Zaterdag 26/09/2020

InterviewDe Vragen van Proust

Actrice Ilse de Koe: ‘Nog dezelfde avond heb ik aangifte gedaan. Waar is die man nog toe in staat?’

Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Zesentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: actrice Ilse de Koe (36). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich? 

“Goh, heel jong. Mijn absolute leeftijd moet rond de twaalf jaar draaien. Ik ben naar mijn gevoel lang kind geweest, langer dan mijn twee zussen. Ik wilde gewoon blijven spelen. Het volwassen leven sprak me niet aan, alsof ik de wereld van de fantasie niet wilde afgeven, en dat is eigenlijk nog niet veranderd. Alleen gebruik ik hem nu in mijn job. Maar ook in mijn dagelijkse leven is de verbeelding nooit ver weg, ze is mijn voedingsbodem en maakt mij gelukkig.

“Twaalf was misschien wel het laatste jaar dat ik echt onbezonnen kind kon zijn, want mijn ouders zijn gescheiden tijdens mijn puberteit. En ja, dan kreeg ik ineens het gevoel dat ik wel volwassen moest worden.

BIO * geboren in 1984 in Oedelem * studeerde dramatische kunsten aan Conservatorium Gent * speelde bij Bronks, Het Paleis, 4 Hoog, Compagnie Cecilia, De Queeste, Het Eenzame Westen * maakte en speelde mee bij Studio Orka in Warmoes, Zoutloos, Inuk, Craquelé * op televisie te zien in Binnenstebuiten, Quiz Me Quick, Bevergem, Kafka, Tegen de sterren op, De twaalf * had een rol in de film Belgica * is een van de vertellers in de rubriek ‘Huh?!’ van Iedereen beroemd * heeft samen met haar vriendin een zoontje

“Tegelijk voel ik me soms ouder dan ik ben. Ik ben iemand die heel graag observeert, van kinds af aan al. En in die zin heb ik soms het idee dat ik al weet hoe iets zal voelen terwijl ik het nog nooit heb meegemaakt. Dat komt, denk ik, omdat ik mij snel kan inleven in anderen en in allerlei situaties. Ik praat ook heel graag met oude mensen die veel hebben beleefd. Misschien ben ik wel een kind met een oude ziel. Ik sla ook alleen maar de dingen op die ik interessant vind. Ballast vergeet ik. Alsof ik van tevoren al een selectie maak: dit wil ik onthouden en dat niet. Het lijkt me iets typisch voor oudere mensen om geen moeite meer te doen voor wat er niet echt toe doet.”

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Een rode draad door mijn leven is dat ik in alles mijn intuïtie volg. Ik vertrouw op mijn buikgevoel, zonder zweverig te doen. Hoop ik. (lacht) Het gevoelsmatige van de dingen vind ik onwaarschijnlijk interessant. Als er intuïtief iets niet klopt voor mij, kan ik er ook niet achter staan. Ik kan niet tegen mijn gevoel ingaan.

“Dat kan lastig zijn, omdat ik soms betweterig overkom als ik mijn intuïtie probeer uit te leggen aan anderen, want het is per slot van rekening ook maar mijn waarheid, waarom zou die de juiste zijn?”

3. Wat is uw passie?

“Mijn passie is spelen. Spelen in de vorm van acteren natuurlijk, maar ook spelen met mijn zoon bijvoorbeeld. Voor mij is dat even verdwijnen in een andere wereld, noem het een soort escapisme voor het brein.

“Op een gewoon atheneum kon ik niet aarden. Dat ging echt niet, ik zat daar niet op mijn plaats. Ik miste beweging, ik miste fantasie. Mijn moeder raadde mij aan om eens een kijkje te gaan nemen op de academie. ‘Daar zal je veel gelukkiger zijn’, zei ze, en inderdaad, ik heb nooit meer problemen gehad op school. Het was niet mijn droom om actrice te worden, ik wilde gewoon kunnen dansen en bewegen en een vorm van vrijheid voelen. Daar is het allemaal mee begonnen.”

4. Hoe was de band met uw ouders?

“Wij zijn een beetje opgevoed met de visie: je moet doen wat je graag doet, het belangrijkste in het leven is dat je gelukkig bent. Ik denk dat mijn ouders vooral goed aanvoelden wat er bij ons paste en ze lieten ons daarin vrij.

