Donderdag 13/05/2021

ReportageContactberoepen

Achter de schermen toch aan de slag: ‘Vlak na de sluiting belden ze al voor een onwettige afspraak’

‘Ik heb geen andere keuze’, zegt nagelstyliste Marie*. ‘Aangezien ik nog niet lang genoeg in België woon, heb ik geen recht 
op ondersteuning.’  Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Ik heb geen andere keuze’, zegt nagelstyliste Marie*. ‘Aangezien ik nog niet lang genoeg in België woon, heb ik geen recht op ondersteuning.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Sinds de start van de pandemie moesten de contactberoepen maar liefst acht maanden hun werk staken. Althans, officieel toch. Voor veel kappers, nagelstylisten, schoonheidsspecialisten, tatoeëerders, maar ook sekswerkers was stoppen geen optie. Een duik in het clandestiene circuit.

Uitgroei was misschien wel hét woord van 2020; het doodserieuze, maar ook dodelijk vermoeiende, jargon van curves en besmettingsgraden even buiten beschouwing gelaten. Of het nu hoofd- of lichaamshaar, dan wel gel- of acrylnagels betrof: de uitgroei was alomtegenwoordig. Ook in het eerste kwartaal van 2021 was een tijdige afspraak bij de kapper of schoonheidsspecialiste geen evidentie. Kort na hun heropening moesten alle contactberoepen de voorbije maand alweer de deuren sluiten voor een ‘paaspauze’, oftewel lockdown nummer drie.

Maar ditmaal was die vermaledijde uitgroei beduidend minder alomtegenwoordig. Op Instagram en in de supermarkt – tijdens een pandemie dé plekken om te paraderen – vielen verdacht veel frisse coupes en verse manicures te bewonderen.

Hoewel ik er tijdens de eerste lockdown geen graten in zag mijn alsmaar langere lokken te laten versplinteren, was de verleiding van een clandestiene knipbeurt bij de volgende sluiting toch te groot om te weerstaan. Dus polste ik bij kennissen met verse highlights voorzichtig – want mensen durven al eens verontwaardigd te reageren als je illegale activiteiten suggereert – of ze mij geen discreet contact konden doorspelen.

Deliveroo-tas

Maarten* is een Vlaamse veertiger die al acht jaar zijn eigen salon uitbaat in de Vlaamse rand van Brussel.

Nog tijdens de tweede lockdown ontving hij me in zijn appartement. Terwijl hij mijn vriend onder handen nam in de kapstoel die in zijn woonkamer opgesteld stond, verwees hij mij door naar de badkamer. Of ik ondertussen even mijn haren kon wassen en van conditioner voorzien?

Dit DIY-elementje vertaalde zich ook in de prijs: waar Maarten normaal 40 euro voor mannen en 50 voor vrouwen aanrekent, betaalde ik nu 40, mijn vriend 30.

Maarten droeg een mondmasker, wij mochten het onze ook na het drinken van de koffie af laten, als we dat wilden. Het hoge raam naast de kapstoel was afgeplakt met krantenpapier. Zoals de meeste zogenoemde corona-overtreders was Maarten banger om betrapt dan besmet te worden.

“Je zal maar door je buren verklikt worden. Ik ken iemand die op de bon is gevlogen omdat ze haar moeder voor het raam aan het knippen was. Van nog een andere kapper weet ik dat hij van klant naar klant fietst met zijn kapperspullen in een Deliveroo-tas; om controles te vermijden.”

Zelf ontvangt Maarten tijdens zijn clandestiene werkdagen – niet meer dan één of twee per week – enkel vrienden of vrienden van vrienden. “En liefst niemand van het uitgaansleven, want die praten makkelijk hun mond voorbij.”

Door voort te werken riskeert hij een astronomische boete en de verzegeling van zijn salon, maar Maarten wil niet nog meer schulden vergaren. “Die eerste lockdown kwam ik nog door met mijn spaargeld, maar daarna werd het toch pittig. Zo stond ik op een bepaald moment 4.000 euro in het rood, en ook van de extra lening van 7.000 euro die ik aan het begin van de crisis had genomen, schoot niets meer over. En dan had ik nog het geluk dat ik het pand van mijn salon gekocht had. Die afbetaling kon ik makkelijk uitstellen.”

