ik nog terugkomen naar de Tour. Om een rit te winnen. Niet voor een hoog klassement. Wie top tien wil rijden, moet zijn hele seizoen op de Tour afstemmen. Als het om welke reden dan ook mislukt, heb je een heel jaar ‘gefaald’.”

Ze waren nooit zeker van winst, maar ze hebben het wel geprobeerd. Volgens dat mooie, strikt Franse adagium van Willem van Oranje, een spreuk die een gecultiveerde flamingant als wijlen Hugo Schiltz ook graag gebruikte: ‘Point n’est besoin d’espérer pour entreprendre, ni de réussir pour persévérer’: het is niet nodig te hopen om te ondernemen noch te slagen om te volharden. Populair vertaald: het is niet nodig uitzicht op succes te hebben om het toch te proberen, noch moet er succes zijn om voort te blijven proberen.

Gisteren reden Mario Aerts en Dries Devenyns volgens dat inzicht. Het siert hen. Het is namelijk een slagzin die niet alleen de koers mooi maakt, maar ook het leven de moeite waard.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234