Donderdag 28/10/2021

Actrice Camilia Blereau

'Mijn grootste vijand, dat ben ikzelf'

'Hoe lang duurt zoiets?', wil ze nog voor het gesprek weten. 'Ik ben na een halfuur echt wel uitgezeverd, hoor.' Camilia Blereau (56) is nogal ongeduldig en beschouwingen over haar werk of leven vindt ze redelijk onzinnig. 'Ik behoor trouwens niet tot de acteurs die voor zichzelf spelen, diep reflecteren en daarover dan mededeelzaam zijn. Ik speel voor het publiek. Basta.'

door Marijke Libert / Foto Tim Dirven

De toon lijkt gezet. Een recalcitrante dame, die Blereau, maar ook schuw, relativerend en doodeerlijk over zichzelf. Dat siert een mens. Op televisie is ze al jaren bekend als BB, Betekenisvolle Bijrol, met wat uitschieters qua hoofdrollen tussendoor, zoals oermoeder Rita in Kinderen van Dewindt (Eén) en oermoeder De Keyser in De smaak van De Keyser (idem). Maar vraag de gemiddelde kijker wie Camilia Blereau is en je krijgt het antwoord: Camilia wie?

Ik heb niet echt veel materiaal over u gevonden, u geeft zelden interviews. Verstopt u zich een beetje?

"Ach kom, veruiterlijk ik me niet dan? Ik speel toch? Een acteur presenteert zijn ding op scène en op de set en dat is het. Spelen is je grootste publiciteit. Als het goed is, tenminste. Aan interviews verdien je trouwens geen rotte bal. Of de journalisten moeten zo vriendelijk zijn om te zeggen 'wij bieden u de lunch aan', zoals u deed. Daarom ben ik dus gekomen."

Oei, heb ik dat echt gezegd?

"Je moet nu niet terugkrabbelen hé. (lacht) Nee ernstig, mezelf uitvergroten interesseert me matig. Ik heb collega's die zeggen: sorry, ik moet nu weg, ik moet aan mijn pr gaan werken. Ik heb dat altijd eigenaardig gevonden, dat je verslaafd kunt zijn aan de aandacht van de media. Het is geen principekwestie hoor, noem het een ingesteldheid."

Zijn mensen die op podia staan sowieso geen aandachtskunstenaars?

"Maar natuurlijk, en dat podium volstaat voor mij. Acteren heeft lang niet de absolute magie die men het graag toedicht. Het is werken, voorbereiden. Tekst lezen en leren. Maar ook dat is voor mij niet van die aard dat daarnaast de wereld mag vergaan. Als men belt dat mijn moeder ziek is, leg ik mijn tekst graag opzij en trek ik spoorslags naar Mechelen. Zo dwingend hoeft het toch allemaal niet te zijn."

U hebt toch al toegevingen moeten doen wegens de job.

"Ja, in de zin van dat ik al eens met een hoop rotzakken heb moeten werken."

Rotzakken?

"Dan leer je vooral je mond te houden. Regisseurs zijn niet altijd even aangenaam en kundig. Af en toe denk ik: waar is die persoon toch mee bezig? Of hij ongelijk heeft of ik weet ik niet altijd, dus hou ik me alvast in. Dat lijkt me het beste."

Een passieve ingesteldheid voor een ogenschijnlijk eigenwijze dame als u.

"Ach, wat heb ik ook te zeggen. Van in het begin dat ik werkte, heb ik mijn rollen niet echt gekozen. Ik zat in een vast gezelschap, bij de KNS, en dan kiest men jou. Ik begon als student in 1972 en werd drie jaar later aangeworven. Het was toen een stuk anders dan nu, en ook weer niet. Het verschil is dat ik vandaag ja of nee kan zeggen als regisseurs langskomen met een aanbod. In een gezelschap ligt dat iets moeilijker.

"Ik denk altijd heel goed na over wat ik doe, ik wil het stuk of scenario eerst grondig lezen en probeer mijn rol zo objectief mogelijk te benaderen. Als ik meteen een ingang vind, betekent het dat de rol weinig om het lijf heeft. Duurt het iets langer, dan heb ik prijs. Ik ben altijd lang bezig met een rol. Ik heb het lastig met teksten, omdat ik blijkbaar niet goed vanbuiten kan leren."

Onhandig voor een acteur.

