Donderdag 22/10/2020

Interview

Aeham Ahmad, de pianist die uit Syrië vluchtte, kampt in Europa met oorlog in zijn hoofd

Aeham Ahmad woont nu in Duitsland, maar 'de storm in mijn kop houdt maar niet op.'Beeld Eric de Mildt

De foto waarop te zien is hoe hij in het Syrische puin pianospeelt, maakte Aeham Ahmad wereldberoemd. Twee jaar geleden staken IS-strijders zijn piano in brand en sloeg hij op de vlucht. Nu woont Aeham in het Duitse Wiesbaden en geeft hij met een getormenteerde ziel concerten over heel Europa. ‘Ik zing voor mijn ouders.’

Samen met Aeham Ahmad stappen we door het groene Wiesbaden. Het interview is afgelopen. Bijna twee uur hebben we gepraat over de oorlog in Syrië, zijn piano-protest, de liefde voor zijn vrouw en twee zoontjes, de internationale ­concerten, zijn vermiste broer en zijn blinde vader, die hij in Syrië moest achterlaten. We ­passeren een park met steile hellingen, een oude man met herdershond, een groepje joelende schoolkinderen, maar Aeham slaat er geen acht op. Hij stapt maar door.

“Ik zou je nog zoveel over Yarmouk kunnen ­vertellen”, zegt hij. Yarmouk is de belegerde Palestijnse buitenwijk van Damascus waar Aeham opgroeide en waar hij twee jaar geleden op de vlucht moest slaan omdat IS-strijders zijn muziek haram verklaarden. Zijn piano werd met benzine overgoten en in brand gestoken. “Wij zijn Palestijnen. De Syrische oorlog is niet eens onze oorlog, en toch kregen we in Yarmouk alle legers en milities over ons heen: de soldaten van Assad, de rebellen van het Bevrijdingsleger, de milities van Islamitische Staat en de strijders van al-Nusra. We hebben niets met hen te maken en toch ­schieten ze ons omver.”

Aeham zingt en speelt een treurlied tussen het oorlogspuin in Yarmouk, een stad in het Syrische gouvernement Damascus. Beeld rv

Hoe langer we met Aeham door het rustige Wiesbaden wandelen, hoe duidelijker het wordt dat hij hier maar half leeft. Dat zijn hoofd in Syrië is. “Zo is het ook”, zegt hij. “Als ik mijn ogen sluit, ben ik niet meer in Duitsland, maar zit ik aan mijn piano tussen de ruïnes van het stukgeschoten Yarmouk.”

Het is dat beeld dat Aeham in 2014 wereldberoemd maakte. Een magere jongeman met een groen shirt die tussen het puin van de oorlog een treurlied speelt en zingt. Net als de Bosnische ­cellist Vedran Smailović die in de jaren 90 in Sarajevo Albinoni’s Adagio speelde.

“We duwden onze piano naar plekken waar de bommen van Assads leger waren gevallen. De Mansoura-school, de kraamkliniek, het bureau van de burgerlijke stand. We speelden muziek in de kraters. Om de oorlog toch een beetje weg te duwen.”

Zo werd Aeham een van de iconen van de Syrische burgeroorlog. Internationale media omschreven Yarmouk toen al als de ‘slechtste plek in Syrië’. Het regeringsleger en allerlei milities hadden de wijk hermetisch van de buitenwereld afgesloten. Afgezien van de sporadische VN-hulppakketten waarvoor de bewoners met elkaar op de vuist gingen, was er geen eten, geen drinken. “Niets!”, roept Aeham met hoge stem. “Al meer dan zes jaar niets! We leven als uitgemergelde holbewoners. Honderden mensen zijn al verhongerd en gestorven.”

Toen de beelden van ‘de pianist van Yarmouk’ via Facebook en later via CNN, BBC en Al Jazeera de hele wereld rondgingen, kregen Ahmads klanken een impact en een zwaarte die hijzelf niet kon inschatten. “Steeds meer gevaarlijke mensen werden boos op mij. Maar goed, dat heb ik u daarnet allemaal al verteld. Het spijt me, ik moet af en toe ophouden met ratelen.”

Triest en verbeten

We wandelen in stilte verder. Aeham kijkt recht voor zich uit, met een blik die tegelijk triest en verbeten is. Wiesbaden is in zijn ogen nog steeds afwezig. Even later staan we naast de wagen en nemen we afscheid. Zijn starre blik verandert in de warmste glimlach. Hij omhelst me. “Ik zie je binnenkort in Gent. Je komt toch naar mijn concert, hè.”

