Maandag 05/12/2022

Acteur Koen De Bouw

'Voor mij is er maar ��n manier om de verschillende kanten van een emotie tot leven brengen: door zo weinig mogelijk te doen en me zo leeg mogelijk te maken. Emotie verbeelden zonder emotioneel te zijn, daar draait het om''Ik weet wel dat het niet meer kan, maar ik zou Buster Keaton graag Vinck zien spelen in De zaak Alzheimer''Het liefst zou ik mezelf helemaal laten verdwijnen, dat is het ultieme theoretische eindpunt waarnaar ik in de praktijk streef. Die totale afwezigheid van de acteur'

'Ik heb het nodig om me af en toe heel ongemakkelijk te voelen'

'Of 2004 voor mij een succesvol jaar was? Ja, zeker. Maar alle jaren van mijn leven waren succesvol, want ik heb ze overleefd en ik besta nog altijd.' Bij nader inzien lijkt Koen De Bouws relativiteitstheorie alvast op één punt niet zo heel veel te verschillen van die van Einstein: 'Imagination is more important than knowledge'. Margot Vanderstraeten / Foto Stephan Vanfleteren

ls hij als mannelijk lid van het detectiveduo Sedes en Belli geen boeven achternazit, probeert hij met Compagnie De Koe wel een toneelstuk uit de grond te stampen. Als hij zich met het scherpe verstand van commissaris Vinck geen weg zoekt in het verwaterde brein van huurmoordenaar Angelo Ledda (De zaak Alzheimer, 2002, Erik Van Looy), dan vertoeft hij wel twee maanden in de Ardennen om een door verdriet verteerde vader tot leven te wekken (De indringer, maart 2005, Frank Van Mechelen). Acteur Koen De Bouw lijkt alomtegenwoordig, of u nu naar het scherm, het grote doek of de planken kijkt. In die stand van zaken zal niet zo snel verandering komen. Of juist wel. Want om elke teleurstelling al op voorhand uit de weg te gaan, willen de makers van De zaak Alzheimer er liever niet aan denken. Maar het kan niet anders of ze weten het, en dromen er nu en dan van: van hun kans om in de race naar de Oscars eerst een nominatie en vervolgens een beeldje (beste buitenlandse film) in de wacht te slepen. Als die ultieme bekroning werkelijkheid wordt, zal uiteraard niet alleen Erik Van Looys ster nog feller schitteren, maar onder andere ook die van intrigant Jan Decleir (Ledda) en van het rechercheteam Vinck en Verstuyft. Als het er nu al op lijkt dat er voor Koen De Bouw geen leven meer is naast het acteren, hoe moet dat dan straks?

"Perceptie. Perceptie. Ik ben lang niet altijd en alleen met acteren bezig. Mensen denken dat wel. Maar als ik op het afgelopen jaar terugkijk, heb ik zes van de twaalf maanden mogen werken, en heb ik me aan drie projecten verbonden. Zo heb ik me geëngageerd voor de productie O Death, een bewerking van Aeschylus' Oresteia door Jan Decorte, maar die voorstelling is uiteindelijk, vanwege Jans gezondheidsproblemen, afgelast. Daarnaast heeft De indringer twee maanden van me gevergd. En in het goede gezelschap van Compagnie De Koe heb ik meegespeeld in de Wet van engel, een toneelstuk over de genadeloze concurrentiestrijd.

"Aan die opvoering hebben we (onder meer met Clara Van den Broek, Stefaan Van Brabandt, Bruno Vanden Broecke, Bas Teeken...) lang gesleuteld. We hebben er meerdere versies van gemaakt, en keer op keer vonden we het resultaat niet goed genoeg, gooiden we ons materiaal weer weg en begonnen we van voor af aan. Tot enkele weken voor we met de voorstelling op de planken moesten, wisten we niet hoe we het stuk zouden brengen, wat het decor zou zijn, welke teksten we zouden debiteren. Pas toen de deadline heel dichtbij kwam, begon de adrenaline te werken en het licht te schijnen. Daar houd ik dus wel van: van die noodgedwongen creativiteit en die vrijheid van waaruit een acteur vertrekt.

