Vrijdag 07/08/2020

Achter op de fiets bij Picasso

Zijn medegevangenen in Orléans noemden hem Van Gogh. Mooi compliment, maar het was de twintigste eeuw waarin Geert Jan Jansen gespecialiseerd was. Ongeveer alle grote namen heeft hij vervalst, allemaal bijna niet van het echte werk te onderscheiden. 'Er zijn bepaalde periodes in Picasso's oeuvre waarvan het jammer is dat er maar zo weinig van is, dus vind ik dat ik eigenlijk iets nuttigs gedaan heb', zegt hij in de Antwerpse flat waar hij sinds kort woont.

Antwerpen / Eigen berichtgeving

Rudy Pieters

Het was een domme spelfout die de meestervervalser de das omdeed. 'Environs' stond op het echtheidscertificaat van zijn Chagall: een s te veel. "Ik had een hele serie schilderijen gemaakt en wou een tournee door Duitsland gaan maken, van München tot in Hamburg. Ik had overal Chagall, Jorn, Appel, Picasso neergezet. Dat moest nog allemaal ingelijst worden, er moesten certificaten gemaakt worden, we zouden de volgende ochtend vertrekken, en omdat ik dat vertrek niet wou uitstellen maakte ik 's morgens om vier uur of vijf uur nog dat ene certificaat af. Het was al een paar keer mislukt, ik had nog één foto. Ja... Dat is het begin van een hoop gedoe geworden."

Het Duitse veilinghuis waar hij in 1994 zijn Chagall aanbood waarschuwde de politie. Via een labyrint van postbusadressen in Parijs en Orléans leidde het spoor naar de buurt van Poitiers, waar de Franse politie een boederij binnenviel en zestienhonderd tekeningen en schilderijen in beslag nam. De Nederlandse bewoner, Geert Jan Jansen, was al zes jaar gezocht door de justitie in zijn land. Vorig jaar veroordeelde de Franse rechter hem tot een jaar effectief en vijf jaar voorwaardelijk.

Omdat Jansen al zes maanden in voorhechtenis had gezeten en zich goed had gedragen, hoefde hij niet meer naar de cel, maar toch ging hij in beroep. Maandag komt zijn zaak voor. Jansen wil vooral vermijden dat de in beslag genomen schilderijen vernietigd worden, zoals de rechter had bevolen. "Ook mijn verzameling zat bij die in beslag genomen werken, alles bij elkaar toch een paar honderd werken. Ik heb ook echte werken gekocht, vooral om thuis eens een keer goed te kunnen kijken hoe ze gemaakt waren, maar ook dingen die ik gekocht heb gewoon omdat ik die mooi vond. Ik vind schilderijen vernietigen sowieso al iets wat niet moet. En als de rechter ze niet wil onderzoeken omdat dat volgens hem niet van belang is voor de bewijsvoering, dan moet je ze zeker niet in de kachel gaan stoppen.

"Wat de waarde van de werken betreft, heb ik er in mijn hoofd allang afscheid van genomen. Maar het is gewoon het principe, het kan niet. Er zitten Belgische kunstenaars tussen: een tekening van Permeke, een heel interessante schets van Panamarenko, een soort voorstudie van Raveel. Er zit ook een tekening van Picasso bij, en een heel klein dingetje van Miró. Nog het allerergste is dat er werken tussen zitten van Sal Meijer (1877-1965), een joodse schilder uit Amsterdam. Die heeft de oorlog en alles overleefd en die schilderijtjes die zullen dan in een oven in het Louvre - want zo gebeurt dat - opgestookt worden. Alleen omdat die schilderijtjes in mijn huis hingen!"

Het vernietigingsbevel was lang niet het enige vreemde aan de zaak-Jansen. "Zonder slachtoffer, victime, heb je in Frankrijk geen zaak, juridisch gesproken. Uiteindelijk, met heel veel moeite, hebben ze er vorig jaar twee gevonden. Eentje is er maar gekomen. En daar hebben ze zes jaar over gedaan. Ze dachten dat er honderden klachten zouden komen. Ik heb alleen maar tevreden klanten. (lacht)"

Zelfs de procureur was onder de indruk en eiste een veel minder zware straf dan Jansen uiteindelijk kreeg. "Die procureur was een heel aardige vrouw, want de eerste week dat ik in het huis van bewaring zat, had ze in een kranteninterview gezegd dat ze een ets had gezien van Henri Matisse die ik gemaakt had. Dat vond ze zo mooi, het benam haar de adem, en iemand die zoiets kan maken die hoefde wat haar betrof niet in het gevang te zitten."

