Donderdag 14/11/2019

Terrorisme

Abdeslam en Ayari veroordeeld tot 20 jaar cel voor terroristische moordpoging op agenten

Advocaten Isa Gultaslar, Laura Severin, Romain Delcoigne en Sven Mary tijdens het voorlezen van het vonnis tegen hun cliënten Sofien Ayari en Salah Abdeslam. Beeld EPA

Zowel Salah Abdeslam als Sofien Ayari zijn veroordeeld tot celstraffen van twintig jaar voor moordpoging op agenten in een terroristische context. Dat besliste de Brusselse correctionele rechtbank. Volgens de rechtbank heeft niet alleen de gedode Mohamed Belkaïd op de politie geschoten tijdens de schietpartij in de Driesstraat, op 15 maart 2016, maar opende minstens één van de twee anderen ook het vuur. 

De rechter verklaarde Abdeslam en Ayari schuldig aan moordpoging op agenten in een terroristische context en verboden wapenbezit in een terroristische context. De daders maakten gebruik van oorlogswapens, waarmee ze maar liefst 34 kogels afvuurden, en openden meteen het vuur toen de politie de deur van hun flat probeerde in te beuken. Daaruit blijkt volgens de rechtbank voldoende dat de daders de bedoeling hadden de agenten te doden. 

Een van de agenten raakte bovendien gewond aan het hoofd, wat voor de rechtbank een extra element was om de intentie om te doden bewezen te verklaren. Dat er toch geen doden gevallen zijn, is niet te wijten aan de verdachten zelf, zodat er zeker sprake is van een poging doodslag, aldus nog de rechtbank.

Poging tot intimidatie

Ook de terreurcontext is volgens de rechtbank bewezen. De huiszoeking in de Driesstraat kaderde niet alleen in het onderzoek naar de terreuraanslagen van 13 november 2015 in Parijs, zowel Belkaïd, Abdeslam als Ayari maakten bovendien deel uit van Islamitische Staat én van de terreurcel die bij die aanslagen betrokken was en andere aanslagen voorbereidde. Ayari en Belkaïd waren immers in Syrië geweest en hadden zich daar bij IS gevoegd, terwijl uit brieven van Abdeslam die werden teruggevonden, bleek dat ook hij trouw had gezworen aan Abu-Bakr-al-Baghdadi, de leider van IS.

Het drietal zat ook al maandenlang ondergedoken, samen met andere leden van de terreurcel die verantwoordelijk geacht wordt voor de aanslagen in Parijs en Brussel. Ze hadden zich ook bewust voorbereid op een eventuele politie-inval en waren duidelijk bereid om in dat geval vuurwapengeweld te gebruiken. Bovendien had de schietpartij tussen de terroristen en de politie in een gezinswijk, met een school en een crèche, zeker het doel om de bevolking te intimideren. 

Beiden krijgen voor deze feiten de maximumstraf, twintig jaar cel. De rechtbank legt de twee geen zogenoemde beveiligingsperiode op, een minimumduur voor vervroegde vrijlating. Het federaal parket had daarom gevraagd, maar volgens de rechtbank kan ze die niet opleggen omdat de beveiligingsperiode pas werd ingevoerd nadat de feiten gepleegd waren. 

Waar Abdeslam zijn straf zal uitzitten, is nog niet duidelijk. "Daarvoor moet overleg gepleegd worden tussen de Belgische en Franse regering", zegt rechtbankvoorzitter Luc Hennart. "Bovendien zit Abdeslam in voorlopige hechtenis in afwachting van het proces over de aanslagen in Parijs. Als het Franse gerecht hem daarvoor ook een straf oplegt, komt die bovenop de straf die hier is uitgesproken. Hij zal ze dus achtereenvolgens moeten uitzitten. De beslissing over de plaats waar hij dat zal moeten doen, zal pas vallen na het proces over de aanslagen in Parijs." 

Abdeslam en Ayari moeten ook een schadevergoeding van 315.000 euro betalen aan de politieagent die zwaargewond raakte bij de schietpartij in de Driesstraat, en een schadevergoeding van 142.000 euro aan de Belgische staat. Twee andere politieagenten krijgen een schadevergoeding van 15.000 euro, drie anderen een schadevergoeding van 10.000 euro, en voor nog twee agenten werd een expertise bevolen.

De burgerlijke partijstelling van V-Europe, de vereniging van de slachtoffers van de aanslagen van 22 maart, werd dan weer onontvankelijk verklaard. Volgens de rechtbank kon zij niet aantonen dat ze een direct belang had. 