"Ik heb voorstellingen meegemaakt waarin alles al van meet af aan vastlag. De regisseur wist op voorhand perfect wat hij wilde, hoe hij het wilde, waar, waarom, met wie enzovoort. Op mij hebben zoveel bepalingen een verstikkende invloed; ik kan het niet verdragen als iemand, en in dit geval een regisseur, mij zijn inzichten oplegt. Ik wil tot mijn eigen inzichten komen.

"Dat geldt trouwens niet alleen op de scène, maar ook in het gewone leven. Als je inzicht kunt verwerven in jezelf, als je vanuit jezelf naar de wereld leert te kijken, interpreteer je die wereld heel anders dan als je hem van buitenaf zou proberen te begrijpen. Ik hecht nogal veel belang aan de innerlijke kracht van een individu, ja. Maar ik besef tegelijkertijd dat een mens, dat ik, deel uitmaak van iets wat volstrekt nietig is. Daarom ook dat ik het afgelopen jaar niet per definitie succesvoller vind dan alle andere jaren. Het succes van mijn bestaan hangt niet af van professionele hoogtepunten. Ik vind het een hele prestatie dat ik nog besta, jawel. Het acteur-zijn is maar één, zij het dan een wezenlijk, instrument van het symfonische orkest dat Koen De Bouw uitmaakt. Je kunt het niet zomaar weghalen, maar het moet wel de juiste, veelzijdige voeding krijgen.

"Nu doe ik zowel theater als film, maar ik zou liegen als ik zeg dat ik ze allebei even graag doe. Ik werk liever aan een film, omdat die dagen erg geconcentreerd verlopen, en samen pakweg twee maanden in beslag nemen. Het theater en de film zijn ook twee totaal verschillende media. Het grootste verschil zit hem voor mij in de ogen. In het theater heb je een warm kijkend publiek. Ik ken geen koelere lens dan die van de draaiende camera. En ik ken geen publiek dat meer afleidt dan dat van technici die met draden slepen, van specialisten die met lichten en geluidsopnameapparatuur boven je hangen, rond je rennen, enzovoort. Vanaf het moment dat ik besef dat de ploeg op de set aanwezig is, weet ik dat ik verkeerd bezig ben. Goed spelen betekent dat ik me in een roes bevind. Zoals een atleet die de 100 meter horden loopt zich niet bewust is van het stadion, zo zweef ik, gevuld door het verhaal, over alles en iedereen heen.

"Het zal je dan ook niet verbazen dat ik altijd bewust freelance acteur ben gebleven: de daarbij horende vrijheid van keuze is me zeer genegen. Vanzelfsprekend is dat freelance bestaan niet, want ik ben herhaaldelijk werkloos en ik weet nooit hoe lang die periode zal duren. Ik heb nog nooit voor de financiële kant van een project gekozen. Dat kan ik niet, en dat wil ik niet. Het is een keuze die ik, mede omdat mijn vrouw gelukkig ook niet stilzit, kan maken. Ik heb het, net als mijn vrouw overigens, nodig om me af en toe heel ongemakkelijk en onwennig te voelen. Onwennigheid houdt een mens scherp en kan tot creativiteit leiden. Dat de mensen de indruk hebben dat ik vandaag overal aanwezig ben, heeft uiteraard ook te maken met De zaak Alzheimer. We beleven de nasleep van dat succes, en dat de film nu in verkapte versie op televisie komt, maakt dat ik ook in de huiskamer weer present ben."

"Ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik die andere maanden van het jaar, als ik niet speel, allemaal uitvoer. Ik besteed tijd aan mijn vrouw en mijn twee zonen. En ik sta wat langer en bewuster achter het fornuis. Koken is voor mij een zeer ontspannende bezigheid. Ik vind het prettig om te bedenken wat we gaan eten, en voor wie ik zal koken. Als je ziet hoe ik dit partje citroen in mijn thee uitpers, dan weet je ook dat ik in de keuken nogal een voorstander ben van het Jamie Oliver-principe: wees vooral niet bevreesd om alle ingrediënten zonder schroom met je vingers te betasten!

