Dinsdag 19/10/2021

InterviewAartsbisschop Jozef De Kesel

Aartsbisschop Jozef De Kesel: ‘Het is bewezen dat er niets misdadigs is aan een homoseksuele relatie. Dat het Vaticaan dat toch een zonde noemt, doet pijn’

‘Sommigen voelen zich blijkbaar seksueel aangetrokken tot kinderen. Dat is geen Europees of kerkelijk probleem: het is universeel. Maar dat mag ons natuurlijk niet verontschuldigen.’ Beeld Saskia Vanderstichele
‘Sommigen voelen zich blijkbaar seksueel aangetrokken tot kinderen. Dat is geen Europees of kerkelijk probleem: het is universeel. Maar dat mag ons natuurlijk niet verontschuldigen.’Beeld Saskia Vanderstichele

Maart 2020 zal aartsbisschop Jozef De Kesel (74) niet alleen door de eerste lockdown bijblijven: de primaat van België startte toen zijn eerste behandeling tegen een tumor in de dikke darm. Na een slopend jaar van chemobehandelingen en bestralingen is hij nu kankervrij verklaard. De ziekte heeft hem anders naar het leven doen kijken, net zoals hij hoopt dat corona de samenleving zal veranderen: ‘Ik hoop dat we niet zomaar terugkeren naar de orde van de dag.’

Jozef De Kesel oogt wat zwakker dan vroeger, maar is in zijn nopjes dat hij opnieuw aan het werk kan. Het voorbije jaar hebben hulpbisschoppen zijn taken overgenomen, maar, zo vertrouwt de woordvoerder ons vlak vóór het interview toe, ook tijdens de zwaarste maanden van de behandeling bleef de kardinaal via telefoontjes en videogesprekken aan het werk.

Hoe gaat het met u?

Jozef De Kesel: “Beter. Enkele weken geleden kreeg ik te horen dat er geen sporen van kanker meer te vinden zijn in mijn lichaam. Ik ben anderhalf jaar lang behandeld met chemotherapie en bestralingen, en ik heb nog altijd rugpijn – één van de bijwerkingen. Een andere bijwerking was de moeheid, waar ik in de zomer van vorig jaar veel last van had – al is moeheid niet het juiste woord. Als je moe bent, slaap je eens goed en ben je weer fit. Deze vermoeidheid kruipt onder je vel en blijft daar zitten, wat je ook doet.”

Hoe ontdekte u dat u kanker had?

De Kesel: “Dankzij een test in het kader van het bevolkingsonderzoek voor darmkanker. Het jaar voordien was er niets aan de hand, nu kreeg ik het bericht dat ik naar de huisarts moest gaan.”

Was u bang?

De Kesel: “Ik was vooral ongerust. Gelukkig hebben de dokters me snel verteld dat het behandelbaar was. Dat troostte me.

“Het is misschien eigenaardig, maar ik heb mijn ziekte nooit op een angstige manier beleefd. Natuurlijk speelde soms door mijn hoofd dat het slecht kon aflopen, want kanker is kanker. Maar ik heb altijd een zekere sereniteit behouden. Ik had vertrouwen in de wetenschap en de artsen. Ik weet ook niet goed hoe het komt dat ik er zo rustig mee omging. Wellicht heeft het met mijn geloof te maken.”

Is dat niet logisch? Zijn gelovigen niet minder bang voor de dood?

De Kesel: “Dat is een misvatting, hoor. Het geloof biedt geen pasklare antwoorden op existentiële vragen. Enkele maanden geleden zat ik in de wachtzaal met een andere patiënt. Een dame, die net als ik een masker droeg. We zeiden een tijdlang niets, tot ze me vroeg: ‘Bent u priester?’ Dat kon ze zien aan mijn kledij. Ik knikte. ‘Ik zou ook graag gelovig zijn’, zei ze. ‘Dan zou dit veel makkelijker zijn.’ Ik antwoordde haar dat ook gelovigen soms twijfels hebben.

“Ik ken mensen die zeer gelovig zijn en bang zijn voor de dood. En ik heb ongelovige mensen gekend die de dood net erg sereen tegemoetgingen. In het evangelie staat trouwens dat Jezus enorme angsten uitstond vóór zijn dood.

