Maandag 18/10/2021

achtergrond n 'bankier van God' droeg mogelijk voor Vaticaan compromitterende documenten mee in de dagen voor zijn dood

Calvi in een brief aan Johannes Paulus II: 'Ik co�rdineerde (in opdracht van mensen binnen het Vaticaan) in geheel Centraal- en Zuid-Amerika talloze bankoperaties met als belangrijkste bedoeling het fnuiken van marxistische ideologie�n'

Wat zat er in de aktetas van Roberto Calvi?

Begin deze week, toevallig op de dag van de start van het conclaaf dat kardinaal Ratzinger tot nieuwe paus heeft verkozen, besloot het Italiaanse gerecht vier personen in beschuldiging te stellen voor de moord op Roberto Calvi, de 'bankier van God' en topman van de Banco Ambrosiano, ooit de grootste katholieke bank van Italië. Huidig paus Benedictus XVI speelde een cruciale rol in de operatie Schadebeperking die door het Vaticaan werd opgezet na de moord.

Brussel

Eigen berichtgeving

Georges Timmerman

Met de aanklachten schaarde het Italiaanse gerecht zich eindelijk achter de stelling van het Britse gerecht, dat eind 2003 al dezelfde vier verdachten in beschuldiging had gesteld voor de moord. Meteen komt de oplossing van de meer dan twintig jaar oude moordzaak weer een stapje dichterbij. Het lijk van Calvi werd in de ochtend van 18 juni 1982 ontdekt, bengelend aan een strop aan een steiger van de Blackfriars Bridge in Londen.

Weinig bekend is dat de huidige paus Benedictus XVI, als belangrijkste medewerker van zijn voorganger paus Johannes Paulus II, een cruciale rol speelde in de operatie Schadebeperking die door het Vaticaan was opgezet na de moord op Calvi. De huisbank van de Heilige Stoel, het Institute per le Opere di Religione (IOR), was immers de belangrijkste aandeelhouder van de Banco Ambrosiano, die na de moord op Calvi met kletterend gedruis failliet ging en een krater sloeg van 1,4 miljard dollar, destijds goed voor het grootste financiële schandaal uit de naoorlogse geschiedenis.

Het tableau dat vervolgens aan het licht kwam was bepaald onchristelijk. Calvi had met zijn Banco Ambrosiano een wereldwijd netwerk van offshore-firma's en brievenbusvennootschappen opgezet dat gebruikt werd door zowel de Cosa Nostra als door het Instituut voor Religieuze Werken én door de misdaadloge Propaganda Due (P2), het sinistere genootschap van de extreem-rechtse 'grootmeester' Lucio Gelli, die bomaanslagen en terreurdaden liet plegen om de Italiaanse staat te ontwrichten. De Banco Ambrosiano had zich geleend tot het witwassen van maffiageld uit de drugshandel, fiscale fraude, betalingen in het kader van illegale partijfinanciering, corruptie in Italië (een systeem dat pas in de jaren negentig door operatie Schone Handen werd blootgelegd) en de financiering van terroristen en illegale wapenhandel. Tussendoor versluisde de bank in het diepste geheim ook aanzienlijke bedragen van het Vaticaan naar de Poolse kerk en naar Solidarnosc, de vakbond van Lech Walesa in Polen, en versnelde ze op die manier de implosie van het communistische Oostblok.

De belangrijkste verantwoordelijke voor het debacle in Vaticaanstad was de Amerikaanse aartsbisschop Paul Marcinkus, bijgenaamd de Gorilla omdat hij ook optrad als lijfwacht van paus Paulus VI en verantwoordelijk was voor de veiligheidsdienst van de paus. Marcinkus was voorzitter van het IOR en directeur van de Banco Ambrosiano Overseas in de Bahama's. Hij had Calvi en diens twijfelachtige zakenpartners de kans gegeven om volop te profiteren van het fiscale gunstregime van het Vaticaan. Het voordeel van een rekening bij het IOR is dat men niet valt onder de strenge deviezencontrole van de Italiaanse staat - men kan zonder enige formaliteit geld naar alle delen van de wereld sturen. Wie via het IOR werkt, hoeft geen rekening te houden met bankwetten, controle door de nationale bank op beurstransacties en valutaspeculaties of belastingen op investeringen. Dat biedt vanzelfsprekend formidabele mogelijkheden voor lieden met minder eerzame bedoelingen.