"De kerstmiskalkoen (biologisch) heb ik met gretige handen gevuld. Ik vind dat niet vies. Een vogel is een vogel, een beest is een beest, en dat moet je kunnen zien. Ik zal ook zelden vlees kopen dat voorgesneden is en dat daar in een met folie bedekt schaaltje vrijwel bloedeloos anoniem ligt te zijn. Al moet ik zeggen dat ik anonimiteit als een groot goed ben gaan zien, nu dat privilege me minder en minder te beurt valt! Want ik beken: ik vind het niet zo aangenaam om door mensen die ik niet ken aangesproken te worden over mijn rollen of mijn werk.

"Die voorliefde voor de betere en bewustere keuken zal ik van mijn vader hebben. Hij was erg gepassioneerd door banket en patisserie. Op feestdagen kon hij gemakkelijk de hele tijd in de keuken doorbrengen. Hij heeft me geleerd dat een menu weleens iets anders kan voorschotelen dan ossentong in maderasaus. Maar dat besef je natuurlijk pas later: als student heb ik de grootst mogelijke rotzooi gegeten. Vlokken die na wat toevoeging van water of melk aardappelpuree bleken te worden, ik zal er kilo's van verorberd hebben. Om dan nog te zwijgen van de doses aardappelen uit blik. Dat was wat anders dan het culinaire geduld van mijn vader.

"Van hem herinner ik me bijvoorbeeld nog goed dat hij urenlang in de weer kon zijn met deeg, en ook met marsepein. Hij werkte bij een petroleummaatschappij. Ik zie nog voor me hoe hij - en dat brengt me aan het lachen - op een dag een volledige olieraffinaderij in marsepein had gemaakt. Met alles erop en eraan. Als een heuse ingenieur boetseerde hij marsepeinen pijpleidingen, legde hij pompen aan en ontwierp hij een een waarheidsgetrouwe zoete, eetbare installatie. Of ik zijn creatie heb mogen opsmullen? Hmm. Ik lust geen marsepein."

"Ik zoek ook zoveel mogelijk de natuur op. Ik geniet van groen. Het kan weleens gebeuren dat ik de wandelschoenen aantrek en echt actief op pad ga. Maar meestal biedt de natuur me toch het simpele en eindeloze genoegen om stil te kunnen staan. Daar neem ik dan echt de tijd voor, om al die landschappen waar ik gewoonlijk met de auto - zij het meer en meer stapvoets - aan voorbijrijdt eens rustig tot me te laten komen. Ik heb nog net geen opvouwbare stoel in mijn koffer liggen. Maar het is echt iets voor mij. Om op een stoel in het bos te gaan zitten, en te kijken, te luisteren en te ruiken. In het midden van de storm met de neus in de wind te gaan staan, heerlijk.

"Natuur, groen, weidsheid, bossen en velden betekenen voor mij een grote zaligheid. Dat heeft veel met mijn jeugd te maken. Ik ben grootgebracht in een groen gebied van Turnhout dat intussen volgebouwd is. Met weemoed kan ik aan die jaren terugdenken. En aan het grote plezier dat ik als kind kon hebben als we, mijn kameraden en ik, zomaar, plots, onder een stuk boomschors of een dikke steen die gigantische wereld ontdekten die zich daar afspeelde. Een heel rijk van schimmels en insecten, mossen en andere wonderen. Natuurlijk besef ik dat ik de weiden van Turnhout veel groter verbeeld dan ze in werkelijkheid waren. En ik weet ook dat het er in de boerderij die er dichtbij lag veel minder idyllisch toeging dan dat in mijn hoofd het geval was. Maar ik kon kilometers ver kijken zonder een huis te zien, en ik was getuige van de seizoenen.

"In een stad gaat het verloop van die seizoen haast aan je voorbij. Ik heb tijdens mijn studententijd in Antwerpen gewoond. Ik verhuisde van het ene kot naar het andere, omdat ik er altijd wel een vond dat meer waar voor minder geld bood. Enkele jaren na mijn studie aan Herman Teirlinck ben ik getrouwd en toen er kinderen kwamen, zijn we weer naar 'de buiten' getrokken. Niet naar het weidse landschap van mijn jeugd, neen, maar naar de randstad. Vlak bij ons huis ligt een kleine speeltuin die voor de kinderen erg groot is. In een mensenleven zijn tijd en ruimte relatieve begrippen."

