Woensdag 08/12/2021

Aanvankelijk was Amnesty in België niet bepaald een wervend woord

Toen Amnesty International in 1961 het levenslicht zag, was uitgerekend in België de term 'amnestie' in België nog al te beladen met de Tweede Wereldoorlog. De eerste voorzitter van de Belgische afdeling - CVP'er Louis Kiebooms uit Wilrijk - was bovendien de voornaamste parlementaire pleitbezorger voor het herstel van rechten van zogenaamde incivieken. Dat deed de argwaan tegen Amnesty International alleen toenemen. Het verhaal van een moeizame bevalling.

Brussel

Eigen berichtgeving

Walter Pauli

De oprichters van Amnesty International (AI) in België mochten dan al voorstanders zijn van amnestie voor gewezen collaborateurs, zelf hadden zij tijdens de Tweede Wereldoorlog geen gemene zaak gemaakt met de nazi's. Integendeel. Het wordt soms vergeten, maar naast joden, homo's, zigeuners en een flink pak politieke gevangenen van links, zaten er in de Duitse concentratiekampen ook gevangenen die tot het conservatieve, zoniet het rechtse kamp behoorden. Daarbij ook de Antwerpse CVP'er Louis Kiebooms, die in de tweede helft van de jaren dertig hoofdredacteur was van de Gazet van Antwerpen, nadien jarenlang CVP-parlementslid en een kwarteeuw lang burgemeester van het toen nog zelfstandige Wilrijk.

Tijdens WO II zat Kiebooms meer dan drie jaar opgesloten in het concentratiekamp Sachsenhausen, samen met onder meer met de liberale minister Arthur Vanderpoorten (grootvader van Patrick Dewael en Marleen Vanderpoorten). Vanderpoorten overleefde het kamp niet, Kiebooms wel - en ook de beruchte 'dodenmarsen' achteraf.

Na de oorlog zou Kiebooms zich als advocaat en parlementslid echter inzetten om de gevolgen van de repressie voor veroordeelde collaborateurs te milderen. Als ex-gevangene van een concentratiekamp kon hij dat werk ook met een zeker gezag doen. De leuze van zijn parlementair werk was: amnestie.

Vanuit die bekommernis zocht Kiebooms in 1961 contact met Peter Benenson, de oprichter van AI (pagina 48). Kiebooms had diens tekst gelezen en was al in de zomer van 1961 aanwezig op enkele vergaderingen van het Internationale Comité in Luxemburg. Daar waarschuwde Kiebooms Benenson dat de naam Amnesty International in België niet meteen op veel unanimiteit zou kunnen rekenen. De amnestiekwestie zorgde nog altijd voor te veel verdeeldheid. Diezelfde gevoeligheid speelde ook mee in Frankrijk, maar verder was het woord in geen enkel ander land 'beladen'.

Ondanks de Belgische bezwaren was en bleef het Amnesty International, al besliste Benenson dat de term ook enige nadere omschrijving nodig had. Amnesty International kreeg daarom een ondertitel mee, precies om Belgische misverstanden te vermijden. Dat werd: Amnesty International, 'an international movement for freedom of opinion and religion'. Maar ook die verdere omschrijving volstond niet. Toen in 1962 de Tweede Internationale Conferentie van Amnesty International in het kasteel van Male te Sint-Kruis-Brugge plaatsvond, weigerde de Belgische Liga voor de Verdediging van de Rechten van de Mens in te gaan op de uitnodiging. En telkens als AI in die beginfase in België vergaderde, zat de staatsveiligheid op het vinkentouw.

De Belgische variant van amnestie zou trouwens de agenda van dat tweede wereldcongres beheersen. Er was een poging om de Belgische regering aan te sporen om de laatste gevangenen wegens feiten uit WOII vrij te laten. Kiebooms, die de vergadering voorzat, wimpelde dat voorstel echter af. Niet alleen zou zo'n motie naar de Belgische publieke opinie het effect hebben van een provocatie, AI zou daardoor meteen zijn 'onpartijdigheid' verliezen. Ook was Kiebooms van mening dat je de buitenlandse afgevaardigden niet in een paar minuten tijd een standpunt moest ontlokken over een kwestie waarover ze nauwelijks achtergrondinformatie hadden.

Toch probeerden Kiebooms en zijn medestanders de problemen van Belgische collaborateurs - voorzichtig - op internationaal niveau aan te kaarten. Herman Todts, de Vlaams-nationalistische historicus die door Kiebooms was aangezocht als medewerker, ondervond evenwel dat zijn internationale gesprekspartners niet meteen overliepen van enthousiasme om de 'repressie van de collaboratie' bovenaan de agenda te plaatsen. Het enige waarover de meeste buitenlanders het eens waren, was de verwondering dat er in België nog niet veel 'algemene wetten' waren gestemd om de repressie te beëindigen. En het waren de Belgische ervaringen na WOII - zoals verwoord door Kiebooms en Todts - die AI een paar nieuwe principes deed aannemen, onder meer dat gevangen bij voorlopige invrijheidstelling "zo snel mogelijk over al hun burgerrechten moeten kunnen beschikken".

Ook het Franstalige kamp probeerde in die tijd nationale thema's op de AI-agenda te krijgen. De Liga van de Mensenrechten wilde bijvoorbeeld de Brusselse taalwetten graag laten veroordelen als inbreuken op de mensenrechten: "Een aanslag op de vrijheid van de huisvader om het kind te laten studeren in de taal van zijn keuze." Ondanks die eerste wederzijdse spanningen was AI intussen toch goed en wel in België van start gegaan. Er was trouwens een wederzijdse 'bevruchting' tussen België en de internationale beweging. Peter Benenson zelf reisde naar Wilrijk af om er bij Kiebooms te logeren.

Hij raapte daar trouwens nog meer ideeën op, zoals het inmiddels wereldberoemd geworden logo van de kaars met prikkeldraad errond.

In de beginjaren van Amnesty International kon er in ons land geen vergadering plaatsvinden zonder dat de staatsveiligheid op de loer lag

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234