Begin 1987 lanceerde de Italiaanse justitie een internationaal aanhoudingsbevel tegen Marcinkus. Voor zijn rol in het frauduleuze faillissement van de Banco Ambrosiano riskeerde hij vijftien tot twintig jaar cel. Maar wijlen paus Johannes Paulus II weigerde zijn medewerker uit te leveren en beriep zich hiervoor op het Concordaat, het Verdrag van Lateranen uit 1929 dat de relaties regelt tussen de soevereine stadsstaat en de Italiaanse staat. Marcinkus verschanste zich jarenlang in Vaticaanstad en bleef, ondanks een juridisch gevecht tot op het hoogste niveau, buiten het bereik van het Italiaanse gerecht. De hoogste Italiaanse rechtbanken oordeelden dat Italiaanse magistraten geen bevoegdheid hebben om een burger van Vaticaanstad te arresteren. Wel betaalde het Vaticaan, "als gebaar van goede wil" 250 miljoen dollar aan de schuldeisers van het faillissement van Ambrosiano, zonder dat hiermee schuld werd bekend.

Volgens de Britse krant The Observer was het kardinaal Ratzinger die de paus er in 1989 uiteindelijk van kon overtuigen om zijn controversiële protégé aan de kant te schuiven. Ratzinger, hoofd van de Congregatie voor de Geloofsleer, werd hierbij een handje geholpen door de omstandigheden. In Zwitserland begon een proces tegen P2-grootmeester Gelli en in Milaan startte het proces over het frauduleuze faillissement van Ambrosiano. Het risico bestond dat beide rechtszaken voor het Vaticaan bezwarende en pijnlijke onthullingen zouden opleveren. Voorts kwam er een hervorming aan de top van het IOR, een ingreep die het gehavende imago van de Vaticaanse bank moest oppoetsen en waarbij de macht van Marcinkus aanzienlijk werd ingeperkt. De Gorilla nam ontslag en mocht terugkeren naar zijn geboortestad Chicago, waar hij ongestoord van zijn pensioen kon genieten. "Ik heb niets gedaan waarover ik me moet schamen", was het enige wat Marcinkus kwijt wou over de Calvi-affaire. "Ik moet mij alleen voor God verantwoorden."

Minder voorspoedig verging het de onbekende Tsjecho-Slowaakse bisschop Pavel Hnlica, die een zo mogelijk nog delicatere rol had gespeeld in de Ambrosiano-affaire. Hnlica was lid van de Vaticaanse curie, biechtvader van Moeder Teresa van Calcutta, fanatiek anticommunist en een vertrouwensman van de paus. Hij moest in opdracht van Marcinkus en het Vaticaan het vuile werk opknappen. Hnlica werd ingeschakeld om een reeks compromitterende documenten te kopen die Calvi in de laatste dagen voor zijn dood in een zwarte aktetas permanent bij zich droeg. De bisschop kocht die documenten naar eigen zeggen voor 3,2 miljoen euro van Flavio Carboni, een van de vier personen die deze week door het Italiaanse gerecht in beschuldiging zijn gesteld van de moord op Calvi.

