Donderdag 28/05/2020

'Abortus uit het strafrecht, dat blijft mijn droom'

Dat 25 jaar geleden de Belgische abortuswet werd goedgekeurd, hebben we onder meer te danken aan activisten als Lucie Van Crombrugge. De dame die destijds op de barricades stond, staat daar vandaag nog steeds. Straks ook met een eredoctoraat op zak. Maar eerst blikt ze terug.

Lucie Van Crombrugge is zeventig. Ze heeft een lange dag vol debatten achter de rug, en eigenlijk staat er ook nog een avondvergadering in haar agenda. "Ik ben een beetje moe", verontschuldigt ze zich. Tijdens ons gesprek is er nochtans niets dat op vermoeidheid wijst. Als de abortusactiviste praat, is dat met veel woorden, met veel energie, met veel overtuiging. Ze maakt brede gebaren en kijkt diep in de ogen. Het glas rosé dat ze besteld heeft, blijft zo goed als onaangeroerd.

Lucie was gisteren een van de bekende gezichten in het Crowne Plaza Hotel in Brussel, waar een colloquium over 25 jaar abortuswetgeving in België plaatsvond. Haar hele professionele carrière stond hiervan in het teken. Gaande van de jaren 70, toen ze mee streed voor de eerste wetsvoorstellen, tot enkele jaren geleden, toen ze afzwaaide bij het Gentse abortuscentrum, Vzw Kollektief Antikonceptie. Het was daar dat ze als consulente vrouwen bijstond bij hun zwangerschapsafbrekingen. Eerst gebeurde dat illegaal, en dan, vanaf 3 april 1990, legaal.

De dag waarop toenmalig premier Wilfried Martens koning Boudewijn tijdelijk uit zijn functie onthief zodat de regering de abortuswet zelf kon ondertekenen, is voor haar vooral de dag waarop ze thuis, in De Pinte, voor zichzelf een fles ontkurkte. Een journalist die de zaak opvolgde, had haar opgebeld met het nieuws. Wat volgde was euforie, ook al beantwoordde de wet niet aan wat ze wilde. "Ik vond dat abortus uit het strafrecht moest. En dat vind ik nog steeds. Maar de wet was een enorme vooruitgang en daarvoor was ik heel dankbaar. Alle inspanningen waren niet voor niets geweest."

Uitzichtloze situaties

"De hand die de wieg beweegt, beweegt de wereld niet." Het was die slogan, op de Vrouwendag in 1976, die Lucie mee maakte tot wie ze nu is. Ze was op dat moment een bewust thuisblijvende moeder, zodat ze voor haar drie kinderen kon zorgen. "Maar ik voelde mij daar niet goed bij. Ik hoorde tot de generatie van 1968, ik wilde een verschil maken."

Dat probeerde ze uiteindelijk te doen bij het Vrouwen Overleg Komitee en Dolle Mina. Uiteindelijk belandde ze bij het Kollektief, het geheime abortuscentrum, waar ze consulent werd.

"Mijn eerste abortus heb ik daar in 1983, op Goede Vrijdag, gezien. Dat gebeurde in de behandelkamer, op de eerste verdieping. Ons centrum in de Sint-Pietersaalststraat was illegaal. Donkere achterkamers en een schimmig keukentje inclusief. Als er iemand aanklopte, werd er altijd eerst via het spionnetje in de deur gekeken." Dossiers, in bruine enveloppen, werden elke dag verplaatst en door een medewerkster naar Nederland gebracht om daar te worden bewaard. Zo zou niemand te weten komen wie abortussen onderging. Of zo dachten ze bij het Kollektief toch.

Een paar maanden later, op 22 november, viel de Bijzondere Opsporingsbrigade van de toenmalige rijkswacht, de BOB, samen met de Orde van Geneesheren en een onderzoeksrechter het gebouw binnen. "Maandenlang hadden ze ons, vanuit een nonnenschooltje in de straat, in de gaten gehouden en mensen en nummerplaten geïdentificeerd."

Een gezelschap van 52 artsen, medewerkers en patiënten moest uiteindelijk voor de correctionele rechtbank verschijnen, ook Lucie. Ze werden in beroep vrijgesproken "Angst heb ik nooit gehad. We waren militanten. De steun van de publieke opinie, van politici, van feministen gaf een heel geborgen gevoel."

Hoeveel ongewenst zwangere vrouwen ze voor en na de wet heeft geholpen, dat weet Lucie niet. In elk geval voldoende om er na haar pensioen 180 pagina's aan te wijden. "Ik wil een hommage maken aan hen. Aan de vrouwen die mij in hun intieme leven hebben toegelaten, in hun miserie ook. Zij zijn het die mij hebben gevoed. Ook toen ik coördinator werd van het centrum wilde ik hen koste wat het kost blijven zien. Ik wilde die band blijven voelen, de problematiek ook."

