Zondag 04/12/2022

ABC van jonge Belgische kunst

Drie jaar geleden deed kunstencentrum Wiels al een poging om een stand van zaken te geven van de hedendaagse Belgische kunst. Un-Scene II geeft nu opnieuw een overzicht van de opkomende generatie kunstgeweld. Met hoogtes en laagtes.

In de eerste editie selecteerden de curatoren twintig kunstenaars, nu slechts twaalf. Elena Filipovic en Anne-Claire Schmitz maakten een subjectievere keuze dan de vorige samenstellers. Ze wilden meer dan louter een oplijsting van iedereen die een belangrijke plaats inneemt in het hedendaagse kunstlandschap. Un-Scene I was een staalkaart met zeer divers werk, Un-Scene II is als tentoonstelling coherenter, maar daardoor ook minder representatief.

Positief is dat elke kunstenaar nu de kans krijgt om meerdere werken te tonen, wat de toeschouwer meer inzicht geeft in hun praktijk. Zo krijgen we een mooi beeld van waar de jonge kunstenares Nel Aerts (1987) mee bezig is. We konden haar werk al leren kennen in de tentoonstelling ...en dan nu... muziek van Vaast Colson in De Garage in Mechelen.

In Wiels toont ze dat ze meer kan dan tekenen. Wat het meest bijblijft, is haar installatie Tafelmanieren, een tafel met een gat in het blad. Eronder staat een tv waarop te zien is hoe de kunstenares in kleermakerszit op de tafel zit en rond zichzelf een gat zaagt tot ze door de tafel zakt. In dezelfde ruimte hangen twee houten handen aan de muur en staat een houten plank met drie gaten. Een beetje verder twee van Super 8 naar dvd overgezette filmpjes als verduidelijking bij de voorwerpen. Tussenin rennend toont de kunstenares die van de ene muur naar de andere loopt en bij aankomst de houten hand telkens een high-five geeft.

In Jezelf in een schandpaal zagen zaagt ze drie gaten in een houten plank en gaat nadien vrijwillig vaststaan in de schandpaal. De gaten doen denken aan de building cuts van Gordon Matta Clark. En doordat Aerts met Super 8 werkt, wekt ze de schijn van een oud filmpje. Wil ze zich zo inschrijven in de traditie? De video's tonen in ieder geval haar fascinatie voor het procedé en haar drang om haar maakproces transparant te maken.

Ook geestig is het werk van Gerard Herman (1989), die onlangs een zeer geslaagde solotentoonstelling had in Maes & Matthys Gallery. In Wiels toont hij een reeks teksten, een serie tekeningen en een animatiefilmpje. Het werk is misschien minder sterk dan dat van zijn vorige expo, maar hij blijft een veelbelovende kunstenaar. Op zijn best doet hij met zijn rudimentaire tekenstijl denken aan de lugubere humor van David Shrigley.

De films van Eléonore Saintagnan zijn eveneens de moeite waard. Lacan the Caterpillar vermengt Alice in Wonderland met found footage van Lacan. Ze laat het iconische blonde meisje antwoorden op uitspraken van de Franse psychoanaliticus. En in Un film abécédaire schetst ze aan de hand van het alfabet een portret van het Regionale Natuurpark van de Ballons des Vosges. Ze toont landschappen, voorwerpen en bewoners en verheft banale uitspraken tot iets van belang. Het zijn vreemde, soms grappige beelden met een vleugje tristesse. Ze is geïnteresseerd in het fabelachtige en het mythologische en vermengt daarom fictie met documentaire.

Minder weids

Wat deze generatie kunstenaars bindt, is dat de white cube van de tentoonstellingsruimte niet volstaat. Naast het maken van beeldend werk zijn ze allemaal betrokken bij het opzetten van een ruimere discussie over wat de rol van de kunstenaar is of kan zijn. Ze maken radioprogramma's, tijdschriften of zetten samenwerkingsprojecten op. Daarom maakten ze naast de expo ook een vinylplaat waarvoor ieder van hen nieuw audiomateriaal maakte.

De eerste editie van Un-Scene had een ambitieus opzet: de nieuwe lichting Belgische kunstenaars samen een platform geven. Ze werden gepresenteerd als een scene, hoewel ook duidelijk werd gemaakt dat de kunstwereld bestaat uit individuen die sterk kunnen verschillen. Er was werk te zien van heel wat kunstenaars die op dat moment op de rand van hun doorbraak stonden en intussen al wat hebben bewezen. Van de twintig toen nog relatief obscure kunstenaars klinken heel wat namen nu wél bekend in de oren. Vaast Colson groeide verder uit tot een eigenzinnige maker die niet op één medium vast te pinnen is. Tina Gillen kreeg onder meer een solo-expo in Museum M in Leuven, net als Gert Robijns, die ook van zich liet horen toen hij met Dorp zijn geboortedorp op schaal nabouwde op een landingsbaan van een voormalig militair vliegveld.

Dat Wiels als enige instelling om de drie jaar probeert om een overzicht te geven van de hedendaagse Belgische kunstscene is lovenswaardig. Wij verwachten een mooie toekomst voor Nel Aerts, Gerard Herman en Eléonore Saintagnan. Al is het spijtig dat deze editie een minder weids beeld geeft. Daardoor vallen de mindere kunstenaars meer op én vallen veel goede kunstenaars uit de boot.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234