Verbeten blik die verandert in warme glimlach. Zachte stem die omslaat in woede. Harde ogen die plotseling vochtig worden. Stilte en dan een vuist in de lucht. Optimisme dat kantelt naar wanhoop en dan weer terug. Het waren de contrasten en de gemoedsveranderingen die tijdens het interview met Aeham het meest waren opgevallen. Het is ook een van de dingen waarvoor hij in het begin van het gesprek had gewaarschuwd.

“De storm in mijn kop houdt maar niet op. Ik denk bijna voortdurend aan mijn blinde vader die ik als kind beloofde om nooit in de steek te laten maar die ik in Yarmouk moest achterlaten, samen met mijn moeder die er nu alleen voor staat. Soms kan ik hen via WhatsApp bereiken. Daarnet vertelde mijn vader me nog dat de voedselprijzen opnieuw door het dak gaan. 30 euro voor een kilo suiker! Crazy. En dan mijn broer Alaa die niets met politiek had, maar op weg naar zijn werk door de geheime politie is opgepakt en in een van Assads kerkers verdween, samen met 60.000 andere vermisten. Geen idee of hij nog leeft.”

Aeham worstelt met tegenstrijdige gevoelens. “Mijn ongerustheid over het lot van mijn ouders en de bevolking van Yarmouk is bijna niet te verenigen met mijn opluchting over het feit dat ik mijn vrouw Tahina samen met onze zoontjes Ahmad en Kinan naar Duitsland kon laten overkomen. Het is zelfs zo erg dat de liefde voor mijn zoontjes voor een schuldgevoel zorgt.

“Zie mij hier nu zitten met vrouw en kinderen in Wiesbaden, denk ik dan. In een fijn appartement. Met mooie kleren. Met eten en drinken zoveel ik wil. Met een nieuwe smartphone! We lijken verdomme steeds meer op de familie van president Assad. Terwijl de mensen van Yarmouk verhongeren.

“Waarom ik? Waaraan heb ik dat verdiend? Heeft het te maken met het feit dat ik een paar noten op de piano kan spelen en dat ik de lieveling onder de vluchtelingen ben? Laat me toch gewoon naar Yarmouk terugkeren. Laat me opnieuw honger hebben, gras eten en verschrikkelijke kaneelkoffie drinken met zoete ontharings­crème in plaats van suiker. Dan ben ik eindelijk van dat ondraaglijke schuldgevoel af.”

Ook tijdens concerten duikt dat onbehagen op. “Ik heb er altijd van gedroomd om als muzikant de wereld rond te reizen. En nu is het dan zover: ik geef concerten in Berlijn, in Wenen, morgen reis ik naar Barcelona en daarna naar Bari en dan door naar Zürich. Binnenkort ook in Gent. Ik zing over Yarmouk, ik zing voor mijn ouders en ik weet dat ik op die manier toch nog iets kan doen voor mijn mensen. Maar door muziek te spelen zet ik mijn hart nog meer open en beginnen al die emoties nog heviger te spelen.

“‘Aeham, maak jezelf niets wijs’, roept die stem in mij. ‘Je zingt gewoon om je schuldgevoel wit te wassen. Om voor jezelf de illusie te creëren dat je op deze manier je ouders en je volk helpt. Net als al die Europeanen die naar jouw concerten komen. Ook zij willen hun schuldgevoel en hun machteloosheid proper maken. Ze willen even de indruk wekken dat ze hun steentje bijdragen om iets aan die verschrikkelijke situatie te veranderen. Om daarna met een rein geweten naar huis te rijden.’

Aeham Ahmad: 'Soms lijkt het alsof mijn identiteit verschrompelt tot die ene foto of tot dat ene verhaal van de in brand gestoken piano; dat weiger ik.’ Beeld Eric de Mildt

“Maar dan geef ik mezelf een klap in mijn gezicht en denk ik: ‘Neen, Aeham, je ziet alles te zwart. Wees blij dat al die mensen naar je komen luisteren. Ze zijn begaan met de Syrische bevolking en op de een of andere manier zullen al die mensen iets ten goede veranderen.’”

Aeham zucht diep. “Begrijp je me nu een beetje beter? Er woedt ook een oorlog in mijn kop. Het blijft maar malen. Weet je: ik denk dat ik ook zonder die oorlog in Europa was geraakt om concerten te geven. Op eigen krachten. Met mijn eigen geld, mijn eigen talent. Maar nu zit ik hier omwille van de oorlog. ‘Dankzij de oorlog’, denk ik soms. En dat is echt een rotgevoel.”

Vijf miljoen volgers

We laten het gesprek even stilvallen. Drinken koffie. Praten over Aehams zoontjes. Ahmad is bijna zes, Kinan twee. Ze spreken al beter Duits dan hun papa en stappen even zorgeloos door het leven als hun schoolvriendjes. “Zo snel dat ze het Duits oppikken! Volgens mij zijn ze veel slimmer dan hun papa.”

