Donderdag 20/06/2019

Advocaat Coëme vraagt vrijspraak

Scherpe uithaal naar 'vooringenomen' Cassatie

Brussel.

van onze medewerker

Na twee weken windstilte trekt het Agusta/Dassault-proces zich op gang voor de beslissende eindspurt. Na het op zijn minst omstreden rekwisitoor van Eliane Liekendael is de verdediging aan zet. Guy Coëme mocht gisteren de spits afbijten en waste zijn handen in onschuld. Met corruptie uit de hoek van Agusta of Dassault had hij niets te maken.

Coëmes advocaat, Pascal Vanderveeren, mocht het feest openen. "Er is een kristalheldere bewijslast nodig om Coëme van corruptie te beschuldigen. En dat heb ik niet kunnen ontdekken in het rekwisitoor, dat niet meer dan een droge opsomming was waarbij de feiten van minder belang waren. Ik had verwacht dat de procureur-generaal en de advocaat-generaal haarfijn de rol van mijn cliënt zouden omschrijven. Veel verder dan het afdreunen van de regel van de drie M's reikte het echter niet."

De drie M's dus. Met zijn wat cryptische omschrijving doelt Vanderveeren op gewezen stafchef van de luchtmacht Alexander Moriau, voormalig vice-premier Philippe Moureaux (PS) en Coëmes ex-kabinetschef Jean-Louis Mazy. Het Openbaar Ministerie overgoot zijn rekwisitoren scheutig met de verklaringen van deze drie getuigen.

En dat, zo zegt Vanderveeren, "stelt me op mijn gemak maar het verontrust me ook". Vanderveeren betitelt de argumenten van de drie M's als "zwak en zelfs verwaarloosbaar, omdat ze op geen enkele manier Coëme in opspraak brengen". Vanderveeren greep de gelegenheid nogmaals aan om vooral Moureaux onderuit te halen. "Hij zou Spitaels met Coëme hebben horen praten over zes of zeven miljoen frank steekpenningen. Later herinnert hij zich dat plots niet meer. En nog wat later zou het dan plots om tien tot vijftien miljoen frank gaan. Zo betrouwbaar zijn de beweringen van Moureaux dus. Als u zich hierop baseert, kan ik alleen maar besluiten dat u niet echt sterk in de schoenen staat."

Vanderveeren ligt naar eigen zeggen niet wakker van de eisen van het Openbaar Ministerie. De advocaat kon nochtans de drang om wild om zich heen te trappen niet onderdrukken en schoot met scherp op het Hof van Cassatie, dat hij vooringenomenheid aanwrijft. "Het verontrust me dat het Openbaar Ministerie zijn aanklacht niet baseert op objectieve feiten."

Met deze argumenten vroeg Coëmes verdediging zonder veel omhaal de vrijspraak in de zaak-Agusta. "Er is geen spoor van mogelijke steekpenningen aan het adres van Coëme. Er zijn enkel wat vage geruchten, maar die kunnen op geen enkele manier iemands veroordeling veroorzaken. Agusta was volgens het leger overigens de beste koop. Het was dan ook niet echt nodig om Coëme nog eens geld toe te stoppen."

De teneur bleef dezelfde toen Coëmes advocaten Dassault aansneden. Doel van de sloopwerken was het onderuithalen van de inmiddels roemruchte term "substantieel voordeel" dat Dassaults concurrent Litton geboden zou hebben volgens een eerste draft van het militaire deskundigenverslag. Generaal Moriau zou de frase onder druk van het kabinet-Coëme hebben weggelaten uit het uiteindelijke rapport. Coëmes advocaten hameren erop dat ook de deskundigencommissie, nog tijdens de vergaderingen, al twijfelde aan de term.

Tot slot had Vanderveeren nog een juridische handigheid in petto. Hij pleitte onomwonden de opslorping, of de ongeldigheid van de huidige aanklachten op basis van een veroordeling na een soortgelijke aanklacht. Dat Coëme in '96 al eens veroordeeld werd in het Uniop-dossier, zou deze nieuwe aanklachten annuleren en hem meteen ook vrijpleiten. De volgende aan zet, tijdens de eerstvolgende drie weken van pleidooien, is Willy Claes.

Jean-Pierre De Staercke

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden