Zaterdag 04/12/2021

Aarzeling Turkije kost veel punten

null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

Dirk Rochtus, docent internationale relaties aan Lessius Antwerpen, legt uit waarom Turkije vooral terughoudend is in de Libische crisis. Daar ziet hij vier redenen voor.

'Wat heeft de NAVO in Libië te zoeken?", vroeg de Turkse premier Tayyip Erdogan zich nog niet zo lang geleden kregelig af. Tijdens het opflakkeren van de Libische crisis hield Turkije de boot af. Het kantte zich tegen sancties, een militaire interventie en de instelling van een no-flyzone boven Libië. Nu VN-resolutie 1973 een militaire operatie tegen het Kadhafi-regime dekt, gooit Ankara langzaam het roer om. Maar het blijft zich verzetten tegen een overname van het militaire commando door de NAVO. Is Erdogan beledigd omdat hij er niet bij mocht zijn op de top in Parijs waar EU, VN en Arabische Liga zaterdag hun fiat gaven aan een interventie?

Wat is het dat Turkije zich van meet af aan zo weigerachtig deed opstellen? Laten we eerlijk wezen: elk militair ingrijpen, zelfs vanuit humanitaire overwegingen, maakt slachtoffers, ook onder diegenen van wie de bescherming wordt beoogd. Collateral damage heet dat. Zijn de Turken - bedoeld zijn de beleidsmakers - dan zo'n pacifisten?

Verschillende redenen zouden de Turkse terughoudendheid kunnen verklaren:

1. De Turken zijn niet per definitie sabelslepers. Dat klinkt verwonderlijk als we denken aan de inval van het Turkse leger in Cyprus in 1974. Toch mogen we niet vergeten dat de eerste invasiegolf, in juli 1974, kon rekenen op begrip van de internationale gemeenschap. Ankara beriep zich toen op het Garantie-Akkoord dat een ingrijpen van een van de ondertekenaars rechtvaardigde indien een andere de grondwettelijke orde van de Republiek Cyprus op de helling zette. Die goodwill verspeelde Turkije toen het met een tweede invasiegolf in augustus verder ging dan de bescherming van de Turks-Cyprioten en het 'herstel' van de grondwettelijke orde. Maar het is hier niet de plaats om het ingewikkelde probleem Cyprus uit de doeken te doen, wel om erop te wijzen dat Turken niet per se avonturiers zijn. De traditie die besloten ligt in de woorden van Atatürk: "Vrede in eigen land, vrede in de wereld", speelt zeker mee. Maar dat sluit 'afwijkend gedrag' niet uit. Tegenover de weigering van het Turkse parlement in maart 2003 om de Amerikanen vanuit Turkije te laten binnenvallen in Irak, staat het groene licht dat diezelfde assemblee in oktober 2007 gaf aan het Turkse leger om militaire operaties te leiden tegen de Koerdische PKK in Noord-Irak.

2. Turkije heeft voor vele miljarden geïnvesteerd in Libië. Er werken duizenden Turken, onder meer in de bouwsector. Ankara wilde die materiële én menselijke belangen niet op het spel zetten. Een minder uitgesproken belang betreft de stabiliteit van Libië. Turkije dat het principe van 'territoriale integriteit' verdedigt - ook vanuit eigen ervaringen - zou er niet mee gediend zijn, mocht de interventie leiden tot een opdeling van Libië.

3. Turkije streeft met een nieuwe buitenlandpolitiek betere relaties na in het Midden-Oosten. 'Zero-problems-with-neigbours', luidt het devies, maar in de praktijk zit er al eens een haar in de boter. Met Armenië wil het niet vlotten, en ook met Israël zijn er wrijvingen. Met zijn islamitische buren wil Turkije zeker op goede voet staan. En dan komt een oorlog niet zo goed uit. Een militair optreden van westerse mogendheden tegen een moslimland - ook al hebben ze het officieel gemunt op een bepaald regime - ligt gevoelig bij beleidsmakers als Erdogan. Ook geholpen vanuit haar religieus geïnspireerde achtergrond heeft zijn partij, de regerende AKP, meer contact gezocht met de islamitische buurstaten. Het is misschien geen toeval dat Kiliçdaroglu, de voorzitter van de CHP, de seculier ingestelde oppositiepartij, zich direct schaarde achter VN-resolutie 1973. De tegenstelling Erdogan-Kiliçdaroglu illustreert zodoende de verwevenheid van binnen- en buitenlandse politiek.

4. Turkije laat zich leiden door de analogieën die het maakt met de vroegere sancties tegen Irak, die heel wat menselijk leed hebben veroorzaakt, en met de militaire inval in Irak en Afghanistan. Ankara zou daarom enkel een NAVO-plan kunnen goedkeuren dat naast het militaire aspect ook politieke maatregelen omvatte en de burgers beter beschermde. Maandag nog bleef Turkije dwars liggen. De NAVO kan enkel een wapenembargo doorzetten.

De Turkse aarzeling valt op basis van bovengenoemde redenen te verklaren. Ze kost het land echter veel punten als 'kandidaat' voor het leiderschap in de regio. NAVO-bondgenoten zullen zich weer de vraag stellen: drijft Turkije weg van het Westen?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234