Zaterdag 04/12/2021

Ach, die aan onredelijkheid grenzende passie

Hoe Jan Hoet mensen aantrok en afstootte, maar niemand onverschillig liet

Het negende leven van de onsterfelijke is voorbij. Het heeft langer geduurd dan menigeen had gedacht. Of door sommigen gevreesd, want Jan keek niet op een vijand meer of minder.

Het waren de jaren 70. Jan Hoet, net geen veertig, had de artistieke leiding gekregen van het Museum voor Hedendaagse Kunst in Gent. Museum was veel gezegd. Een gebouw was er niet en zou nog vele jaren op zich laten wachten. De kantoren en expositieruimte vonden asiel in het statige Museum voor Schone Kunsten met zijn vermaarde verzameling klassieke kunst aan het Citadelpark in Gent. De bezoeker kwam er naar Jeroen Bosch kijken, maar in geleidelijk toenemende mate ook naar wat de vermetele curator er toonde.

Hoet genoot het vertrouwen van een groep plaatselijke verzamelaars die onder leiding van advocaat en erudiet kunstkenner Karel Geirlandt in 1957 de Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst hadden opgericht. Het alsnog imaginaire museum opende de deuren in 1975 met tentoonstellingen van Dan Van Severen en vervolgens Panamarenko. Daarmee was de toon gezet, maar de keuze voor radicaal nieuwe en jonge kunst was allerminst vanzelfsprekend in het Gent en Vlaanderen van toen. Het duurde niet lang of Hoet kreeg de banbliksems van gevestigde waarden als de beeldhouwer Rik Poot, Jan D'Haese van 't Pallieterke en Frans Boenders van Radio 3, die sprak van Jan Klak. Het offensief werd gevoerd in de populaire weekbladen. Wat was kunst en was wat Hoet daarover dacht aanvaardbaar? Het museum had dan geen gebouw, het had wel een telefoon. Het was gemakkelijker dan gedacht om het voorwerp van de hetze aan de lijn te krijgen. Hij nam zelf op. Niet een secretaresse. Geen voorgeborchte. Geen buffer. Waar in de wereld bestond dit? Het was ontwapenend.

Dansende sjamaan

Hoe ontwapenend Jan wel was, zou ik in de vele jaren die volgden voortdurend weer zien. Hij slaagde erin om van de grootste namen de belangrijkste werken te verwerven voor een habbekrats, of gratis. Jaren later pas, toen Joseph Beuys of Royden Rabinowitch, Dan Graham of Wim Delvoye al lang in het internationale pantheon waren opgenomen, werd duidelijk dat Hoet met een vrijwel onbestaand budget voorbeeldig had verzameld, ondanks, of juist door zijn uitgesproken artistieke keuzes, en dat zijn empathische omgang met kunstenaars de gemeenschap geen windeieren had gelegd. In 2002, een jaar voor zijn pensioen als ambtenaar, werd de waarde van de collectie geschat op 50 miljoen euro.