Dan vraag ik of Aeham bij iemand terecht kan met dat gewoel in zijn hoofd. “Oh, ja, bij mijn vrouw natuurlijk. Met haar praat ik hier voortdurend over.” En, lucht dat op? “Eerlijk gezegd is Tahani het beu om naar mijn geklaag te luisteren. Zij zegt dat ik aan de toekomst van onze zoontjes moet denken. ‘Er zijn hier in Duitsland een miljoen Syrische vluchtelingen’, zegt zij. ‘En geen van hen is verantwoordelijk voor die oorlog. Ook jij niet, Aeham. Laten we in Duitsland een nieuw leven beginnen. We hebben twee kinderen, we moeten aan hen denken. Als je zo hard blijft werken, heb je binnen drie jaar een Duits paspoort en wordt het leven voor onze familie nog beter. Je bent een geweldige papa. Denk toch niet altijd na over de slechte dingen.’”

Vind je dat ze gelijk heeft, vraag ik. “Uiteraard!”, roept Aeham opnieuw met hoge stem. “Tahani heeft altijd gelijk! Maar ik kan er niets aan doen. Ik voel het als mijn plicht om met mijn muziek een kleine positieve revolutie op gang te brengen. Zaken op te helderen. Het doet me goed als ik na een concert vragen uit het publiek kan beantwoorden om zo de situatie in Syrië te verhelderen. Op de sociale media heb ik vijf miljoen volgers. Daarmee moet ik toch iets doen.”

Misverstanden

Ophelderen. Het is een woord dat Aeham veel gebruikt. Er is momenteel veel op te helderen, vindt hij. Te veel misverstanden. Hij ziet grote verschillen tussen de realiteit in Syrië en het Syrië van de westerse media. En hij herkent zich amper in de stereotypen over vluchtelingen.

“Na mijn concerten spreek ik ook over de Europese en Duitse politiek. De opkomst van het extreemrechtse AfD bijvoorbeeld en het gemak waarmee die partij steeds meer Duitsers tegen vluchtelingen opzet. En de manier waarop de helft van Europa een kopie is geworden van Donald Trump.

“Het spijt me om dit te zeggen, maar hierin stelt Europa me teleur. Europa is voor mij toch nog altijd het continent van de wijsheid, de redelijkheid en de verzoening. En dan verbaast het me dat veel Europeanen de vluchtelingen wegzetten als een veiligheidsrisico en als terroristen. Terwijl je toch niet lang moet nadenken om tot de conclusie te komen dat wij op de vlucht zijn voor een afschuwelijke oorlog die boven onze hoofden wordt uitgevochten door grootmachten als Rusland, Amerika en Turkije.”

Maar Aeham heeft ook begrip voor de Duitse bezorgdheid over migratie. Hij zegt dat Angela Merkel tijdens de vluchtelingencrisis iets deed wat eigenlijk niet mogelijk was.

“Ik begrijp heel goed dat Duitsland niet in staat is om de deuren wagenwijd open te zetten. De recente coalitiegesprekken tussen christendemocraten, liberalen en groenen zijn gestrand door onenigheid over de vraag hoeveel migranten via familiehereniging naar Duitsland kunnen komen. Ook ik vind dat een moeilijke discussie. Er kwamen een miljoen Syriërs naar Duitsland. Op een bevolking van tachtig miljoen zou dat geen al te groot problemen mogen zijn. Oké, Wir schaffen das! Maar als al die vluchtelingen hun familieleden laten overkomen, zit je al snel aan vijf miljoen nieuwkomers en dat zal het Duitse opvangsysteem vernietigen.

‘Wir schaffen das’ wordt dan heel snel ‘wir schaffen das nicht’. Ook al zou ik zelf niets liever willen dan mijn ouders morgen naar Duitsland halen, ik snap de beperkingen. Maar laten we daarover alsjeblieft ernstig en rustig praten. Het heeft toch geen zin om dit debat te verzieken door vluchtelingen met terroristen te vergelijken.”

Aeham vertelt dat ook hij en zijn vrouw regelmatig geconfronteerd worden met die vermenging van IS en vluchtelingen. “Tahina draagt een hoofddoek en het gebeurt dat mensen me verwijten dat ik haar onderdruk. Vaak lees ik dat verwijt ook in de ogen van voorbijgangers: dat harde oogcontact, die boze blik, die slechte energie. Terwijl je moet weten dat Tahina in ons gezin de baas is. Ik grap niet. Als ik ’s avonds de trein mis en om middernacht thuiskom in plaats van om elf uur, ben ik niet welkom in het echtelijke bed en moet ik op de bank slapen. En als ik Tahina zou zeggen dat ze haar hoofddoek niet meer mag dragen, zou ze woest zijn. Daar ben ik zeker van.”

