Dinsdag 22/09/2020

’Ademloos was niet ons eerste project samen. Dat was onze relatie’

Ooit dringt zich toch een afscheid op, zal er afstand moet worden genomen, een periode afgesloten. Of wordt het een levensdoel op zich, dat vechten tegen Lange Wapper en tracé?Wim: “Nu loslaten zou onverstandig zijn. Het is geen event hé. Trouwens je laat pas iets los als het doel bereikt is. Het doel was bij oprichting van onze actiegroep beperkt: we wilden die brug tegenhouden. Niet omdat we principieel iets tegen bruggen hebben of tegen tunnels. Er bestaan echter heel verkeerde bruggen en heel verkeerde tunnels. Wij vonden een Oosterweelverbinding op Antwerps grondgebied en de concentratie van zo’n massa verkeer binnen Antwerpen gewoon een heel slecht idee. We hebben ons tegen dat concept verzet. Het doel evolueerde gaandeweg, mede door het verhaal over het fijn stof, naar: saneren van Antwerpen.”

Dan mag je Ademloos toch in Eindeloos veranderen?

Patricia: “Zeker niet. Er moét een oplossing komen voor het mobiliteitsprobleem. Als dat gebeurt, zonder het voorliggende plan uit te voeren, zijn wij tevreden. Bovenop hopen we dat wij een paar dingen gemarkeerd hebben. We hopen dat politici ooit leren luisteren en écht omgaan met de bevolking, met mensen, betrokkenen. Het feit dat de medische effecten tevoren nooit een onderdeel vormden van het proces, vonden wij erg. Dat heeft Ademloos nu wel op de kaart gezet.”

Dat medische heeft wellicht met jouw achtergrond te maken

Patricia: “Ik ben de dochter van een geneesheer, inderdaad. Maar niet daardoor is mijn klik gekomen. Die kwam er samen met Wim. Nu, eigenlijk was het geen klik, het groeide heel organisch. Wim en ik zijn naar buurtvergaderingen getrokken, omdat wij niet zo ver van het Sint Annabos wonen, het bos dat gekapt moet worden omdat er slib op zou worden gestort, als gevolg van de werken. We begonnen als geëngageerde burgers die op voorlichtingsavonden maar geen antwoord kregen op hun vragen. Die een brief stuurden naar de BAM en nietszeggende antwoorden terug kregen. We stelden nochtans simpele vragen: over hoeveel vrachtwagens gaat het, wat zullen de gevolgen zijn voor het bos. Op dat moment was ik public management aan het studeren, mijn tweede jaar. En ineens had ik een fantastische case vast. Stilaan groeiden we in ons engagement. We maakten vreemde dingen mee, zoals incompetentie, we zagen ingenieurs de revue passeren die niet op de hoogte waren van de bodemstructuur van Linkeroever. We besloten dat we bezwaar zouden aantekenen tegen de bouwaanvraag voor het tracé. Toen was het begonnen.”

Ook een paar fijne fietstochten inspireerden

Patricia: “Inderdaad. In die periode gingen Wim en ik elke dag fietsen en telkens weer was het onderwerp van ons gesprek: moeten we nu reageren op dit tracé, en zo ja: hoe.”Wim: “Er bestaat hier geen pad in de wijde omtrek waarop ik niet gefietst heb. In 2007 trapte ik 4.000 kilometer bijeen, voor een groot deel om het dossier te leren kennen. Systematisch fietste ik het hele stuk linkeroever af, en daarna de andere kant. Tot Doel zelfs, en verder. Geweldige tochten waren het, maar verbijsterend wat je dan tegenkomt. Ik zette in die beginperiode bijvoorbeeld een levendige telefoonconversatie op met de conservator van de Blokkersdijk, net achter het Sint-Annabos. ‘Mijnheer Vermeulen’, zei ik, ‘achter de Blokkersdijk ligt een groot stuk land, met alleen gras erop. Stel dat ze daar een slibstortje maken’. De man reageerde met: ‘Daar is nu een broedplaats van kiekendieven mijnheer’. Waarop ik weer: ‘Mijnheer, ik zie wel het belang in van kiekendieven, maar over hoeveel kiekendieven gaat het?’. ‘Over twee kiekendieven’, zei mijnheer Vermeulen. Ik zwéér het u.”Patricia: “Dan denk je ineens aan die huisblokken, de appartementen en sociale woningen op linkeroever, veertig procent van de mensen heeft er geen tuin. Het bos is voor hen zo essentieel.”Wim: “En dat gaat de schop op.”Patricia (cynisch): “Maar als het slibstort weg is, kunnen er nieuwe aanplantingen komen, dan duurt het veertig tot vijftig jaar vooraleer je weer een bos hebt.”

