Dinsdag 15/06/2021

Adriaan van Dis 'In Parijs is zelfs de lelijkheid mooi'

Zeven jaar lang woonde Adriaan van Dis in Parijs en nog steeds heeft hij er vaste voet aan de grond. In Stadsliefde. Scènes in Parijs stelt hij zijn Parijse belevenissen elegant en indringend te boek. Gesprek met een onvermoeibare wandelaar die Parijs 'als het laboratorium van het nieuwe Europa' beschouwt en er 'uit zijn blanke kooi stapte'.

Welsprekend, immer charmant én met nieuwsgierige blik, zo treedt Adriaan van Dis zijn medemens tegemoet. In het Amsterdamse Grand Café Dauphine maakt de schrijver tijd om te causeren over zijn nieuwste worp, Stadsliefde. Aartsdruk heeft hij het nochtans. Van Dis is verwikkeld in de montage van een documentaire VPRO-serie over Indonesië en moet bovendien een muizenplaag beredderen in zijn Nederlandse woning.

Maar als hij over Parijs begint te praten, is het hek van de dam. Die passie voel je ook in Stadsliefde, een forse uitbreiding van zijn boekenweekessay Onder het zink. Un abécédaire de Paris (2004). De prismatische bundel is een soms stekelige ode aan Parijs, waarin Van Dis evenveel oog heeft voor de schoonheid van de lichtstad als voor de schrijnende armoede, gepersonifieerd door de daklozen en immigranten. De gedistingeerde heer van 65 jaar is mateloos aangetrokken door de zelfkant en laat geen tegel onbewandeld van Parijs. Hij gaat op pad met de verlepte achterbuurvrouw die ooit tot de Bluebellgirls in het Lido behoorde of chaperonneert de zoon van zijn werkster bij een illegale bokswedstrijd. Steeds tilt hij de anekdotiek op een hoger niveau en wentelt hij zich in "de dubbelrol van luistervink en voyeur".

"In Nederland verdien ik wat ik in Frankrijk opmaak", noteert hij. "Gek genoeg gaat het tweede sneller dan het eerste, vandaar dat ik steeds vaker heen en weer moet reizen." Toch wou Van Dis een punt zetten achter zijn liaison met Parijs: "Ik moest weg, omdat ik het een hele dure stad vind. Maar toen ik naar Parijs vertrok om de huur op te zeggen, werd ik zo treurig dat ik toch weer een contract van drie jaar regelde voor een chambre de bonne."

Vanwaar toch die eeuwige drang van Nederlandse auteurs om zich een tijdlang in Parijs te nestelen? Jan Wolkers, Simon Vinkenoog, Remco Campert, W.F. Hermans, Jan Cremer, Jan Brusse... Zovelen zijn u voorgegaan.

"Ik vermoed dat Hollanders in Parijs aan zichzelf willen ontsnappen. Om naar Londen te gaan moest je vroeger zeeziek worden en om je in Berlijn te vestigen diende je een goedkoop vijandbeeld te overwinnen. Maar in Parijs konden we iets zwaars loslaten, we overstijgen er onze gewoonheid en laten er onze regelzucht varen. Daar lukt het om een enigszins ander mens te zijn.

"Bovendien is alles er mooi, zelfs de lelijkheid. In onze zeventiende eeuw bouwden we in Nederland een samenleving op burgerlijk stadshouderschap, die vooral de verlegenheid van de rijkdom incalculeerde. In Frankrijk pronkten ze sans gêne met de weelde en lieten ze baron Haussmann aan het werk. Zoiets zou in Nederland nooit gelukt zijn."

Stadsliefde. Scènes in Parijs is bedoeld als 'een persoonlijk portret', een soort inventaris van zeven jaar onderdompeling in Parijs. Waarom nog een boek toevoegen aan die immense hoeveelheid Parijsgeschriften?

"Uit louter calvinistische gedrevenheid. Kijk, als je nu eenmaal het geluk hebt om in zo'n prachtige stad te wonen, dan moet je dat ook verdienen. Dus gaf ik mezelf de opdracht om Parijs in een documentaire vorm te ontdekken. Tegelijk heeft dit boek ook een banale, medische reden. Ik woonde nog maar drie maanden in Parijs toen ik een klein vasculair incident - een TIA - kreeg. De dokter zei: 'U moet leven als een Parijzenaar, waar de mensen het oudst worden van heel Europa, al is de lucht in de metro er gezonder dan bovengronds. U moet veel wandelen.'

"En al stappend stuitte ik op een ander Parijs. Niet het Parijs van de toeristen, de vergulde bruggen of de glimmende zinken daken. Ik trad uit mijn blanke kooi en zag het Parijs van achthonderd Polen die naast de Poolse kerk staan om arbeid te verkopen, van duizenden dolende Afghaanse kinderen of van radeloze Tamils met een steekkarretje op wacht bij illegale naaiateliers. Het intrigeerde me hoe de tijd van Charles Dickens in de 21ste eeuw weer tot leven kwam in Parijs, met op drift geraakte mensen uit de Oostbloklanden en uit de Sahel, waar er honger en oorlog heerst. In zekere zin wandel je hier door het laboratorium van het nieuwe Europa."