“Ik heb veel gehad aan mijn gebed. En aan de psalmen. Voor wie er niet vertrouwd mee is: psalmen zijn geen vrome praatjes, het zijn teksten waarin ook geroepen wordt, getierd, gescholden. ‘God, waar bent u toch?’ Die teksten hebben mij veel dieper geraakt dan anders.”

Maar de vrouw in de wachtzaal heeft wel gelijk: u gelooft in een hiernamaals. Voor een atheïst is het voorbij.

De Kesel: “Ik hoop dat er nog iets mooiers komt, maar zover zijn we nog niet (lacht). Geloof is nooit een vanzelfsprekendheid. Dat is net de perverse gedachte van zelfmoordterroristen. Ze vinden het geen probleem om zich op te blazen, want daarna zitten ze toch gebeiteld. (Schudt het hoofd) Dat is niet de echte taal van de gelovige.”

Hoe zien uw hemel en hel eruit?

De Kesel: “Ik weet niet wat ik me moet voorstellen bij God, de hemel of de hel – ik denk niet aan rijstpap of vuur. Ik weet alleen wat voor mij de hel op aarde is: Auschwitz. Waar een mens niets meer is. Een nummer dat uitgebuit en daarna vermoord wordt. Ik heb net het boek U wordt door niemand verwacht van Michal Citroen uit, een historica van wie de grootvader Auschwitz heeft overleefd. Daarin beschrijft ze de onthutsende koelheid waarmee de nog overblijvende Joden vlak na de oorlog ontvangen werden in Nederland. Pas diep in de jaren 60 realiseerde de samenleving zich hoeveel onrecht hun is aangedaan. Het boek dateert uit 1999, maar is nu herwerkt en heruitgegeven.

“De hemel op aarde is voor mij het omgekeerde. De diepste bron van geluk van elk mens is niet geld of een carrière, maar voelen dat je iemand bent. Je bemind en gerespecteerd voelen. Dat helpt mij als ik denk aan de dood. Als ik ooit moet sterven, zal het niet voor niets geweest zijn. Al hoop ik dat ik nog wel even voor de boeg heb.”

In een paasinterview met De Standaard zei u: ‘Als dit goed afloopt, als ik mag genezen, dan zal ik niet meer dezelfde zijn.’ Wat bedoelde u daarmee?

De Kesel: “Enkele vrienden hebben kanker gekregen. Eén van mijn broers is eraan gestorven, maar ik had nooit gedacht dat het mij zou overkomen. Anderen, ja, maar toch niet mij? Het was zoals met het coronavirus. We dachten allemaal dat epidemieën zich voordeden in Azië en Afrika, maar hier toch niet?

“Het was een confrontatie, een beproeving. Ik vond zoveel evident: lekker eten, goed kunnen slapen, mensen ontmoeten, werken... Ineens was niets nog vanzelfsprekend. Dat heeft me veranderd. Vooral omdat ik niet alleen was. In de wachtzaal van het ziekenhuis was ik altijd omringd door lotgenoten.

“Ik hecht nog meer belang aan de dingen die echt belangrijk zijn. Genezen, leven, bij mensen zijn. Van welke banaliteiten lig ik wakker? Waarover maak ik me zorgen? Het antwoord op die vragen is natuurlijk heel persoonlijk, maar het is interessant dat door het coronavirus de hele samenleving dat tijdens mijn ziekte heeft beseft. Ik hoop dat we niet zomaar terugkeren naar de orde van de dag, en dat we uit de crisis leren om meer waarde te hechten aan wat echt telt in het leven. Ik hoop dat we een meer solidaire maatschappij krijgen, waarin we het algemeen belang vooropstellen en niet ieder voor zijn eigen rechten opkomt.”