Dan ben je er precies honderd en tien, Wim.

Wim: “Mijn ambitie was honderd, daar doen we dan maar een decennium bovenop.” (lacht)

Jullie leeftijdsverschil is aanzienlijk

Patricia: “Eenentwintig jaar. Ik heb Wim voor onze huwelijksverjaardag een button cadeau gedaan waarop een slak staat afgebeeld. Hij speldt het af en toe op zijn jas. De boodschap erachter was: word heel langzaam oud, zodat we lang bijeen mogen zijn.”Wim: “Maar we zijn op alles voorzien. We wonen nu ongeveer naast een revalidatiecentrum, dus dat zit goed. Ik kan later van huis in de rolstoel naar Hof ter Schelde toe”. (lacht luid)

Wist jij al Patricia, toen je Wim leerde kennen, hoe geëngageerd, dynamisch en recht voor de raap hij was?

Patricia: “Tja, dat merk je natuurlijk snel. Ik ben zelf ook vrij dynamisch, dus daarin vonden we elkaar wel. Ik ben kunsthistorica en heb twintig jaar tentoonstellingen, concerten en internationale poëzieavonden georganiseerd in het Elzenveld. Wim en ik leerden elkaar in die culturele wereld kennen. Ik wist dat hij iets met reclame had gedaan, maar dat hij ooit het bedrijf VVL/BBDO had opgericht was me onbekend.”

Hoe duid je zijn hardnekkigheid, doorzetting?

Patricia: “Fundamenteel gaat het over gepassioneerd zijn. Over passie tout court. In het begin schrok me dat ook wat af. Ik was heel lang alleen geweest, en moest me in een ander ritme hijsen. Bij de start van onze relatie was alles zo heftig en overweldigend, ik moest soms even bijkomen.”

Was jij toen ook al geëngageerd?

Patricia: “Wij hebben heel snel gezegd dat wij graag iets wilden ondernemen samen, professioneel, een project. We zijn nogal gedreven alletwee en dat is een understatement.”

Ademloos werd jullie eerste project?

Patricia: “Welnee. Onze relatie was dat, met alle facetten eraan verbonden (lacht). Zoals samen een huis kopen en verbouwen, samen een nieuw nest installeren, ook met de kinderen van beide kanten. Niet steeds simpel. Weet je wat mijn zoon in het begin zei toen ik hem vroeg wat hij van Wim vond? Hij zei: ‘Als man tien op tien, mama, maar wat leeftijd betreft zes op tien. Toen waren mijn kinderen nog twaalf en dertien, intussen zijn ze er twintig en eenentwintig.”

Terug naar de fiets. Hoeveel kilometers kregen jullie het voorbije ‘Oosterweel’-actiejaar op de teller?

Wim: “Bedroevend weinig, sinds Ademloos kwam het fietsen op een laag pitje te staan.”Patricia: “Alles moest wijken. Maar tegelijk diende alles wat we in ons hadden de zaak. Toen Ademloos startte, was ik aan het studeren voor mijn examen recht. Dat is van pas gekomen toen we het vzw oprichtten. Het feit dat ik uit de medische wereld stam, was interessant toen we het medische aspect van het fijn stof eruit lichtten. Door mijn studie wist ik bijvoorbeeld ook dat voor milieudossiers de grootste openbaarheid in bestuur bestaat, waardoor je aan heel veel materiaal kan geraken. Maar, waar we dachten dat het een procedurele zaak zou worden, ging het ineens de maatschappelijke tour op en zo kwamen we in een ander magma terecht. Het ging ineens over handtekeningen verzamelen, een referendum eisen en nadien dat referendum ook een gepaste uitslag bezorgen. Hoe dan ook: juridisch, medisch, maatschappelijk, elke weg is bewandeld.”