"Een tekst aframmelen als een papegaai kan iedereen en dat wil ik niet. Ik moet die woorden van mij maken. Mijn geest is nogal dwingend en die commandeer je niet zomaar. Toen ik jonger was ging dat wel, maar ik wist dan meestal niet wat ik daar vooraan stond te zeggen. Ik ben me gaandeweg bewuster geworden en dat heeft onder meer als gevolg dat ik trager leer."

U speelt niet voor uzelf, zegt u.

"Helemaal niet. Ik ben slechts een uitvoerder en dus compleet uit de mode. Nu moeten het allemaal theatermakers zijn, acteurs worden daartoe zelfs opgeleid. Ik vind dat niet altijd interessant. Stel je voor dat ze alle orkesten gaan afschaffen die Beethoven en zo brengen. Dergelijke composities worden via hun uitvoerders jaarlijks weer honderden keren heruitgevonden, herontdekt. Ach, weet je, ik heb mijn beurt gehad, denk ik."

Voelt u nog grote intensiteit, of doet u het om den brode?

"(fel) Natuurlijk interesseert het me nog enorm. Ik maak mijn rol ook op zo'n manier dat het interessant blijft. En wat dat 'om den brode' betreft: laat maar vallen. Echt je boterham ermee verdienen lukt niet meer voor iedereen. Ik heb dan nog geluk gehad, ik werk op geregelde tijdstippen, maar dat betekent niet dat ik zeker ben. Ik kom nu met mijn kop op tv, maar die series zijn één tot twee jaar geleden opgenomen. Intussen draait de wereld wel door.

"Ach, laten we de mensen hiermee niet lastigvallen. Als je in de etalage van een patisserie naar een pateeke met veel crème fouettée staat te staren, hoef je ook niet te weten dat die patissier daarvoor om twee uur 's nachts opstond, dat het water hem tot de lippen staat, dat hij danig hoge rekeningen en belastingen moet betalen. Nee, wat je ziet is het pateeke. Vind je het niet goed, dan ga je naar een andere bakker. Bij ons is het ongeveer hetzelfde."

Uw rol in De smaak van De Keyser, van oermoeder Germaine, gaat over iemand die nogal passief in het leven staat maar het opneemt voor 'sukkelkleinkind' Martine.

"Inderdaad, Germaine is een passieve vrouw, haar dochter heeft de jeneverpassie van haar vader, niet van haar moeder. Germaine bezit ook niet 'de smaak', Martine evenmin. Ik heb die oermoeder geportretteerd zoals vrouwen in die tijd waren. Germaine heeft geen opleiding maar verzorgt graag, voor de rest is ze de 'madam' die moeilijk van de schort loskomt. Ze zit gevangen in een rol en in haar godsdienst. Dat vond ik interessant. En hoe interessanter het geheel, hoe interessanter het wordt voor jezelf. Je mag je personage daarom ook niet te groot spelen, anders valt het verhaal in duigen."

Geen drang om zo'n interessante rol meer portee te geven?

"Iemand zei me ooit: 'Je moet laten zien dat je op de scène staat'. Ik antwoordde: 'Waarom? Ik sta hier toch?'. Ik begrijp niet wat dat betekent hoor, een rol naar u trekken. Dat doe je toch altijd? Als uitvoerder toon ik graag een grote generositeit tegenover het geheel. Ik werk in functie van het eindresultaat, niet in functie van het ik."

Kan het daarmee te maken hebben dat men u minder kent, omdat u zichzelf soms wegcijfert?

"Bekijk Rita in Kinderen van Dewindt. Die cijfert zich niet weg, maar toch wil zij niet groot en overdonderend zijn. Ook zij zat ooit gevangen in de rol van 'vrouw van'. Eens weduwe, weg van het geconditioneerde, ontbolstert en evolueert ze, komt ze uit haar kot. Interessante figuur, trouwens."

Wie van die twee vrouwen ligt het dichtst bij uzelf, Germaine of Rita?

"Rita was vermoeiender omdat ik meer draaidagen had in Kinderen van Dewindt. Met de moeder van De Keyser had ik het een stuk rustiger, de anderen moesten meer werken."

Een meester in het ontwijken bent u. Ik probeer opnieuw: hebt u zelf evoluties en keuzes moeten maken?