Hnlica betaalde Carboni met een aantal cheques, die gedekt werden door een rekening bij het IOR. In 1993 werd de monseigneur hiervoor wegens oplichting en heling van bewijsmateriaal door een rechtbank in Rome veroordeeld tot 3,5 jaar effectieve gevangenisstraf. Op zijn proces gaf de bisschop een heel andere versie van de feiten. Hij gaf toe dat hij geld van het Vaticaan had gebruikt voor de betalingen, maar verklaarde dat hij in het kader van een "speciale opdracht" had samengewerkt met Carboni, die hij "een goede katholiek" noemde.

De bedoeling van de transactie was volgens Hnlica journalisten te bewerken om op die manier de "lasterlijke" perscampagne over de rol van het Vaticaan in de Banco Ambrosiano-zaak af te stoppen. "Ik was bereid om mijn leven te geven voor de heilige vader en de kerk", verklaarde de bejaarde Hnlica tijdens zijn proces.

"Bij een huiszoeking in een drugsaffaire werden later bij maffiakopstuk Giulio Lena documenten gevonden die van Calvi waren", schreef de Duitse journalist Ugo Gümpel, die de affaire grondig heeft uitgespit. Het ging om briefwisseling en de cheques waarmee Hnlica had betaald voor de aktetas. Lena gaf toe dat hij ze had gekregen van Carboni. "Uit het onderzoek bleek dat er vanaf de moord op de bankier tot in 1988 zes jaar lang intense onderhandelingen werden gevoerd over de inhoud van Calvi's aktetas tussen mensen in het Vaticaan en internationale drugstrafikanten."

Vooraleer de deal kon doorgaan, had de bisschop onderhandeld met Flavio Carboni en Francesco De Carlo, bijgenaamd Franky de Wurger, zo bleek uit telefoontaps van de Italiaanse politie. Carboni, een Sardijnse bouwpromotor met maffiavrienden en P2-connecties, was de man die zich opwierp als de laatste steun en toeverlaat van de wanhopige, in de hoek gedreven Roberto Calvi. Carboni had grote invloed op de bankier. Hij organiseerde diens ontsnapping uit Italië. Calvi vluchtte met een vals paspoort (geleverd door Giulio Lena) via Joegoslavië en Oostenrijk naar Londen, in het gezelschap van Carboni. Hij regelde ook onderdak voor Calvi in het Londense flatgebouw Chelsea Cloisters, bezorgde hem een bodyguard en was een van de laatste mensen die hem levend hebben gezien.

Het Italiaanse gerecht beschouwd hem als de organisator van de moord, in opdracht van de maffia. Carboni zou kort voor of kort na de moord aan de haal gegaan zijn met de aktetas van de bankier, propvol gevuld met documenten en sleutels van bankkoffers. Carboni zorgde er ook voor dat de aktetas heel even en op een onverklaarbare en dramatische manier opdook in een Italiaanse tv-talkshow op 1 april 1986. De stunt bleek bedoeld om de appetijt van het Vaticaan wat aan te scherpen.

Francesco 'de Wurger' Di Carlo, de tweede gesprekspartner van bisschop Hnlica, is een maffioso die meer dan honderd moorden op zijn geweten heeft. Hij was de lokale antenne van de Cosa Nostra in Londen en organiseerde vanuit de Britse hoofdstad een internationale heroïnetrafiek. Aangenomen wordt dat er in Londen geen maffiamoord kon worden gepleegd tenzij in opdracht of met toestemming van Di Carlo. Hij bekende dat hem werd gevraagd om Calvi te 'straffen' omdat de bankier maffiageld had verkwanseld. Vermoedelijk werd Calvi met de blote hand gewurgd, ergens op een boot op de Thames, en later opgehangen om een zelfmoord te ensceneren. "Natuurlijk ben ik er zeker van dat Di Carlo niet alleen gehandeld heeft", legde een maffia-pentito uit. "Om een man te wurgen moet je minstens met drie personen zijn."

