Vrijdag 04/12/2020

Acteur en wielerfanaat ‘De Ronde toont onze ziel. Op een onbarmhartige wijze’

oed, het is nog winter, maar een naar het voorjaar hunkerend wielerhart heeft niet zoveel nodig om al wat sneller te gaan slaan. Onderweg naar Wim Opbroucks woonplaats Bavikhove bereiken ons vanuit Qatar reeds de eerste berichten over waaiervorming. Tevens vernemen wij dat ook ‘den Italjaander’ Riccardo Ricco op de hem eigen, voortvarende wijze aan de voorbereiding op het wielerseizoen is begonnen. En intussen kijken we ook reikhalzend uit naar zondag, wanneer ons een ongetwijfeld succulent aperitief wordt aangereikt in de vorm van De Ronde.

De Ronde is, voor zover u dat nog niet wist, een nieuwe tv-serie van regisseur Jan Eelen (zie ook In de gloria en Het eiland). Een belangrijk deel ervan werd, met behulp van liefst 46 camera’s, opgenomen tijdens de Ronde van Vlaanderen 2010. Op de deelnemerslijst vinden we, tussen de namen van een indrukwekkend aantal topacteurs, uiteraard ook die van Wim Opbrouck. Uiteraard, want Opbrouck is, behalve acteur, artistiek directeur, muzikant en occasioneel tv-kok, ook een geweldige wielerfanaat. Of hij ook affiniteit heeft met de Ronde van Vlaanderen? De vraag hoeft zelfs niet te worden gesteld om het antwoord te krijgen. “Voor mij is de Ronde van Vlaanderen als een hoogmis”, zegt Opbrouck. “Ik zal er alles aan doen om die wedstrijd te kunnen zien. Ik heb hem ook al in alle mogelijke omstandigheden gezien. De allermooiste was in 2002, toen Tafi won, voor Museeuw, en ik het grote privilege heb gehad om die koers te volgen in de wagen van de koersdirectie. Tijdens de laatste twintig kilometer, vlak voor de Muur, zaten we met die auto net achter de kopgroep, met in onze nek de achtervolgers. Knal in het hart van de koers. Mooier kun je het niet beleven. Eén langgerekt orgasme was dat, van bij het vertrek in Brugge tot aan de meet.

“Zelf gaan kijken, met mijn zoon, gewoon tussen het volk, dat is ook super. Die helikopters die naderen, dat Apocalypse Now-gevoel. Djoekdjoekdjoek. Dat vind ik een van de schoonste sensaties die er bestaan.

“En soms kijk ik ook gewoon thuis in mijn zetel naar de Ronde. Zie je die tv daar? Die heb ik een paar jaar geleden gekocht. De vorige, een oud krakkemikkig ding, is de dag voor de Ronde, rond vijf uur ’s middags, ontploft. Ik ben toen onmiddellijk in de auto gestapt en op zoek gegaan naar de dichtstbijzijnde tv-winkel. Uiteindelijk heb ik er een gevonden in Deerlijk. ‘Welk model van tv moet het zijn?’, vroegen ze me daar. ‘Nu’, heb ik geantwoord. ‘Ik moet nu een tv hebben.’ Het is die prachtige flatscreen geworden die je daar ziet.

“Het is helaas ook al eens gebeurd dat ik op de dag van de Ronde moest spelen. Een matineevoorstelling waar ik niet onderuit kon. We hebben toen tv’s gezet in de coulissen. Je lacht, maar dat gebeurt echt hoor. Collega’s van mij, de voetbalzotten dan, die doen dat ook als er belangrijke matchen op het WK of EK worden gespeeld. Ik vind dat iets geweldigs, sportgekte. Ik was in Holland toen de schaatser Sven Kramer de verkeerde baan koos. Die verbijstering op het gezicht van mijn Nederlandse collega’s, ik zal het nooit vergeten.

“De Ronde van Vlaanderen is zeker ook het verhaal van mijn vader en mij. Mijn vader was een groot koersliefhebber en een zeer degelijke wielertoerist. Hij is lid geweest van de Eurotrappers, de Schildpadden en de Tokyoboys. Immense ritten reden die gasten. Echt duizenden kilometers. Met de Tokyoboys is hij in 1972 van Harelbeke naar de Olympische Spelen in München gereden. Mijn moeder, mijn zus en ik zaten in de volgwagen.

“Een echte klassieker was Tielt - Mont-Saint-Aubert (bij Doornik) en dan terug naar Tielt. Ik volgde die koers als kind in een bakkersauto, vol zakken met verscheurde bierkaartjes. Die mocht ik, als Klein Duimpje, uitstrooien over de weg, zodat de coureurs niet verloren zouden rijden. Daar is de kiem gelegd van mijn liefde voor de koers. Die geuren van appelsien en eucalyptus, ik ruik ze nog altijd. En dan dat geluid van een peloton vol flitsende wielen... een heel aparte klank: swiesj, swiesj, swiesj...”

Journalisten zijn er om feestjes te verbrodden. Kunt u nog naar de koers kijken zonder aan doping te denken?

“Oh, maar daar verpest je het feestje niet mee hoor. Die dopingaffaires, die maken voor mij net deel uit van het circus, van de opera die de koers is. Natuurlijk vind ik het jammer dat de sport zichzelf door al die schandalen in diskrediet brengt. Maar aan de andere kant: er bestaan documenten die bewijzen dat al in de oudheid de lopers het bloed van een haasje dronken met het idee dat ze daardoor sneller zouden kunnen lopen. Doping is met andere woorden al even oud als de sport zelf. Je gaat het er nooit uit krijgen. Uiteraard zou ik het liever anders zien. Zuivere sport is het mooiste. Maar die dopingverhalen hebben iets dat me ook fascineert. Het biechten, het verzwijgen... heel theatraal allemaal. Allee, zo’n Contador, die als een kleine jongen voor honderden micro’s zijn onschuld komt uitschreeuwen. Of Frank Vandenbroucke met zijn zieke hond. Dat is toch opera?

“Ik ben geen politieagent en al zeker geen priester. Ik ben een mens met veel zonden op zijn kerfstok. Als Boonen wordt betrapt op een uitspatting na de koers, dan snap ik dat. Ik ben heel goed bevriend met Johan Museeuw. Het is nooit in mijn hoofd opgekomen om afstand van hem te nemen toen bleek dat hij met een leugen had rondgelopen. Mijn vriendschap met Museeuw is begonnen toen ik voor Woestijnvis een reportage over zijn afscheid heb gemaakt. Vier dagen lang ben ik bij hem thuis ontvangen als een vorst. Dan ga ik achteraf niet zeggen dat ik met die man niks te maken wil hebben.

“Ik kan ook best begrijpen waarom die coureurs naar doping grijpen. De angst, de stress, de drang om te winnen, die is bij die gasten immens. Ik heb het de vader van een jonge coureur ooit horen zeggen: ‘Als ze iets zouden uitvinden dat gegarandeerd onopspoorbaar is, ik gaf het hem direct.’ Dat gaat trouwens allang niet meer over geld verdienen. Zeker op topniveau niet. Nog een extra miljoen, dat maakt hen niet zoveel uit. Wat telt zijn de supporters, de roes van de overwinning.

“Je mag ook niet vergeten dat het een fantastisch leven is, wielrenner zijn. Wij praten vaak in termen van dwangarbeiders van de weg, maar eigenlijk hebben die gasten een topleven. Ze doen wat ze graag doen - die mannen houden ervan om af te zien - en rond vijf uur zit hun werk erop. Vanaf dan is het ouwe-jongens-krentenbrood, jonge mannen onder elkaar.”

Hebt u ooit van een carrière als coureur gedroomd?

“Nee, dat is nooit een droom geweest. Er woont geen competitiedrang in mij. Een spelletje kaarten met mij, dat is niet leuk. Winnen interesseert me geen fluit.

“Waar ik wel van droomde was motard worden. Motard in de koers. Ik ben met de moto beginnen te rijden om motard in de koers te kunnen worden. Het meest sexy beeld ter wereld is: een fotograaf die zijn filmrolletjes vervangt, vanachter op een moto in de koers. Als het morgen slecht zou gaan in mijn branche, weet ik wel zeker wat ik ga doen: ik zal dan ten dienste staan van de koers. Als motard.”

Klopt het dat u mogelijk gaat meespelen in

een film over de Mont Ventoux?

“Er bestaan plannen voor die film, ja. Bert Wagendorp, columnist voor de Volkskrant en De Morgen, is een scenario aan het schrijven over vier mannen met een midlifecrisis die de Ventoux willen oprijden. Ik zou graag een van die mannen spelen. Ik hou van de columns van Bert Wagendorp en ik ben ook niet ongevoelig voor de grote mythe die de Ventoux is. En zoals elke man in zijn midlife zou ik die berg natuurlijk wel eens willen oprijden. Ik heb ook heel veel goesting om te gaan fietsen. Spijtig genoeg is het een sport waar je veel tijd voor nodig hebt.”

Over De Ronde nu. De serie is voor een belangrijk deel opgenomen tijdens de Ronde van Vlaanderen 2010. U moest dus werken, op De Dag.

“Ja, dat was het eerste wat ik dacht toen ik het scenario begon te lezen: godverdomme, ik heb het aan mijne rekker. Maar uiteindelijk viel dat goed mee. Ik moest een scène spelen op de Koppenberg. Mijn personage, rechercheur Tommy Lievens, komt naar die berg nadat hij een vrouw daar heeft zien staan tijdens een voorbeschouwing. Kort nadat hij de Koppenberg is opgestapt, komt de koers er al aan. Ik heb dus niet zoveel moeten missen.”

De Ronde van Vlaanderen als decor voor een serie, het is een machtig idee, maar wel geweldig complex om uit te voeren.

“Het idee sluit nauw aan bij iets wat ik zelf allang in mijn hoofd had. Waarom de koers niet eens filmen alsof het een opera is? Of als een oorlogsfilm? Ik ken wat dat betreft een groot voorbeeld: A Sunday in Hell, een schitterende documentaire in pellicule over Parijs-Roubaix 1976.

“Het grote verschil met de Ronde is natuurlijk dat het een fictieserie is, met alle organisatorische problemen van dien. Denk maar aan al die acteurs - en het zijn er nogal wat - die je moet samenbrengen op één dag. En dan zwijg ik nog over de scènes die later werden opgenomen. Al die acteurs moesten op die dagen opnieuw kunnen, en voor de continuïteit moest het dan ook nog eens ongeveer hetzelfde weer zijn.

“De dag van de Ronde zelf was misschien nog wel de simpelste. We werden ook gewoon meegesleept door de rush van die koers. En het was natuurlijk ook geen nadeel dat de koers eigendom is van Woestijnvis. Zo was het bijvoorbeeld mogelijk om iets op te nemen naast het podium waar Boonen en Cancellara stonden te blinken.”

Jan Eelen benadrukt in interviews dat De Ronde niet over de koers gaat.

“Jan heeft de Ronde van Vlaanderen gebruikt als kapstok. Een geniaal idee, want de Ronde is de best denkbare kapstok om iets over Vlaanderen te vertellen. Is er vandaag iets dat ons meer met elkaar verbindt dan de Ronde van Vlaanderen? Die koers zit in onze genen.

“De Ronde is voor mij een magnum opus over Vlaanderen geworden. In de mozaïek van verhalen die zich rond het parcours afspelen wordt onze ziel blootgelegd. Op een onbarmhartige manier. De Ronde toont wat er zich afspeelt in het hoerenkot op de Torhoutsesteenweg en wat die zakenmannen in de vip-bus drijft. Het gaat over het meisje dat de bloemen moet afgeven en over een gezin waarin een dochter verliefd wordt op een allochtoon.

“Ik heb intussen drie afleveringen gezien en moest nog het meest denken aan de films van Mike Leigh. Er is trouwens een grote gelijkenis tussen Leighs manier van regisseren en die van Jan. Leigh begint bijna zonder scenario te filmen. Zijn acteurs geeft hij bijna geen informatie. Zo was het bij ons ook. Ik moest een ondervraging spelen maar wist nauwelijks waar het over ging. Gek genoeg is dat een heel prettige manier van spelen.

“Jans manier van regisseren is als een guerrilla. Alle wetten van film- en tv-maken lapt hij vrolijk aan zijn laars. Soms is het pure chaos, maar die chaos geeft je wel heel veel vrijheid.

“Als Jan me voor iets vraagt, zeg ik ja. Altijd en onvoorwaardelijk. Dat heeft te maken met vertrouwen. Met voor elkaar door een vuur willen gaan. Als hij regisseert, durf ik echt vrij spelen. Risico’s nemen. Kwetsbaarheid tonen. Dat is het ook waar het in het toneelspelen om draait.”

U zegt niet alleen ja tegen Jan Eelen. Vanmorgen hoorde ik u nog op de radio met een reportage over grenspalen. U speelt ook mee in de films Frits en Freddy en Het varken van Madonna. U las onlangs de iPodwandeling Ensor in Oostende in. En u repeteert op dit ogenblik voor de monoloog Nero in het NTG, het huis waar u - we zouden het nog vergeten - artistiek leider bent.

“Gelieve me nu geen artistieke duizendpoot te noemen - ik gruw echt van die term. Ik ben gewoon een gulzige mens die veel dingen heel graag doet. Maar vergis je niet. Ik zeg ook veel nee. Ik duik bijvoorbeeld niet op in politieseries. Ik heb best nog veel vrije tijd hoor. Ik kan je mijn agenda tonen: er staan nog veel dagen open.”