‘Een hoofddoek betekent niet het einde van de westerse beschaving. Mocht het een teken zijn dat de drager de samenleving wil islamiseren, dan heb je een ander debat. Maar dat is niet zo.’ Beeld Saskia Vanderstichele
‘Een hoofddoek betekent niet het einde van de westerse beschaving. Mocht het een teken zijn dat de drager de samenleving wil islamiseren, dan heb je een ander debat. Maar dat is niet zo.’Beeld Saskia Vanderstichele

EEN KWART MOSLIM

Tijdens uw ziekte hebt u een boek geschreven waarin u een lans breekt voor de seculiere samenleving. Is dat niet vreemd voor een kardinaal?

De Kesel: “Integendeel. Er is een verschil tussen een seculiere cultuur en een religieuze cultuur. In dat laatste geval heeft één bepaalde levensbeschouwing het voor het zeggen. Dat is geen goed nieuws voor andersdenkenden. Vandaag is dat zo in pakweg Irak voor christenen, vroeger voor joden in het christelijke Westen. In een seculiere samenleving garandeert de overheid dat iedereen in vrede en met respect voor elkaar kan samenleven. Maar een seculiere samenleving mag ook geen pensée unique opleggen, ze moet juist de diversiteit garanderen. Het woord respect is cruciaal.”

Is het hoofddoekendebat een goed voorbeeld?

De Kesel: “Ja. Kijk naar de heisa rond de regeringscommissaris bij het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (Ihsane Haouach, red.). Ik ben ervan overtuigd dat een hoofddoek niet het einde betekent van de westerse beschaving. Mocht de hoofddoek een teken zijn dat de drager de samenleving wil islamiseren, dan heb je een ander debat. Maar dat is niet zo.

“Ik pleit voor minder bruuske woorden. Als je een strijdpunt maakt van zulke symbolen, kweek je geen vertrouwen. Je mag migranten of Belgische moslims niet de indruk geven dat er maar één mogelijkheid is om te integreren in het Westen, namelijk volledige assimilatie, en dat ze hun tradities moeten vergeten of in de privésfeer moeten verbergen. Dat beantwoordt niet aan het project van de seculiere samenleving. Die garandeert net dat eenieder zijn geloof vrij kan beleven.

“Mensen moeten zich integreren. Maar als een moslim naar ons land komt en we spreken met diep misprijzen over zijn geloof, zal hij zich niet snel integreren, vrees ik. We creëren een wankele basis voor integratie door mensen te laten voelen dat ze ongewenst zijn.”

Vindt u dat het discours de laatste jaren harder is geworden?

De Kesel: “Ja. Ik volg niet elke dag de sociale media, maar als je ziet hoe men elkaar daar behandelt... We moeten dringend werk maken van een cultuur van dialoog, en ons in het standpunt van de ander leren verplaatsen. Dat geldt voor het debat over migranten en vluchtelingen, maar ook voor de politiek in het algemeen: politici moeten het gemeenschappelijk belang voor ogen houden en elkaar niet alleen als rivalen zien.”

Schrikt u van de opmars van Vlaams Belang? Een kwart van de Vlamingen kan zich vinden in standpunten van die partij.

De Kesel: “Ik voel dat mensen bang zijn van de ander, gewoon omdat die anders is. Migranten en moslims zouden onze samenleving ontwrichten, heet het dan. Ik geloof dat niet. Veel mensen overschatten het aantal moslims in België: ze denken dat een kwart van de bevolking moslim is, terwijl ze volgens de statistieken minder dan 10 procent uitmaken. Ik ga er wel mee akkoord dat je de grenzen niet zomaar kunt openzetten.”

Vreest u een nieuwe opstoot van polarisering? Door de explosieve situatie in Afghanistan en de buurlanden zouden weer grote groepen vluchtelingen richting Europa trekken.

De Kesel: “Dat geloof ik niet. Ik heb bij de vluchtelingencrisis van 2015 samen met Rudi Vranckx vluchtelingenkampen in Irak bezocht. De stad Mosul was in handen van IS en tienduizenden mensen waren naar Erbil gevlucht, een stad 80 kilometer verderop. In het tv-journaal zie je soms beelden van zulke kampen. Maar toen ik ze ter plaatse met mijn eigen ogen zag, heeft dat een diepe indruk gemaakt. In één kamp zaten maar liefst tienduizend vluchtelingen, vooral veel christenen en jezidi’s. De gesprekken met jonge ouders en hun kinderen hebben me diep geraakt. Ze zagen geen enkel ander perspectief dan hun thuis te ontvluchten. Kinderen volgden les in geïmproviseerde schooltjes: het was schrijnend.

