Dinsdag 26/05/2020

'Activisme verkondigde zijn boodschap

Sophie de Schaepdrijver ontvangt Arkprijs van het Vrije Woord

terwijl de anderen moesten zwijgen'

Historica Sophie de Schaepdrijver ontving maandagavond in Antwerpen de Arkprijs van het Vrije Woord. Die onderscheiding werd haar uitgereikt voor haar baanbrekend boek over de Eerste Wereldoorlog, De Groote Oorlog. De voorzitter van het Arkcomité, Mon Detrez, die de genodigden in Galerij De Zwarte Panter verwelkomde, noemde het "een moedig boek dat tegen de haren instrijkt van degenen die nationale mythologie verkiezen boven een afgewogen oordeel".

Na de laudatio's die werden uitgesproken door Lukas De Vos en Wim Van Rooy, kreeg Sophie de Schaepdrijver het woord. Bij wijze van dankwoord hield de historica een uiteenzetting 'Over collaboratie, idealisme en de drijfveren van het menselijk handelen, met bijzondere verwijzing naar de Vautierstraat'.

De Vautierstraat is de Brusselse straat in de Europawijk waarin het Wiertzmuseum is gelegen, "ooit was zij de mooiste straat ter wereld". Daar nam René De Clercq, die in de zomer van 1917 uit Nederland naar bezet België terugkeerde, zijn intrek, nadat het militaire gezag hem de positie had aangeboden van museumconservator. "Wie zou er niet direct zijn ballingschap verlaten (...) om compleet met maandsalaris, luxebetrekking, en de status van bard van het nieuwe Vlaanderen, deze bekoorlijke woonst de zijne te kunnen noemen (...) Maar in godsnaam! Ga niet achteraf beweren dat het allemaal voor een hoger doel was, vrede, Vlaanderen, vrijheid en weet ik wat nog meer. De Clercqs verbittering toen hij alles weer kwijt was, is begrijpelijk. Maar het geeft geen pas om aan het getij van het eigen fortuin - de splendeurs et misères van eigen courtisanerschap - het cachet van Vlaams-humanitair martelaar te hangen. Mensen als De Clercq dachten op een winnend paard te wedden, en waren daarvoor bereid enige principes weg te redeneren, maar de race viel anders uit, en veel meer valt daarover ook niet te zeggen."

De kern van het betoog van De Schaepdrijver was dat de motivatie van de meeste activisten een mengeling was van opportunisme en idealisme. De laureate, die in New York woont, voerde haar studie uit vanuit de universiteiten van Groningen en Leiden in Nederland. Over het feit dat ze aan onze universiteiten niet terechtkon: "Of dit aan actieve tegenwerking ligt? 't Is een vleiende gedachte, maar ik verkies te geloven dat het wat prozaïscher in elkaar zit. Mijn geklop aan de poorten van het Vlaamse hogeschoolwezen geschiedde in het midden van de jaren tachtig - en dat waren, wat onze universiteiten betreft, de jaren van ultieme deemstering van barokke politieke cultuur, van laat-Hamburgse zeden. Met andere woorden, men moest in die tijd nog een patroon hebben, een beschermheer of -vrouw. Daar nu ontbrak het mij op het strategische moment aan. De redenen daarvoor zijn even talrijk als banaal. Volsta het te zeggen dat een mens op een gegeven moment buiten de boot valt, op een ander schip gaat varen, en dat is het en veel meer valt daarover ook niet te zeggen."

Daarom, maar ook omdat De Groote Oorlog "mede een synthese van het werk van mijn vakgenoten" is, besloot Sophie de Schaepdrijver in verband met de toekenning van de prijs: "Te veel eer, dames en heren, te veel eer!" Tot slot over het Vrije Woord : "Waarom deze lange uitweiding over het activisme? Niet uit een gemakkelijke retrospectieve verontwaardiging over 'goed' en 'fout' (...). Wel omdat het activisme zijn boodschap verkondigde in een publieke ruimte die er geen was, omdat het galmde terwijl de anderen moesten zwijgen, omdat het een miskenning was van een grote waarheid: namelijk dat de geloofwaardigheid van een beweging - en al helemaal een beweging voor de waardigheid van een taal - bestaat bij de gratie van eerbied voor het Vrije Woord. Bij de gratie van eerbied voor het principe dat lof niet bestaat als kritiek wordt verboden."

Sophie de Schaepdrijver volgt Pjeroo Roobjee, Wannes Van de Velde en Tom Lanoye op als laureaat. De Arkprijs van het Vrije Woord, die voor de 49ste keer werd uitgereikt, werd in 1950 in het leven geroepen door Herman Teirlinck. Hij deed dat uit protest tegen het feit dat de provincie Antwerpen Marnix Gijsen een prijs weigerde wegens "onzedelijke taal in een van zijn boeken". De Ark, waarin de naam van elke laureaat wordt gegrift, is van de hand van Jozef Cantré. Ze wordt bewaard in het Archief en Museum van het Vlaamse Cultuurleven in Antwerpen.

(EB)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234