"Het is opvallend dat ik, als ik op reis ben, altijd op zoek ga naar het soort terreinen van voor mijn achttien jaar. Ik doe dat niet bewust, maar ik moet het wel vaststellen. Dat heeft niets pijnlijks. Het is ook niet treurig. Het is voor mij een manier om bepaalde momenten en belevenissen uit mijn jeugd weer op te rakelen. Want, en dat is wellicht verbazend voor een acteur, ik sla weinig of niets uit het verleden op. Mijn geheugen is een zeef. Zo weet ik vandaag bijvoorbeeld nog altijd niet wat de kortste weg van Antwerpen naar Mortsel is, ook al heb ik die afstand al duizend keer afgelegd. Ik onthoud die dingen niet, ze nestelen zich niet in mijn hoofd maar lijken er veeleer op af te ketsen.

"Als ik rondneus in de plaatsen van mijn jeugd is het omdat ik die geheugenbank open wil gooien. Net zoals liedjes dat kunnen, kunnen plekken en geuren je weer in een vervlogen tijdperk projecteren. En ik weet het wel, het is heel typisch en het is cliché, maar de geur van vers gemaaid gras na regen en tijdens die eerste zonneschijn, dat is voor mij 'vroeger'. Net zoals Zwitserse weiden vol geurige kruiden en planten.

"Kinderen zijn sowieso vatbaarder voor dat soort indrukken: hun zintuigen bevinden zich letterlijk veel dichter bij de aarde, de grassprieten kriebelen in hun gezicht. En ken je die zoete, weeë, melkachtige geur van de kleutertuin? Die mengeling van warmte en middageten, de geur van nonnen en paters vermengd met de reuk van warm geworden plastic? In mijn kindertijd was al het speelgoed van plastic, en wellicht werd het, in dat lokaal waar het eigenlijk altijd broeierig heet was, tegen de radiator opgestapeld waardoor het een specifiek luchtje afgaf. Ik kom die geur niet veel meer tegen, misschien één keer om de zoveel jaar.

"In Turnhout heb ik bij de jezuïeten gezeten. Maar niet lang, alleen de lagere school. Daarna werd ik gedegradeerd, ha, en ging ik naar een andere school. Ik kon de jezuïeten niet aan. Ik herinner me nog heel goed, ik moet een jaar of tien geweest zijn, dat ik voortdurend buik- en maagpijn had. Mijn ouders hebben toen het ene medische onderzoek na het andere laten uitvoeren, maar de artsen konden niets vinden. Het woord 'stress' behoorde dertig jaar geleden nog niet tot het medische jargon, maar ik weet zeker dat mijn symptomen van toen vandaag onder die noemer gecatalogiseerd zouden worden.

"Maar ik heb een hele mooie kindertijd gekend. En ja, het is goed mogelijk dat ik tijdens mijn uitstappen in de natuur niet zozeer op zoek ga naar die plek van weleer, maar naar het verhaal. Precies zoals in mijn vak. Ook voor een acteur is het verhaal het allerbelangrijkst."

"Ik kan me maar op één goede manier voorbereiden op een rol en dat is door me er niet op voor te bereiden. Dat is niet zo eenvoudig als het lijkt. Het komt erop neer dat ik me helemaal leeg probeer te maken, zodat het verhaal vervolgens mijn hele wezen, tot en met de kleinste porie, kan vullen. Want ik heb dan wel gekozen voor een vak waarin vrijheid een primaire rol speelt, ik heb ook een sterk verantwoordelijkheidsgevoel. Je mag de verantwoordelijkheid om avond na avond voor een bomvolle zaal te spelen niet onderschatten. Net zomin als je de verantwoordelijkheid om gedurende twee maanden als hoofdrolspeler een film te moeten dragen niet mag onderschatten.

"Zoals een atleet zich klaarmaakt voor zijn deelname aan een belangrijke wedstrijd, zo begin ik dus allang op voorhand al mijn snaren te spannen. Ik heb dan erg gedisciplineerd. Twee maanden voor de eerste draaidag begin ik aan mijn conditie te werken. Ik trek gemiddeld drie keer per week naar de fitnessclub, niet om spiermassa aan te kweken, maar wel om mijn uithoudingsvermogen op te drijven. En geleidelijk aan ontpop ik mij tot geheelonthouder. Twee maanden voorafgaand aan de opnamen bouw ik het verbruik van alcoholische drank af, en tijdens de opnamen raak ik geen druppel meer aan. In mijn voeding schakel ik zelfs over op een macrobiotisch dieet. Het resultaat van die leefwijze laat zich zowel lichamelijk als geestelijk vrij snel gevoelen. Mijn geest verheldert, mijn lichaam verkeert in topvorm. Mijn geheugen verbetert en ik krijg inzichten die ik anders niet of in elk geval veel moeizamer zou krijgen.