“Het gaat niet over de fractie van die mensen die naar ons zal komen. In de buurlanden van Afghanistan zitten oneindig veel meer ontheemde mensen. En dichter bij ons, in Turkije, Libanon en Griekenland, zitten al miljoenen vluchtelingen. Je lost het probleem niet op door muren op te trekken.”

Sommige mensen vrezen dat er te veel migranten en vluchtelingen naar België zullen komen, en dat hun denkbeelden te ver van het westerse gedachtegoed af staan.

De Kesel: “Het is onverantwoord om moslimgelovigen met extremisme en geweld te identificeren. Alsof de islam gewelddadig zou zijn. Dan is het christendom dat ook, want er is in naam van het christelijke geloof veel geweld gepleegd in de loop van de geschiedenis. Zoals alles wat des mensen is, kunnen ook godsdiensten misbruikt worden. Geen enkele godsdienst is daar immuun voor. Het christendom is in het Westen lange tijd een culturele religie geweest, en dat is de islam vandaag in sommige landen. Maar dat je iets kunt misbruiken, betekent nog niet dat elk gebruik ervan uit den boze is. Als we terrorisme en geweld willen bestrijden, is de marginalisering van religie niet de juiste oplossing. Je kunt toch niet stellen dat alle moslims in ons land terroristen of extremisten zijn?”

Volgens een onderzoek van socioloog Ruud Koopmans uit 2015 is ruim de helft van de Belgische moslims fundamentalistisch. Evenveel moslims zouden joden en homo’s wantrouwen.

De Kesel: “Ik wil dat onderzoek niet relativeren, maar je moet toch opletten: de andere helft is het dus niet.”

Een magere troost, nee?

De Kesel: “Laten we voorzichtig zijn met de conclusies van zo’n onderzoek. Eén van de vragen van de onderzoeker was: ‘Moeten we terugkeren naar de wortels van het geloof?’ Ik zou dat als christen óók zeggen.

“Ik geloof helemaal niet dat de helft van de Belgische moslims fundamentalistisch is. Ik woon in Mechelen, waar je een groot aantal moslims hebt, en dat zijn geen extremisten. We moeten beletten dat mensen het worden, en dat doe je door in de dagelijkse omgang respect te hebben voor elkaar. Dat doet wonderen. Dat merk je hier op straat, in de winkels: er zijn op dat vlak nauwelijks moeilijkheden.”

U hebt het vaak over vluchtelingen en racisme. Ligt u daar ’s nachts wakker van?

De Kesel: “Letterlijk wakker liggen doe ik niet – ik heb het geluk een goede slaper te zijn. Maar sommige getuigenissen kunnen me diep raken. Tijdens mijn behandeling heb ik De smeekbede gelezen, een historische roman van Lianne Damen over een zwarte Surinaamse slavin die anno 1795 een brief naar haar ex-eigenaar schrijft. Het is gebaseerd op een echte brief die is teruggevonden in een archief in Londen. De vrouw kon zich vrijkopen, maar ze leidde niet plots een comfortabel leven: ze was wel intelligent, maar ze bleef een zwarte vrouw. Als je wilt weten wat racisme is en welk onrecht die mensen jarenlang is aangedaan, dan moet je dat boek lezen. Het heeft me diep ontroerd.

“Wat me mijn hele leven zorgen heeft gebaard, is de armoede. Na de Tweede Wereldoorlog is de sociale zekerheid uitgebouwd en heeft de overheid geprobeerd de ongelijkheid zoveel mogelijk af te vlakken. Vanaf de jaren 80 is die bescherming afgebouwd onder leiding van Ronald Reagan en Margaret Thatcher. Volgens hen bestaat de samenleving niet en telt alleen het individu. Iedereen moet maar zijn plan trekken, en de staat hoeft niet tussenbeide te komen.

“Die trend heeft zich doorgezet. De cijfers zijn duidelijk: de ongelijkheid neemt wereldwijd toe, ook in België. We moeten niet allemaal evenveel verdienen, maar ongelijkheid en armoede zijn vanzelfsprekend niet wenselijk. Politici en burgers moeten daartegen vechten, dat moet een prioriteit zijn. Een samenleving waar veel armoede heerst, is een samenleving in gevaar.

“Ook de ecologiecrisis kunnen we niet oplossen als we zuiver individualistisch blijven denken. We mogen ons niet terugplooien op onszelf, want we hebben een gemeenschappelijk huis. De coronacrisis heeft ons hopelijk opnieuw bewust gemaakt van onze universele menselijkheid, van het algemeen belang. De klimaatverandering stopt niet bij onze voordeur of aan onze grenzen. Dat heeft iedereen deze zomer kunnen zien.”

U lijkt wel een klimaatjongere. Zou u als 18-jarige meegestapt zijn in de klimaatmarsen?

De Kesel: “Ik denk het wel, ja. Ik heb als jonge man begin jaren 80 meegemarcheerd in de vredesbetogingen. Ik vind het initiatief van die jonge mensen sympathiek. En ze houden ons wakker.”

'Het is bewezen dat er niets misdadigs is aan een homoseksuele relatie. Dat het Vaticaan dat toch een zonde noemt, doet pijn.' Beeld Saskia Vanderstichele
'Het is bewezen dat er niets misdadigs is aan een homoseksuele relatie. Dat het Vaticaan dat toch een zonde noemt, doet pijn.'Beeld Saskia Vanderstichele

DELHAIZE IN DE KERK

Straks gaat u weer aan de slag. Is de katholieke kerk nog relevant in België?

De Kesel: “Ik hoor al veertig jaar dat de kerken leeglopen. Als dat zou kloppen, zouden ze vandaag toch leeg moeten zijn? Er zijn wel degelijk kerken die nog vol zitten. In de Basiliek van Koekelberg zit er op zondag achthonderd man.”

Op een doorsneezondag gaan er 240.000 Belgen naar de mis. Ter vergelijking: elk weekend gaan zo’n 100.000 Belgen naar het voetbal kijken.

De Kesel: “Inderdaad. Er zijn kerken die minder goed bezocht worden, maar wij vertegenwoordigen nog steeds een relevante groep in de samenleving. Er zijn ook gradaties in het geloof. Niet iedereen gaat op zondag naar de mis, maar er zijn nog veel mensen die hun kinderen laten dopen.”

Een zekere leegloop kunt u toch niet ontkennen? In 2016 waren er 50.000 doopsels, in 2020 nog maar 42.000. Het aantal kerkgangers neemt af, net als het aantal kerkelijke huwelijken en vormsels.

De Kesel: “Ik maak me geen illusies, maar de kerk is geen minderheid in ons land. Ze kan dat misschien ooit worden, ja. Maar er zijn vandaag 50.000 joden in ons land. Dat is niet veel, maar die groep lééft. Dat is voor mij altijd een groot wonder geweest, historisch gezien: men heeft er alles aan gedaan om hen te doen verdwijnen, maar dat is nooit gelukt.”

Een prangend probleem: uw priesters zijn oud en er is zo goed als geen vers bloed.

De Kesel: “Er zullen in de toekomst niet voldoende priesters zijn, dat is een feit. Maar we mogen het aantal priesters dat in het verleden nodig was, niet vergelijken met de noden van de toekomst. Ook de infrastructuur past niet meer bij de kerk van vandaag en morgen. Ik denk dat we sterk aanwezig moeten zijn op een aantal plaatsen, in levendige gemeenschappen die gelovigen aantrekken. Niet meer overal, dat is onmogelijk geworden. Intussen komen er trouwens meer priesters uit het buitenland naar hier. Ik ben daar niet tegen, maar we moeten ook zelf voldoende priesters kunnen leveren.”

Wat denkt u van kerken die supermarkten worden, zoals de Gentse Sint-Annakerk?

De Kesel: “Daar zijn lange discussies over gevoerd. Het was voor die kerk misschien niet de meest ideale oplossing, maar men moet op een bepaald moment een beslissing nemen.”