Die tweespalt weerspiegelt zich in de vormgeving van het boek, met de morsige afdruk van een schoen op de cover. En verder geen clichéfoto's van Parijs, maar veel graffiti uit 'de onderbuik'.

"Die rafelrand dringt zich dan ook echt op. Het is nog steeds een wonder hoe het stadscentrum zo veilig en schoon is. Maar dat gebeurt wel door Senegalese straatvegers of door politiemannen die het niet kunnen betalen om in de stad zelf te wonen. Parijs wordt ontiegelijk duur, je betaalt in sommige buurten 25.000 euro per vierkante meter.

"Toen ik gastles gaf in Paris 4 om half negen 's morgens, hadden mijn studenten meestal al anderhalf uur openbaar vervoer achter de rug. En niet een van de docenten in het korps kon in Parijs wonen, er waren er die gezamenlijk een chambre de bonne huurden om er te kunnen overnachten. Meestal was het anderhalf uur sporen naar hun echte huis in de voorstad of Normandië. Toch is het niet best voor een gemeenschap als de eigen ruggengraat buitenmuurs wordt verbannen. Het dure Parijs steunt op de 25 miljoen toeristen die per jaar naar Parijs komen. En je ziet een ostentatieve, bijna agressieve rijkdom, bij rijke Chinezen of Russen die de appartementen van Colette en Cocteau boven het Palais Royal opkopen. Maar bedenk wél dat dit een broze weelde is.

"Je voelt de spanning in de buitenwijken. De verveling. De haat. Als ergens in Europa een revolutie uitbreekt, dan wederom in Parijs."

Gelooft u écht dat Parijs daar nog vatbaar voor is?

"Eén ding is zeker: Parijzenaars cultiveren een zeker revolutionair elan. Er wordt om de haverklap gemanifesteerd en men is daar zeer fier op. Onlangs stonden er op de Place Saint-Michel welgeteld 32 mensen te betogen pro-Syrië. En ik lieg niet als ik zeg dat er duizend politiemensen opgetrommeld waren, een enorme force bleu. Frankrijk is dan ook de meest vriendelijke politiestaat van Europa.

"Of er een nieuwe revolutie tussen arm en rijk zal uitbreken? Allicht is dit typisch een uitspraak van een intellectueel die niet begrijpt waarom sloebers niet in opstand komen. Nog steeds vliegen er in de buitenwijken elk weekend een paar duizend auto's in de fik. Daar wordt heel discreet over bericht, om het niet te laten escaleren. Toch is het vreemd dat het ongenoegen bij jongeren in de zogenaamde zones urbaines sensibles, waar de werkloosheid tot 40 procent oploopt, zich vooral tegen de eigen buurt richt. Men trekt niet en masse naar de Rue Saint-Honoré om de ruiten te besmeuren van Gucci, Louis Vuitton en Hermès, nee, men steekt liever de eigen auto's in brand. Typisch: men maakt altijd kapot wat men kent. En de gewone gemarginaliseerde bevolking voelt de woede niet steeds. Als ik mijn werkster vragen stel over hoe ze woont en ik jeremieer over haar belabberde situatie, kijkt ze me verbaasd aan. Ze accepteert het dat ze in haar woontoren geen balkon heeft."

Die donkere keerzijde van het mondaine Parijs nam u eerder al in het vizier in uw roman De wandelaar uit 2007.

"Klopt. In wezen is Stadsliefde het wandelboek achter mijn roman. Tegelijkertijd is het een liefdesverklaring. Want ik ben in Parijs altijd op een vreemde manier gelukkig. Dat geluk is verbonden met een werkdrift, nou ja, een ijver die ik trouwens in alle grote steden ontwikkel, of het nu in New York, Londen, of Djakarta is. Parijs heeft me ook geleerd lichter te leven, zeker toen ik er een paar keer verhuisde. Dan sta je voor je boekenkast en bedenk je: stel dat ik morgen naar het bejaardentehuis ga, wat zou ik meenemen? Het is goed af en toe die oefening te maken."

'In Amsterdam verdorp ik. In Parijs word ik wakker', schrijft u. 'Een van de aangename kanten van Parijs is dat ik er onzichtbaar kan zijn, zelfs in mijn eigen vertrouwde buurt.'

"In Parijs ben en blijf ik heerlijk anoniem, net zoals destijds Willem Frederik Hermans. Hij ging tien jaar lang bij dezelfde kapper maar die wist amper dat hij in Nederland een belangrijke stem in het kapittel had. Als ik in Amsterdam verblijf, zit ik toch wel vlak bij een krabbenmand van literaire kongsi's. Bovendien komt in Nederland mijn snuit wel eens op de buis, in Frankrijk gebeurt dat hooguit een keer om half twee 's nachts, wanneer geen hond er naar kijkt. Me verplaatsend in dat grote theater dat Parijs is, word ik een ander, bevind ik me in een aangenaam soort eenzaamheid.