"(wijst naar haar bord sla) Weet je waar ik nu vooral mee kamp? Ik heb zo'n honger en ik moet praten van u. (begint te eten) Wees gerust, het komt wel. (denkt na) Mijn evolutie dus. Toen de oude KNS teloorging en ook alle mensen van de Blauwe Maandag Compagnie werden ontslagen, dacht ik: awel, Camil, wat ga je nu doen, dit wordt spannend. Ik spreek over tien jaar geleden. Die situatie heeft me vooral aangescherpt en nieuwsgierig gemaakt naar nieuwe dingen. Ik vond het boeiend, al ontdekte ik vooral dat ik bleef wie ik was: een uitvoerder. Dus was het zaak dat nog te verfijnen en tegelijk je plaats te blijven verwerven op die kleine markt met veel concurrenten."

We zien u ofwel opduiken in de rol van haveloze, laveloze, sukkelachtige vrouwen, al dan niet op de rand van de dementie, ofwel als dames in mantelpak, procureur in de serie Aspe, mater familias bij Kinderen van Dewindt. Is er een voorkeur?

"Die voorkeur wisselt. Ik heb nu een heleboel mantelpakdames gedaan, daarom vond ik het goed om weer eens in de voorschoot te kruipen, als Germaine. Maar ooit zou ik heel graag iemand uit de Antwerpse wijk Luchtbal spelen. Op Luchtbal leven mensen die zich minstens even goed kunnen uitdrukken als de gemiddelde Vlaamse intellectueel en die problemen hebben die best eens naar buiten mogen komen. Stel dat men daar een verhaal rond weeft, dan ben ik kandidaat. Mits een goede tekst, natuurlijk, anders heb je snel sentimentele shit.

"Hoe dan ook, in al mijn rollen zit Camilia Blereau, ik kan ook maar alleen met mijn lijf spelen. Dat betekent niet dat ik zit te zoeken hoe ik mezelf moet profileren en heruitvinden. Dat is het toppunt van armoe. Ik geef wel toe dat ik me soms eens tegenkom in een rol."

Wat komt u dan tegen?

"In eerste instantie kom ik in het werkproces iemand tegen die niet goed kan blokken. Het schijnt ook dat ik af en toe inzicht mis, dat ik soms pas de dag voor de première of de voorlaatste speeldag ontdek wat mijn rol allemaal te bieden heeft. Met andere woorden: ik kom mijn mankementen tegen. Niet de grote zielenroerselen, theater is geen speltherapie of psychoanalyse. In het theater hoor je vooral generositeit tegenover je publiek te hebben. (luider) Ik speel voor de mensen hé, niet voor mezelf! Ik had u dat al aan de telefoon gezegd. Awel, voilà!"

Ik denk dan meteen: wat dekt ze zich vakkundig af.

"Welnee, iedereen geeft iets van zichzelf bloot in zijn werk. Ik bots ook al eens tegen mezelf aan, wees gerust. Ik ben mijn eigen grootste vijand, want ik heb zoals elke mens beperkingen. En dat is nogal een gevecht hoor, als ik ze opmerk."

Wat gebeurt er dan?

"Mijn humeur maakt dan bokkensprongen. Als je een goede cast hebt, merken je collega's dat en laten ze je doen. Dat is leuk. Zo kom ik ook het beste tot mijn recht. Ik hou van die gemeenschappelijkheid, van toffe collega's. Maar het kan ook tegenvallen. Een paar jaar geleden heb ik een productie gedaan, met een lieve collega die niets anders deed dan zeggen (trekt zuur gezicht): 'Ik vind dit niet goed, nee, echt niet hoor, en ik vind jou ook niet goed hoor, en je manier van acteren vind ik ook niet goed, zou je niet eens zo doen, o nee, dat is ook niet goed, ach nee, zo werk ik niet graag'. Nu, als je dat een paar weken doormaakt, bén je ook niet goed. Ik ging kapot, de regisseur ging kapot, iedereen was van de kaart. Zulke figuren kunnen je ver drijven. Toch heb ik die productie gedaan. Waar ik ook niet tegen kan, zijn collega's die me per se willen leren kennen. De dwingende gedachte! Ik ken mezelf niet eens."

Waarom wou u acteren?