“Toen ze gescheiden zijn, heb ik periodes bij mijn moeder gewoond en periodes bij mijn vader, afhankelijk van hoe ik mij voelde in het verhaal. Soms had ik er nood aan om even afstand te nemen van mijn moeder, dan weer van mijn vader. Op mijn dertiende zijn de problemen tussen hen begonnen, op mijn zeventiende zijn ze officieel gescheiden, maar mijn ouders hebben nooit gezegd wat we moesten doen. Ik mocht zelf kiezen bij wie ik wilde wonen en ik denk dat het voor hen niet slecht was om soms eens een tijdje alleen te zijn, zonder kinderen, om de situatie te verwerken.”

5. Is het leven voor u een cadeau?

“Zeker. Ik vind dat het leven tot nog toe lief geweest is voor mij, laat ik hout vasthouden. Natuurlijk heb ik hier en daar wat littekens opgelopen zoals iedereen, maar ik ben echt wel blij dat ik altijd capabel ben geweest om daar op een positieve manier mee om te gaan. Ik heb dat van mijn moeder, denk ik, zij is ook een heel positief iemand.

“Volgens mij is het van groot belang om onze kinderen lessen te geven in optimisme, om hen te leren omgaan met tegenslag en stress. Ik ben ervan overtuigd dat je er in het leven al een heel eind mee komt als je de dingen positief probeert aan te pakken.

'Het toeval fascineert mij. Ik wil helemaal niet weten hoe de toekomst gaat lopen, ik zou dat zeer saai vinden.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Ik hou bovendien van de onvoorspelbaarheid van het leven. Het toeval fascineert mij. Ik wil helemaal niet weten hoe de toekomst gaat lopen, ik zou dat zeer saai vinden. Gaandeweg het leven beleven zoals het komt, vind ik heel mooi; ik ben blij dat het zo in elkaar zit.”

6. Welke geluksscore geeft u zichzelf?

“8,5, misschien zelfs 9. Ik denk dat ik veel geluk heb met de mensen om me heen. Ik kan doen wat ik graag doe, jobgewijs dan. En ik ben al een paar keer aan de dood ontsnapt. Toen ik drie jaar oud was ben ik bijna gestikt in een wortel. Mijn ouders hadden alle EHBO-trucs geprobeerd om dat stuk uit mijn mond te krijgen, maar het lukte maar niet. Tot ik helemaal blauw werd en mijn moeder haar vingers in mijn keel heeft gestoken zodat het eruit floepte en ik weer kon ademen.

“En toen ik vijf was ben ik bijna verdronken in zee. We hadden zo’n grote opblaasbare krokodil waar ik van ben gesprongen. Maar in plaats van te zwemmen ging ik regelrecht naar de bodem. Ik kon die zee gewoon niet aan. Mijn zus heeft mij toen uit het water gesleurd.”

7. ‘Blijf in uw kot’, wat heeft dat met u gedaan?

“De eerste weken heb ik thuis voor onze zoon gezorgd, aangezien alle voorstellingen die gepland stonden afgelast waren. Dat was pittig, maar ook supergezellig. Ik besefte toen ineens hoeveel ik normaal gezien werk, waardoor ik toch wel een deel van de ontwikkeling van mijn kind mis. Ik was eigenlijk wel blij met dat inzicht. Je weet dat natuurlijk wel, maar het is veel moeilijker om op eigen initiatief de boel stil te leggen. Hoe graag ik ook werk, hoe gepassioneerd ik ook ben, het was toch wel een oef-moment, een moment om even op adem te komen. Wat dus eigenlijk betekent dat het soms allemaal een beetje te veel is.”

8. Welke kleine dingen kunnen u blij maken?

“Toevalstreffers. Per ongeluk getuige zijn van iets wat niet voor jou bedoeld is. Laatst fietste ik langs een huis met een grote oprit waarop een koppel stond van in de zestig, en ik zag de man de vrouw vastpakken rond haar middel en haar een kus geven en hoorde hem zeggen: ‘omdat ik u zo graag zie’. Daar word ik wreed gelukkig van. Schoon toeval, noem ik dat.