Sinds enkele maanden woont Geert Jan Jansen in Antwerpen. Niet omdat hij in Nederland nog meer problemen vreest maar gewoon omdat woningen er schaars zijn.

Tijdens ons gesprek staat een grote ingelijste tekening in de fauteuil. Een prachtige Matisse, de geportreerde vrouw heeft meermaals voor de Franse meester geposeerd. 'Ceci n'est pas un Matisse' staat evenwel in de rechterbovenhoek. Vroeger zou Geert Jan Jansen er meteen Matisses handtekening op hebben gezet en het ook zonder moeite als een Matisse hebben verkocht. Nu niet meer. "Ik heb gedonder genoeg gehad", lacht hij. Hij beperkt zich tegenwoordig tot lookalikes, zoals hij ze zelf noemt. Met de opbrengst van hun verkoop, en met wat hij voor zijn lezingen vangt, moet hij de huur zien te betalen.

Zo is hij vijfentwintig jaar geleden ook begonnen. Jansens cv oogt niet als het typische vervalsersverhaal, het verhaal van de miskende kunstenaar die zijn critici eens flink te grazen wil nemen - zoals Han van Meegeren, de wereldberoemde Nederlandse Vermeer-vervalser. "Ik ben gewoon begonnen om de huur te betalen", zegt Jansen. Hij had een Amsterdamse kunsthandel, met mooie stukken, een zaak met faam, maar er ging veel te weinig over de toonbank. Dus ging hij zelf dingetjes maken. Eerst posters van Karel Appel die hij zelf signeerde en als litho's verkocht, vervolgens zelfgemaakte Appel-gouaches die hij via veilinghuizen aan de man bracht. Zijn tweede gouache, die - het lijkt onwaarschijnlijk - door Appel zelf als echt was erkend, stoomde in Londen meteen naar een veilingrecord voor Appel-gouaches.

"In het begin denk je: dat is een snelle manier om geld te verdienen. Maar na een tijdje, als je het echt goed wilt doen, dan heb je er een soort dagtaak aan, dan moet je alle boeken van zo'n kunstenaar kopen, alles ervan af weten, oude papiersoorten verzamelen, oude lijsten, oude spieramen, oude doeken, je begint gewoon te investeren en dan wordt het op een bepaald moment een soort vak dat je zo goed mogelijk wilt doen. Vijfentwintig jaar heb ik het uiteindelijk gedaan."

Massa's vervalsingen heeft in die kwarteeuw gemaakt. "Het was bijna een vaste gewoonte geworden," schrijft hij in zijn boek Magenta, "iedere dag een paar Appels voor het ontbijt. 'An apple a day keeps the doctor away.'" Het hele alfabet van de grote twintigste-eeuwse kunstenaars heeft hij er doorgejaagd: Matisse, Picasso, Chagall, Dalí, geen meester was hem te veel. In het begin bleef hij nog dicht bij het origineel, gaandeweg ging hij steeds meer variëren.

Jansen, die niet eens een kunstenaarsopleiding genoten had, maakte zich de techniek van al die meesters zo goed eigen dat hij bijna in hun huid kroop. "Ik dacht van mezelf: ik maak nu een echte Picasso, of een echte Matisse. Het is heel comfortabel hoor, om bij kunstenaars die al die ellende hebben gehad, armoede vaak, en zich dan een plek hebben veroverd in de wereld - om daarbij achter op de bagagedrager te springen. Dat je dan zelf onzichtbaar blijft, dat vond ik helemaal niet erg. Dat was heel plezierig zelfs."

Het resultaat was niet zelden verbluffend. Jansens werken kregen de zegen van experts en kwamen zelfs in catalogi en naslagwerken terecht. "Bij sommige dingen die ik vroeger gemaakt heb, weet ik zelf eigenlijk ook niet meer of het authentiek is. Ik weet dan wel dat ik met die kunstenaar bezig ben geweest, en dat ik dat soort onderwerpen ook gedaan heb, maar ik aarzel."