"Dat ik het niet weet. Het ontstond bij de taal. Ik herinner me dat ik 'Saïda en Adinda' las en gedichten van Claus, en dat dat me fascineerde. Het feit dat ik die woorden voelde. Veel woorden voelde ik op een aparte manier. Toen ik heel klein was, stierf onze buurman en ineens hoorden we zijn vrouw luid roepen 'Louis, Louis, Louis, nooit nie meer, nooit nie meer'. Ik dacht: ach zo, dát is het gevoel, nu zal ik Louis nooit meer zien, daar zijn woorden voor gevonden. Nooit nie meer. Mijn conclusie was: het leven bestaat uit gevoelens, wij hebben daar taal bij gevonden, die kunnen we daarop plakken, maar we gebruiken die woorden soms ijdel. Ik dacht als dertienjarige al: wat goed dat we zo'n code hebben en die kunnen doorgeven, het was mijn opstapje naar het theater. Ik ben er natuurlijk nooit echt intensief mee bezig geweest, met daarover na te denken bedoel ik, anders was ik onnozel geworden. Dus speelde ik maar."

U werd meteen gesteund in uw professionele keuze?

"Niet door de familie. Pas op, ze hielden mij niet tegen, maar ze keken met verwondering en verbazing naar me toen ik begon op te treden. Ik ben toen naar het conservatorium van Mechelen getrokken, heb een jaar in Engeland rondgelopen en kwam daarna in Antwerpen terecht."

Waarom Engeland?

"Om veel Engels theater te zien, in het land van Shakespeare. Mijn Frans was heel slecht, dus Frans theater was geen alternatief. Eenmaal terug in België was er die lange weg te gaan."

Ik vind u een heel goede actrice, soms bevreemdend en verdoken, maar u verdient meer betekenisvolle rollen, uw register wordt niet altijd benut.

"(wuift weg) Er zijn wel meer figuren zoals ik die kennelijk niet aan de bak komen. We zijn met te veel op een kleine markt waar ons ons kent, zeker? Ach, hier zijn we weer bij het oude verhaal."

Vindt u uzelf dan niet getypecast?

"Jawel, en dat gaat met golven. In Aspe zat ik gebeiteld in de deux-pièces. Nadien komen rollen naar je toe die in dezelfde lijn liggen. Tot iemand zegt: tiens, dit kan ze misschien ook. Regisseurs hebben soms weinig verbeelding. Het gaat toch niet over een mens in een pak hijsen, een pruik opzetten en loslaten, het gaat over een motoriek die je aanboort. Daarnaar moet je op zoek gaan, daartoe moet je ook kansen krijgen."

Als u uw loopbaan bekijkt, waar bent u dan heel tevreden over?

"Het mee opstarten van de Blauwe Maandag Compagnie vond ik een enorm groot avontuur. En nu Kinderen van Dewindt, dat is een grote trein waar toffe, goede mensen opzitten, die hun verantwoordelijkheid opnemen en luisteren naar elkaar. Heel bevrijdend."

Bent u een mensenmens, sociaal?

"(kortaf) Nogal ja, of wat dacht u?"

U bent wel heel ad rem in reacties. Schrikt uw soort humor mensen niet af?

"Ik heb gelukkig mensen in mijn omgeving die me vaak lik op stuk geven. Ik ben overigens niet altijd zo direct. Soms denk ik: hier kan ik niets op zeggen, als ik het doe maak ik de situatie alleen maar erger. Voor iedereen en voor mezelf. Spaargedrag."

U hebt uzelf niet gespaard in de 'Binnenspiegel' van Zeno vorig jaar. Erg onverbloemde antwoorden gaf u. Op de vraag 'Op wie lijkt u het meest, vader of moeder' reageerde u met: 'Ik hoop op mijn pleegouders'. Wat bedoelde u?

"Veel wil ik daar niet over kwijt. Maar het klopt, ik ben opgevoed door pleegouders. Mijn tante en haar man zijn mijn moeder en vader. Heel toffe mensen, vandaar dat ik hoop op hen te lijken en niet op... Ach, er zijn mensen op wie je niet kunt en niet wilt lijken. Je hebt dingen in jezelf die je er eigenlijk niet in wilt. (twijfelt) Voor de rest is het misschien beter dat ik er het zwijgen toedoe. Ik wil niemand schade berokkenen. Anderzijds ga ik me ook niet verantwoorden voor mensen met wie ik eigenlijk niets te maken had in de praktijk, mensen die me ooit hebben doorgegeven. Ik kan daar wel mee in het reine komen voor mezelf, en dat is dat. Ik ben niet bezig met newagedingen, met zoektochten om mezelf te vinden of me in allerlei definities te wringen. Ik geloof ook niet in God, maar wat me wel aanspreekt zijn rituelen omdat ze me helpen dingen te verwerken."

Wat betekent dat voor u, een ritueel?