“Want ik besef ook dat ik die toevalligheden veel minder opmerk als ik het druk heb omdat ik dan te veel in mijn eigen hoofd zit. Dus ik ben dan niet alleen blij omdat ik dat moment heb mogen meemaken, maar ook omdat ik ervoor openstond. Om de schoonheid van de dingen te kunnen zien is het relevant om een soort van vrijheid in je hoofd te creëren. Ik probeer me daarin te trainen.”

9. Wat is uw zwakte? 

“Ik kan wreed koppig zijn, maar ja, ik ben dan ook een stier, hè. Als ik denk dat ik gelijk heb, wil ik mensen daar graag van overtuigen, dat is wel duidelijk. Ik denk dat ik soms meer moet luisteren in plaats van zelf alles vol te praten.”

10. Waar hebt u spijt van?

“Eigenlijk heb ik van niet veel dingen spijt, omdat ik het gevoel heb dat ik uit mijn misstappen wel iets geleerd heb. Maar er is wel één ding dat ik mezelf kwalijk neem en dat is dat ik een vriendin niet méér gesteund heb toen haar moeder gestorven is. Ik kende die vrouw al sinds mijn geboorte, zij was een heel goede vriendin van mijn moeder. Ik was zelf zo aangedaan door haar dood dat ik niet in staat was om mijn vriendin te helpen. Ik schaamde me bijna voor mijn verdriet, terwijl zij wel haar moeder kwijt was. Het ging niet over mij op dat moment, ik had er gewoon moeten zijn voor haar. Ik vind het zwak van mezelf, maar tegelijk kon ik op dat moment niet anders.”

11. Wat is uw grootste angst?

“Natuurlijk dat er mijn dierbaren iets zou overkomen, dat is de angst van iedereen. Maar waar ik ook bang van ben, is dat ik gek zou worden of zou beginnen te dementeren. Het lijkt me echt verschrikkelijk om te beseffen dat je psychisch achteruitgaat en om dat machteloos te moeten ondergaan.”

12. Bent u ooit door het lint gegaan?

“Wel, dat is eigenlijk nog niet zo lang geleden. Toen ik aan het wandelen was hier vlak bij in het Josapathpark (in de Brusselse gemeente Schaarbeek, red.), kwam er een auto supertraag naast me aangereden. Het bleek een exhibitionist die dringend eens zijn spel aan mij moest tonen. (lacht) Daarvan flip ik. Ik ben niet iemand die dan dichtklapt, nee ik word woest. Ik ben beginnen roepen van ‘godverdommeuhhhh’ en heb hem een superharde trap tegen zijn deur gegeven. Daarna heb ik mijn telefoon bovengehaald en ostentatief een foto van zijn nummerplaat gemaakt, waarop hij volle gas, in grote paniek is weggereden. Hij had duidelijk niet verwacht dat ik zo zou reageren.

“Nog dezelfde avond heb ik aangifte gedaan. Het idee alleen al dat hij jongeren zou kunnen molesteren maakt mij heel erg kwaad. Waar is die man nog toe in staat? En ook al haalt het niets uit, ik vind het mijn morele plicht om zoiets aan te geven. Ik moet hem binnenkort trouwens gaan identificeren. Hem hè, niet zijn spel. (lacht) Blijkbaar waren er nog twee meisjes die aangifte hadden gedaan van een exhibitionist hier in de buurt.”

13. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Goh, ik huil veel. Niet dat ik zo’n triestig leven leid, maar ik vind dat verlossend, ik vind dat ook absoluut niet erg, ik schaam mij daar niet voor. Ik vind huilen gezond, het is een soort spoeling van je binnenkant. Soms kondig ik zelfs aan: ‘En nu ga ik een beetje wenen’. (lacht) De reden kan van alles zijn: van schoonheid, van verdriet, van medeleven. Als ik iemand zie wenen die ik heel graag zie, ween ik vaak mee.