De verdediging heeft dertig dagen tijd om in beroep te gaan tegen het vonnis. Volgens Sven Mary, advocaat van Abdeslam, is de rechtbank "bijzonder creatief geweest in haar vonnis, vooral wat de procedures betreft". In de komende dagen en weken zal hij met zijn cliënt overleggen of ze in beroep gaan. "Ik zal het hem voorleggen. Als hij het niet vraagt, kunnen we binnen dertig dagen, na het afsluiten van de beroepstermijn, afsluiten. Ik zal hem bepaalde zaken suggereren, maar de beslissing ligt bij hem."

Ook advocaat Isa Gultaslar zal zich met zijn cliënt Ayari beraden over een eventueel beroep.

Aanslagen in Parijs

Het gaat om het eerste Belgische vonnis waarbij twee personen terechtstaan die ook betrokken waren bij de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs. 

De verdediging van beide verdachten betwistte de terroristische moordpoging, terwijl Abdeslams advocaat ook een procedurefout aanvoerde. Sven Mary had gesteld dat de onderzoeksrechter in de verkeerde taal gevorderd was, en dat de strafvordering daardoor onontvankelijk was. De rechtbank heeft Mary vanochtend in een uitvoerig gemotiveerd vonnis ongelijk gegeven. 

Sinds de aanslagen in Parijs waren Franse en Belgische speurders koortsachtig op zoek naar terroristen die bij die aanslagen betrokken waren en heelhuids uit Parijs waren gevlucht, alsook naar mensen die een ondersteunende rol hadden gespeeld bij de voorbereiding van de aanslagen. De bekendste daarvan was Salah Abdeslam, die zich ter elfder ure niet had opgeblazen aan het Stade de France en ondanks een controle door de Franse politie tot in Brussel was geraakt.

De speurders hadden al een hele reeks verdachten opgepakt en schuilplaatsen blootgelegd toen leden van het gemeenschappelijk onderzoeksteam (JIT), het Frans-Belgische team dat de aanslagen onderzocht, op 15 maart een huiszoeking wilden uitvoeren in de Driesstraat. De zes agenten, die hadden verwacht niemand aan te treffen in het appartement, werden onmiddellijk onder vuur genomen. Drie van hen raakten daarbij gewond.

De woning werd daarop urenlang belegerd door de speciale eenheden van de federale politie. Een scherpschutter van de politie slaagde erin een van de terroristen neer te schieten. Die werd later geïdentificeerd als de Algerijnse terreurverdachte Mohamed Belkaid (36), ook gekend onder de schuilnaam Samir Bouzid.

Al gauw bleek echter dat Belkaid zich verschanst had in de woning en de politie bezig had gehouden terwijl twee andere aanwezigen in het appartement konden ontsnappen. Op basis van vingerafdrukken in de flat achterhaalde de politie dat één van hen Salah Abdeslam was.

Brussels Airport

Drie dagen later werd Abdeslam, die al sinds de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs gezocht werd, opgepakt in de Vierwindenstraat in Molenbeek. Daar kon de politie ook de tweede man die uit het appartement ontsnapt was, arresteren. Dat bleek Soufien Ayari, ook bekend onder de valse namen Amine Choukri en Monir Ahmed Alaaj.

Sofien Ayari bij een vorige zitting van de rechtbank. Beeld BELGA

Vier dagen na hun arrestatie, op 22 maart, sloegen een aantal overblijvende leden van de terreurcel toe op de luchthaven Brussels Airport en in het metrostation Maalbeek.

Afwezig

Salah Abdeslam en Sofien Ayari waren vandaag niet aanwezig bij de voorlezing van het vonnis. Tijdens zijn ondervraging had Abdeslam al laten weten dat hij het gezag van de rechtbank niet erkent en ook het pleidooi van zijn eigen advocaat woonde hij niet bij. Vanochtend meldde het federaal parket dat ook Ayari niet overgebracht zou worden uit de gevangenis. Zijn advocaat had vrijdag nochtans laten weten dat Ayari waarschijnlijk wel zou komen.

Advocate Maryse Alié, die enkele van de agenten verdedigt die gewond raakten bij de schietpartij, reageert tevreden op het vonnis. "Het is een heel goed gemotiveerd vonnis, dat overeenkomt met de rechtspraak. Vooral het feit dat de rechtbank meent dat met oorlogswapens op agenten schieten een terreurdaad is, stemt me bijzonder tevreden", klinkt het.

V-Europe, dat zich burgerlijke partij had willen stellen, reageert teleurgesteld op de afwijzing door de rechter, maar kijkt vooral naar de toekomst. "Het belangrijkste is dat de slachtoffers de waarheid kennen. Dit is tenslotte ook een deel van de grote puzzel", zegt voorzitter Philippe Vansteenkiste, die pleit voor een "evolutie op wettelijk vlak". "Het is tijd dat we met onze tijd meegaan. Het is belangrijk dat de stem van de slachtoffers gehoord wordt. In het buitenland kan dat wel."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234