"Pas op, ik noem me geen flaneur. In mijn ogen is dat te zeer een onverschillige negentiende-eeuwer met een wandelstok met zilveren knop. Ik kleed me wel beter in Parijs. Omdat het decor erom vraagt. In Amsterdam zien we er allemaal uit alsof we net uit de wasserette zijn getuimeld. We mogen ons niet onderscheiden, dus dragen we het liefst denim blue. Parijs vereist een soort feestelijkheid."

Parijs blijft bovendien ook de stad van de liefde en het overspel.

"Parijzenaars flirten als gek, en iedereen heeft hier de snuffelblik. Dat gebeurt soms brutaal en uitdagend. En plezier zoeken buiten de banden van het huwelijk is in Parijs heel gewoon. Misschien is het een erfenis van de hofcultuur. Je trouwt om je economische banden te versterken, maar je geluk zoek je ergens anders. In het zesde arrondissement wemelt het van de clubs de rencontres. Wat Dominique Strauss-Kahn doet, is courant. En je ziet zelfs die verleidelijke blikken bij de moslimmeisjes uit de buitenwijken. Hoe dichter ze de stad naderen, hoe meer ze zich ontsluieren, je ziet ze afpellen als ze de galeries La Fayette binnenstappen. Het grootste bordeel van Europa is trouwens het Bois de Boulogne. Daar staan die Braziliaanse travestietenjongens, ze zijn mooier dan menige vrouw voor elkaar krijgt. Want die botoxborsten kunnen de potloodproef doorstaan.

Verder is er dat eeuwige aanwakkeren van de nostalgie, dat merk je in alles, van de postkaartjes en posters langs de kades tot in de muziek.

"En iedere Parijsbezoeker is daar vatbaar voor. Ik hou ook van het dwalen door stille buurten in Passy op zondag, onder de schaduw van de Tour Eiffel. Je ziet daar nog van die aandoenlijke oude vrouwtjes lopen en nounou's die de kindjes uitlaten. Alsof je in een vervlogen Parijs van de jaren vijftig belandt. Parijs is nu eenmaal ook een museum."

Wat natuurlijk het risico op verstening met zich brengt.

"Jazeker, want jonge kunstenaars vind je nog amper in het centrum. Ga naar de Rue de Seine in Saint-Germain-des-Prés en daar zie je louter de kunst die netjes bij het bankstel past. Waar wel iets gebeurt, is in Belleville en de buitenwijken. Ik heb pogingen gedaan om in contact te komen met rappers en dergelijke, maar het zijn sterk gesloten subculturen. Toch spoelen hier weer jonge kunstenaars uit het buitenland aan. Ook omdat iedereen naar Berlijn gaat en het daar verzadigd raakt."

Vermakelijk zijn de passages over de tergende bureaucratische mallemolen waar u in Parijs steeds weer op stuit.

"Dat is ontzettend. Je moet maar eens proberen je eigen geld af te halen bij de bank. Dat kan helemaal niet! Ik had een spaarrekening met 6.000 euro op en ik kreeg er hooguit 2 procent rente op. Dus ik dacht: il faut consommer. Maar de bankbediende vroeg me: wat ga je er mee doen? Ik was er samen met mijn vriendin, anders had ik gezegd: ik ga vanmiddag naar het bordeel. (Verontwaardigd) Wat gaat het die man aan? Ik moest en zou opschrijven waarom ik het geld ophaalde. Volkomen middeleeuws."

Het moet die eeuwige eigengereidheid van de Fransen zijn. U noteert ook dat Frankrijk helemaal geen hoge pet op heeft van Europa en het voortdurend in de wielen rijdt.

"Ik weet niet hoe ze het doen, maar de Fransen zien zichzelf nog altijd als het beste land ter wereld. Als je naar televisie kijkt en er is een ramp, dan is er steeds ook een Frans slachtoffer aan het woord. Volgens mij nemen ze die gewoon mee met de filmcrew en wordt die half besmeurd voor de camera gezet. (lacht) Zelfs in Fukushima spraken de Japanners Frans. Zo wordt het idee versterkt dat iedereen ter wereld Frans praat. Die gerichtheid op de eigen grootsheid zit heel diep. En tegelijk is Frankrijk en Parijs doodsbang voor de toekomst, legt het voortdurend de loep boven de moslims en de hangjeugd. Terwijl die mensen uit de buitenwijken wél mijn reet zullen afvegen als ik oud ben en de bandjes van mijn rollater oppompen. Dat moet je goed beseffen."

INFO:
Adriaan van Dis, Scènes in Parijs, uitgeverij Augustus, foto's Tessa van der Waals en Frans Toet, 270 p., 19,95 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234