Ook de ‘persoonlijke’ weg. Er ontstond zelfs even een breuk met copain sinds jaren, Patrick Janssens

Wim: “Patrick was in het begin geen aanhanger van ons project. Nu is hij helemaal gekeerd in het dossier én onze relatie is hersteld. Denk ik toch. We werkten ooit acht jaar samen in mijn bedrijf en niet één keer hebben we toen een probleem gehad. In die reclamewereld leer je trouwens dat je in een creatief werkproces met heel veel confrontaties te maken krijgt. Hevig debat is zelfs voeding voor creativiteit. Een reclamebureau zou doodgaan als men niet met elkaar kon debatteren. Het mag echter nooit over personen gaan.”

Komisch was dat ineens wél de man werd gespeeld

Patricia: “Eén keer heeft Patrick dat gedaan, inderdaad.”Wim: “Hij had gezegd dat de actiegroepen leugenaars waren en dat zijn broek daarvan afzakte. Ik heb daar toen niet op gereageerd. Nu, passons, intussen is het weer effen. In zijn functie zou het ‘m natuurlijk wel schaden met mij, ouwe rakkers bijeen, door het park te wandelen.”Patricia: “Op dit moment is er geen privérelatie. Die was er tevoren wel en wellicht komt die ook terug. Nu, eerlijk waar, we zien momenteel bijna niemand meer van onze vrienden. Ons hele sociale leven is tot een strik minimum herleid. Ook hobby’s vielen weg. Vroeger gingen we elke week naar het theater, naar concerten, dansvoorstellingen. Dit jaar kan ik het aantal concerten op één hand tellen. Het enige wat we af en toe nog doen is naar de film gaan. En voor de rest hebben wij beiden onze kinderen enorm verwaarloosd.”Wim: “In dit huishouden wordt dertig uur per dag gewerkt voor Ademloos. Elk vijftien.”Patricia “Non stop, weekdag, zaterdag en zondag. Dat is opstaan en bij het ontbijt zijn we er al over bezig.”Wim: “Dit huis, deze keuken waar we op dit moment zitten, was ook het hoofdkwartier van Ademloos”Patricia: “We lezen hier, vergaderen hier, bellen, organiseren de merchandising, de perscontacten, verzamelen kunstwerken om te verkopen voor het goede doel...”Wim: “Ik heb een paar keer gezegd: ik zou mijn leven terugwillen. Het is een veel te overheersend proces.”Patricia: “We vergaten onszelf, hebben zelfs een vakantie moeten schrappen. Maar dat liep nu eenmaal zo. We hadden ook nooit gedacht dat het zo’n ingreep op ons leven zou betekenen. We begonnen eraan met als objectief: drie maanden. Tegen dan zou ik afgestudeerd zijn, hadden we ons bezwaar ingediend en klaar. Maar na die drie maanden groeide het proces organisch verder, kwam er een website, een campagne. Toch bleef het ook ergens een huis-, tuin- en keuken-bricolage. Mét competenties.”Wim: “Wij blijven een virtuele organisatie. De kracht van deze organisatie is dat we er geen zijn.”Patricia: “Daardoor kunnen we snel ageren. Er zijn geen hiërarchieën, we zijn zeer wendbaar.”Wim: “Wat in een schril contract staat tot de BAM die wel overgestructureerd is en door allerlei hiërarchieën moet. Wij met onze virtuele organisatie hebben net daardoor een groot vermogen tot productie, omdat het informeel blijft. Voorwaarde is wel dat het professioneel geleid wordt.”

Maar zie je de energie niet veranderen, zodra iets bereikt was, zodra het aantal handtekeningen gevonden, zodra het referendum gestemd

Wim: “Nu zijn we even heel moe natuurlijk.”Patricia: “Zeg maar uitgeput. Maar we weten ook: we hebben alweer een veldslag gewonnen, maar nog niet de oorlog.”Wim: “En nu zijn we de organisatie voor de vierde keer aan het heruitvinden. Zaak is de tanker nu even stil te leggen. Wat na te denken, te consulteren, te verteren, dingen op een rijtje te zetten.”Patricia: “Ik heb gelukkig nog loopbaanonderbreking tot februari.”

Wie is de leidersfiguur van de twee?