'Ik huil veel. Niet dat ik zo’n triestig leven leid, maar ik vind dat verlossend, ik vind dat ook absoluut niet erg, ik schaam mij daar niet voor. 'Beeld © Stefaan Temmerman

“Wenen op zich vind ik trouwens iets heel schoons, want je kunt het op zoveel manieren doen. Soms zijn de tranen niet te stoppen en moet je naar adem snakken. Soms rolt er één traantje en blijft je gezicht roerloos, zoals in de films. Alleen het traantje voert de actie uit. Of soms heeft de traan zelfs geen kans om te rollen. Ik vind wenen een heel interessant verschijnsel om te observeren.”

14. Welk boek zou u aanraden? 

“Mag ik twee boeken nemen? Juffrouw Jane van Brad Watson vond ik een prachtig boek. Het speelt zich af begin 20ste eeuw en gaat over een meisje dat geboren is met een afwijking waardoor ze geen seks kan hebben en over welke invloed dat heeft op haar leven. Want in die tijd diende een vrouw om kinderen te krijgen. Je leest het verhaal door de ogen van het hoofdpersonage, hoe zij de dingen ervaart, waardoor ze heel dichtbij komt. Ze heeft bovendien een heel mooie manier om naar de wereld te kijken. Zeer fantasievol en rijk. En ja, voor mij is dat eten en drinken; elke zin is gewoon prachtig.

“En Nachtouders van Saskia de Coster vond ik ook een heel goed boek. Dat gaat over ouderschap en de twijfels die daarmee gepaard gaan, maar ook over het donorgegeven en over onverdraagzaamheid tegenover lesbische koppels met of zonder een kind. En ook over hoe je relatie kan veranderen als er een kindje bijkomt. Ik heb dat boek echt verslonden. Ik vond het supergoed geschreven en was ook danig onder de indruk van de eerlijkheid van de schrijfster. Er wordt echt niets onder de mat geveegd.

“En ja, voor mij was het ook heel herkenbaar. Moeder worden zonder zwanger te zijn geweest, dat is magisch. Wat je dan denkt en voelt, kan je met niet veel mensen delen omdat maar weinigen dat ooit zelf meemaken en dat wordt heel mooi in het boek verwoord. Ik vind het belangrijk dat daarover geschreven wordt in deze tijden. Ik weet nog goed toen mijn vriendin zwanger was, dat ik dacht: o neen, straks heb ik niets met dat kind, straks voel ik geen enkele band. Want één, genetisch is het niet van mij en twee, ik ben ook een vrouw dus ik zou zelf ooit een kind op de wereld kunnen zetten.

“Maar toen hij geboren werd, was het eerste wat hij deed in mijn ogen kijken en dat was een heel speciaal moment. Ik voelde me heel vereerd, omdat de eerste ogen waarin hij keek, de mijne waren. Ik was meteen verkocht. Door die ene blik voelde ik dat het klopte. Het was wederzijds. En dat was voor mij een hele opluchting. Ik dacht: gij zijt mijn zoon en ons avontuur samen kan nu beginnen.

“Of ik zelf ooit zwanger zou willen worden, weet ik nog niet goed. Dat zijn verschillende vragen ineen. Eén, zie ik dat fysiek zitten? Twee, willen we nog een tweede kind, past dat in ons leven? Kunnen we even goede moeders zijn voor twee kinderen als voor één? Vragen om over na te denken. Maar als we nog een tweede kind willen, dan ga ik het dragen, dat is wel al beslist. Als je twee baarmoeders hebt, moet je ze gebruiken vind ik. (lacht) Waarom zou je je lichaam twee keer uitputten?”

15. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Neen, eigenlijk niet, wij zijn atheïstisch opgevoed. Ik geloof echt niet in God, maar ik geloof wel dat de dingen lopen zoals ze moeten lopen. Ik geloof in de samenhang der dingen. Ik heb vertrouwen in wat er komt. Dat is misschien ook een soort religie, ik weet het niet.”

16. Hoe bekijkt u uw lichaam? 

“Als iets waarvoor ik moet zorgen. Dat was vroeger niet zo: ik rookte, ging veel uit, sliep niet genoeg, ik leefde keihard. Het leven was rock-’n-roll. Allemaal leuk op het moment zelf, maar je voelt ook dat dat niet kan blijven duren. Wat ik niet wilde, was oud worden met een sigaret in mijn mond.