"Uiteraard lees ik ook de teksten en verdiep ik mij in het werk van de auteur of scenarist. Maar het is niet door woorden en zinnen in te studeren dat mijn personage vorm krijgt. Bij mij gaat die vormgeving er heel anders toe. Het is alsof ik het personage bezit laat nemen van de lege huls die ikzelf geworden ben. Soms gebeurt die inbezitneming 's nachts. Dan bouwt zo'n figuur zich op in mijn dromen. Er bestaat geen geijkt tijdsverloop of scenario voor, de ene keer heeft het meer tijd nodig om zich in mij te voltrekken dan de andere. En telkens opnieuw ben ik bang dat hij het eens zal laten afweten. Dat het me niet zal lukken. Dat hij niet komt opdagen. Want precies omdat er geen regels bestaan, is het erop of eronder. In mij moet iets gebeuren. En dat 'iets' moet vanzelf komen...

"Op een bepaalde ochtend, tot nu toe toch, is het dan zover. Dan trek ik slaperig naar de badkamer, sta ik voor de spiegel mijn ogen uit te wrijven of daar verschijnt hij, in een enkele flits. Mijn personage. Als dat moment aangebroken is; als ik ook maar één seconde oog in oog met die figuur heb gestaan, weet ik dat het een kwestie is van voeden. Dan geef ik de man meer ruimte en tijd en probeer ik mijn eigen ego zo ver mogelijk naar achteren te schuiven. Het liefst zou ik mezelf helemaal laten verdwijnen, dat is het ultieme theoretische eindpunt waarnaar ik in de praktijk streef. Die totale afwezigheid van de acteur. Herman Teirlinck had het daar ook over: hij zag de acteur als een spook, als een medium tussen het goddelijke en de wereld.

"Buster Keaton belichaamt volgens mij die theorie. Ik weet wel dat het niet meer kan, maar zo rond deze tijd van het jaar zal niemand me met gefronste wenkbrauwen aankijken als ik deze onvervulbare wens uitspreek: ik zou Buster Keaton (1895-1966) graag Vinck zien spelen in De zaak Alzheimer. Keaton is zo weinig en zoveel tegelijkertijd. Geniaal vind ik het hoe deze komiek zelfs in de absurdste situaties volkomen onbewogen blijft. Zelfs als er een huis op hem neervalt, staat hij daar tragikomisch en zo betekenisvol gewoon onbewogen te zijn.

"Eigenlijk streef ik daar dus ook naar en ik wil daarin nog verder gaan. Het maakt me nu al blij dat de speldrang in mij afgenomen is. Ik hoop dat die drang, die toch ook een dwang is, op een bepaald moment helemaal afwezig zal zijn. Als ik die toestand bereikt zal hebben, zal ik een grote, innerlijke rust verworven hebben."

"Ik speel in functie van een verhaal. Als dat sterk genoeg is, en dan bedoel ik als het scenario deugt, de tekst goed geschreven is, en de locaties goed zitten, dan hoef ik als acteur niets meer in te vullen. Jammer genoeg is dat niet altijd het geval. Als je je engageert voor een productie waarvan niet alle scenario's op voorhand beschikbaar zijn, dan bestaat de kans dat de vertelling onvoldoende kracht bezit om de aflevering te dragen. Op zulke momenten heb ik als acteur geen andere keuze dan dat gebrek in te vullen door méér te spelen. Dat is absoluut frustrerend, want ik streef er precies naar om in mijn spel zo weinig mogelijk te spelen. Maar het is een vaststelling die je in ons land wel moet maken: er is geen traditie in het schrijven van scenario's. Je kunt dus niemand iets verwijten. Het is trouwens vanuit het gebrek aan degelijke scenario's dat meer en meer mensen uit het theatervak zelf de pen in de hand nemen. Kijk naar Hilde Van Mieghem. Of naar Dimitri Leue. Langzamerhand zal in deze situatie wel verandering komen: het Audiovisueel Fonds heeft bijvoorbeeld middelen uitgetrokken om het scenarioschrijven vakkundig te begeleiden.