Wat is dan nog het verschil tussen een echte Picasso en eentje van Geert Jan Jansen? "Ik denk dat het bijna hetzelfde is. Er zit alleen een tijdsverschil in, omdat Picasso allang dood is. Hij was al heel oud toen ik begon. Verschillende periodes heb ik proberen te bekijken en te ontleden hoe hij dat maakte en wat hij toen maakte. Er zijn bepaalde periodes waarvan het jammer is dat er maar zo weinig van is, dus vind ik dat ik eigenlijk iets nuttigs gedaan heb door er wat meer te maken."

Dat experts erin lopen, verbaast hem niet. "Daar zitten een hoop mensen bij, vooral die kunsthistorici, die in die instituten vooral in de boeken hebben zitten kijken, voornamelijk plaatjes. Die weten echt niet hoe je een schilderij vast moet houden. Dat vond ik een extra leuke bijkomstigheid. In het begin is het me gelukt om Appel-litho's na te drukken in de zeefdruktechniek, tien jaar lang heeft niet één expert in Nederland gezien dat het geen litho's waren. Appel zelf ook niet."

Jansen vergelijkt het met een toverstafje. "Wanneer ik zo'n tekening maak en ik zet er 'Jan Jansen' onder, dan krijg ik er misschien een paar honderd frank voor. Als er Matisse op staat, als de juiste signatuur op de juiste plek staat, dan gaan alle deuren voor je open. In het begin belde ik zo'n expert of zo'n veiling altijd met de mededeling dat ik iets heel erg belangrijks had. Later deed ik het zo nonchalant mogelijk: hier heb ik iets, wilt u daar even naar kijken? Dan zeiden ze tegen mij: dit is een heel belangrijke tekening, dit is een Matisse, eind jaren dertig. Dan vroeg ik: waar ziet u dat nu aan? En dan gingen ze dat aan mij uitleggen. (lacht) Dat was vaak nog leerzaam ook, want je dan leerde je de manier van kijken van die expert kennen."

Nee, schuldig heeft hij zich nooit gevoeld. "Ik ben vooral mensen tegengekomen die aan het werk wat ik maakte geld verdiend hebben en vaak meer dan ik ervoor kreeg. Als er nou echt mensen bij waren die door mij schade hebben opgelopen, dan zou ik dat vervelend vinden. Maar ik zou er niet zo gauw eentje weten." Ondertussen hangen de mensen wel met een schilderij aan hun muur waar ze te veel voor hebben betaald. "Ja... als het een mooi ding is en als de experts het allemaal goedkeuren, dan heb ik het er niet zo moeilijk mee. Het hoort niet, en het mag niet, en het is natuurlijk niet zoals het zou moeten. Maar kankerverwekkend eten verkopen vind ik veel erger."

Toen Jansen achter de tralies belandde, bedachten de journalisten hem met de titel 'meestervervalser', en zelfs: 'de grootste vervalser van de eeuw'. Groter dan Van Meegeren? Zonder de minste twijfel. De kwaliteit van Van Meegerens namaak was zo slecht dat niemand nu begrijpt hoe hij de experts om de tuin heeft kunnen leiden. "Je kunt meteen zien dat het geen Vermeer is, dat het geen zeventiende-eeuws schilderij is", zegt Jansen. "Van Meegeren heeft het zich natuurlijk heel erg moeilijk gemaakt. Die heeft driehonderd jaar proberen te overbruggen. Doordat ik vooral tijdgenoten heb gedaan, ben ik natuurlijk heel erg in het voordeel vergeleken bij hem."

Meestervervalser klinkt vooral mooi door dat 'meester'. 'Vervalser' hoort hij minder graag; in zijn boek komt het woord bijna niet voor. "Het woord 'vals' hoort gewoon in de muziekwereld thuis. Het dient om een nare toon aan te duiden die pijn in je oren doet. Als een schilderij goed is, dan is het wat mij betreft helemaal stil, dan maakt het geen enkel geluidje meer. Ik zat in mijn atelier uren naar een schilderij kijken om te zien of er iets aan veranderd moest worden, iets verbeterd of weggeschilderd. En als het helemaal stil is, dan is het goed."

Franse justitie wil Jansens hele collectie vernietigen, ook zijn tweehonderd echte werken, waaronder een Picasso, een Permeke en een Panamarenko

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234