Wanneer ik Maarten tijdens de derde lockdown opbel, klinkt hij al heel wat meer ontspannen.

“Toevallig ontvang ik morgen twee klanten, maar ditmaal eerder om bezig te blijven dan uit financiële noodzaak. Mijn corona-hinderpremie is eindelijk gearriveerd. Daarbovenop heb ik van het Brussels gewest een premie van 5.000 euro ontvangen. Gelukkig was het ditmaal maar een korte sluiting. Als we niet op 26 april mochten heropenen, was ik in de problemen geraakt.”

Overlevingsmodus

Maarten is lang niet de enige kapper die ondanks de sluiting van de salons doorwerkt. Zestig procent van de gehele beauty-sector is momenteel “in overlevingsmodus” aan de slag, zo schat Ludovic Beckers van United Hairdressers, een zustervereniging van de Belgische Beauty Federatie.

“Naast de benarde financiële realiteit kwam er ook veel druk van de klanten. Daags na de sluiting belden ze al voor een onwettige afspraak”, vertelt Beckers. “Doordat onze overheid voor een selectieve lockdown heeft gekozen, is de solidariteit van weleer volledig verdwenen. Voor veel mensen gaat het leven gewoon door. Zij willen niet op hun bureau verschijnen met een uitgroei van vijf centimeter.”

‘Vroeger verdiende ik 2.000 euro per maand’, zegt sekswerker Elena*. ‘Nu met moeite 200 per week.’  Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Vroeger verdiende ik 2.000 euro per maand’, zegt sekswerker Elena*. ‘Nu met moeite 200 per week.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Of ze bij de Belgische Beauty Federatie dan begrip hebben voor de kappers en andere schoonheidswerkers die illegaal verder werken?

“Tja”, antwoordt Beckers, “op tv zie je tal van ministers en mediafiguren die duidelijk wel hun haar laten bijknippen; dat is natuurlijk een doorn in het oog. Deze crisis heeft het egoïsme in onze samenleving blootgelegd. Wij kunnen perfect veilig mensen ontvangen. Onderzoek heeft ook aangetoond dat besmetting in de eerste plaats in de privésfeer plaatsvindt. Maar onze beleidsmakers lijken meer op hun buikgevoel af te gaan dan op de werkelijke cijfers. In al onze buurlanden mogen contactberoepen wel voortwerken, omdat ze er als essentieel beschouwd worden. De overheid onderschat onze impact: wij raken mensen, letterlijk én figuurlijk.”

Flitsende tableautjes

Dat contactberoepen in de eerste plaats erg menselijke beroepen zijn, wordt duidelijk tijdens een bezoekje aan de studio van de 31-jarige nagelstyliste Marie*. We schrijven april, het midden van de derde lockdown. Niet dat dat voor Marie, Française van oorsprong, veel betekent. Zij bleef het voorbije jaar steeds doorwerken.

“Ik heb geen andere keuze”, verklaart ze. “Aangezien ik nog niet lang genoeg in België woon, heb ik geen recht op eender welke ondersteuning.”

Marie is gespecialiseerd in nail art. Sommige ontwerpen zijn zo gedetailleerd dat het meerdere uren duurt eer ze erop staan. “Die tijd brengen we vaak al kletsend door; veel van mijn klanten worden uiteindelijk vriendinnen. Ik vind het belangrijk samen een goed moment door te brengen. Ik hou erg van dat sociale aspect van mijn job. Maar mondmaskers en plexiglas maken het moeilijk om te connecteren. Naarmate meer en meer klanten hun masker achterwege lieten, heb ik ook het mijne afgezet. Omdat ik toch vier à vijf klanten per dag zie, laat ik me eenmaal per maand testen. Ik heb nog nooit positief getest. Als mijn klanten zich niet goed voelen, verplaatsen we de afspraak.”

Nadat we samen een kleur (fluo-oranje) en ontwerp (een sixties motiefje) uitgekozen hebben, neemt Marie mijn vingertoppen in haar gehandschoende hand en gaat aan de slag. Dat haar werkkamertje op de begane grond direct uitkijkt op een drukke straat, baart de nagelartieste weinig zorgen. “In deze buurt buigen wel meer mensen de regels; ondanks de avondklok zijn sommige kruideniers hier tot ver na middernacht open.”

Marie vindt de regels sowieso “onrechtvaardig”, noemt het coronabeleid “hypocriet”. “Zoveel mensen zien hun kapper, schoonheidsspecialist of nagelstylist nog, ondanks de sluiting van alle salons. Het is een publiek geheim. En het zijn heus niet enkel jongeren. Mijn cliënteel is erg divers: studentes, advocates van middelbare leeftijd, zelfs enkele bekende figuren. Wat mij het meeste dwarszit, is dat in het coronabeleid overduidelijk kapitalistische belangen primeren. Of waarom mocht de Nieuwstraat anders zo lang vol blijven lopen, terwijl kleine zelfstandigen verboden werd te werken? Wat verwacht de staat dan eigenlijk; dat ik mezelf zomaar op straat laat zetten?”

Hoewel Marie al een jaar lang geen reclame meer maakte voor haar diensten, kwam ze geen klanten te kort. Voor covid maakte ze al enige naam voor zichzelf, mond-tot-mondreclame deed de rest. Ze gaat voorbij aan de klassieke french manicure, weet flitsende tableautjes op vingernagels te toveren. Dat leidt, zeker sinds de coronacrisis, weleens tot jaloezie.

“Ik heb op Instagram veel dreigberichten ontvangen”, vertelt Marie vanachter haar smalle werktafel. “Of ik me niet schaamde voort te werken, en dat ze me bij de politie zouden aangeven; zulke dingen. Vaak bleken die onbekende afzenders dan voor nagelstudio’s te werken die op dat moment gesloten waren. Dat joeg me serieus schrik aan, maar gelukkig heeft niemand de daad bij het woord gevoegd. Ik begrijp wel waar die reacties vandaan komen. De overheid is er goed in geslaagd een klimaat van angst en afgunst te creëren.”

Anderhalf uur later zijn mijn nagels eindelijk klaar. Het kleurrijke design tovert onwillekeurig een glimlach op mijn lippen. Thuis achter mijn computer zitten tikken zal voortaan een vrolijke bezigheid zijn.

“Onderschat de kracht van mooie nagels niet”, zegt Marie goedkeurend. “Veel meisjes komen hier binnen met een bijzonder lage moraal, maar vertrekken duidelijk beter geluimd. Onlangs had ik nog een klant die in tranen uitbarstte eenmaal ik met haar klaar was. Het was zes maanden geleden dat ze haar nagels had laten doen. Ze voelde zich eindelijk weer zichzelf, zo zei ze.”

Droom opbergen

Tattooartiesten zijn in de coronacrisis hetzelfde lot als kappers en schoonheidsspecialisten beschoren. Geheel tot hun eigen ongenoegen worden zij namelijk ook tot de niet-medische contactberoepen gerekend.

“Om als tatoeëerder erkend te worden moet je nochtans een medische formatie afronden”, zegt Wim Van Muylder, voorzitter van de Belgian Bond Of Tattooists, beroepsfederatie van de Belgische tatoeëerders. “In deze door de overheid aangeboden cursus leer je alles over sterilisatie, ziektes en ontstekingen. Een meer ontsmette werkplek dan een tatoeagesalon bestaat niet. Dat de overheid ons op dezelfde hoop als kappers en schoonheidsspecialisten gooit, duidt op gemakzucht, maar ook op vooroordelen tegenover onze sector.”

Ondanks de “onterechte maatregelen” en “naargelang gewest erg verschillende financiële ondersteuning” heeft Van Muylder weinig begrip voor zwartwerkers. “We zitten allemaal in hetzelfde schuitje: ik heb ook een eigen zaak met lopende rekeningen, en een gezin. We kunnen er niet omheen dat de besmettingscijfers nog steeds erg hoog zijn. Stiekem toch doorwerken vind ik niet respectvol naar collega’s toe. Wel is het zo dat de overheid zwartwerk zelf in de hand werkt door bijvoorbeeld opleidingscursussen niet stop te zetten. Waar worden die vers afgestudeerde tattooartiesten dan verondersteld te oefenen? Een degelijke erkenning van ons beroep dient zich dringend aan.”

Hoewel ze “eigenlijk niet graag regels breekt”, tatoeëert Ana (30) thuis voort; “want de overheid betaalt mijn rekeningen niet”. Ana groeide op in Argentinië, verhuisde dan naar Italië en woont sinds een tweetal jaar in België.

“Ik wilde vorig jaar net mijn zelfstandigenstatuut van Italië naar België verplaatsen, toen de pandemie uitbrak en alles sloot, ook het Italiaanse consulaat. Eer ik een nieuwe afspraak bemachtigd had, brak de tweede lockdown aan. Zodoende maak ik geen aanspraak op de premie van de Belgische overheid, en van de Italiaanse krijg ik zo goed als niks.”

De eerste lockdown kwam Ana door met haar spaargeld. Daarna moest ze iets ondernemen, wilde ze zichzelf en haar dochter, die deeltijds bij haar woont, te eten blijven geven. Ze besloot een drietal klanten per week bij haar thuis te ontvangen, in plaats van de gebruikelijke tien per week in het salon.

“Ik krijg veel meer aanvragen, maar ik aanvaard nu enkel klanten van wie ik weet dat ik hen kan vertrouwen. Het percentage dat het salon normaal opeist, kon ik nu houden, maar daarvoor moest ik wel zelf mijn materiaal aankopen. De voorbije maanden verdiende ik 70 procent van mijn normale inkomen. Mijn droom om een eigen salon te openen kan ik de komende jaren wel opbergen.”

Over de nakende heropening van de niet-medische contactberoepen is ze sceptisch. “Eerlijk gezegd had ik liever dat ze de salons nog wat langer dicht hielden, om ons dan definitief open te houden”, zegt Ana.

Bij de beroepsfederaties primeert in de eerste plaats opluchting dat de paaspauze niet verlengd wordt. Maar opnieuw de deuren openen, volstaat niet. Zo vragen de kappers om een sectoraal steunpakket, met onder meer een btw-verlaging van 21 naar 6 procent.

“Als de staat te vroeg zijn steunmaatregelen stopt, dreigt een sociaal drama voor de salons”, zegt Charles-Antoine Huybrechts van beroepsfederatie Febelhair.

Vergeten contactberoep

Bij de heropstart van de samenleving blijft één niet-medisch contactberoep opvallend achterwege: de sekswerkers. In België bestaat momenteel geen legaal kader voor sekswerk. Het mogelijk maken en ondersteunen ervan is strafbaar, de daad zelf niet. Het merendeel van de sekswerkers heeft door een totaal gebrek aan een officiële arbeidsomkadering geen recht op overbruggingskrediet.

“Beleidsmakers bevinden zich in een lastig parket”, zegt Wendy Gabriels van Violett, een medisch-sociale hulpverleningsorganisatie voor sekswerkers. “Je kan niet zomaar een grote groep verbieden te werken, zonder een structureel vangnet of vervangingsinkomen ter beschikking te stellen. Enkel sekswerkers die als zelfstandige geregistreerd staan, of over heel beperkte contracten in bijvoorbeeld de horeca beschikken, kunnen een beroep doen op een vervangingsinkomen of overbruggingskrediet. Maar dat is een duidelijke minderheid.”

“De pandemie heeft het failliet van het gedoogbeleid aangetoond”, voegt Daan Bauwens van sekswerkerscollectief Utsopi toe. Dankzij het lobbywerk van Utsopi sprak minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) onlangs wel het voornemen uit om sekswerk te decriminaliseren.