"Schrijven en spelen hebben overigens heel wat met elkaar gemeen. Beide zijn een kwestie van doseren. En doseren, of het nu gaat over blijheid, dronkenschap, verdriet, of noem maar op, is zeer moeilijk. Ik balanceer in mijn spel graag op dat scherpe randje van niets en heel veel. In De indringer speel ik bijvoorbeeld een vader die op een ochtend de slaapkamerdeur van zijn dochter openmaakt en ziet dat ze verdwenen is. Het meisje heeft een briefje achtergelaten, maar die krabbel kan hem geen enkele troost bieden. De vader gaat op zoek naar zijn dochter, maar hij blijft elk spoor van haar bijster. Ik heb zelf kinderen. Ik weet dat een kind het grootste geluk is dat een mens kan overkomen. En ik weet dat een kind evengoed de grootste angst is die een mens kan overkomen. Ik kan me dan ook goed voorstellen dat een geestelijke zich, om zich volledig aan de wereld of het geloof te kunnen geven, heel bewust aan niemand verbindt: omdat elke verbintenis, elke diepe relatie met een ander je kwetsbaar maakt.

"Een kind heeft een grote symbolische waarde. Het is leven, licht, puurheid, schoonheid, spiritualiteit, en ga zo maar verder. Ik ben al een paar keer in Indonesië geweest. Wel, de hindoes daar zorgen ervoor dat een baby gedurende zijn eerste levensjaar nooit de aarde raakt. Het wezentje komt van de goden en wordt zo een heel jaar lang geëerd. Het wordt er letterlijk en figuurlijk op handen gedragen. Ik vind dat heel mooi, en ook heel waar.

"Ik kon me dus wel iets inbeelden bij wat er zich in zo'n man afspeelt als hij op een dag vaststelt dat zijn grootste geluk er niet meer is. Maar dat inlevingsvermogen garandeert nog niet dat je zo'n personage ook op een geloofwaardige manier kunt verbeelden. Vergeet ook niet dat de scènes in een film nooit chronologisch gefilmd worden. Het kan dus gebeuren dat je op de eerste draaidag een scène moet spelen die zich ergens achteraan in de film afspeelt. In het geval van de vader moest ik dus aan het begin van de opnames een vaderfiguur neerzetten die het hele verhaal al meegemaakt had, terwijl ik dat hele verhaal nog niet mee beleefd had. Het maken van die stappen vergt concentratie, intuïtie en mensenkennis. Het komt erop neer dat je het psychologische proces van de man kunt inschatten, van begin tot eind."

"Ik weet niet welke emotie het moeilijkst is om te spelen. Ik denk dat elke emotie moeilijk is. De vader van De indringer heeft verdriet. Maar verdriet is een veelkoppig gevoel. Iemand die verdriet heeft, wil dat vaak verbergen. De vader kropt zijn pijn op. Hij gaat gebukt onder het gewicht ervan, maar wordt uitgerekend daardoor gewelddadig. Voor mij is er maar één manier om de verschillende kanten van een en dezelfde emotie tot leven brengen: door zo weinig mogelijk te doen en me zo leeg mogelijk te maken. Emotie verbeelden zonder emotioneel te zijn, daar draait het om.

"Verbeelding is trouwens niet enkel voor de acteur van wezenlijk belang. De toeschouwer moet er ook op worden aangesproken. Het is aan hem of haar om datgene wat hij/zij ziet in te vullen naar eigen goeddunken. Ik ben ervan overtuigd dat geen enkele toeschouwer een film of een toneelstuk op dezelfde manier ervaart. Iedereen redeneert vanuit een ander, eigen referentiekader. Als ik naar iets kijk, beleef ik dat volgens mijn eigen innerlijke wereld, die verschilt van die van jou, en omgekeerd. De suggestie is van wezenlijk belang. Als je de suggestie weghaalt, sla je de verbeelding kapot. En de verbeelding is alles."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234