Dinsdag 16/07/2019

Blauw Bloed

Adel arbeidt: De moderne aristocraat teert niet zomaar op oud geld

Nieuw VIER-programma 'De Blauwe Gids' toont het leven van de moderne aristocraat. Die teert niet op geërfde titels en oud geld, maar wel op ondernemerschap. Beeld kos

Ze onderscheiden zich door dubbele achternamen, geërfde titels en een afkeer van de schijnwerpers. Hoewel hun invloed afneemt, is de adel geen fossiel. Integendeel: een beetje moderne aristocraat is een ondernemer.

Conservatief, francofoon en koningsgezind. Ze wonen in kastelen, die ze met de grootste moeite proberen te onderhouden, en ze huwen met elkaar. Ziedaar, alle clichés over de adel op een hoopje. En ja, veel ervan klopt. Maar allicht het meest bijzondere kenmerk van de edellieden is hun vermogen om zich aan te passen - en hun ondernemersdrift.

Uit onderzoek van onder meer historicus Paul Janssens blijkt dat ons land zo'n 1.300 adellijke families telt. Goed voor ruim 20.000 edellieden. Daarbij is er een groot onderscheid tussen de oude adel en de nieuwe adel. De oudste adel heeft zijn wortels nog vóór het ancien régime. Van hen zijn er zowat vierhonderd families.

De meeste kans om een echte graaf, baron of ander specimen tegen het lijf te lopen heb je in Brussel. Zowat een derde van de adel heeft zijn vaste stek in het hoofdstedelijk gewest. 40 procent van de adel woont in Wallonië en in Vlaanderen maar een kwart.

In België kun je echter ook in de adelstand verheven worden, op voordracht van de Adviescommissie voor de adellijke gunsten. Dat nieuwe adelstatuut is meestal niet overdraagbaar via erfrecht. En wordt door de oude edellieden vaak wat scheef bekeken.

De meerderheid van de adellijke families is niet ouder dan België zelf, en families behoren gemiddeld vijf tot zes generaties (twee eeuwen) tot de adellijke stand. Omdat het adellijk statuut, net als de naam, doorgegeven wordt in mannelijke lijn, houdt het ook op als er geen mannelijke nakomelingen meer zijn. Het is bijvoorbeeld het lot van de families Borluut en Baillet-Latour. De oudste nog bestaande adellijke families zijn De Merode, samen met De Croÿ, De la Faille en De Kerckhove.

Jonkvrouw Karen Geöcze von Szendröi. Beeld PHOTO_NEWS
Van links naar rechts: Prinses Desiree von Hohenlohe, Luc Haekens, Graaf Reynald Moretus, Prinses Lea van Belgie (geel), Ridder Géry van Outryve d'Ydewalle, Prins Simon de Merode (bruine broek), Ridder Christian Soenens, Markies Olivier de Trazegnies en Jonkvrouw Laurence (rolstoel). Beeld PHOTO_NEWS

Het grootste taboe in adellijke kringen is nog altijd de echtscheiding. Minnaars of minnaressen worden met de mantel der liefde bedekt, huwelijken die van geen kanten werken ook. Maar scheiden is het ultieme zwaktebod. Politiek situeren ze zich massaal op de liberale dan wel christelijke as. Denk François Xavier Gustave Marie Joseph Corneille Hubert ridder de Donnea de Hamoir (PRL, de voorloper van de MR) of Charles-Ferdinand Nicolas Marie Pierre Nothomb (PSC, nu gekend als cdH).

Bier, suiker, diplomatie

Wie denkt dat die families op hun kasteel hun geld zitten te tellen, is eraan voor de moeite. De telg die teert op het familiefortuin is een spreekwoordelijke uitzondering. Het gros van de edellieden heeft een job. De grote meerderheid vind je in het zakenleven, de diplomatie of in de politiek. Ook in de geneeskunde, advocatuur of vastgoed is de aristocratie goed vertegenwoordigd. Vaak zonder zich te beroepen op hun adellijke titel.

Er is zelfs een Gouden Gids van professionele edellieden. De Carnet Jaune is een onderdeel van de Carnet Mondain, het officiële adresboekje van het blauw bloed. Dat is symptomatisch voor de adel. Want als er iets is wat hen onderscheidt van de gewone burger, dan is het wel dat vermogen om hun netwerk aan te spreken. Allicht daar zit hun grote kracht.

Het meest illustere voorbeeld daarvan is de ontstaansgeschiedenis van SN Brussels Airlines. Toen de nationale luchtvaarttrots Sabena in 2001 failliet ging, was het burggraaf Etienne Davignon die zijn telefoonboekje greep en samen met graaf Maurice Lippens in een mum van tijd enkele miljoenen bijeenkreeg voor een nieuwe luchtvaartmaatschappij. Ze konden daarbij rekenen op steun van 'instituten' als Solvay, Umicore, Tractebel, UCB en GBL. Stuk voor stuk 'staatsdragende maatschappijen', zoals ze genoemd worden. Met achter de schermen banden met de adellijke families.

Prins Simon de Merode. Beeld PHOTO_NEWS

Tanende invloed

Maar hun invloed en impact is met de jaren afgenomen. Stonden ze vroeger nog symbool voor grote industriële verwezenlijkingen, dan is hun economische macht vandaag tanend. Ook de globalisering heeft toegeslagen in hun wereld. En met het afnemen van hun economische impact is ook hun politieke invloed gedaald. Zeker de implosie van Fortis is voor talloze adellijke families een serieuze aderlating gebleken.