Ik raak een gevoelige snaar?

De Kesel: “Absoluut. Een kerkgebouw heeft een grote symboolwaarde. Je kunt het nergens mee vergelijken. Het is niet alleen bestemd voor de eredienst, maar onder andere ook voor privébezoeken. Ik kan zomaar binnenwandelen in een kerk, even gaan zitten, er wat rondwandelen. Ik kan er uren in stilte vertoeven en niemand zal me vragen wat ik er kom doen.

“Je mag een kerk niet zien als een utilitair gebouw dat je voor om het even wat kunt gebruiken. We hebben nood aan zulke plekken. Dat vinden trouwens ook veel niet-gelovigen.”

Zoals de PVDA, die protesteerde tegen een vestiging van Delhaize in de kerk. De marxisten zijn geen historische bondgenoten.

De Kesel (knikt): “Onlangs las ik in de krant dat iemand door een moeilijke periode ging: ‘Ik ben kaarsen gaan branden in de kerk.’ Het zijn wondere gedragingen, want die persoon noemde zichzelf ongelovig, maar ze zijn helemaal niet zinloos. We hebben er behoefte aan.”

Denkt u dat het geloof op termijn zal wegdeemsteren in onze maatschappij?

De Kesel: “Het is bon ton om dat te zeggen, maar neem eens wat afstand: dan zul je zien dat het christendom nog steeds een wereldgodsdienst is.

“Een overweldigende meerderheid van de mensen voelt zich gelovig. Religie is een cultuurfenomeen: ze heeft altijd bestaan. Onze westerse, moderne cultuur is de eerste die zegt dat geloof facultatief is. Dat het er evengoed niet zou kunnen zijn. Dat is een heel recent fenomeen, en je ziet het ook alleen maar in het Westen. Religie zal nooit irrelevant worden of verdwijnen.”

U noemt de mens een religieus wezen in uw boek.

De Kesel: “De mens is een vragend wezen: we zoeken naar antwoorden op wat ons petje te boven gaat. De werkelijkheid zit zo vol geheimen, vragen en wonderen, dat de mens zich altijd zal afvragen: ‘Waarom ben ik hier? Wat is de zin van mijn leven? Is er méér?’ De mens is in die zin ten diepste religieus.”

Het Vaticaan heeft homoseksuele relaties onlangs weer een ‘zonde’ en een ‘ongerijmdheid’ genoemd.

De Kesel: “Dat heeft me diep bedroefd. Ik vrees dat dat antidiscours veel mensen pijn doet. Je helpt hen op die manier niet om hun weg te vinden in het leven, integendeel.

“Homoseksualiteit was ook in ons land tot het einde van de 19de eeuw strafbaar, maar de wetenschap heeft intussen bewezen dat er niets misdadig is aan een homoseksuele relatie. Een mens kiest zijn geaardheid niet zelf. Homoseksualiteit is van alle tijden. Maar in de loop van de geschiedenis, en ook vandaag nog elders in de wereld, hebben die mensen enorm veel geleden en lijden ze nog. Het is mijn diepe overtuiging dat we koppels die liefde in trouw beleven, nooit kunnen associëren met de zonde of het kwaad.”

Laat u die boodschap ook in Rome horen?

De Kesel: “Ja. Ze weten hoe ik daarover denk.”

Evolueert u mee met de samenleving, of dwaalt u af van de christelijke leer?

De Kesel: “Het is zeker geen afdwalen, maar ik ben er wel van overtuigd dat de moderne cultuur ons soms kan helpen om anders na te denken, ook over homoseksualiteit.

“De katholieke kerk had het in de 19de eeuw heel moeilijk met het principe van de godsdienstvrijheid. Stilletjesaan hebben we ingezien dat het ook voor ons een fundamentele waarde is. Paus Johannes XXIII zei ooit: ‘We moeten de tekenen van de tijd leren begrijpen.’ Als we goed naar de tijd kijken, hebben we ook meer oog voor de boodschappen van het evangelie, zoals respect hebben voor mensen met andere overtuigingen. Ik denk dus niet dat ik afdwaal met mijn mening.”

Wanneer trouwen er dan twee mannen of twee vrouwen voor de katholieke kerk?

De Kesel: “Dat zal niet gebeuren. Het kerkelijke huwelijk kunnen alleen een man en een vrouw sluiten, met het oog op het ontvangen van nieuw leven uit zichzelf, zoals dat heet, en dat is voor een homokoppel niet mogelijk. Maar dat is voor mij niet de kern van de zaak, het gaat om het aanvaarden van homoseksuele relaties.”

In Nederland zijn er wel priesters die holebikoppels huwen.

De Kesel (schudt het hoofd): “Men kan dat nooit een kerkelijk huwelijk noemen. Dat betekent niet dat er naast het kerkelijk huwelijk geen andere relatievormen kunnen bestaan, zoals het burgerlijk huwelijk.”

We kunnen het seksueel misbruik in de kerk niet onbesproken laten: in 2018-2019 kwamen er bij jullie 68 meldingen binnen. Twaalf feiten dateren van de laatste twintig jaar.

De Kesel: “In 2010 en 2011, toen ik bisschop was in Brugge, kwam er veel tegelijk binnen. Vaak ging het over feiten van jaren geleden. Ik heb bijna alle slachtoffers persoonlijk ontmoet. Het waren dikwijls mensen die al een zekere leeftijd hadden. (Stil) Het is onvergeeflijk. Het is een grote kwetsuur die we nog een hele tijd zullen meedragen.

“Mensen zijn gelukkig veel meer op de hoogte van het probleem. Vroeger hadden ze geen woorden voor wat er was gebeurd. Ik hoorde mensen aan slachtoffers vragen: ‘Waarom zei je destijds niets aan je vader of moeder?’ Maar er was geen taal voor. Vandaag zijn kinderen en jongeren veel assertiever.

“Het probleem zal nooit volledig verdwijnen. Sommigen voelen zich blijkbaar seksueel aangetrokken tot kinderen. Dat is geen Europees of kerkelijk probleem: het is universeel. Maar dat mag ons natuurlijk niet verontschuldigen.”

Het doet u nog steeds veel pijn, zie ik.

De Kesel: “Weet u wat ik nooit heb begrepen? Als er iets was gebeurd, werd de priester verplaatst. De feiten werden in de doofpot gestopt. Maar blijkbaar vroeg niemand zich ooit af hoe het met het kind verder moest. Vandaag worden slachtoffers wel ernstig genomen. Het gerecht wordt meteen ingeschakeld en de kerk voorziet in financiële vergoedingen, ook voor verjaarde feiten.”

Zijn er onlangs nog priesters op non-actief gezet wegens seksueel misbruik?

De Kesel: “Ja. Voor vrij recente feiten, maar ook voor oudere feiten. Wij schakelen altijd het gerecht in, ook als we vermoeden dat de feiten verjaard zijn. Het is aan het gerecht om dat te bepalen.”

Tot slot: hoelang wilt u nog aartsbisschop blijven?

De Kesel: “Ik heb zelf nooit iets geambieerd. De paus heeft me bijna zes jaar geleden gevraagd om de functie op te nemen. Dat is voor alles in mijn leven zo geweest, ook toen ik hulpbisschop of bisschop werd. Ik kon ook godsdienstleraar in Eeklo gebleven zijn, maar ik heb nooit spijt gehad van hoe het gelopen is. Ik ben niet gehuwd: ik kon op alles ja zeggen zonder rekening te moeten houden met een partner of met kinderen.

“Ik ben nu bijna zes jaar aartsbisschop. In juni volgend jaar word ik 75 en moet ik mijn ontslagbrief aanbieden. Als de paus mijn brief aanvaardt, stop ik uiteraard. En anders doe ik nog even voort. Maar ik kan hoe dan ook zeggen dat ik hier en elders gelukkig ben geweest.”

Jozef De Kesel, ‘Geloof & godsdienst in een seculiere samenleving’, Halewijn Beeld Halewijn
Jozef De Kesel, ‘Geloof & godsdienst in een seculiere samenleving’, HalewijnBeeld Halewijn

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234