Zaterdag 19/10/2019

'Ach, het is maar fotografie'

86 is Elliott Erwitt, en hij zegt: 'Jong sterven is een geweldige carrièrezet voor een fotograaf.' Dat deed hij dus niet, maar kijk naar zijn portfolio na zestig jaar Magnum. Jackie Onassis zit erin, en het kussende koppel in de achteruitkijkspiegel. Werk dat iedereen kent. Erwitt: 'Ik heb gewoon geluk gehad.'

Het is een vreemde man. Dat zie je als hij de lift verlaat en de lobby van Hotel Keppler in Parijs binnenwandelt: op zijn wandelstok is een claxon gemonteerd. Maar al voordien wist je het. Eén keer nam hij de telefoon op in zijn appartement aan Central Park West in New York en zei 'no' op de vraag of dit 'Mister Erwitt' was. "Dat zeg ik altijd eerst", zei hij. "Ik wil eerst weten wie me belt." Toen zei hij: "Bel me op de avond van de negende november in Hotel Keppler. Ik heb geen gsm."

Twee dagen later, het is elf november, zit hij hier dus en uit zijn zak haalt hij toch een iPhone. "Ik kan er gewoon niet mee telefoneren, ik gebruik hem om te mailen." Maar kijk dan naar een van de foto's die Stephan Vanfleteren nog enkele dagen later van hem maakt tijdens het foto-evenement Paris Photo en je ziet dat Elliott Erwitt ermee belt.

"Een hele vreemde man", zegt Arnaud Adida, galerist in de Parijse Rue Léonce Reynaud waar een avond eerder een kleine tentoonstelling van Erwitts werk opende. "Toen ik hem van de luchthaven ophaalde, zei hij niet zoveel in de auto. Dus vroeg ik hem maar naar de reden van die toeter op zijn wandelstok. 'Crowd control', zei hij. Speciale gast. Maar wat een fotograaf."

Op de tafel van Adida ligt Erwitts pas verschenen boek. Regarding Women is de titel en het is Marilyn Monroe die je toekijkt. 294 bladzijden met zwart-witfoto's, decennia vrouwen overspannend. Een van de mooiste beelden werd al in 1953 gemaakt. Prachtig licht valt op de naakte babyhuid van zijn oudste zoon Misha, ernaast ligt een kat en aan de andere kant de moeder van Misha. Het is Erwitts eerste ex-vrouw, er zullen nog drie ex-vrouwen volgen. Dat is, heeft hij wel eens gezegd, de reden waarom hij blijft werken: vier ex-vrouwen, zes kinderen en negen kleinkinderen kosten veel geld. Daarom blijft hij ook die boeken maken, met wisselende kwaliteit weliswaar. Regarding Women had ook honderd pagina's dunner gekund.

Op de vlucht

Hij woont niet in Parijs, maar Erwitt werd er in 1928 wel geboren. "Dat was omdat ik dicht bij mijn ouders wilde zijn", zegt hij. "Ik had geen keuze." Ook dat is Erwitt: antwoorden die kort kunnen, zíjn ook kort. Elio Romano Erwitz, kind van Joodse Russische migranten, bracht dan zijn eerste jaren door in Milaan om, opnieuw via Parijs, uiteindelijk voor de oorlog te vluchten. Op 3 september 1939 ging het gezin aan boord van de Ile de France. Bestemming: Amerika.

"Ze zeggen dat dat de laatste boot was", vertelt hij. "Ik herinner me alleen de duisternis. Rondom waren Duitsers andere schepen aan het torpederen. Van het gevaar herinner ik me niks. Of is me toch niks bijgebleven. Het was alleen heel donker. De Duitsers mochten onze boot niet zien."

Aan zijn jeugd hield hij Italiaans over. "De taal van een tienjarige", zegt hij. Frans ook. Als hij later de drukte van zijn kleinkinderen beschrijft, zegt hij: "Le bordel, quoi." Maar hield de fotograaf van veel leven op Amerikaanse straten er ook een Europese blik aan over? "Misschien, maar ik wil dat niet analyseren. Alle ervaringen als kind hebben invloed op iemands leven. Ik had gewoon het geluk een job te doen die me naar heel veel plekken in de wereld bracht."

Geluk dat hij zelf afdwong. De Erwitts waren in Los Angeles beland, hij had zijn ogen geopend en toen hij in 1951 voor zijn legerdienst alweer naar Europa werd gezonden, wás hij al fotograaf. Het verhaal dat hij Robert Capa toen al had ontmoet, is bekend. Eind 1949 was dat. "Ik had het ongelooflijke geluk dat het leger me niet naar Korea stuurde, maar eerst naar Karlsruhe en later naar Verdun en Orléans. Orléans is niet zo ver van Parijs en in mijn vrije weekends reed ik daarheen met m'n Morris Mini, die ik had kunnen kopen met het geld van een prijs die ik won. Ik reed rond en documenteerde mijn verblijf een beetje. Ik hing ook graag rond bij het kantoor van Magnum in Parijs."

De foto's die hij voor het leger maakte, noemt hij niet meer dan dat. "Het waren foto's van ongevallen. Dat was geen fotografie. Ik maakte beeldjes." Maar ze trainden hem wel en al in 1953 kon hij zich, terug in New York, aansluiten bij Magnum. Dat is 61 jaar geleden. "Als je goed rekent, klopt dat, ja."

Screwballs

Of Magnum voor hem de ideale omgeving was? "Dat weet ik niet", zegt hij. "Het was een omgeving. Er is veel veranderd, zoals de fotografie veel veranderd is. Magnum begon als zeer journalistiek, vandaag is het vanalles. Journalistiek en fotografie zijn door de tv gereduceerd, net zo-als door de dood van de magazines. Magnum was toen een kleine onderneming. Dat je lid werd, haalde de krant niet. Met de jaren die passeerden en een aantal mensen die stierven, werden we bekender. Dood-gaan is goede reclame. Jong sterven is een geweldige carrièrezet."

Hij doelt op Werner Bischof, David 'Chim' Seymour en, in 1954, Robert Capa zelf. "Het waren vreselijke tijden. Capa was a force of nature, een romantische avonturier. Totaal anders dan Henri Cartier-Bresson. Die was rustig, conservatief, heel methodologisch. Kon ook nasty zijn, hoor. Een speciale man. Maar bij Magnum, waar het toch vol screwballs en vreemde kerels zat, werkte die combinatie perfect."

"Henri is de meest invloedrijke fotograaf in mijn leven geweest. Mijn inspiratie en mijn standaard. Mijn model. Het ging om de attitude: op straat lopen, daar foto's maken, die dan kunnen verkopen en daarvan leven. Fantastisch toch?"

Bladerend door Erwitts oeuvre bots je op de man die voor zijn New Yorkse brown house zit, bulldog op de schoot, de kop van de hond nét voor het gezicht van de man. Een hondje dat opspringt (dat moet het effect van die claxon zijn) naast een man in regenjas. Zeven mannen in het Prado voor De naakte Maja van Francisco Goya en maar één vrouw voor De geklede Maja ernaast. Een jongen op de fiets in de Provence.

De straat dus. Hij zei ooit: "Mijn camera was m'n bescherming tegen mijn verlegenheid."

"Veel fotografen zijn agressief", zegt hij daar nu over. "Fotografen hebben vaak niet zo'n beste repu- tatie. Maar sommigen, zoals ik, zijn niet zo agressief. Belangrijk is dat je op de juiste plaats op het juiste moment bent. Soms deed ik jobs, ook commerciële jobs, soms koos ik mijn onderwerpen onafhankelijk. Alleen voor oorlogsfotografie had ik geen ambitie."

Dat legt hij zo uit: "Het is een redelijk uniek genre en ik bewonder hen die moedig genoeg zijn om het te doen. Maar het is eerder reportage dan fotografie. Het is getuige zijn van iets. Er zijn er hele goeie. James Nachtwey, Don McCullin, Philip Jones Griffiths. Vandaag worden fotografen gedwongen om naar de oorlog te gaan omdat er te weinig ander werk is. Belangrijk is het wel. Wie zou anders iets weten over die tweehonderd door Boko Haram ontvoerde meisjes?

"Nogmaals, ikzelf had er geen ambitie voor. In een oorlog kun je sterven. Dat vond ik geen goed idee voor iemand die zes kinderen heeft."

De foto van een lachende soldaat, die ook nog z'n tong uitsteekt, wordt vaak foutief als 'een Vietnam-foto' gezien. "Mensen moeten bijschriften leren lezen. Die maakte ik in New Jersey."

Niet dat Erwitt voor de veilige Amerikaanse wereld koos. Na het interview pas gezien, op pagina 98 van Regarding Women: een foto van het huwelijk van Boudewijn en Fabiola in 1960. Te laat om hem te vragen hoe hij daar kwam. Over de foto die hij maakte van de treurende weduwe Jackie Onassis als haar man, president Kennedy, begraven wordt op Arlington, zegt hij: "Het was niet moeilijk om te beseffen hoe historisch dat moment was."

Rusland

In de jaren '50 nog trok hij naar de Sovjet-Unie om er het leven achter het IJzeren Gordijn vast te leggen. Hij, zoon van Russische emigranten. "Ik werd natuurlijk in de gaten gehouden, maar niet omdat ik een zoon van vluchtelingen was. Ie-deréén werd bekeken. Er was ook altijd iemand bij me, een vrouw, die controleerde of ik me aan de afspraken hield. Ongetwijfeld schreef ze rapporten over me, maar het waren wel mijn beste journalistieke dagen."

Eén alvast legendarische foto hield Erwitt eraan over, een beeld uit 1959. Op een Amerikaanse industriële beurs in Moskou staan plots Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov en de Amerikaanse vicepresident Richard Nixon oog in oog met elkaar, pal voor zijn neus. "Met geluk. Dat is belangrijk voor een fotograaf. Een journalist moét er niet echt zijn, maar een fotograaf wel." Hij drukt af. Een paar keer. De ontmoeting duurt een minuut of vijftien. "Een chitchat van niks", zegt hij nu. Maar Nixons vingertje gaat de wereld rond en wordt later door Nixon gebruikt als beeld voor zijn campagne van 1960. "Ik hield niet van die man. Een goedkope politieker, meer niet. Chroesjtsjov was overigens niet veel beter, het waren er two of a kind. Gelukkig verloor Nixon die verkiezing. My goodness, ik mag er niet aan denken dat hij door een beeld van mij president zou geworden zijn."

Wat die mensen dachten over zijn foto's, weet Erwitt naar eigen zeggen niet. Kort nadat hij Marilyn Monroe hd gefotografeerd, overleed ze. Jackie Kennedy ontmoette hij nog toen ze zelf als editor aan de slag was, maar over haar foto praatte ze nooit. "Het is wel vaak gebeurd dat onbekende mensen me vervolgden omdat ik hen ongevraagd zou hebben gefotografeerd. Hoeveel koppels niet claimden dat zij het waren, in de achteruitkijkspiegel van de wagen. Maar het échte koppel kende ik. Het waren vrienden van me."

Het was de beroemde artdirector Alexey Brodovitch die in Harper's Bazaar als eerste een foto van Erwitt publiceerde. Geen modebeeld, al deed hij dat later wel: "En graag. Het is toch fijn om mooie vrouwen op exotische locaties te kunnen fotograferen?"

"Mijn eerste beelden waren absoluut niet spectaculair. Ik kreeg gewoon de kans om op mijn achttiende een paar interessante opdrachten te doen. Van wie het talent kwam, weet ik niet. Mijn vader begon pas te fotograferen toen hij gepensioneerd was. Hij zei dat hij dat deed om in de voetsporen van zijn zoon te treden. Mijn zoon Misha is wel fotograaf geworden."

André S. Solidor

In het gebouw waar op de achtste verdieping zijn appartement is, bevindt zich ook zijn atelier, op het gelijkvloers. Er hangen grote kleurenfoto's van André S. Solidor. Het is het googelen waard. Wat je ziet is bijvoorbeeld een enorme vissenkop met een sigaar, en een naakte opblaaspop in het water.

"André S. Solidor is mijn alter ego", zegt hij. "Waarvan de initialen niet toevallig A.S.S. zijn. Ik wilde een fictief personage creëren dat foto's maakte die ik niet mooi vind. Het is mijn manier om met de art scene te lachen. Ik amuseer me ermee, maar ik neem het niet serieus. Tewijl de kunstwereld zich net wél serieus neemt. Van die vis met de sigaar, classic Solidor, heb ik er toch al wat verkocht. Natuurlijk profiteer ik mee en verdien ik aan mijn foto's. Maar het verschil is: ik weet dat het maar fotografie is. Kunst is het niet."

Op zijn wandelstok hangt een ziekenhuislabeltje met 'Erwitt Elliott' erop, een herinnering aan een in-greep aan zijn rug die die wandelstok nodig maakte. En die stok is zo bekend geworden, dat hij intussen door het Milanese bedrijf Danese verkocht wordt als de 'Elliott Erwitt Walking Stick'. Met claxon en, extra, met fietslicht. Kost je wel 215 euro.

En zijn foto's? Arnaud Adida van A.galerie: "Voor een afdruk van 30 op 40 betaal je al vlug 2.500 euro, voor de grotere kom je aan 10.000 euro. Ongelimiteerde prints. Goed-koop is hij niet. Mais il est super."

Erwitt staat op en stapt terug naar de lift. Terwijl in de lobby, echt waar, Sinatra 'I did it my way' zingt.

Van 7-25 februari loopt in het Brusselse bijhuis van A.galerie in de Edelknaapstraat in Elsene de expo More than Women van Elliott Erwitt.

Met dank aan Carl De Keyzer.

---

Volgende week in Zeno

Robert Polidori

Geboren in Montréal in 1951, staffotograaf van het magazine The New Yorker. Heeft een voorliefde voor architectuur en stadsbeelden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234