"De begrafenis, bijvoorbeeld. Mochten er geen rituelen voor bestaan, je zou ze ter plekke uitvinden, omdat een mens daar nood aan heeft. Rituelen zijn geen theater, geen grootsheid, het is soms simpele dagelijkse kost, gebaren tussen geboorte en dood. Ik kan daar rust in vinden, ook al maken de dwingelanden in mijn omgeving het me soms lastig. Die zeggen dan: 'Ach, praat daar niet over'. Over de dood, bijvoorbeeld. Belachelijk. Niets kan onder dwang, ook zwijgen kun je niet opleggen.

"Ik ben nogal met gezond verstand opgevoed, onder meer door mijn grootmoeder, een zeer belezen vrouw die in Engeland verbleef tijdens de Eerste Wereldoorlog. Zij zei dat het niet belangrijk was hoeveel je meemaakte in het leven, wel wat je daarmee deed en hoe je daarop reageerde. Dat is waar. Ik heb het niet voor mensen die nogal coquettish zijn, vol behaagzucht. Heel vermoeiend. Geef mij maar mensen met hun voeten op de grond en met een grote dosis creativiteit. Dat is iets anders dan fantasie. Creatief ben je met je omgeving, dat deel je. Fantasie zit in je eigen hoofd.

"Ik ben meer met creativiteit bezig dan met fantasie, dat is tastbaarder. Ik merk dat ik door te delen veel cadeaus krijg van anderen. En begrip, wat vertrouwen geeft, bijvoorbeeld als je iets moeilijks moet spelen, iets wat dicht op je huid zit. Soms stap ik in een rol zonder dat ik besef dat ik ergens een probleem mee heb of dat ik het nog niet verwerkt heb of nog geen plaats heb gegeven. Als je dan collega's in de buurt hebt die je vertrouwt, is dat zalig."

Uw grootste mislukking ooit, zei u in diezelfde 'Binnenspiegel', was dat u geen kinderen kunt krijgen. En u doet momenteel niet anders dan moeilijke moederrollen spelen.

"Ja natuurlijk! Dat is des levens. Dat is geen kwetsuur op het moment dat ik die rol speel. Dat proces is al lang bezig, ik heb twintig jaar de tijd gehad om dat te verwerken en daarmee te leren leven. Ik leef ermee zoals mensen met kinderen leven die ook niet altijd ideaal zijn, want misschien zijn ze gehandicapt of ziek of zijn het kleine rotzakken. Je moet daar rust in vinden. Die rust bestaat erin die negatieve punten, die hele shit, erbij te nemen. Want weggaan doet het gemis nooit. Het is niet zo dat je op een ochtend wakker wordt en zegt: joepie, ik heb geen kinderen, het interesseert me ook niet meer. Zo werkt dat niet. Het blijft nu en dan als een natte vod in je gezicht slaan."

Toch wel een gevoelige pit, onder die bolster.

"Pff, wat is gevoelig? Niet sentimenteel, hoop ik, wel in voor gevoel, los van meligheid. Ik heb mijn intense momenten. Dat kunnen momenten zijn van diep inademen. Heerlijk. Het kan ook een plots inzicht zijn, in iets wat je leest. Of het kan een intens gebeuren zijn. Zoals laatst op kerstavond, dankzij het overlijden van mijn papa. Jawel, dankzij. Het gevoel dat die avond heerste tussen de mensen die overbleven en bijeen zaten was zo groot, dat je alleen maar dankjewel kon zeggen. Mijn vader overleed op 4 december na drie jaar strijd tegen kanker. Hij heeft ons met zijn heengaan een goede les in intensiteit gegeven. Dat gaf zo'n samenhorigheidsgevoel en rust. Daar ben ik dan, tja... heel gevoelig voor, beslist."

Ik werk in functie van het eindresultaat, niet in functie van het ik. Ik ben slechts een uitvoerder en dus compleet uit de mode

Ik heb nu een heleboel mantelpakdames gedaan, daarom vond ik het goed om weer eens in de voorschoot te kruipen, als Germaine De Keyser

'Regisseurs hebben soms weinig verbeelding. Het gaat toch niet over een mens in een pak hijsen, een pruik opzetten en loslaten, het gaat over een motoriek die je aanboort.'

Als Germaine Sergooris, oermoeder in 'De smaak van De Keyser'.

Als Rita in 'Kinderen van Dewindt'.

Als slagersvrouw in 'Pauline en Paulette'.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234