“Een belangrijke doorbraak”, zegt Bauwens. “Arbeidsrechten vormen de beste verdediging tegen uitbuiting. Daarbij draagt decriminalisering ook bij tot destigmatisering.”

Voor sekswerkers zonder Belgische nationaliteit is de situatie misschien wel het meest schrijnend. Sekswerk is voor de 49-jarige Elena*, een transgender dame zonder verblijfsvergunning, de enige manier om zichzelf te onderhouden. Tegenwoordig lukt dat amper nog, haar familie in Ecuador heeft ze al een jaar geen geld meer kunnen opsturen. “Vroeger heb ik getippeld, maar sinds enkele jaren regel ik mijn afspraakjes online. Omdat mannen vaak van meisje willen wisselen, reis ik rond. Net was ik in Bergen, waar ik normaal goed in de markt lig, maar nu was het verschrikkelijk. Tegenwoordig doe ik maar een à twee klanten per dag, sommige dagen zelfs geen enkele.”

Klanten durven de barre tijden zelfs misbruiken om onder Elena’s prijs te gaan.

“Onlangs nog dreigde een man de politie te bellen als hij geen heel uur voor 50 euro kreeg. Vroeger verdiende ik 2.000 euro per maand, nu met moeite 200 euro per week, waarvan zo goed als alles naar huur gaat. Gelukkig krijg ik nog voedselbonnen van Boysproject (sociale organisatie voor mannelijke en transgender sekswerkers van het CAW Antwerpen, JA).”

Of ze bang is om besmet te worden?

“Onlangs is een vriendin van me aan corona overleden, maar angst is een privilege dat ik me niet kan permitteren. Ik verplicht mijn klanten zich eerst te douchen, en gebruik handgel met hopen, maar niemand wil in bed een masker dragen. Meer kan ik niet doen.”

Ook Sabine* (46), een West-Vlaamse escorte, zag haar inkomsten serieus dalen, maar zij had wel het geluk op vaste klanten te kunnen terugvallen.

“Enkele jaren geleden ben ik na een vechtscheiding met escortewerk begonnen om de schulden waar mijn ex me mee had opgezadeld af te kunnen betalen. Gaandeweg ontdekte ik dat ik het werk eigenlijk echt graag doe. Ik ben hoogopgeleid en heb een hoog emotioneel IQ. Nieuwe uitdagingen en sociale contacten voeden mij. Wij worden te vaak afgeschilderd als zielige vrouwen die slaag krijgen, en enkel door dronkaards bezocht worden; maar dat klopt niet. Als escorte ben je een soort actrice. Zo luister ik met de ene man schlagermuziek, voor de andere neem ik de boekhouding van zijn bedrijf door. Seks is uiteindelijk maar een klein onderdeel van mijn werk.”

Toen de pandemie uitbrak, zette Sabine aanvankelijk haar activiteiten stop. Omdat ze zich nog niet als zelfstandige geregistreerd had, kon ze geen aanspraak op staatssteun maken. Haar opgespaarde centen vlogen er snel door. Om de studies van haar dochters te kunnen blijven betalen, ziet Sabine sinds de zomer opnieuw klanten; uitsluitend regulars.

“Ik verdien nu ongeveer 2.000 euro per maand; net voldoende om mijn vaste kosten te dekken. Dat is weliswaar een groot verschil met de 7.000 euro die ik gemiddeld voor covid verdiende, maar nu is het moment niet om me te verrijken. Ik merk dat de nood aan intiem contact ontzettend hoog is; dagelijks word ik overstelpt met nieuwe aanvragen. Maar ik wil geen onnodige risico’s nemen. Mijn vaste klanten en ik dragen zorg voor elkaar; van sommigen ben ik zelfs hun enige knuffelcontact. Weliswaar is mijn bubbel groter dan officieel toegestaan, maar ik overschrijd die grens enkel omdat het nodig is.”

*Maarten, Marie, Elena en Sabine zijn schuilnamen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234