Zijn aanpak en het internationale renommée van zijn nog onbestaande museum brachten hem zelf naar de absolute top met als hoogtepunt de artistieke leiding van Documenta IX in Kassel. Kort voor de internationale hoogmis van de levende kunst in 1992 begon, werd gevreesd dat zijn wijn-, sigaretten- en energieconsumptie hem fataal waren geworden. Jan overleefde die eerste grote crisis en begon aan het tweede van zijn negen levens. Er was amper iets te merken van wat was voorgevallen. Nooit eigenlijk. Ik zag hem voor het laatst begin november op de opening van een dubbeltentoonstelling met werk van Luc Tuymans en Marlene Dumas in de Antwerpse galerij Zeno X. Jan was aanvankelijk ogenschijnlijk bedaard maar werd beweeglijk en binnen de kortste keren passioneel in het aanschijn van de tentoongestelde werken. Een welbekende, aan onredelijkheid grenzende passie, een sjamanendans waarbij hij alles om zich heen vergat. Dat trok aan en stootte af maar het raadsel bleef van iemand die feilloos de toon van de tijd wist te vinden en een verleden torste van vele veldslagen. Jan hield niet alleen van boksen, hij beoefende de edele sport zelf. Hij hield van publiek en het publiek hield van hem of ergerde zich blauw. Geen tentoonstelling die zo tot de verbeelding sprak als Chambres d'Amis in 1986, kunstwerken van namen als klokken bij de mensen thuis, verspreid in de stad. Men kwam uit verre landen kijken. Voor Gent was het een overrompelend pleidooi voor de noodzaak van een eigen Stedelijk Museum voor Hedendaagse Kunst dat er uiteindelijk dertien jaar later zou komen. Na Antwerpen. Daarvoor had Hoet zich in 1996 een partijkaart aangeschaft en was hij warempel voor de CVP opgekomen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Het was een wanhoopsdaad en zijn politieke loopbaan strandde snel. Met Chambres d'Amis en later, in 2000, de even legendarische Over the Edges, bracht Hoet de kunst buiten het museum. De voeling met het publiek was voor hem van groot belang.

En hij was volleerd in de contramine. De verhitte discussies over de Parmaham van Jan Fabre op de zuilen van de Gentse Universiteitsaula maakten van onverwachte en voor velen onbegrijpelijke artistieke uitdrukkingsvormen gespreksstof op de ochtendtrein. Het is niet zijn minste verdienste dat Jan Hoet een groot pedagoog is geweest. Hij dwong zijn volk tot een mening. Tegelijk was hij een wegbereider en steun voor generaties kunstenaars van hier en elders die de toon aangeven op de internationale scène. Wie de uitzonderlijke artistieke bloei wil verklaren die dit land al enige tijd kent komt terecht bij een sleutelfiguur als hij. Bovendien gaf hij zijn geliefde Gent een nieuw gezicht.

Kwetsbaar groot hart

Jan Hoet schuwde het spektakel niet. En ook niet het cabaret. Met recht werd hij in 2009 Laureaat van de Gulle Lach. Hij was een beroemdheid. Maar hoezeer de kunst hem ook tot begeesterende verbale krachtpatserij kon voeren, zijn queeste naar het ultieme beeld en hoe het zich verhoudt tot de samenleving was authentiek en eindigde nooit. Sint-Jan, een tentoonstelling van grote Vlaamse kunstenaars in de Sint-Baafskathedraal en een van Hoets laatste grote realisaties, was een onverwachte artistieke verkenning van het sacrale. Jan kon door het lint gaan en ruziemaken als geen ander. Hij was egocentrisch en misschien monomaan maar verborg achter zijn krijgshaftige offensieven voor de heilige zaak intelligentie en een kwetsbaar groot hart. In weerwil van zijn ogenschijnlijke wispelturigheid was hij trouw in de vriendschap, aan zijn vrouw en aan zijn geschiedenis. Van dat laatste is zijn levenslange interesse voor psychiatrische patiënten een voorbeeld. Ze werden door zijn vader behandeld in het ouderlijk huis in Geel. Een van de hoogtepunten in Jans carrière was Open Mind in 1989, waarin hij naast grote namen het werk toonde van deze maatschappelijke verschoppelingen. Afgelopen jaar organiseerde hij een vergelijkbare expositie in zijn geboortestad, Expo Middle Gate Geel '13.

Jan Hoet was zelf geen onverdienstelijk schilder in zijn jonge jaren en een tekenaar van stripverhalen maar zag al snel dat zijn toekomst elders lag. Kleinere talenten als Adolf Hitler of Benito Mussolini gaan dan soms in de politiek. Jan Hoet niet. Hij, de monarchist, de tovenaar en hartenbreker, werd naar verluidt paus. Kunstpaus welteverstaan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234