Met de jaren kreeg Lucie vaker te maken met zogenaamde tweede- en derdetrimesteraanvragen. Dat zijn de aanvragen van vrouwen die de toegestane 12 weken zwangerschap voor een abortus voorbij zijn, respectievelijk na 22 en 24 weken. "Op die manier ben ik ook in mijn denken gaan verschuiven. Het was als een slippery slope: druppelsgewijs aanvaard je de beslissingen die later in de zwangerschap worden genomen. Maar ook deze vrouwen hebben het recht om een keuze te kunnen maken. Ik vind het wel absurd dat ik mij na mijn pensioen zelfs nog ben moeten gaan verantwoorden bij de politie voor doorverwijzingen naar het buitenland."

Onzin van statistieken

Het zijn vooral de verhalen van deze dames die zijn bijgebleven. "Omdat ze in zo'n uitzichtloze situaties zitten. Ik herinner mij iemand die hier alleen binnenkwam, in de veronderstelling dat ze 12 weken zwanger was. Bleken het er 24 te zijn. Die mevrouw, zonder geld, zonder partner en zonder familie, kon geen kant meer uit - dacht ze. 'Ik gooi mij straks voor een trein', was het enige wat ze kon uitbrengen. Ik heb haar overtuigd dat ze wel een keuze kon maken: in Barcelona konden we toen nog tot 26 weken terecht." De tweeduizend euro had de vrouw niet, maar die kon Lucie bij collega-activisten en politici bij elkaar rapen. Een week later zaten ze samen op het vliegtuig. Heen met drie. Terug met twee.

Ze noemt het een van haar grote frustraties. Dat door de huidige wetgeving abortussen na 12 weken alleen maar kunnen worden uitgevoerd en terugbetaald om 'medische' redenen. "Het gaat uiteindelijk om een kleine groep, van hooguit een vijfhonderd mensen per jaar."

Een van de laatste dingen die ze voor haar pensioen bij het centrum deed, was samen gaan zitten met het Riziv. "Ik had de volledige meerkost voor hen berekend, 500.000 euro was dat. Ik weet nog goed dat Ri De Ridder (de directeur-generaal, FVG) toen zei: 'Eigenlijk is dat een peulschil, Lucie'. Maar peulschil of niet: de terugbetaling is geen optie zolang de tweedetrimesterabortussen in het strafrecht zitten."

Het blijft haar ultieme droom. Abortus uit het strafrecht. Voor haar part mogen ook de statistieken verdwijnen. "Er worden er nu al een tijd geen meer bijgehouden omdat de evaluatiecommissie niet meer functioneert. Maar waarom moet die functioneren? Waarom moeten we weten dat er duizend abortussen meer of minder plaatsvinden? Ik kan na jaren ervaring zeggen: vrouwen kiezen hier echt niet zomaar voor. Het is omdat ze écht niet meer voort kunnen. We kennen allemaal de redenen, en die redenen blijven ook altijd dezelfde: anticonceptiefalen, relationele en financiële moeilijkheden, te oud of te jong, enzovoort."

Er gaan ook bezorgde stemmen op over een andere reden voor abortus: geslachtselectie. Via echo's en ook prenatale tests komen koppels steeds vroeger te weten of ze een jongen dan wel een meisje verwelkomen. "De zoektocht naar het perfecte kind", zucht Lucie. Ze wuift het idee van de hand, noemt het een sluiptactiek van de prolifebewegingen. "Ik heb moeite om te geloven dat dat zo'n groot probleem is. Eerlijk waar, in mijn hele carrière ben ik het maar een keer tegengekomen. Het was een vrouw uit landbouwmiddens met vier dochters. De ultieme wens van haar familie was een zoon. Het ziekenhuis wou haar niet zeggen welk geslacht haar kind had, en dus koos ze voor een onderbreking. Ik vind dat jammer dat ze het geslacht van haar foetus niet mocht kennen. Dan had ze een betere keuze kunnen maken. Een kind had op die manier wel in een liefdevolle en gewenste omgeving geboren kunnen worden. In het geval van deze mevrouw verliest iedereen."

Wat Lucie bij het Kollektief deed, deed ze allemaal op, jawel, buikgevoel. "Ik ben geschiedkundige van opleiding, geen verpleegster, geen maatschappelijk werkster. Mijn sterkte was dat ik goed kon luisteren. En dat is wat deze vrouwen nodig hebben. Die willen hun keuze niet gepsychologiseerd zien. Die willen in de eerste plaats hun verhaal kwijt. Dat is vooral wat hen helpt bij de afweging. Uit de praktijk weet ik: het proces begint niet bij mij. Het merendeel heeft de keuze voor abortus al gemaakt voor ze een stap in een centrum zetten."

De minderheid die er niet meteen uitraakt of ze het kind willen houden of afstaan, die werden door de Oost-Vlaamse soms wel met kopzorgen naar huis gestuurd. "Natuurlijk ben je daar mee bezig, of ze de juiste keuze maken. Of jij het ook zo zou doen. Maar het enige wat je kunt, is nieuwe invalshoeken aanreiken, informatie geven, voor rust en steun zorgen. Ook na de behandeling."

Container

Voor 1990 wisten maar heel weinig mensen welke job Lucie precies deed. "Mijn ouders wisten het, sommige vrienden, en natuurlijk mijn man." Twee meisjes en een jongen hebben ze samen op de wereld gezet. Stuk voor stuk heel bewust. Zo bewust zelfs dat ze zich heel goed kon voorstellen wat het andere scenario zou inhouden: geen kind willen, maar het toch moeten grootbrengen.

"Mijn kinderen hebben het hele prochoiceverhaal met de paplepel binnengekregen. Van jongs af aan gingen ze ook mee naar betogingen, naar het centrum ook. Het doet heel vreemd aan om vast te stellen dat hun kinderen, mijn kleinkinderen, diezelfde ideeën niet direct hebben overgenomen. Ik zat onlangs met een van de tieners naar Thuis te kijken, waar toen een van de personages graag een abortus wilde uitvoeren, maar dat niet mocht van haar partner. Mijn kleinzoon zei: 'Hij heeft gelijk, het is ook zijn kind'. Dan kan ik niet anders dan de hele discussie opnieuw voeren: uitleggen dat een vrouw, die leven geeft, in de eerste plaats zelf mag beslissen of ze ermee doorgaat. Dat ze moet kunnen zorgen voor haar kind. Dat ze geen container is waarin iets groeit."

Soms maakt het haar moedeloos. Telkens opnieuw beginnen. Telkens opnieuw het abortusverhaal motiveren. In de interviews die ze bij haar pensioen gaf, zei Lucie "mission aborted". "Maar ik begrijp dat dat in de realiteit niet zo is. En dat dat ook een normale situatie is. Het debat zal bij het wisselen van generaties telkens weer gevoerd moeten worden en dat is logisch. De jongeren hebben de historische context niet mee. Hier komt ook de verantwoordelijkheid van mensen als ik bij kijken. Wij hebben de weg afgelegd en het is aan ons om de boodschap door te geven."

Ze vertrouwt er wel op dat de jongeren, als het nodig is, in de bres zullen springen. "Dat doen ze nu ook. Vroeger was het vooral vanuit de feministische hoek dat de wetsvoorstellen kwamen. Met de resolutie die gisteren aan minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) is overhandigd, merk ik dat het ook de professionele hoek van de huidige hulpverlening veel beweegt." De resolutie in kwestie, die onder meer uitgaat van de Nederlandstalige en Franstalige abortuscentra, vraagt onder andere om, net zoals Leona Detiège in 1979, de abortus uit het strafrecht te halen. Ook de termijn van twaalf weken uitbreiden en het thema ongewilde zwangerschap deel laten uitmaken van leerplannen worden vermeld.

De resolutie werd niet mee overhandigd door Lucie. Die tijd is voorbij, zegt ze. Er is een nieuwe generatie opgestaan. En die wil ze haar ding laten doen. "Ik wil niet de schoonmoeder zijn die voortdurend over de schouder meekijkt. Ook al doen mijn opvolgers het anders dan ik het deed, ze doen wel weer iets. En dat is wat telt."

Over enkele weken wordt aan de Vrije Universiteit Brussel een gemeenschappelijk eredoctoraat uitgereikt aan Lucie van Crombrugge en Willy Peers. Het is bestemd voor hun strijd voor het recht op abortus. Lucie zette die voort na het overlijden van dokter Peers in 1984. Ook hij pleitte voor de legalisering van abortus in ons land, in die mate dat hij er zelfs een tijd voor in de cel vloog. "Eigenlijk wilde ik het doctoraat niet aanvaarden. Ik vond niet dat ik daar recht op had. Uiteindelijk ben ik een historica, die via het feminisme in de abortushulpverlening is terechtgekomen. De laatste der Mohikanen geloof ik (lacht). Ik vond het niet nodig om nog eens persoonlijk in de kijker te worden gezet."

Uiteindelijk kwam ze toch op de vraag van de universiteit terug. Ze wilde het wel. Niet zozeer voor zichzelf, maar wel voor de anderen. "Voor de vrouwen die een abortus hebben meegemaakt. Maar ook voor diegenen die er nog een zullen meemaken. Zij moeten alle steun krijgen die mogelijk is. Want zelfs 25 jaar na de gedeeltelijke liberalisering van de abortuswet, is er nog een agenda die we moeten waarmaken."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234