Wim: “Die is er niet.”Patricia: “Nee, zo spreken en denken wij er niet over.”Wim: “Ik ben de woordvoerder.”Patricia: “En ik ben nog maar de laatste maanden fulltime met Ademloos bezig. Ik combineerde het eerst met mijn job.”Wim: “Het was een grote zucht van verlichting toen bleek dat ze zich helemaal mee in de strijd zou gooien.”Patricia: “Intussen was ik afgestudeerd en, off the record, met onderscheiding geslaagd in public management.”Wim: “Zo zie je weer: ze is slimmer dan ik.”Patricia: “Niet waar Wim, wij hebben andere competenties.”

Waarom was jij trouwens weer gaan studeren?

Patricia: “Omdat zoiets het leven boeiend maakt. Ik wou altijd al leren en mijn geest verrijken. Ik heb lang die tentoonstellingen gedaan, maar als buitenbeentje, want het Elzenveld bleef toch eigendom van het OCMW van Antwerpen. Tot de beslissing genomen werd dat het Elzenveld niet meer binnen de opdracht van dat OCMW lag en geleidelijk werd afgebouwd. Ik ging dan bij Monica De Coninck mee werken aan het beleidsplan, ik kreeg een opdracht voor de cel culturele en maatschappelijke ontplooiing. Toen voelde ik dat een paar zaken in mij te weinig ontwikkeld waren. Dus, ik ging studeren. Ik was daarvoor ook algemeen coördinator van het Nicc, het Nieuw Internationaal Cultureel Centrum geweest. We voerden er onder meer een sociale strijd voor het statuut van de kunstenaar.”

Alweer strijd

Patricia: “Ik hoor liever: inzet.”

Van Wim zegt men dat hij meer nog dan een strijder een rebel is, randje obstinaat. Iemand zei zelfs: goed zot.

Wim: “Een niet ongevaarlijke zot, inderdaad dat is op een bepaald moment gezegd. Maar ik reageer niet graag op dat soort uitspraken. Want daarmee help je de anderen die dat beeld zo graag rondom jou willen weven.”

Wou men jou met dergelijke uitspraken niet kaltstellen?

Wim: “Misschien, maar daar mag je jezelf volstrekt niet laten door imponeren. Ik vind dat ik in mijn leven eigenlijk niet veel meer te bewijzen heb. Ik begon op mijn zeventiende, had niet gestudeerd, kwam uiteindelijk in de reclamewereld terecht, richtte een bedrijf op. Ik heb een redelijk goede carrière gemaakt. Toch boks je altijd tegen kritieken op. Vorige week zat ik alweer op een bijeenkomst op Linkeroever en kreeg ik het nog eens naar mijn hoofd geslingerd dat ik eigenlijk een Nederlander ben. Ik heb de microfoon gepakt en gezegd (fel): ‘Mevrouw, mijnheer, laat ik even duidelijk zijn. Ik woon sinds 1964 in dit land, niet omdat ik er geboren ben maar omdat ik er voor gekozen heb. Ik woon sinds ’68 in Antwerpen, omdat ik er voor gekozen heb. Ik heb vier kinderen van wie er drie in België geboren zijn, van de vier zijn er drie met Belgen getrouwd, ik heb vier kleinkinderen waarvan drie Belgen en één Rus. Ik ben firma’s begonnen in België waarin vandaag nog vijfhonderd mensen te werk gesteld zijn en die al meer dan één miljard bijdroegen tot het sociale verzekeringsstelsel. Is dat voldoende? Mogen we het nu hebben over het tracé van BAM, of moet ik nog even doorgaan?’(zucht) “Weet je hoe ik mezelf nog het liefste noem? Ervaringsdeskundige. Ik heb het al eens eerder meegemaakt, zo’n groot maatschappelijk project, in 1991, met ‘Hand in Hand’. Ik ben al twee keer in mijn leven actievoerder geweest. Toen echter was het wezenlijk anders.”

In beide gevallen leidde het tot grote mobilisatie

Patricia: “Omdat het maatschappelijk relevante projecten waren.”Wim: “En daarvoor moet je mobiliseren. ‘Hand in Hand’ was een koepel, daar zat álles in. Van holebi tot alibi, en ook grote klassieke zuilen zaten erin zoals ABVV, ACW, én politici. Nu hebben we gigantisch hard moeten werken om iedereen erbij te krijgen. Groen kwam erbij, maar een jaar na datum pas de sp.a.”