Boek

Al die misverstanden en scheeftrekkingen waren voor Aeham de hoofdreden om zijn verhaal in een boek vast te leggen. “De feiten moesten voor altijd zwart op wit staan.” Hij slaat me op de schouder. “Zodat sommige journalisten minder kunnen fantaseren. Ha! Maar het gaat ook over de juiste toon. En over de juiste dosering. Als het over vluchtelingen gaat, focussen media en politici op de problemen en op de dramatische en levensgevaarlijke vluchtroute.

“Het beeld dat van de vluchteling overheerst, is dat van een ontredderde mens met vuile kleren en een kleine rugzak. Een hulpeloze. Ook ik zag er zo uit toen ik op Lesbos uit die half volgelopen rubberboot stapte.

“Maar van de meer dan driehonderd pagina’s van mijn boek, handelen er slechts veertig over mijn vlucht. Ik wou het vooral over het Yarmouk van vóór de oorlog hebben. Want eigenlijk verging het mij uitzonderlijk goed. Ik had net mijn universitair diploma behaald; mijn vader en ik hadden een bloeiende muziekhandel en een werkplaats waar 450 luiten per maand werden vervaardigd; ik was net gehuwd, net vader geworden, we leefden in een mooi huis.

“En ook nu gaat het eigenlijk wel goed met mij. Ik heb een platencontract, cd’s en op artistiek vlak experimenteer ik met een mix van klassieke en oosterse muziek. Ook jazz ben ik aan het ontdekken. Binnenkort speel ik samen met de beroemde Argentijnse concertpianiste Martha Argerich: zij speelt haar muziek, ik pik daar op in met mijn stijl en zo geven we aan de muziek een nieuwe kleur. Dat is wie ik ben en die identiteit staat ver af van de man die ooit met een armzalig rugzakje op het strand van Lesbos stond.

“En mijn persoonlijkheid valt evenmin samen met die magere man met zijn groen shirt die in de ruïnes van Yarmouk pianospeelt. Soms lijkt het alsof mijn identiteit verschrompelt tot die ene foto of tot dat ene verhaal van de in brand gestoken piano; dat weiger ik.”

Scherpschutter

Er is nog een heel belangrijke reden waarom u dit boek schreef, zeg ik op het einde van het gesprek. Heel even kijkt Aeham me vragend aan. Maar dan spert hij zijn ogen. “Zeinab!”, roept hij. “Natuurlijk Zeinab! Dit is vooral haar verhaal.” Zeinab was een twaalfjarig meisje dat samen met Aeham muziek maakte. In augustus 2014 – terwijl ze samen met enkele andere kinderen op straat naast Aehams piano stond te zingen – werd Zeinab door een scherpschutter door het hoofd geschoten. Aeham bracht het meisje nog naar een gezondheidspost, maar het was te laat.

Als Aeham over haar begint te praten, komt er eerst een warrige woordenstroom over schuldgevoelens. Slechts langzaam keert de consistentie terug in zijn relaas. “Zainab is voortdurend in mijn hart. Ik wist me geen raad met haar dood. ‘Hoe is het mogelijk dat jij haar op zo’n gevaarlijke plek liet zingen?’, vroeg ik me onophoudelijk af. ‘Het is jouw schuld!’

“Pianospelen hoefde niet meer voor mij en het had niet veel gescheeld of ik was van een hoog gebouw gesprongen. Nog steeds vraag ik me af waarom die sniper niet mij maar een onschuldig kind vermoordde. Telkens als ik probeer te vatten hoe zo’n scherpschutter het in zijn hoofd haalt om een twaalfjarig meisje neer te schieten, raak ik niet verder dan het woord ‘oorlogshorror’. Zo’n sniper die de trekker overhaalt met een kind in het vizier is hetzelfde als die Syrische en Russische piloten die met een vinger op de knop hun bommen boven dichtbevolkte wijken als Oost-Ghouta en Douma laten vallen. Of als die Amerikaanse piloot boven zogezegde IS-steden die heel goed weet dat zijn bom een wijk met vooral onschuldige kinderen en burgers zal treffen.

“Het is de horror van de oorlog die maakt dat veel mensen als onmensen beginnen te denken en te handelen. Dat is bijna niet te vatten. Wat wilt u dat ik daarover nog meer vertel?”

Op donderdag 14 december gaat Aeham Ahmad op het Festival van de Gelijkheid in Gent (festivalgelijkheid.be) in gesprek met CNN-journaliste en lid van het ‘Zeno’-Kernkabinet Laila Ben Allal. Later die dag geeft hij een concert met Spinvis.

Zijn boek De pianist van Yarmouk (uitgeverij Atlas Contact) zal die dag in avant-première verkocht en gesigneerd worden. De officiële verschijningsdatum is 5 januari 2018.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234