Vrijdag 27/11/2020

Addenda bij 'Samuel, o Samuel'

In het manuscript van Michiels' luisterspel zit een tekening van een hart. Daarin de woorden 'Ich liebe Dich' en 'ook vandaag woensdag'.

Door Dirk Van Hulle

Stel je voor: er staat iets te koken in de keuken, op het fornuis, in een - een object dat 'pot' wordt genoemd, 'p-o-t'. Pot. Plots lijkt het woord totaal inadequaat. Hoe vaker je het in gedachten herhaalt, hoe minder geschikt het wordt om de recipiënt in kwestie te benoemen. Zoiets overkomt het hoofdpersonage Watt in de gelijknamige roman van Samuel Beckett. Hoe meer Watt naar de pot kijkt hoe meer hij ervan overtuigd raakt dat het geen pot is, tenminste geen pot waarvan hij 'Pot, pot' kan zeggen en zich gerustgesteld voelen. Watt is in nood. Maar voor dit soort lexicale ongevallen bestaat er geen eerste hulp. Zijn noodkreet om semantische hulp blijft een onbeantwoord S.O.S.-bericht.

Tot Ivo Michiels er in de vroege jaren zeventig een signaal van opvangt. Samuel, o Samuel is zijn reactie, een luisterspel geschreven in opdracht van de BRT en uitgezonden op 8 april 1973. Hij was op dat moment volop bezig aan de Alfacyclus, een tetralogie die was begonnen met Het boek Alfa en waarvan hij, na Orchis Militaris en Exit, het vierde deel Dixi(t) nog moest schrijven. De onderbreking kwam zo gelegen dat Michiels het hoorspel samen met nog drie andere 'teksten voor stemmen' bundelde onder dezelfde titel, Samuel, o Samuel, en het geheel presenteerde als deel 3 1/2 van de tetralogie.

De link met Beckett is overduidelijk. In een tekstje voor de BRT 3-brochure wond Michiels daar ook geen doekjes om: "Juist, de titel is o.m. ook een ongewone want dubbelzinnige hommage aan Samuel Beckett, maar," voegde hij daar meteen aan toe, "vooral in de afkorting van die titel, het S.O.S., ligt de kern van dit luisterspel op te sporen: de ritus van een taalgebruik met zijn barrières en zijn openingen, het stellen van een taal-daad met herhalingen en mutaties - eerder toe te schrijven aan 'rollen' dan aan 'personages'."

Het stuk gaat over twee stemmen, die van een man en een vrouw die afwisselend op een rood en een groen kussen zitten te luisteren. Ze weten niet precies waar ze naar luisteren, maar ze zijn het erover eens dat ze een sein moeten bedenken voor het geval een van hen 'wat' hoort. Intussen is op de achtergrond enkel het druppen van een kraan te horen, als het onophoudelijke tikken van een klok. Naast het druppen weerklinkt af en toe een luider, herkenbaar geluid, zoals een fanfare, het starten van een auto, het rinkelen van een telefoon, een ambulance, het krijten van een baby. De geluiden die een externe realiteit suggereren, lijken niet door te dringen tot de man en de vrouw. Op het einde stapelen alle geluiden zich op tot een oorverdovend lawaai, maar zelfs dan vraagt stem 1: "Hoor jij wat?" Waarop stem 2 "Nee," antwoordt, "ik geloof niet dat ik wat hoor..." Ze vragen zich af in welke richting ze "het hardst" moeten luisteren en proberen de tijd te doden door te praten, onder meer over het sein dat ze elkaar zullen geven. Een van de suggesties is dat ze S.O.S. op hun billen kunnen klappen, of 'sst' kunnen zeggen - niet 'in afwachting' maar als sein dat een van de twee 'wat' gehoord heeft.

De situatie vertoont gelijkenissen met die van Didi en Gogo in Becketts En attendant Godot. Gogo stelt voor te converseren omdat ze blijkbaar niet in staat zijn te zwijgen. Volgens Gogo praten ze om niet te moeten denken; of om niet te moeten horen, meer bepaald om al de dode stemmen niet te moeten horen. De dode stemmen kunnen slaan op die van gestorven kennissen of op de werken van dode schrijvers als Shakespeare of Dante, waaruit telkens opnieuw flarden in Becketts teksten opduiken. Maar het kunnen ook innerlijke stemmen zijn. Die associeert Beckett vaak met literaire creatie in het algemeen. De woorden lijken door een andere stem ingefluisterd. Wat het 'ik' zegt is in die zin altijd wat de souffleur 'dixi(t)'.

In de aanloop naar Dixi(t) schreef Ivo Michiels dus zijn spel voor stemmen. Hun dialoog wordt af en toe onderbroken door hun gedachten. Elk afzonderlijk bedenken 1 en 2 dat ze hun gehoor zodanig zouden moeten aanscherpen dat ze elkaars gedachten kunnen horen. De vraag is hoe ze van elkaar kunnen weten of hun gehoor voldoende is aangescherpt. Stem 1 bedenkt dat hij in gedachten een do zou kunnen zingen. Als zij (stem 2) daarop in gedachten dan een re zingt en hij hoort het, zullen ze weten dat hun gehoor voldoende aangescherpt is. Even later bedenkt de vrouwenstem exact hetzelfde. Het eerste wat ze op die gedachten laat volgen is: "Wat doen we nou wanneer we liefde willen bedrijven?" Het antwoord van de mannenstem is weinig erotisch: "Als je op de koop toe onkies gaat worden!" Maar de manuscripten laten meer zien.

Tussen de handschriften en typoscripten die Ivo Michiels aan het AMVC-Letterenhuis heeft toevertrouwd, zit een A4'tje met een tekening van een hart. Daarin staan de woorden "Ich liebe Dich", en daarnaast: "ook vandaag woensdag". Tekening en tekst zijn, aldus Ivo Michiels, "zonder enige twijfel van mijn vrouw Christiane" en ze hebben "de betekenis van een extra stimulans gehad voor de schrijver". Wat de dag van de week betreft, specificeert ook de tekst van het luisterspel: "Als alle berekeningen kloppen is het vandaag woensdag."

Op zich zijn deze addenda uiteraard niet onontbeerlijk voor een interpretatie van het luisterspel, maar ze geven misschien wel een antwoord op Michiels' eigen retorische vraag in het tekstje dat hij voor de BRT3-brochure schreef: "Terecht kan men de vraag stellen: wat is er reëel in dit spel?" Het luisterspel eindigt, wanneer alle externe geluiden behalve het druppen zijn uitgestorven, met een toonladder waarvan de noten door beide stemmen alternerend worden gezongen. Het blad papier dat tussen de kladhandschriften bewaard wordt, is het meest directe antwoord op de vraag wat er reëel is in dit spel - de ontroering van verregaande empathie tussen op elkaar afgestemde wezens, die er in het beste geval in slagen elkaars gedachten te lezen. Ook op woensdag.

Het is het meest directe antwoord op de vraag wat er reëel is in dit spel

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234