Vlaams Belang was er vanaf het eerste moment bij. ‘Hand in Hand’ mobiliseerde tégen extreem rechts en nu was Philip Dewinter een bondgenoot. Zijn partij heeft mee voor duizenden handtekeningen gezorgd

Wim: “Absoluut. Ik heb met Dewinter echter nooit contact gehad. Ik heb wel Jan Penris leren kennen en zelfs waarderen als vakman op dit project.”

Hoe dan ook, er is een cordonnetje doorbroken

Wim: “Jawel, ik heb daar moeite mee gehad. In het begin was ik altijd verliezend in de discussie daarover. Als ik me binnen Ademloos kritisch uitliet over het Belang, zeiden ze me: ‘Wim, niet kritisch zijn, we zijn een apolitieke organisatie’. Was ik niet kritisch tegenover het Belang dan hoorde ik: ‘Jamaar Wim, het is wel het Belang hoor!’”Patricia: “Kijk, het ging ‘m hier over fijn stof. Wij wilden álle burgers van de stad bereiken, los van hun politieke overtuiging.”Wim: “Wij hebben op een bepaald moment gezegd: we verklaren het cordon sanitaire niet van toepassing op waar wij mee bezig zijn. De problemen die wij op de kaart wensen te zetten zijn universeel. Een kind van een Vlaams Blokker is even gevoelig voor fijn stof als een kind van een orthodoxe jood. Maar, ik geef toe dat het een proces was, ik heb er een tijdje over gedaan voor ik dit kon zeggen. Ik moest van heel ver komen, wegens dat ‘Hand in Hand’, dat ik trouwens inhoudelijk nog even sterk blijf verdedigen.”

Wanneer zagen jullie dat het iets enorm zou worden, jullie impact in het Oosterweeldossier?

Patricia: “Vorige zomer, toen die handtekeningen begonnen in de duizenden te lopen.”Wim: “Ik wist heel goed dat we aan een krankzinnige job begonnen waren. Ik heb bij herhaling tegen Patricia gezegd: ‘Weet wat je naar je toe haalt’. Ik heb heel veel ‘pas op’ gezegd.”

Wat waren voor Wim moeilijke momenten, Patricia?

Patricia: “Waar hij persoonlijk enorm door geraakt werd, was de commentaar op de actie van de Sint-Jozefschool. Hij kreeg toen het verwijt dat hij die gehandicapte kinderen misbruikte voor de campagne van Ademloos. Dat kwam hard aan. Misschien omdat Wim zelf een gehandicapte dochter heeft.”Wim: “Bovendien waren de mensen die me dat verweten, op de hoogte van mijn privéverhaal. Of het met het doel was me te raken, laat ik in het midden. Feit was dát ik me geraakt wist. Terwijl het besluit om naar de markt te trekken met die mentaal gehandicapte kinderen door de school zelf werd genomen. Iemand van die school had me op een parking gezegd: ‘Op 20 juni gaan we met onze kinderen naar het stadhuis. Als de politiek niet naar ons toe komt, gaan wij naar de politiek’. Ik was nogal geschrokken hoor.”