U bent ongeveer een halfjaar artistiek leider. Bevalt de job?

“Het is gezond om eens aan de andere kant te staan. De kant van het beleid. Dus ja, het bevalt. Met ups en downs, lusten en lasten...”

U klonk enthousiaster toen het over toneelspelen ging. Staat u niet gewoon veel liever op de planken?

“Het is iets totaal anders, dat artistiek leiderschap, maar wel minstens zo boeiend en zeker even eervol. Het is een grote eer om te werken met zo’n geweldige groep acteurs, in een prachtige schouwburg pal op het Sint-Baafsplein.

“Vooraf is het angstzweet me regelmatig uitgebroken. Ik heb vaak gedacht dat ze me zouden ontmaskeren als charlatan. Dat ik me zou verbranden. Ik ben eraan begonnen met twijfel en ik heb die uitgesproken. Een directeur mag dat misschien niet doen, maar ik ben geen directeur volgens de boekskes.”

U hebt namens het NTGent onlangs stelling

genomen tegen de politieke impasse. Het was een opiniestuk vol vraagtekens.

“Een vraagteken kan een even sterke stellingname zijn als een uitroepteken. Het was een stuk van onze dramaturg Steven Heene, maar ik stond er volledig achter. Moet een stadstheater politieke uitspraken doen? Ik weet het niet. Groot vraagteken. Wat is het engagement van een theater? Is dat niet gewoon theater maken? Is schoonheid brengen niet genoeg? Ik weet het niet. Soms wel, denk ik.”

Drie jaar geleden vroeg deze krant u om uw mening over de toen al even moeizame regeringsvorming. ‘Schrijf maar op’, zei u toen. ‘Onkunde. Gepruts. Prutsers eerste klas. Amateurs. Onbetrouwbare sujetten. Clowns. Slechte clowns. Derderangs. Derde garnituur. Het gesprek niet waard.’ Dat klonk minder als een vraagteken dan als een uitroepteken.

“Ik weet het. Ik ben een vat vol tegenstrijdigheden. Maar is dat erg? Consequent denken is iets voor mensen zonder verbeelding. Oscar Wilde. Dat vind ik nog altijd een goeie.”

U bent toevallig niet gaan betogen tegen

de impasse?

“Wij moesten toen spelen, maar dat is geen excuus. Als ik vrij was zou ik waarschijnlijk ook niet gegaan zijn.

“Toen cultureel Nederland op straat kwam tegen de bezuinigingen, repeteerden we Kinderen van de zon, een stuk van Maksim Gorki over kunstenaars en wetenschappers die, terwijl de wereld in brand staat, gewoon doorgaan met het scheppen van schoonheid en onderzoek. De revolutie komt eraan en ze zien het niet. Terwijl we dat stuk aan het repeteren waren, keek ik even door het zolderraam van het best gesubsidieerde theaterhuis in Nederland. Ik zag daar al die mensen protesteren tegen wat ze de barbarij noemden. We zijn dan maar even naar beneden gegaan, om te participeren aan die actie.

“Maar ik geloof wel in wat Gorki daar vertelt. Misschien is het wel goed dat bepaalde kunstenaars zich niets van de wereld aantrekken en alleen maar bezig zijn met schoonheid. Misschien is dat voor hen wel de voorwaarde om die schoonheid te scheppen. Zoals de wetenschapper zich misschien wel moet isoleren om het medicijn te vinden dat ons van kanker kan genezen.

“Ik ben er niet volledig uit. Ik ben nog altijd een geëngageerd mens. Maar ik merk dat dat engagement zich meer en meer kanaliseert naar het kleinere. In mijn straat hier wordt te vlug gereden. Dus ga ik samen met de buren en de burgemeester proberen daar iets aan te doen. Het is een klein engagement, maar het levert wel iets op.

“Over de politieke crisis kunnen we hier lang lullen en hard roepen. Maar of mijn standpunt daarover het juiste is? Het probleem van België is allesbehalve een makkelijk probleem.

“Steeds meer ben ik te vinden voor de positie van Rostropovitsj, de man die cello ging spelen naast het puin van de Muur van Berlijn. Ik vind dat een prachtige vorm van verzet. Nee, de wereld ga je er niet mee redden, maar ik wil op een naïeve manier wel blijven geloven dat het zin heeft. Kunst verzacht in elk geval de zeden. Dat is weinig. Maar misschien is het wel genoeg?”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234