“Voorts zie ik mijn lichaam als een werkinstrument. Bij elk personage zet je het ook anders in. In die zin ben ik blij dat ik een redelijk neutraal lichaam heb. Ik ben niet superklein of -groot. Ik ben niet supermager of -dik. Ik ben eigenlijk de middenmoot, waardoor ik er veel kanten mee op kan.”

17. Wat vindt u erotisch?

“Wat ik heel spannend vind, is in een volle zaal met iemand dansen vanaf een afstand, zonder fysiek contact, maar wel met de blik op elkaar gericht, wetend: wij voelen een connectie. Op ‘Sexual Healing’ van Marvin Gaye bijvoorbeeld, dat vind ik een topnummer.”

18. Wat is uw goorste fantasie? 

“Ik heb iets met overreden dieren. Ja, ik weet het, dit is raar en vies. Ik vind het verschrikkelijk om ze zo volledig opengereten op straat te zien liggen, maar tegelijk ben ik heel benieuwd naar hun ontbindingsproces.

“Ik heb ooit een zwaan gevonden op de stoep. Hij heeft daar twee weken gelegen. Het lukte mij maar niet om naar de gemeente te bellen om hem te komen ophalen, zo groot was mijn nieuwsgierigheid. Ik wilde hem iedere dag bekijken. Dit is heel goor, ik besef het. Op een dag stond er een auto op de plaats waar hij lag en ik dacht: maar je rijdt toch niet over een dode zwaan? Toen ben ik plat op mijn buik gaan liggen: hij was verdwenen.

“Intussen heb ik een fascinerende film gezien van Peter Greenaway, A Zed & Two Noughts (1985), over twee biologen die geobsedeerd raken door de ontbinding van dieren. Ik was blij dat ik niet de enige ben”

‘Als we nog een tweede kind willen, dan ga ik het dragen. Als je twee baarmoeders hebt, moet je ze gebruiken.’Beeld © Stefaan Temmerman

19. U belandt in de gevangenis, wat zou de reden kunnen zijn?

“Omdat ik als activist een te grote bek heb opgezet tegen de politie. Machtsmisbruik van politie, daar word ik echt misselijk van.”

20. Hoe definieert u liefde?

“Heel simpel: voor mij is liefde er onvoorwaardelijk zijn voor iemand.”

21. Bent u een goede vriend?

“Ik hoop het. Ik vind het belangrijk om te investeren in vriendschappen. Ik heb echt fantastische vrienden die ik niet zomaar wil laten gaan.”

22. Hoe zou u willen sterven?

“Wat een vraag. Zonder al te veel pijn natuurlijk, maar wat vooral belangrijk is voor mij: ik hoop tevreden en voldaan te sterven, met het gevoel dat de cirkel rond is. Want ik vrees dat ik anders een gevecht met de dood zal aangaan en in paniek zal slaan, en het lijkt mij vreselijk om in paniek te sterven.

“Wat ik dan zou wensen als laatste avondmaal? Gewoon, een goeie spaghetti. (lacht) Dat is het eerste wat in mij opkomt.”

23. Wat zou u nog graag willen doen?

“Af en toe een grote reis maken. En een boek schrijven. Niet om het uit te geven, maar om eens lang en ver te kunnen verdwalen in mijn eigen hoofd. Benieuwd wat daar zou uitkomen.”

24. Waarover bent u de laatste tijd uw mening gaan herzien?

“Over hoe ik mijn tijd efficiënter kan indelen. In de hoop een beter evenwicht te vinden tussen mijn job en mijn gezin. Ik ben wel iemand die de koe bij de hoorns vat. Vandaar mijn naam natuurlijk.” (lacht)

25. Welke episode uit uw leven zou een goed filmscenario opleveren?

“Misschien mag er eens een film gemaakt worden over twee vrouwen die samen een kind krijgen. Welke vragen ik soms krijg! Er was laatst iemand die zei: ‘Ah, jullie hebben dat dus gedaan met een draagvader’. Een draagvader? (lacht) Sommige mensen weten echt niets op dat vlak. Misschien moet het boek van Saskia gewoon verfilmd worden. Dan zou ik graag op auditie komen.” (lacht)

26. Wat is de titel van uw biografie?

Ilse de Koe bij de hoorns! Zelf verzonnen, hè!” (lacht)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234