Vrijdag 26/02/2021

Adriaan De Roover: levenslang veroordeeld tot poëzie

In Antwerpen heeft de stad vorige week voor het eerst een gedicht van een levende dichter in het openbaar aangebracht: in de wijk Europark op Linkeroever prijkt ‘Mijn stad’ van Adriaan De Roover prachtig op een flatgebouw. De 88-jarige dichter verdient die eer meer dan wie ook, want hij is al te lang niet naar waarde geschat. Dat dit volledig onterecht is, blijkt weer uit zijn nieuwe bundel Eenvoudig blauw.

Het is een uitgave van Demian, het voortreffelijke Antwerpse antiquariaat van René Franken. Natuurlijk siert het Franken dat hij voor deze heel mooi vormgegeven bundel zorgde, maar eigenlijk zou je mogen verwachten dat de reguliere uitgeverijen staan te trappelen om nieuw en ouder werk van een van onze nestors én grootheden van de Vlaamse poëzie te publiceren. De Roover belichaamt een stuk van onze poëziegeschiedenis: in 1946 richtte hij samen met Manu Ruys en Ivo Michiels het tijdschrift Golfslag op en in 1953 werd hij de voorvechter van de experimentele poëzie in het behoudsgezinde tijdschrift De Tafelronde. Zijn werk is verbonden met het expressionisme van Paul van Ostaijen en met de sensitiviteit van Georg Trakl. Hij is altijd een taalmagiër geweest, zonder dat in orakeltaal te uiten. Maar hij is wel een dichter die scherp observeert en associeert, de schoonheid, de vergankelijkheid en de onvolmaaktheid van het bestaan in beeld brengt. Daarbij vertrouwt hij op de autonomie van het woord. Hij is een jazzdichter in de ware betekenis: zijn taal is associatief, spontaan, sterk zintuiglijk, lichamelijk.

In Eenvoudig blauw zien we een weerbare, maar ook melancholische dichter. Hij opent de bundel met een in memoriam voor beeldend kunstenaar Vic Gentils en met een indringend beeld van de houten sculpturen die Gentils maakte: ‘fluistert de timmerman/ niets is doodser/ dan verkoolde liefde/ stuk na stuk/ bouwt hij zijn totems op/ lat na lat/ plank na plank/ spijkert hij zijn borstwering toe’. Ook anderen krijgen een hommage: de dichter en beeldend kunstenaar Max Jacob, ‘die christus zag en met gebalde vuisten wild om zich heen sloeg/ een groot dichter ook/ met een geloof harder dan/ de blonde stenen van fleury’ en de muzikanten Clifford Brown, de onsterfelijke Charlie Parker (‘o heilige veelvuldigheid/ uit hoeveel wonden/ bloedt het onverzadigbare kind/ dat als een lachende boeddha sterft/ maar de dood niet vindt’), Zoot Sims en Al Cohn (‘two brothers/ tenor en altsax/ blazen bellen en bloemen/ over de bedwelmende papavervelden’) en Patsy Cline (‘als een aangeschoten vogel/ sloeg haar stem te pletter/ ergens op een braakland/ in tennessee’). En we zien ook een andere grote fascinatie van De Roover terug: vanaf halverwege de jaren zestig tot 1984 ruimde de poëzie plaats voor de studie van de Romaanse kunst en de iconografie. In de afdeling romaans lezen we regels die we eventueel poëticaal kunnen interpreteren: ‘en op het maagdelijke velijn/ in onontwarbare klaarheid/ tekent hij een doolhof/ waarin geen heilige/ zijn weg kan vinden’.

De laatste afdeling, dagboek, is de meest persoonlijke. In ‘luchtaanval’ biedt de dichter weerstand aan de vergankelijkheid, al was het maar tijdelijk: ‘plots duikt de dood uit de hemel/ een nijdige vuurvlieg/ een gierende slechtvalk/ oorverdovend snel/ oogverblindend luid/ maar rakelings naast.’ En nog sterker is De Roovers energieke rusteloosheid voelbaar in ‘onvoltooid gedicht’: ‘in dit steeds maar/ vreemder wordend huis/ voel ik geen lichaam meer/ en word ik elke dag / twee dagen ouder/ maar ergens diep in mij/ knaagt nog steeds/ het zachtharige dier/ veroordeeld tot levenslang/ gedichten schrijven’. We hopen dat Adriaan De Roover die straf nog lang mag uitzitten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234