Graaf Thibault d'Ursel met Prinses Desiree von Hohenlohe en dochtertje Felicité. Beeld PHOTO_NEWS

Toch bestaan ze nog, de adellijke families met grote economische macht. De bekendste, zij het dan van bedrijfsnaam, zijn de families De Spoelberch, De Mévius en Van Damme. Dat zijn de aandeelhouders achter de bierreus AB InBev. Ook chemiereus UCB heeft blauw bloed, in de vorm van de familie Janssen. Een ander voorbeeld: de financiële holding Sofina van de Boëls. En achter de bekende dieetgroep Weight Watchers zitten de families Ullens de Schooten en Wittouck, die eerder fortuin maakten bij Tiense Suiker.

Jaap Dronkers, hoogleraar empirische sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, ziet het voortbestaan van de adel ook niet meteen bedreigd in onze contreien. De jongere generatie is actief, sociaal, en gedreven om het familiepatrimonium verder te beheren.

De blauwe gids, vanavond om 21 u op VIER

Crème de la crème: zij hebben de oudste stambomen van het land

1. Simon Hervé Marie Ghislain de Merode (1981)
Familiespreuk: 'Plus d'honneur que d'honneurs' (Meer eer dan eerbetoon)

Prins Simon de Merode is een afstammeling van Félix de Merode. Als Belgisch politicus en schrijver stond hij mee aan de wieg van het Belgisch Nationaal Congres, de grondwetgevende én eerste, voorlopige, wetgevende vergadering van het onafhankelijke België na de omwenteling van 1830. Simon de Merode behoort tot de 19de generatie die het familiekasteel van Westerlo bewoont.

2. Daniel le Grelle (1922)
Familiespreuk: 'Nostrum praesidium Deus' (God is onze steun)

Graaf Daniel le Grelle is sinds 1948 kasteelheer van het Reigershof in Berendrecht. Hij is de achterkleinzoon van de Antwerpse burgermeester Gérard le Grelle. De adellijke roots van de familie gaan terug tot 1794, toen aan het Weense hof voor het eerst een Le Grelle werd benoemd tot jonkheer. De huidige graaf drukte vooral zijn stempel op Antwerpen door zijn strijd voor het behoud van de polderdorpen Berendrecht, Zandvliet en Lillo. Hij pleitte ook vurig voor de bescherming van een aantal historische gebouwen.

3. Leopold Engelbert van Arenberg (1956)
Familiespreuk: 'Christus protector meus' (Christus is mijn beschermheer)

Officieel de dertiende hertog van Arenberg. Al sinds de 12de eeuw zijn er sporen van de familie in de bovenlaag van de maatschappij. De Arenbergs hebben vooral hun stempel gedrukt op cultureel vlak.

Voor de Eerste Wereldoorlog bezat de familie duizenden hectare park en bos in het hele land. Onder meer het Egmontpaleis en het kasteel van Heverlee behoorden tot hun patrimonium.

De bleutjes onder de blauwen

Naast de oude adel, waarvan de wortels soms tot voor het ancien régime reiken, heb je ook de zogeheten nieuwe adel.

Het verlenen van een adellijke titel of de opname in de adel gebeurt volgens welbepaalde regels. Tijdens het koningschap van Boudewijn I vonden 330 zogeheten verheffingen plaats, en werd aan 217 adellijke personen een hogere titel verleend. In de schoot van het ministerie van Buitenlandse Zaken bestaat een Adviescommissie voor de adellijke gunsten, die samengesteld is uit een twaalftal onafhankelijke leden. De helft van hen is Franstalig, de helft Nederlandstalig; de helft edellieden, de helft niet-edelen.

Ook de koning kijkt de lijst met nominaties na en kan opmerkingen maken of zelf personen aanbrengen. Een regering van lopende zaken stelt geen adelsverheffingen voor, daarom was er geen lijst met nieuwe edellieden in 2010 en 2011.

Wielrenner-baron

Het voorrecht, althans voor zij die daarvan dromen, wordt wegens verdienste verleend. Die verdienste kan nogal uiteenlopend zijn. De lijst telt veel culturele figuren, politici, zakenlui en sporters.

Dirk Frimout was in 1992 de eerste Belgische astronaut in de ruimte. Hij kreeg daarvoor de titel van burggraaf. Zijn latere collega Frank De Winne werd dezelfde eer betuigd. Nationale wielertrots Eddy Merckx werd in 1996 tot baron verheven. Herman Van Rompuy werd graaf nadat hij afzwaaide als voorzitter van de Europese Raad.

Paul Buysse, onder meer voorzitter van de raad van bestuur van Bekaert en medeauteur van de naar hem genoemde Code Buysse II voor niet-beursgenoteerde bedrijven, mag je ook met graaf aanspreken. In zijn geval is het overigens een erfelijke titel.

Dat is niet gebruikelijk. Anders dan de oude adel zijn de nieuwe titels meestal niet overdraagbaar.

Nooit Prins of Hertog

Nog een verschil: de nieuwe adel kan nooit prins, hertog of markies worden. dat zijn de hoogste titels exclusief voorbehouden voor de oude adel. De 'lagere' titels, graaf, burggraaf, baron en ridder kunnen de nieuwlichters wel krijgen. Een titel betekent prestige, maar verder zijn er geen voordelen aan verbonden.

Een aantal mensen weigerden ook al een adellijke titel. Manu Ruys, van 1975 tot 1989 hoofdredacteur van De Standaard, bedankte voor de adellijke eer. Naar verluidt omdat hij als onafhankelijke journalist "geen hoveling wou worden".

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden