Woensdag 21/10/2020

Acteur wordt missionaris

Jan Steen (40) stopte drie jaar geleden met acteren. Hij ondernam een tocht naar Santiago de Compostella met twee jeugddelinquenten, maakte in Lubumbashi toneel met straatkinderen en plant een theaterproject met War Child, een organisatie voor oorlogskinderen. 'Als kind wou ik ofwel acteur ofwel missionaris worden. Misschien ben ik meer het tweede.'

door Liv Laveyne

Gent l De magere, boomlange Jan Steen is bij het grote publiek nog altijd bekend als de slungelige jongeman in Daens. Daarnaast was hij te zien in een resem tv-series en films als Antonia. Maar Steen stond ook op de planken bij heel wat Vlaamse theaterhuizen zoals het vroegere De Korre, NTG en Zuidpool. Tot hij plots uit the picture verdween.

Tijd om hem even opnieuw in de schijnwerpers te zetten, vond Marijke Pinoy, centrale gast op Theater aan Zee, en ze nodigde hem uit als een van haar artistieke verwanten. Ze maakten jarenlang samen deel uit van de vaste kern van het Antwerpse Theater Zuidpool en waren collega-lesgevers op het Gents Conservatorium. Maar hun verwantschap gaat verder dan louter professioneel. "Jan is ne schone mens", aldus Pinoy. "Hij heeft me ontzettend veel geleerd, ook op menselijk vlak. Waar andere acteurs vaak jaren alleen maar over praten, realiseert hij nu in de praktijk." Zoveel complimenten, daar zou een mens zich ongemakkelijk bij voelen. Niet Jan Steen, die de ingetogenheid en bedeesdheid zelve is.

Je hebt sinds je afstuderen in 1988 bij diverse gezelschappen gespeeld, tot je drie jaar geleden besliste: ik stop met acteren. Zat de liefde voor het vak niet diep genoeg?

Steen: "Ik heb geen degout van het theater, laat dat duidelijk zijn. Maar de noodzaak om te spelen was verdwenen. Dan moet je ook niet meer acteren, vind ik. Mijn moeder zei het me onlangs ook: 'Kijk naar Nand Buyl! Die man is over de tachtig en wil acteren tot hij erbij neervalt.' Tja, misschien ben ik dan toch geen échte acteur. Als kind wou ik ofwel acteur ofwel missionaris worden. Misschien dat ik nu even meer het tweede ben."

En dus ben je op bezinningstocht naar Compostella gegaan.

"Ik ben eerst alleen naar Compostella gereisd. Vertrokken vanuit Frankrijk ben ik twee maanden te voet onderweg geweest. Het was nodig om 'de grote kuis' in mijn hoofd te doen. Over de kleine kwetsuren in het leven, relaties en afwijzing, mijn band met mijn ouders. Het ritme van zelf stappen is zo traag en natuurlijk. Vijfentwintig kilometer per dag stappen brengt je in een meditatieve staat, je wordt op jezelf teruggeworpen, want je kunt niet blijven zagen tegen de bomen die je passeert.

"Later zag ik een tv-reportage over Oikoten, een Leuvense organisatie die 'probleemjongeren' uit de bijzondere jeugdzorg, vooral delinquenten, een tocht naar Compostella laat ondernemen als alternatieve straf. Geen lachertje: slechts 60 à 70 procent maakt de tocht af."

Je begeleidde twee jongeren tijdens een vier maanden lange voettocht. Hoe zwaar is dat?

"Ik had zeker niet de gemakkelijkste gevallen onder mijn hoede. Maar ik heb hen zien veranderen: ze worden weer zacht, ze kijken je terug in de ogen, die stoere machobolster slijt eraf. Een van die twee jongens heeft me drie van die vier maanden constant voor loser en sukkel uitgemaakt en ik heb die rol deemoedig aanvaard. Daarna was het over en we houden nu nog altijd contact met elkaar. Ik heb ook van hem geleerd: na iedere scheldpartij was een minuut later die woede weer verdwenen. Dat moet wel: je moet je irritaties achterlaten, rancune weegt te zwaar in je bagage."

In Lubumbashi heb je vorige zomer een theaterversie van De kleine prins met straatkinderen gemaakt.

"Ik heb een soort verdriet dat voortdurend in mij leeft. De beelden van oorlog, pijn, armoede die het journaal toont, ik kan ze vaak niet aanzien. Net daarom heb ik mezelf tot doel gesteld: Jan, voor je veertigste ga je op jouw manier proberen daar iets aan te doen. Mijn broer die priester en filosofieprofessor is in Leuven heeft me in contact gebracht met een pater die in Lubumbashi werkt voor Les Oeuvres Maman Marguerite (OMM). Ik ben daar gelouterd in mijn verdriet: het is misschien een cliché maar die kinderen dansen, spelen, zijn blij ondanks alles wat hen overkomen is. Vele van hen zijn wees, sommige zijn op de vlucht voor het oorlogsgeweld hun ouders kwijtgeraakt, andere zijn kinderen van gescheiden ouders waarvan geen van beide het kind nog wil onderhouden en opvallend veel kinderen belanden op straat door 'hekserij'."

Hoezo hekserij?

"Tovenaars van het dorp zeggen vaak tegen moeders dat hun kind, niet zelden die kinderen die fysiek of psychisch gehandicapt zijn, behekst is. Als ze niet nog meer onheil willen berokken aan de gemeenschap moeten ze hun kind verstoten. Kinderen van drie à vier jaar belanden zo op straat. Ze slagen erin om te overleven door naar de grote stad te trekken en er lotgenootjes op te zoeken.

"In Lubumbashi gaan enkel de rijken naar het theater, maar ik ben erin geslaagd De kleine prins in de schouwburg te spelen en alle 'collega-straatkinderen' uit te nodigen. Normaal gezien mogen ze niet eens de trap van de schouwburg op of ze worden met stenen bekogeld. Ik hoop dat met die voorstelling de rijken in het vervolg toch twee keer zullen nadenken voor ze een steen oprapen om naar de straatkinderen te gooien."

Intussen begin je na de zomer met je tweede jaar als lesgever aan het Gents Conservatorium. Is ook dat een missie?

"Lesgeven schenkt me enorm veel voldoening: ik toon jonge mensen de paden die ze anders misschien niet zouden betreden en leer er zelf veel uit. Nu Sam Bogaerts sinds afgelopen schooljaar de leiding heeft overgenomen op het Conservatorium waait er een frisse wind. Dat was nodig. Vroeger heerste er een te grote toevalsfactor in de trant van 'wanneer kun jij of jij lesgeven?' Waarna agenda's samen werden gelegd en lesgevers bij elkaar kwamen die met hun vaak tegenstrijdige visies de leerlingen desoriënteerden.

"Nu heerst er een andere mentaliteit. Dat is al merkbaar bij de toelatingsproeven, waarbij het persoonlijke gesprek doorslaggevender is dan de praktische proef. Kandidaten worden veeleer beoordeeld op hun potentie en 'theaterdrift' dan op hun concrete kunnen. Nieuw is ook de cursus creatief schrijven in het lesprogramma. Acteur en theatermaker, de twee kun je niet meer los van elkaar zien. De studenten worden grotendeels persoonlijk begeleid door Sam Bogaerts, Mieja Hollevoet (jeugdtheatermaakster bij onder meer BRONKS) en ikzelf. We onderrichten hen in de richting die ze zelf uit willen. Sam noemt ons de perfecte drie-eenheid: als hij voor Stanislavski staat, dan ben ik Grotovski en is Mieja Peter Brook. (lacht)"

Met acteren ben je voorlopig gestopt. Kriebelt het nog niet?

"Ik wil al lang Bobby Fisher is alive and lives in Pasadena van Lars Norén regisseren. Ik heb al acteurs rond mij verzameld, waaronder Sien Eggers, maar we vinden geen speelplek. Het beleid mag dan wel aansturen op een centralisatie van de huizen, in de praktijk blijkt het geen vanzelfsprekendheid om een groot huis bereid te vinden ons een tijdelijk onderkomen te bieden. Maar ik wacht geduldig af en zaag niet. Er is al genoeg onvrede in de wereld."

Jan Steen wordt geïnterviewd door Michiel Hendryckx. Muzikale intermezzi: Jasper Steverlinck en travestiet Carmen. Op 31 augustus in galerie Beau-Site op TAZ in Oostende. www.theateraanzee.be

Ik hoop dat de voorstelling die ik in Lubumbashi heb gemaakt de rijken in het vervolg twee keer doet nadenken voor ze een steen oprapen om naar straatkinderen te gooien

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234