Er was ook geen directe link met uw dochter

Wim: “Welnee, mijn dochter zit in Nederland in een tehuis voor mentaal en fysiek gehandicapte personen. Ze heeft geen longproblemen, ze is mentaal gehandicapt en heeft epilepsie. Maar natuurlijk ben ik meer dan gemiddeld betrokken als kinderen met een handicap in beeld komen. De honderdenelfde handtekening op onze eerste petitie was van dokter André Adam, van die Sint-Jozefschool. En ineens volgden er nog vijfentwintig handtekeningen van mensen op die school. Ik dacht: wat is dit hier? Bleek dat dit instituut heel dicht in de buurt van de Lange Wapper lag. Ik kreeg een mailtje om op een personeelsdag te komen praten, samen met dokter Dirk Van Duppen. Toen kwam uit de groep het voorstel om politici uit te nodigen op die school, heel discreet, om hun probleem te duiden. Van district tot parlementair niveau hebben we mensen aangeschreven. We hadden pers geweerd en zes sprekers klaar gezet. Weet je hoeveel luisteraars er waren? Twee. Toen heeft de directie begrepen dat dit niet werkte en zijn ze tot actie overgegaan. Op de markt in Antwerpen dus.”Patricia: “Die school was ook maar een symbool. Langs het hele traject liggen vijfenvijftig scholen, en tientallen bejaardencentra, hospitalen, noem het op.”Wim: “Kijk, de politiek staat voor de keuze: of men verhuist een enorm aantal mensen, scholen en instituten wegens veel te dicht in de buurt van te intensief verkeer. Of men verhuist het verkeer. Wat een heisa zeg, wat een mist wordt over die hele Oosterweel-zaak niet gespoten, terwijl het zo verschrikkelijk eenvoudig is. Ooit zijn in de jaren vijftig twee verkeerde beslissingen genomen. Er werd een ring 1 bedacht, voor het Antwerpse bestemmingsverkeer en een tweede ring voor het verkeer dat buiten Antwerpen moest zijn. De ramp voor Antwerpen is dat ring 2 perfect werd tegengehouden door de rand en dat ring 1 er wel kwam en intensief gebruikt waardoor over een weg die maximaal 65.000 voertuigen kan behappen nu dagelijks tweehonderdduizend voertuigen rijden. Er is natuurlijk een mobiliteitsprobleem, niet in Antwerpen, maar in Noord- en centraal-Vlaanderen. De files beginnen in Sint-Niklaas en eindigen in Geel. En er is een gigantisch milieu- en pollutieprobleem in Antwerpen. Het mobiliteitsprobleem kan men niet oplossen door het pollutieprobleem te vergroten. Is dat niet de evidentie zelve? Oplossen kan slechts door te saneren. En hoe saneer je? Door er verkeer van af te halen in plaats van er aan toe te voegen. Daarom zeg ik: die tanker moet nu stilvallen opdat de wijsheid zou terugkeren.”

Stel dat men de plannen voor het tracé toch gewoon uitvoert? Is het voorbije jaar dan verloren geweest?

Patricia: “Nee. We deden wat we moesten doen. We hebben er ook veel uit geleerd. Het was boeiend. En we hebben elkaar nog meer en op nog een andere manier leren kennen. We hebben nu nog meer dan vroeger een gezamenlijk verhaal. Ook al waren er soms discussiepunten. Kleine hoor.”Wim: “Die gingen dan bijvoorbeeld over het feit dat ik ongeschoren voor de camera stond, nooit over de essentie van ons project of over de essentie van onze relatie.”Patricia: “Hooguit fricties waren het, in tijden van hoge spanning. Omdat je tijd mist bij elkaar, tijd die je samen zo graag invult. Een ander triviaal voorbeeld is: ik heb veel meer slaap nodig dan Wim. Op een bepaald moment had ik het er zo moeilijk mee dat ik avond na avond alleen moest gaan slapen. Ik vond dat niet prettig. Dan zei ik: morgen kan je ook die e-mails schrijven, Wim. Of: laat de gsm in godsnaam in de keuken liggen, je hebt hem vannacht niet nodig.”Wim: “Tja, een keer liet ik ‘m liggen en weet je wat er gebeurde?”Patricia: “’s Morgens om zeven uur had Radio 2 gebeld voor een interview en hij was niet bereikbaar.”

Kortom, de uitslag van het referendum had er helemaal anders kunnen uitzien

Wim (lacht): “We hadden misschien zesenzestig procent kunnen hebben in plaats van zestig, had ik die telefoon opgenomen. Ach, weet je, als je een relatie hebt die goed is, wordt die er nog door versterkt. In die positie zitten we. Gelukkig maar.”Patricia: “Age quod agis.”Wim: “En wat betekent dat, schat?”Patricia: “Doe wat je doet.”

En, is er een leven na Ademloos?

Wim: “We waren al en we blijven sereen. We hebben alles gedaan en zelfs meer dan wat menselijk kan verwacht worden. Dan moet je kunnen zeggen: van hier af laat ik het los en we zien wel weer. Eigenlijk hebben we vorige week vrijdag al een stukje losgelaten.”Patricia: “We kwamen ook letterlijk tot ontspanning, zijn zaterdag naar de sauna geweest, ook zondag hebben we een leuke dag gehad tot dat laatste uur in het Felixpakhuis. Ik vond het heel spannend allemaal”Wim: “Nu, ik niet. Ik was gebeld over de uitslag.”

Je méént het

Wim: “Echt. Ik kreeg een anoniem telefoontje met de boodschap: ‘Mijnheer van Hees, jullie hebben gewonnen met zestig/veertig’. Ik dacht, grap of niet, ik aanvaard het. Bleek het nog te kloppen ook.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234