Officieel was Hnlica verantwoordelijke van een departement van het Vaticaan dat hulp biedt aan Oost-Europese vluchtelingen. Hij was ook voorzitter van de stichting Pro Fratribus (Voor de Broeders), later omgedoopt tot Pro Deo et Fratribus, een religieuze organisatie die bijstand bood aan priesters in het toenmalige communistische Oost-Europa. Kenners menen evenwel dat Hnlica in de eerste plaats een geheim agent was die werkte voor de inlichtingendienst van het Vaticaan. De Heilige Stoel beschikt namelijk over een kleine, maar uiterst discrete en efficiënte inlichtingendienst, die zich volgens sommige bronnen verschuilt achter de naam Sodalitium Pianum.

Het staat vast dat de Vaticaanse contraspionagedienst sinds de Tweede Wereldoorlog intensief samenwerkt met de Amerikaanse CIA en lange tijd werd geleid door de Vlaamse pater-dominicaan Felix Morlion. "De documenten uit Calvi's aktetas zijn de sleutel in het hele onderzoek", meent Gümpel. "Toen de bankier in Londen onderdook, heeft hij zijn aktetas geen ogenblik losgelaten. Toch was ze verdwenen toen zijn lijk gevonden werd. Pas een jaar of vier, vijf na de moord dook de tas op in Rome, toen bleek dat Hnlica veel geld betaald had voor een aantal documenten uit die tas."

De lege aktetas werd gevonden en bleek in het bezit te zijn van een Italiaans neofascistisch parlementslid. Met uitzondering van één brief die door Hnlica tijdens zijn verhoor door de Italiaanse politie tevoorschijn werd getoverd en de eerder gevonden briefwisseling kwam de rest van de inhoud nooit boven water. De brief was geschreven door Calvi op 5 juni 1982 (dertien dagen voor hij werd vermoord) en was bestemd voor paus Johannes Paulus II. "Ik was het die beschikte over grote geldbedragen bestemd voor talrijke Oost-Europese en westerse landen en politiek-religieuze organisaties, waarbij ik de instructies volgde van verantwoordelijken van het Vaticaan", zo schreef Calvi in zijn brief. "Ik coördineerde in geheel Centraal- en Zuid-Amerika talloze bancaire operaties met als belangrijkste bedoeling het stopzetten van de infiltratie en de expansie van marxistische en aanverwante ideologieën."

Calvi schreef ook dat velen hem hadden aangeboden hem te helpen, op voorwaarde dat hij verklaringen zou afleggen over zijn activiteiten voor de kerk. "Velen doen me aanlokkelijke voorstellen en willen dat ik praat over mijn activiteiten in opdracht van de kerk. Heel wat mensen zouden willen weten of ik wapens en andere zaken heb geleverd aan bepaalde Zuid-Amerikaanse regimes om hen te helpen in de strijd tegen onze gemeenschappelijke vijanden. Maar dat zal ik nooit onthullen."

Het dreigement was duidelijk: Calvi stond op het punt om de paus te chanteren. In dezelfde brief schreef hij dat het toch zeer erg zou zijn voor de Heilige Stoel als bekend zou raken wat het Vaticaan, samen met hem, voor Solidarnosc had gedaan. Hij eiste uitdrukkelijk hulp om zijn bank, die deels door het Vaticaan in moeilijkheden was geraakt, te redden. Andere bronnen hebben later bevestigd dat Calvi diverse kranten in Argentinië en in Uruguay had gefinancierd en ook geld gaf aan rechtse politieke partijen. Op die manier fungeerde de Banco Ambrosiano als clandestiene financier van een reeks generaals en dictators in Latijns-Amerika, zoals Anastasio Somoza in Nicaragua en later de Nicaraguaanse contra's. Want, zoals aartsbisschop Marcinkus placht te zeggen over de financiële steun van het Vaticaan aan politici en politieke groeperingen: "Met weesgegroetjes alleen hou je de kerk niet op gang."

Kardinaal Marcinkus over de Calvi-affaire: 'Ik moet mij alleen voor God verantwoorden'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234